AANVERWANTSCHAP EN SEKSUALITEIT

102372GGx

De vragen overvallen ons meer dan ooit.
Waar gaat het in deze strategieën om?

-Om een strijd tegen de seksualiteit?
Of om een poging er greep op te krijgen?
-Om een streven haar beter te beheren en het mogelijke indiscrete, in het ooglopende, en weerbarstige in haar te verhullen?
-Een methode om om slechts dat deel van het weten over haar te verwoorden dat nog aanvaardbaar of nuttig is?

Inderdaad, zegt Michel Foucault, het gaat eerder om de produktie zelf van seksualiteit.

Je moet seksualiteit niet opvatten als een soort natuurlijk gegeven dat de macht zou proberen te bedwingen of als een duister domein dat het weten geleidelijk aan het licht zou brengen.

Seksualiteit is de naam die men aan een historisch dispositief kan geven.
Zij is geen onderliggende werkelijkheid waarop men moeizaam greep kan krijgen, maar een groot oppervlakte-netwerk waarin de stimulering van de lichamen, de verheviging van de lusten, de prikkeling tot vertogen, de vorming van specifieke kennis en de versterking van allerlei vormen van toezicht en verzet in overeenstemming met enkele grote strategieën van weten en macht aan elkaar zijn geschakeld.

Men mag als vaststaand aannemen dat de seksuele relaties in elke maatschappij een aanverwantschapsdispositief hebben doen ontstaan: een systeem van huwelijk, van vastligging en ontwikkeling van bloedverwantschappen, van overdracht van namen en goederen.

dyn010_original_491_764_jpeg_20344_41799e4f88839ebc145cf51522ae45f7

Het heeft aan belang ingeboet naarmate het voor economische en politieke structuren niet langer een geschikt instrument of toereikend steunpunt was.
Sinds de achttiende eeuw hebben de moderne westerse maatschappijen een nieuw dispositief bedacht en in het veld gebracht, naast het oude overigens, en het zelfs daarop geënt, het seksualiteitsdispositief

Net zoals het aanverwantsschapsdispositief is het geschakeld aan het circuit van seksuele partners, maar op een totaal andere wijze.
Laten we ze punt voor punt tegenover elkaar zetten om dit verschil duidelijk te maken.

Het aanverwantschapsdispositief is rondom een systeem van regels opgetrokken, regels die opleggen van toegestaan en verboden is, geoorloofd en ongeoorloofd.
Het seksualiteitsdispositief functioneert volgens veranderlijke, veelvormige en conjuncturele machtstechnieken.

Reproduktie van het spel der relaties en de handhaving van de wet waaraan dit spel is onderworpen is een van de voornaamste kenmerken van het aanverwantschapsdispositief, terwijl het seksualiteitsdispositief daarentegen een voortdurende uitbreiding teweeg brengt van domeinen en vormen van controle.

Is voor het eerste dispositief de band tussen de partners met een duidelijk omchreven status doorslaggevend, zo gaat het in het tweede om de lichamelijke gewaarwordingen, de kwaliteit van de lusten en de aard van de indrukken, hoe fijn of onwaarneembaar die ook mogen zijn.

Waar er tussen het aanverwantschapsdispositief en economie een nauwe band bestaat, wegens de overdracht of de circulatie van rijkdommen, is het seksualiteitsdispositief via talrijke subtiele schakels met de economie verbonden, waarvan het lichaam wel de belangrijkste is- het producerende, consumerende lichaam.

Het aanverwantschapsdispositief is afgestemd op een zelfregulering van het maatschappelijk lichaam dat het in stand moet houden.
Vandaar ook zijn gepriviligeerde band met het recht, en ook met het feit dat het belangrijkste moment ervan de reproduktie is.

De bestaansgrond van het seksualiteitsdispositief is niet de zelfreproduktie, maar het steeds gedetailleerder spreiden van de lichamen, het vernieuwen ervan, het aaneensluiten, het uitvinden en binnendringen en een steeds omvattender toezicht uitoefenen op de bevolkingen.

Gebruik je dus de stelling dat de seksualiteit door moderne vormen van de maatschappij wordt onderdrukt, dan moet je er drie of vier andere stellingen tegenoverplaatsen:

-de seksualiteit is aan machtsdisposieven gebonden die van recente datum zijn.
-ze is sinds de zeventiende eeuw gestadig in omvang toegenomen
-de ordening waarop ze sindsdien berust is niet op de reproduktie gericht, maar was vanaf het begin op een intensivering van het lichaam
-de opwaardering daarvan is als object van weten en en als element in de machtsverhoudingen betrokken.

Het is inderdaad onjuist te stellen dat het seksualiteitsdispositief de plaats heeft ingenomen vanht aanverwantschapsdispositief, ook zal zou dat in de toekomst wel eens het geval kunnen zijn.

Ikzelf voeg eraan toe dat juist deze geleidelijke overlapping de oorzaak is van verwarring, onduidelijkheid en verstarring.
Historisch inzicht leert ons dat elke breuklijn voor de nodige denk-bevingen zorgt met helaas ogenschijnlijk de onnodige slachtoffers die tussen gisteren en vandaag in de diepte van het onbegrip schijnen te verdwijnen.
Maar dat is een vals beeld, veroorzaakt door de optica van de eeuwigheid waar we een bril nodig hebben om de trillingen van het dagelijks veranderen waar te nemen.

Het mededogen zal daarom niet veraf kunnen zijn, want we leven met zijn allen op dezelfde breuklijnen van de geschiedenis.