SSF-benevento-m

De productie van de waarheid.
Een van de bekendste rituelen daarvoor werd ‘de bekentenis’.
Op het vijfde concilie van Lateranen was het ene Paus Innocentius (!) die de reglementen voor de biechtpraktijk instelde.
Ook in de burgerlijke rechtspraak kwam ‘de bekentenis’ meer en meer op de voorgrond en verdwenen ‘de proeven’ om schuld of onschuld vast te stellen.

Eerst was ‘de bekentenis’ een waarborg van status, identiteit en waarde die men iemand anders toekende, en later werd ‘bekentenis’ een erkenning van zijn of haar gedachten of handelingen.

De bekentenis van de waarheid is de kern gaan vormen van de procedures waarmee de macht de individualisering bewerkstelligt.’

Foucault zegt dat in het Westen de bekentenis een van de voornaamste technieken is geworden om de waarheid te produceren.
Wij zijn inderdaad een bekennende maatschappij geworden.
De uitwerkingen van de bekentenis zijn wijdverbreid: in de rechtspraak, in de medische wetenschap, in de pedagogie, in de gezins- en liefdesverhoudingen, in de meest banale dagedlijkse orde, alsook in de meest verheven riten.

Je moet maar eens het woord ‘confession’ intikken bij Google en je zult een stroom van boeken, filmen, traktaten enz. ontmoeten waarin wij als Westerling over onszelf proberen ‘de waarheid’ te produceren.

We bekennen -of we zijn gedwongen te bekennen- wanneer de bekentenis niet spontaan of onder innerlijke aandrang geschiedt, dan wordt ze afgeperst; men jaagt haar na tot in de ziel of ontrukt haar aan het lichaam.{…}
De westerse mens is een bekentenis dier geworden.

Hij verwijst naar de literatuur waar de ‘bekentenis-verhalen’ de helden- en wonderverhalen hebben vervangen.
In de flosofie heeft het zelfonderzoek de bovenhand gehaald, en wij zien dat onderzoek niet meer als een macht die ons dwingt, integendeel: ‘…het lijkt ons alsof de waarheid in het diepste geheim van onszelf niets anders ‘vraagt’ dan in het daglicht te treden.’

Terug naar de seks.
De christelijke biecht vormde tot op de dag van vandaag de seks als HET onderwerp tot belijden.

dyn004_original_600_445_jpeg_20344_11e00d85ec0cdb42a5e04bd21ed145f9

En dat het belijden ervan de nodige hindernissen moet overwinnen om te worden verwoord kan best zijn, maar he resultaat ervan is vergeving, is heil en genezing.
Een vreemde vorm van bekennen.
Het heil lag dus niet in ondericht (het lachtertje seksuele opvoeding is de ouderen onder ons ten zeerste bekend), evenmin een vorm van initiatie (een woordeloze praktijk waarin ontmaagding alleen maar belachelijk of gewelddadig wordt).

Het gaat dus duidelijk om een vorm die zeer ver afstaat wat men ‘de kunst van de erotiek’ kan noemen.
Het vertoog komt niet zoals in de ars erotica van boven (de meester) maar duidelijk van onder, als een opgeëist gedwee spreken dat onder een of andere gebiedende dwang de terughoudenheid en het zwijgen doorbreekt.

De waarheid van het vertoog ligt niet meer bij degene die spreekt, maar bij degene die luistert. Bij hem die ondervraagt en geacht wordt niet te weten.

Natuurlijk heeft de biecht niet meer het gewicht dat ze ooit had. De contra reformatie, het protestantisme, de opkomende medische wetenschap in de 19de eeuw, daardoor heeft ze haar uitsluitende en rituele lokalisatie verloren.
Maar ze heeft zich intussen uitgezaaid in een reeks van onderlinge verhoudingen: tussen ouders en kinderen, tussen leerlingen en opvoeders, tussen patiënten en psychiaters, delinkwenten en deskundigen.
En ze is gevarieerder geworden tot in de programma’s van de televisie waar ze avond na avond het leven ‘bekent’ zoals dat was, is of zou moeten geweest zijn.

Morgen meer.