ruimtereizigers

Engels volksvertegenwoordiger Noël Pemberton beweerde dat de geheime diensten van de Duitsers een lijst van zo’n 47.000 namen van homoseksuelen hadden, klaar om ze te chanteren.

De journalist Arnold White preekte een kruistocht tegen het homoseksuele Duitsland waar Sodomma en Gommorra het haalden op het heilige Jerusalem, en weldra zouden zij geheel ‘gezond’ Europa besmetten met wat Nemer zo mooi vertaalt als …l’ érotomanie boche.

Daardoor was de vijand al intra muros, want elke ‘sodomiet’ is een ‘boche’, en deze onzichtbare vijand zoals ook al Raffalovitch hem noemde in 1895, is een gevaar.

Mijn geliefd woord ‘onzichtbaar’ duikt weer op.
Men geloofde immers in een soort “franc-maçonnerie du vice” die elkaar overal herkenden, de beroemde netwerken dus uit de Doutroux-jaren.

François Porche heeft het in 1927 over een homoseksualiteit die…

‘..qui sera une vue du monde, laquelle comprendera une philosophie, une éthique, une esthetique, voire une politique, avec franc-maçonnerie, fiches, journeaux et revues, salons affiliés, expositions, campagnes de presse, lancements, intrigues, ententes secrètes, appuis et fraternités.’

Zelfs in 1938 sprak Michel Du Coglay nog van een “franc-maçonnerie pédérastique internationale”.

Daarmee is het sinistere drietal aangeduid: de homoseksueel, de jood, de vrijmetselaar.

En uiteraard waren deze samen met de ‘malfaiteur André Gide’ mee verantwoordelijk voor het Franse verval, samen met ‘Marcel Braunschvig, Jood, die de ‘intellectuele vrijheid’ voorstonden waarvan de vrijmetselaar een Belgisch minister was, Hymans.

Deze ‘drievuldigheid van het kwaad’ deed in 1931 Ramon Fernandez besluiten:

‘L’attitude de l’homme moyen à l’ égard du pédéraste est exactement semblable à son antisemitisme.’

jongen

pg

En het is vanzelfsprekend dat dergelijke ideeën chantage en afpersing in de hand werkten zoals we kunnen lezen in het Journal van Jacques Copeau:

“Visite inopinée de Gh.
Avec une charmante verve, il me fait le récit de sa dernière aventure: supris avec Sch en flagrant délit par trois maîtres chanteurs, pillés tous deux de quatre cent cinquante francs, de leur montres et de tous les objets qu’ ils portaient sur eux et ne recouvreront aujourd’hui que contre un nouveau versement de quatre cent francs.’

Ja, zegt Nemer, achthonderd frank in die tijd, dat was niet niets.

En een verslag aan de procureur van 5 juli 1906 heeft het over een surveillantie in en rond de publieke zwembaden rue Oberkampf, plaats die Gide ook wel eens bezocht.

‘Au cours d’ une surveillance excercée aux bains précités, il a été remarqué que dans l’ après-midi, une douzaine de jeunes gens âgés de 11 à 18 ans, aux allures équivoques, s’ amusent autour de la piscine.’

Weinig resultaat alhoewel het verslag noteert dat

‘…la présence de jeunes gens efféminés et de voieux pédérastes, mais tous sont très méfiants.’

…waarmee verder niets kon bewezen worden.

Dat de Belgische politie ook actief was, bewijst een gebeurtenis uit 1921 waarbij Gides jonge vriend René Michelet met arrestatie wordt bedreigd en de auteur schrik heeft dat deze jongen net een exemplaar van Corydon bij zich zou hebben.

En al zegt Gide dat het woord dat Montherlant het meest gebruikt het woord ‘peur’ is, hijzelf beleefde ook angstige uren in Brussel, angst die hij later in zijn dagboeken beschrijft.

Brussel, een bruisende stad?