LOFZANG OP DEGENEN DIE ‘TOEN’ WAREN

007_rene_maltet

‘Er is in het verleden zoveel activiteit geweest,’ zei D.H. Lawrence, ‘in het bijzonder seksuele activiteit, een eentonige en vermoeiende herhaling, zonder dat daarmee een ontwikkeling in het denken en begrijpen gepaard ging.
Tegenwoordig is het volledig bewuste begrip van de seks belangrijker dan de geslachtsdaad zelf.’

En, voegt Michel Foucault toe, misschien zullen mensen zich eens hierover verbazen. Zij zullen nauwelijks begrijpen hoe een beschaving die zichzeer op de ontwikkeling van reusachtige produktie- en vernietigingsapparaten heeft toeglegd, daarnaast nog de tijd en het eindeloze geduld heeft opgebracht om zich met zoveel beklemming af te vragen, hoe het met de seks is gesteld.

Ze zullen misschien glimlachen als ze aan ons terugdenken als aan mensen die geloofden dat daarin een waarheid school minstens zo kostbaar als die welke zij eerder in de aarde, de sterren en de zuivere vormen van hun denken hadden gezocht.

Foucault laat onze nakomelingen verder onze hardnekkigheid loven waarmee wij dat gedaan hebben, alsof wij de seksualiteit aan haar nacht moesten ontrukken, terwijl alles , onze vertogen, onze gewoonten, onze instellingen, onze voorschriften en onze vormen van weten haar in het volle daglicht stelden.

Zullen zij zich inderdaad afvragen waarom wij er zo op gebrand waren de wet van het zwijgen te verbreken over wat de luidruchtigste van onze obsessies was?

Zij zullen zich afvragen wat ons zo zelf-ingebeeld heeft kunnen maken; ze zullen proberen te achterhalen waarom wij ons de verdienste hebben toegeschreven als eersten, tegen een duizend jaar oude moraal in, de seks de betekenis te hebben gegeven die haar volgens ons toekomt, en hoe wij ons erop hebben kunnen beroemen ons eindelijk, in de twintigste eeuw, van een periode van lange en harde onderdrukking te hebben bevrijd – de onderdrukking van een christelijke ascese die door de eisen van de burgerlijke economie in zijn bestaan gerekt, omgebogen en schraperig en kleingeestig werd aangewend.’

Men herinnert vaak aan de ontelbare procedé’s waarmee het oude christemdom ons een afkeer van het lichaam zou hebben ingescherpt, maar denken we eens aan alle listen en lagen waarmee men ons sedert enkele eeuwen liefde voor de seks heeft bijgebracht, de kennis ervan begerenswaardig en al wat erover gezegd wordt, kostbaar gemaakt heeft, en waarmee men ons ertoe heeft aangezet al onze vaardigheden te ontplooien en haar te betrappen, en wij de plicht kregen opgelegd de waarheid uit haar op te delven, en waarmee ons een schuldbesef is aangepraat, omdat wij haar zo lang hebben miskend.

‘Ironie van dit dispositief: het brengt ons in de waan dat het gaat om onze ‘bevrijding’.

En met deze zinnen eindigt Foucaults eerste boek over de geschiedenis van de seksualiteit ‘De wil tot weten’.
Toch is het voetstuk op de foto leeg.
Wat is er dan met die veel geprezen kennis van de seks gebeurd, of…

Laten we samen de nodige kantlijnen bij zoveel hoera-geroep plaatsen, en ons afvragen wat er sinds Foucaults verscheiden in 1984 met ons is gebeurd.