WAAR DE MACHT IS, BESTAAT VERZET

1930559MZq

De titel maakt het duidelijk: waar de macht is, bestaat verzet.
Machtsverhoudingen, die Foucault later als ‘krachtsverhoudingen’ benoemt.

‘Machtsverhoudingen kunnen enkel bestaan als functie van een veelheid van verzetspunten, die daarin de rol van tegenstander, doelwit, steun- of aangrijpingspunt vervullen.’

Hij noemt deze verzetspunten in het netwerk van de macht alomtegenwoordig.
In de verhouding tot de macht bestaat er daarom niet één plaats van de Grote Weigering – de ziel van het verzet- het brandpunt van alle opstanden en de zuivere wet van de revolutionair.

‘Maar er bestaan allerlei ‘vormen’ van verzet, waarvan elk een geval op zich is: verzet dat mogelijk, noodzakelijk, onwaarschijnlijk, spontaan, woest, eenzelvig, beraamd, sluipend, gewelddadig, onverzoenlijk, compromisbereid, baatzuchtig of opofferingsgezind is.’

Al deze verzetsvormen kunnen per definitie alleen binnen het strategisch veld van de machtsverhoudingen bestaan zonder daarom slechts de negatieve afdruk te zijn, die uiteindelijk immer de passieve keerzijde van de eigenlijke heerschappij is en steeds gedoemd de nederlaag te lijden.

Je moet bij verzetsvormen dus niet zoeken naar andere beginselen waarop ze zouden stoelen, en evenmin zijn ze een bedriegelijke hoop of een noodzakelijk beschaamde belofte.

‘Zij vormen de andere term, de andere pool van de machtsverhoudingen; zij maken daar als de niet weg te denken tegenkant onverminderd deel van uit.
Daarom zijn ook de verzetsvormen onrgelmatig gespreid: de punten, knooppunten en brandhaarden van verzet zijn meer of minder dicht over tijd en ruimte verdeeld.’

Je kunt je dan afvragen of er dan geen radicale breuken of massale tweedelingen voorkomen?
Soms wel, zegt Michel Foucault.
Maar vaker zijn de verzetspunten veranderlijk en tijdelijk, en juist zij brengen in een maatschappij verschuivende scheidslijnen teweeg.
Ze breken eenheden, stimuleren hergroeperingen.

Kijk naar de gebeurtenissen van de laatste weken of dagen.
Je kunt ze moeilijk klasseren onder de norm van Souverein en Wet, twee termen die lang het politieke denken hebben gebiologeerd.
Tussen de verschillende politieke families veranderen de krachtsverhoudingen voortdurend, al dan niet door pers en perscommentaren mee in gang gezet.
De strategie wordt steeds als een stabiel parcours gedacht: die of die partij heeft dat of dit vooropgesteld, en wat zien we nu?

De machtsverhoudingen zijn niet zo stabiel, evenmin als de verzetspunten.
Komt er dan een gemeenschappelijke vijand op ons af, zoals bijvoorbeeld de financiële crisis, dan lossen vele van die krachtsverhoudingen zich op in een gemeenschappelijk verzet.

We zullen deze bedenkingen toepassen op de seks en de waarheidvertogen die zich over haar hebben ontfermd.


KLEINKIND AAN DE MACHT

duif

Wegens intense zorg voor kleindochter even de macht en aanverwanten uitgesteld vandaag.
Haar wijsheid heeft me in haar macht.

Na het klaskamp hebben ze vandaag verlof.
Ze wil de zwerfduiven redden en plant met haar achtjarige klasgenootjes een actie waarvoor ze mijn computer nodig heeft.

Red de duif, staat er op het werkblad.

‘vind jij dat niet zielig dat als je op straat loopt die arme duiven worden opgepakt en vergast?’

Ze is lid van Gaia geworden en via hun documentatie ontdekte ze dat er menselijke methoden bestaan om de duivenpopulatie te beheersen.

De heer Foucault zou goedmoedig geknikt hebben als hij hoorde even het veld te moeten ruimen voor deze meiden.
Ik zou het over ‘verzet’ hebben vandaag.
Het voorbeeld van dit joch wijst aan dat verzet niet een grote revolutionaire kracht is, een zuiverende macht.
Neen, verzet zit IN de macht.
En blijkbaar heeft zij dat zonder Foucault te kennen, al goed begrepen.



VERSTANDEN EN MISVERSTANDEN OVER MACHT

06bpan

 

‘Het ontstaan van een bepaald type weten over de seks moet dus niet in termen van onderdrukking of wet, maar in termen van macht worden geanalyseerd.’

Met opzet gebruik ik de bewapende mooie kinderen van AES + F om dan net zo gemakkelijk het verkeerde been waarop ik je gezet heb, onderuit te halen.

Misverstanden over Macht zijn legio.
Foucault maakt duidelijk dat het hem niet om ‘de Macht’ gaat, een verzameling instellingen en apparaten die de onderwerping van de burgers in een bepaalde staat waarborgen.
Evemin bedoelt hij een wijze van onderwerping die in tegenstelling tot het geweld, de vorm van de regel zou hebben.
Ook heeft hij tenslotte geen algemeen heershappijsysteem op het oog, waarin een bepaald element of groep elementen een ander element overheerst en waarvan de effecten via een reeeks vertakkingen heel het maatschappelijk lichaam zouden doortrekken.

dyn010_original_300_450_jpeg_20344_2bf741a15d1760643e2b55929a866c50

‘De analyse in termen van macht mag niet uitgaan van de staatssouvereiniteit, de wetsvorm, of de algehele eenheid van een heerschappij als oorspronkelijke gegevens: dat zijn hoogstens de eindvormen van de macht.’

Het gaat hem eerder om een veelheid van de krachtsverhoudingen die immanent zijn aan het domein waarop ze functioneren en constitutief zijn voor hun eigen organisatie.
Het spel dat in een onophoudelijke strijd en confrontaties deze krachtsverhoudingen transformeert, versterkt of omkeert.

De wederzijdse steunpunten die de krachtsverhoudingen in elkaar vinden zodat ze een keten of een systeem vormen, of juist de verschuivingen en tegenspraken waardoor ze tenopzichte van elkaar geïsoleerd raken.

En tenslotte de strategieën waarin deze krachtsverhoudingen tot werking komen en waarvan de grote lijnen of de institutionele kristalisering in de staatsapparaten, de verwoording van de wet en de maatschappelijke hegemonieën zijn belichaamd.

Kort samengevat: het democratisch gebeuren waarin de macht van onderuit blijft komen, waarin ze door vertogen en confrontaties alomtegenwoordig is, lokaal en onstabiel.

cats_cradle‘De macht is geen instelling en evenmin een struktuur, noch een bepaald vermogen waarmee sommigen zouden zijn uitgerust: het is de naam die in een bepaalde maatschappij aan een complexe strategische situatie wordt gegeven.’

Hij brengt dan een aantal stellingen naar voren:

1. De macht is niet iets dat men verwerft, afdwingt, verdeelt, niet iets dat men behoudt of verliest; de macht wordt vanuit ontelbare punten in een spel van gelijke en ongelijke relaties uitgeoefend.

2. De machtsverhoudingen staan ten opzichte van andere typen relaties (economische processen, kennisverhoudingen, seksuele relaties) niet in een positie van uitwendigheid, maar zijn daaraan immanent, zij zijn enerzijds de directe uitwerkingen van de delingen, ongelijkheden en onevenwichtigheden die zich daarin voordoen, en anderzijds zijn zij de interne voorwaarden voor deze differentiaties; de machtsverhoudingen vormen geen bovenbouw, die enkel een verbiedende of bevestigende rol speelt; ze hebben overal waar ze werkzaam zijn een direct produktieve rol.

dyn010_original_379_505_jpeg_20344_d9065a235ed880e25e08634e7eceaa04

3. De macht komt van onderen, dat wil zeggen dat de machtsverhoudingen niet berusten op de algemene matrix van een alomvattende tweedeling tussen heersers en overheersten, waarbij men deze tweeheid van hoog tot laag zou terugvinden, bij steeds kleinere groepen en de instellingen ontstaan en werkzaam zijn als de basis dienen van verreikende splitsingen die het maatschappelijk leven doorsnijden.

4. De machtsrelaties zijn tegelijkertijd intentioneel en niet-subjectief.
Er is geen macht zonder een reeks doeleinden en bedoelingen.
Maar dat betekent niet dat de macht het resultaat is van de keuze of de beslissing van een individueel subject.
We moeten niet gaan zoeken naar de generale staf die toezicht houdt op haar rationaliteit. Deze rationaliteit van macht is de rationaliteit van de tactieken die zich vaak onverbloemd te kennen geven op een beperkt niveau waarop ze werkzaam zijn.
Ze roepen elkaar op, schakelen zich onderling aaneen en vormen zo tenslotte omvattende dispositieven, en ook daar is de logica nog volkomen helder, kunnen de bedoelingen ontcijferd worden.
En toch komt het voor dat je niemand meer kunt aanwijzen die ze heeft bedacht en nauwelijks iemand die ze verwoordt, dat is dan heet impliciete karakter van de grote, anonieme en bijna stomme strategieën die spraakzame tactieken coördineren waarvan de bedenkers of besluitvormers vaak geen hypocrisie kennen.

En waar macht is, is verzet, dit vierde kenmerk schuiven we naar de volgende week, bij leven en welzijn uiteraard.

dyn010_original_495_330_jpeg_20344_8890fdd9ba689a48e1ba3f635971361b


OP ZOEK NAAR EEN BETER BEELD VAN DE MACHT

gibson-john-psycheancelestiallove-ca1844-RAlondon

Op zoek naar een verklaring waarom wij het beeld van de macht als louter aan de vrijheid gestelde grens zo aanvaardbaar vinden, neemt Foucault ons mee naar het ontstaan van de staten en monarchieën.
Deze staten, eens ze vaste voet aan de grond hebben gekregen, doen zich voor als ‘instanties van regulering, afbakening en arbitrage’.
Het is hun manier om orde tussen deze veelheid van machten die uit de feodaliteit voortkomen, aan te brengen.

Ze fungeren als rechtsbeginsel dat boven al de heterogene rechten staat en hij noemt drie kenmerken die hen onderscheiden: vorming van een eenheidsregime, vereenzelving van de wil met de wet en effectuering via verbods- en sanctiemechanismen.

Natuurlijk ging het bij de ontwikkeling van de grote monarchale instellingen om iets heel anders dan louter en alleen een juridisch bouwwerk.

‘Maar dit was de taal van de macht, dit was de voorstelling die zij van zichzelf gaf en waarvan heel de theorie van het publieke recht, dat tijdens de middeleeuwen ontwikkeld of op basis van het Romeinse recht vernieuwd werd, getuigenis aflegt.
Het recht was niet zomaar een wapen dat behendig door vorsten werd gehanteerd; het was voor het monarchale systeem de wijze waarop het zich uitte en de vorm waarin het zich aanvaardbaar maakte.
Sinds de middeleeuwen wordt de machtsuitoefening in de westerse maatschappijen steeds in termen van recht verwoord.’

Dat is een fundamentele stelling want we zien sinds de 17de of 19de eeuw meestal de absolute macht van de vorst buiten het recht.
Hij doet wat hij wil.
Maar Foucault geeft zelfs het voorbeeld van het verwijt dat Boulainvilliers tot de Franse monarchie richtte dat ze zich van het recht en rechtsgeleerden bediende om de rechten af te schaffen en de aristocratie neer te halen.

dyn007_original_550_367_jpeg_20344_87cb8ff9c3beb4ddf5afc5cfa7174996

Met de ontwikkeling van de monarchie en haar instellingen kwam ook deze juridisch-politieke dimensie tot stand: ze vormt de code waarop de macht zich voordoet en zelf voorschrijft hoe men haar moet denken.

‘De geschiedenis van de monarchie ging hand in hand met de versluiering van machtsfeiten en – procedures door het juridisch-politieke vertoog.’

Natuurlijk zijn er allerlei pogingen ondernomen om de sfeer van het recht los te maken van de monarchie en de politiek van het juridische te bevrijden, maar de voorstelling van de macht bleef in dit systeem gevangen.

Ja, men ging zelfs zo ver de monarchie te veroordelen terwijl men zich bediende van heel het rechtsdenken waarmee de ontwikkeling van de monarchie gepaard is gegaan.

‘In het politieke denken en politieke analyse is de koning nog altijd niet onthoofd.'</i<

En ook in nieuwe machtsmechanismen welke sinds de 18de eeuw de zorg op zich hebben genomen voor het leven van de mensen, de mensen als levende lichamen, is dit idee van macht binnen gedrongen.

Al enkele eeuwen bevinden wij ons in een maatschappijtype waarin de rechtsvorm steeds minder in staat is de macht te coderen of als haar representatiesysteem te fungeren.
(ik denk aan de probleemstellingen die zich voordien bij internationale rechtspraak in Den Haag)

Men blijft verknocht aan een bepaald beeld van de macht-wet, van de macht-souvereiniteit, dat door de theoretici van het recht en de monarchie is ontworpen.
Als we de macht willen analyseren in de concrete en historische werking van haar methoden, dan moeten we ons van dit beeld bevrijden, dat wil zeggen van de theoretische priviligiëring van de wet en de soevereiniteit. We moeten de analytica van de macht opzetten die niet langer het recht als model en code heeft.’

De methode waarmee we dit zouden kunnen doen komt de volgende dagen aan bod.


DE ONTVLEESDE GEDAANTE VAN HET VERBOD

01be

 

Je zou dus alle wijzen van heerschappij, onderwerping en tot-onderdaan-making kunnen herleiden tot het effect van gehoorzaamheid, schrijft Michel Foucault.
Immers, deze macht heeft alleen maar het vermogen ‘nee’ te zeggen, ze is niet in staat iets te produceren, ze zou enkel bekwaam zijn grenzen te stellen, anti-energie zijn.
Het is een macht waarvan het model wezenlijk juridisch zou zijn, uitsluitend gericht op de verwoording van de wet en het functioneren van het verbod.

Maar zoals ik al betoogde, deze vorm van macht is inderdaad arm aan middelen, spaarzaam in haar methoden, eentonig in de tactieken die zij aanwendt, weinig vindingrijk en als het ware gedoemd zich te herhalen.

dyn009_original_450_300_jpeg_20344_52256cdd67928fcf7deeea2cc49e0258

Ik denk dat ze in het begin van deze eeuw meer dan ooit toevlucht is geworden voor de nieuwe holen-mens die vanachter zijn computerscherm gewend is geraakt aan virtuele werkelijkheden die meestal deze binaire denkwijze als kern van hun functioneren nemen.
Stroom of geen stroom, straf of geen straf, de digitale mens is dankbaar om die zogenaamde vereenvoudiging die in de complete met informatie overstroomde maatschappij een schijnbare uitweg biedt.

dyn009_original_550_521_jpeg_20344_102ead737fb11c9f0702eb37a841f8f1

En met Foucault vraag ik me af waarom deze juridische opvatting van de macht zo gemakkelijk aanvaard wordt.
Want met haar aanvaarding elimineer je daarmee alles wat de produktieve werkzaamheid, strategische rijkdom en de positiviteit van de macht uitmaakt.

‘Wat verklaart in een maatschappij als de onze, waarin de apparaten van de macht zo talrijk, haar rituelen zo zichtbaar en haar instrumenten uiteindelijk zo betrouwbaar zijn, in deze maatschappij die elke andere in vindingrijk op het gebied van verfijnde en vernuftige machtsmechanismen overtreft, behalve in haar ontvleesde gedaante van het verbod?
Waarom worden de heerschapijdispositieven gereduceerd tot uitsluitend de procedure van de verbiedende wet?’

Een kostbare vraag die de kern van ons vertoog zal uitmaken.
Om ze te begrijpen kun je eerste en vooral de eigenschap van de macht herkennen waarin ze zichzelf maskeert.
De macht wordt enkel gedoogd op voorwaarde dat ze een aanzienlijk gedeelte van zichzelf maskeert.

‘De mate waarin zij zich weet door te zetten is evenredig met de mate waarin zij er in slaagt haar mechanismen te verbergen.
Zou de macht worden aanvaard als ze door en door cynisch was?
Het geheim behoort voor de macht niet tot de orde van het misbruik maar is onontbeerlijk voor haar functioneren.’

En ze legt haar geheim niet op aan degenen die ze onderwerpt, neen dit geheim is voor hen even onontbeerlijk.
Zouden ze haar aanvaarden als ze daarin niet louter een aan hun verlangen gestelde grens zagen, die weliswaar een beperkte vrijheidsmarge intact laat?

‘De macht als louter aan de vrijheid gestelde grens, dat is althans in onze maatschappij, de algemene vorm waarin de macht zich aanvaardbaar maakt.’

We zullen de volgende dagen in geschiedenis een oorzaak zoeken voor het gemak waarmee deze ‘ontvleesde gedaante van het verbod’ zich zo gemakkelijk handhaaft.


De beelden komen uit projecten, video’s en installaties van de Russische kunstenaarsgroep AES +F waartoe Tatiana Arzamasova, Lev Evzovitch, EVgeny SVatsky en Vladimir Fridkes behoren.


VOORSTELLINGEN VAN DE MACHT

undertow

De inzet van ons onderzoek is niet het ontwikkelen van een theorie, als wel een analytica van de macht, verklaart Michel Foucault.

Hij wil tot een afbakening van het specifieke domein dat door de machtsrelaties wordt gevormd komen, en tot de vaststelling van de instrumenten waarmee dit domein wordt geanalyseerd.

En opnieuw zijn stelling: je moet eerst schoon schip maken van de voorstelling van macht die hij graag ‘juridisch-discursief’ wil noemen.

‘Deze opvatting beheerst zowel de thematiek van de onderdrukking als de theorie die de wet als constitutief voor het verlangen ziet.’

amphibians01

Er is een duidelijk verschil tussen de analyse die uitgaat van de onderdrukking van de driften en de analyse in termen van de wet van het verlangen.
Dat verschil ligt in de aard waarmee de dynamiek van de driften wordt opgevat en niet in de wijze waarop zij de macht begrijpen.

En die voor de hand liggende misvatting komt niet alleen voor bij diegenen die zich met het probleem van de verhouding tussen macht en seks bezighouden.
Zij is veel algemener verbreid: men treft haar vaak aan in politieke analyses van de macht, en je kunt haar wortels ver terug in de Westerse geschiedenis vinden.

dyn001_original_550_437_jpeg_20344_68cb4102d19dbc7d5ef1e912a042514d

Deze bijna voor de hand liggende mis-opvatting (ik zou zeggen ‘te schrale’ opvatting) bedient zich van deze kenmerken:

1. De negatieve relatie
In deze opvatting bestaat er tussen macht en seks alleen maar een negatieve verhouding, verwerping, uitsluiting, weigering, blokkering of ook verduistering of maskering.
De macht heeft uitsluitend ‘macht’ ove de seks en de lust door neen te zeggen tegen hen.
Haar effecten nemen de algemene vorm aan van grens en gemis.

2.De instantie van de regel
De macht is wezenlijk datgene wat de seks de wet stelt. En dat onder een binair regime: geoorloofd, niet geoorloofd, toegestaan en verboden.
De macht schrijft de seks een ‘orde’ voor.
En hier verhelderen we het begrip ‘juridisch discursief’, want de macht spreekt de regels uit (zij krijgt greep op de seks door de taal, door de vertooghandeling die een rechtstoestand in leven roept.)
De macht spreekt, en dat is de regel.De wetgever wordt de zuivere vorm van de macht, en de manier waarop hij te werk gaat is van juridisch-discursieve aard.

3.De cyclus van het verbod
Gij zult niet naderbij komen, niet aanraken, niet tot u nemen, niet genieten, niet spreken, gij zult u niet vertonen, enfin samengevat: gij zult niet bestaan.(behalve in het verborgene, he geheim)
Tegen de seks zou de macht alleen een wet van verbod in het veld brengen.
Verloochen jezelf op straffe van je opheffing. Je mag alleen blijven bestaan ten koste van je nietigverklaring.
De macht dwingt de seks enkel door een verbod dat twee vormen van niet-bestaan kan aannemen:
De logica van de censuur en de eenheid van het dispositief.

Bij de logica van de censuur herken je drie vormen: de bevestiging dat het niet is toegestaan, de verhindering dat erover gesproken wordt en de ontkenning dat het bestaat.

dyn001_original_450_450_jpeg_20344_79e539dc61877fc2b22bcf104b960a18

Rare logica: wat niet bestaat mag zich uiten, voilà.
De logica van de macht over de seks zou de paradoxale logica zijn van een wet ie als gebod tot niet-bestaan, niet-vertoning en stilzwijgen zou kunnen worden geformuleerd.

Bij de eenheid van het disposief gaat het over het feit dat de macht over de seks op alle niveau’s op dezelfde wijze zou worden uitgevoerd.
Uniform en massief.
Volgens verbod en censuur, van de staat tot het gezin, van de vorst tot de vader, van de rechtbank tot het kleingeld van de alledaagse straffen.
Deze vorm is het recht, met het spel van geoorloofd en niet geoorloofd, van overtreding en bestraffing.

‘Of men het nu de vorm geeft van de vorst die het recht formuleert, van de vader die verbiedt of de meester die de wet stelt, in alle gevallen wordt de macht als een rechtsvorm voorgesteld en worden haar effecten als gehoorzaamheid gedefinieerd. {…}
Achter het algemene thema van de onderdrukking van de seks door de macht, maar ook achter het denkbeeld dat de wet het verlangen constitueert, treffen we dezelfde voorstelling aan van de mechanica van de macht. Haar definitie is merkwaardig beperkt.
In de eerste plaats omdat deze macht arm zou zijn aan hulpmiddelen, spaarzaam in haar methoden, eentonig in de tactieken die zij aanwendt, weinig vindingrijk en als het ware gedoemd zich steeds te herhalen.’

Vooraleer we verder gaan kijken waarom wij deze machtstechnieken zonder meer erkennen, toch nog even zeggen dat ze inderdaad ook BESTAAN.

Men moet het aan den lijve ondervinden als een rechter tot je zegt: Ga en vermenigvuldig je tot niet-bestaande.
Ik bedoel dat het apparaat zelf vaak geen andere oplossing kent dan deze absurde consequenties.

De juridische opvatting van macht is natuurlijk niet de enig bestaande en waarom wij in haar termen denken zonder verder inzicht zal ons de volgende dagen bezighouden.


DE BEDOELING VAN HET ONDERZOEK

huwelijk

Gij wijzen, hoog en droog geleerd,
Wat gij zoal weet en vindt;
Hoe, waar en wanneer alles copuleert,
Waarom er wordt gekust en gemind
Gij, verheven wijzen, vertel me dan!
Vors eens na wat mij nu weer,
Vors me eens na, waar, hoe en wanneer
En waarom mij zulks overkwam?

Deze tekst van ene G.A. Bürger wordt al door Arthur Schopenhauer geciteerd in ‘Die Wille und Vorstellung’ en ook aangehaald door Foucault in het hoofdstukje waarin hij de bedoeling van zijn onderzoeken probeert duidelijk te maken.

Onze vragen die over de seks stellen hebben meer te maken mert de seks als geschiedenis dan met de seks als natuur.
Eerder dus hebben wij het over de logica van de seks dan over een fysica

We zijn er in het Westen in geslaagd de seks in een rationaliteitsveld in te lijven, en…

‘…Voortaan dient deze logica ons tot universele sleutel als we willen weten wie we zijn.
Al enkele decenia begrijpen de genetici het leven niet langer als een organisatie, die bovendien het merkwaardig vermogen bezit om zich voort te planten, maar ze zien juist in het voortplantingsmechanisme dat wat toegang geeft tot de dimensie van het biologische: de matrix niet alleen van de levenden, maar van het leven.’

Onze vraag is dus niet waarom de seks zo geheim is, welke kracht haar zo lang het zwijgen heeft opgelegd, maar de vraag waarmee wij dieze bijdrage begonnen, vervat in het vers: ginds bevindt zich de waarheid, ga zien of je haar kunt betrappen. Archonta movebo, een oud besluit.

dyn002_original_408_578_jpeg_20344_0dfa3615c0b9bb47372b43b3464b4628

De vragen stellen zich:

-wat is dat voor een gebod, waarom deze klopjacht op de waarheid van de seks, op de waarheid in de seks?
-wat verlangen wij van de seks behalve haar mogelijke lusten, dat wij ons zo in haar vastbijten?
-waar komen dat geduld en die gretigheid vandaan om de seks tot het geheim, de almachtige oorzaak, de verborgen zin en niet aflatende vrees te maken?
-en waarom is de opgave om deze lastige waarheid bloot te leggen ten slotte omgeslagen in een uitnodiging de verboden op te heffen en de kluisters te slaken?

Was de arbeid zo moeizaam dat hij met deze belofte aantrekkelijk gemaakt moest worden?
Of was de politieke, economische en ethische prijs van dit weten zo hoog geworden dat, wilde men daaraan eenieder onderwerpen, men er paradoxaal genoeg van moest overtuigen dat zijn bevrijding op het spel stond?

Het is dus nuttig om enkele algemene stellingen over de inzet, de methode, het domein en de voorlopige periodiseringen naar voren te brengen.

Ik besef de traagheid, maar we zullen Uw geduld belonen met merkwaardige ontdekkingen en inderdaad…nog meer vragen.

Immers Foucault zegt zelf dat er nogal wat verwarring in zijn redenering zit:

‘Maar op een hardnekkig onduidelijke wijze, sprak ik nu eens van ‘onderdrukking’ dan weer van ‘wet’, van ‘verbod’ of ‘censuur’, alsof het gelijkwaardige begrippen waren.
Uit koppigheid of nalatigheid heb ik elk mogelijk onderscheid in hun theoretische of praktische implicaties over het hoofd gezien.’

Hij beschuldigt zichzelf ironisch alsof hij inderdaad van twee walletjes wil eten: de tegenstanders verwisselen zodanig dat telkens de zwakste positie overblijft, en door alleen de onderdrukking te behandelen, wil hij ons ten onrechte doen geloven dat hij zich ontdaan heeft van het probleem van de wet.
Toch bewaart hegt beginsel macht-wet de voornaamste praktische consequentie, te weten dat men niet aan de macht kan ontsnappen, dat zij altijd aanwezig is en juist dat fundeert wat men tegenover haar probeert te stellen.

Heeft hij niet het zwakste theoretische element -de idee van een macht-onderdrukking- behouden om het kritiseren; van de idee macht-wet heeft hij de meest steriliserende politieke consequentie behouden, maar alleen om het voor eigen gebruik over te nemen.

Zelfbeschuldigingen die ironisch genoeg klinken om er niet in te trappen, maar inderdaad makkelijke vallen zijn voor de oppervlakkige onderzoeker.


WAARHEID EN GEHEIM (2)

bernini

 

Was u met mij verbaasd over de litanie waarin ‘de seks’ benoemd werd als:
-algemene betekenis
-universeel geheim
-alomtegenwoordige oorzaak
-nimmer wijkende angst

Deze vreemde mantra leidde ons naar de twee processen:
-wij vragen de seks de waarheid te spreken (maar omdat ze een geheim is dat aan zichzelf ontsnapt, weigeren wij de ontcijferde opgehelderde waarheid te zeggen)
-wij vragen haar ONZE waarheid te zeggen (die waarheid van onszelf die wij in het onmiddellijke bewustzijn menen te bezitten)

Uit dit spel is langzaam een weten van het subject ontstaan.
Dat weten is een macht-weten, het gaat dus (ik loop even vooruit) niet zozeer om de fysica (daarvoor moet je bij Goedele zijn) van de seks, maar om haar ‘macht’.
We zijn in het Westen steeds dichter rond de wetenschap van een subject gaan cirkelen: de causaliteit in het subject, het onbewuste van het subject, de waarheid van het subject in de ander die weet.
Dat alles vormt het vertoog van de seks.

dyn004_original_303_349_jpeg_20344_bd081ea909f812b091ea503c885d85ea

‘Maar niet op grond van enige aan de seks inherente, natuurlijke eigenschap, maar op grond van machtstactieken die aan dit vertoog immanent zijn.’

Scientia sexualis versus ars erotica? vraagt Foucault zich af.
En nu komen we bij de prentjes van Bernini’s extase van Theresia.

Want de ars erotica is nooit helemaal uit de westerse beschaving verdwenen.
Ik verwijs naar de biecht, maar vooral in de leiding van het geweten en het gewetensonderzoek, in het streven naar geestelijke eenwording, hierin worden een serie procédé’ s toegepast die verwant zijn met de kunst van de erotiek.

milkyway_v2Denk aan de leiding door een meester op de initiatieweg, intensivering van de ervaringen tot in hun fysieke bestanddelen, opvoering van de uitwerkingen door het vertoog dat ze begeleidt.

‘de in het katholicisme van de Contra-Reformatie zo vaak optredende verschijnselen van bezetenheid en extase zijn ongetwijfeld ongecontroleerde gevolgen geweest op momenten dat de erotische techniek, die aan deze subtiele wetenschap van het vlees immanent is, buiten haar oevers trad.’

En niet alleen in de religie maar ook in ‘haar fatsoenlijk positivisme’ zou ook wel de scientia sexualis van de negentiende eeuw meer als een ars erotica hebben gefunctioneerd.

En dan niet in de humanstische hersenschim van een volledige en ontplooide seksualiteit, en vooral niet in de verheerlijking van het orgasme of in het ideaal van een gezonde seksualiteit zoals de geneeskunde ze in het vooruitzicht stelt, en ook niet in de goede gevoelens van de bio-energetica, neen daarin liggen de belangrijke elementen van een kunst van de erotiek niet.

dyn004_original_495_477_jpeg_20344_c96568259ca66fc8c7be9c7e56bc06a3

Maar veeleer in de vermenigvuldiging en intensivering van de lusten waarmee de produktie van de waarheid over de seks gepaard gaat.

‘De geleerde boeken die men schrijft en leest, de consultaties en onderzoeken, de angst bij de beantwoordingvan vragen en het zalige gevoel dat men geduid wordt, zoveel verhalen die men zichzelf en anderen vertelt, zoveel nieuwsgierigheid, zoveel vertrouwelijke mededelingen die hun schandaleus karakter behouden dank zij de plicht de waarheid te spreken, wat niet zonder lichte huivering gaat, de wildgroei van geheime fantasieën waarvoor men duur betaalt om ze te mogen toefluisteren aan de gene die de kunst verstaat om ze te beluisteren, kortom de enorme ‘lust aan analyse (analyse in de breedste zin van het woord) die het Westen al meerdere eeuwen heeft aangewakkerd, dit alles zijn als het ware verspreide fragmenten van een kunst van de erotiek, waarvoor de bekentenis en de wetenschap van de seks heimelijk als voertuig dienen.’

Ja, de vraag ligt open: is onze scientia sexualis dan slechts een subtiele vorm van de ars erotica?
In alle geval, zo beweert Foucault, de hypothese van een repressieve macht is beslist te mager bij de snelle toename van vertogen.
Het gaat eerder om een fijn vertakt net van vertogen, vormen van weten, lusten en machten dat onder stroom wordt gezet.

‘…het gaat niet om een beweging die er op uit zou zijn de wilde seks terug te dringen naar duistere en ontoegankelijke contreien; het gaat integendeel om processen die haar uitzaaien aan de oppervlakte van de dingen en de lichamen, die haar prikkelen, openbaar maken en tot spreken brengen, haar in het werkelijke inplanten en haar gebieden de waarheid te zeggen: een complete zichtbare fonkeling van het seksuele, waarin het veelvoud van de vertogen, de hardnekkigheid van de machten en de wisselwerking van weten en lust zich weerkaatsen.’

Jaja, na dit lyrische gezang stelt hij onmiddellijk de vraag:
‘Zou dit alles slechts begoocheling zijn? Niets dan een vluchtige indruk waarachter een zorgvuldiger blik het bekende grote mekaniek van de repressie zou terugvinden?’

Er is dus duidelijk historisch onderzoek nodig.
Onderzoek naar hoe het weten van seks is ontstaan in de loop van de drie laatste eeuwen, hoe de vertogen die haar tot object hebben genomen zich hebben vermeerderd, en waarom wij ertoe gekomen zijn zijn aan de waarheid die zij dachten te produceren een haast fabelachtige waarde te hechten.

Als uitgangspunt gebruiken we de positieve mechanismen die weten produceren, een veelvoud van vertogen scheppen, lust opwekken en macht genereren.

Natuurlijk schreef Foucault deze zinnen in het licht van de opstandige jaren die het begin van de tweede helft van de 20ste eeuw inluidden.
Het zal onze taak zijn de duisternis die daarna (schijnbaar?) inviel te onderzoeken met hetzelfde enthousiasme waarmee hij zijn werk schreef, met dezelfde wil tot weten.
Een mooi begin van volgende week.


WAARHEID EN GEHEIM (1)

moeders makeup

 

Slotconclusies kun je best trekken als je de finaliteit van de auteur zelf vergelijkt met de resultaten van je eigen denkwerk.

‘Formuleren we nu de algemene hypothese die ik in dit boek naar voren breng.
De maatschappij die in de achttiende eeuw tot ontwikkeling komt – ongeacht of men die nu burgerlijk, kapitalistisch of industrieel noemt- is de seks niet tegemoet getreden met een fundamentele weigering om haar te erkennen.

dyn005_original_495_330_jpeg_20344_3f233ae55ad8c8b34867f2ad7e619343

Zij heeft integendeel een heel apparaat in gang gezet om ware vertogen over seks te produceren.
Niet alleen heeft zij veel over seks gesproken en eenieder gedwongen erover te spreken, maar zij heeft het op zich genomen haar in regels gevatte waarheid te formuleren. Als vermoedde zij in haar een kapitaal geheim. Alsof zij die waarheidsproductie nodig had. Alsof het voor haar wezenlijk was dat de seks niet alleen in een economie van de lust maar ook in een geordend systeem van weten is ingeschreven.

dyn005_original_379_581_jpeg_20344_0950ddd332ac0a32d856b5beaaec53df

Zo is de seks langzamerhand het voorwerp geworden van zware verdenking; de algemene en verontrustende zin die ons gedrag en ons bestaan ondanks onzelf doortrekt; het kwetsbare punt waaruit voor ons het ongeluk dreigt; het nachtelijke deel dat ieder van ons in zich draagt.
Algemene betekenis, universeel geheim, alomtegenwoordige oorzaak, nimmer wijkende angst.

Zodat er zich in deze ‘kwestie’ van de seks (in de twee betekenissen van ondervraging en problematisering, van betekenis-eis en integratie in een veld van rationaliteit) twee processen ontwikkelen die voortdurend naar elkaar verwijzen; wij vragen de seks de waarheid te spreken (maar omdat zij het geheim is dat aan zichzelf ontsnapt, onthouden wij ons ervan de eindelijk opgehelderde, ontcijferde waarheid te zeggen, of liever, wij vragen haar over die waarheid van onszelf die wij in het onmiddellijke bewustzijn menen te bezitten, de waarheid te spreken, een waarheid die diep ligt bedolven.
Wij spreken haar waarheid uit door te ontcijferen wat zij ons daarvan vertelt; zij spreekt onze waarheid uit door dat element van onze waarheid te bevrijden dat zich aan ons onttrekt.

dyn005_original_437_418_jpeg_20344_058c4ee8ea5f2553682687d66f4753d2

Deze tekst roept allerlei vraagtekens op.
Ik heb ze vergroot door er mooie beelden bij te plaatsen van Cubaans-Amerikaanse kunstenaar Anthony Goicolea.

Het gaat over spanningslijnen tussen waarheid en geheim, een combinatie die telkens weer een breekpunt vormt in wetenschappelijke discussies, zeker als je het verouderde jargon van de 18de-19de eeuwse wetenschap zou gebruiken waarmee alles wordt uitgesloten wat we niet door ervaring en herhaling kunnen toetsen.

Je voelt de figuren van Freud en Jung aankomen, de opkomst van de psycho-analyse, maar vergeet niet Charcot en zijn theater zodat die dualiteit ook stof tot nadenken zal bieden.

Lees gerust de tekst enkele keren en laat de vragen dan bovendrijven zodat we morgen gezamenlijk kunnen onderduiken in deze geheime vijver waarin zowel de magie als de wetenschap (de ars erotica en de scientia sexualis) dan niet met elkaar in botsing komen maar moeite hebben om in elkaar op te lossen.


WETENSCHAP EN MORAAL

mamasboy

Natuurlijk is Foucault niet blind voor wat er werkelijk gebeurde:

Tevens was zij de wetenschap die in wezen onderworpen was aan de geboden van een moraal waarvan zij de indelingen in de vorm van medische normen herhaalde.
Onder het mom de waarheid te spreken wakkerde zij allerwegen angsten aan; aan de geringste oscilliaties van de seksualiteit dichtte zij een denkbeeldige stamboom van kwalen toe, die van generatie op generatie zouden doorwerken; zij verklaarde de steelse gewoonten van de bedeesden en de kleine, meest eenzelvige manieën tot gevaren voor de maatschappij als geheel, aan buitensporige lusten stelde zij niets minder dan de dood in het vooruitzicht: de dood van de individuen, de generaties, de soort.

Op deze wijze heeft zij zich verbonden met een opdringerige en indiscrete medische praktijk die er als de kippen bij was haar afschuw uit te bazuinen, bereid was de wet en de openbare mening te hulp te snellen, eerder dienstbaar aan de machten van de orde dan dat zij aan de eisen van de waarheid gehoor gaf.
Ongewild naïef in het gunstigste geval, maar meestal opzettelijk leugenachtig, medeplichtig aan wat zij aan de kaak stelde, arrogant en flikflooiend, heeft zij een hele collectie morbide schunnigheden aangelegd die kenmerkend was voor he einde van de negentiende eeuw.

Artsen als Garnier, Pouillet en Ladoucette zijn in Frankrijk haar roemloze klerken geweest, en Rollinat haar voorzanger.

Maar los van deze troebele genietingen eiste zij andere bevoegdheden op; zij wierp zich op tot de souvereine autoriteit over de geboden der hygiëne, door de oude angst voor geslachtsziekte te verbinden met de nieuwe thema’ s van de asepsie, en de grote mythen van de evolutieleer met de recent in het leven geroepen instellingen van de gezondheidszorg; zij gaf voor de fysieke kracht en de morele zuiveheid van het maatschappelijk lichaam veilig te stellen; zij stelde in het vooruitzicht de dragers van smetten, de gedegenereerden en de ontaarde bevolkingsgroepen uit te roeien.
In naam van een historische en biologische noodzaak rechtvaardigde zij de toen dreigend op hand zijnde staatsracismen. Zij fundeerde ze in ‘waarheid’.(p56)

Die verbinding met de gezondheidszorg, denk aan de strijd tegen de masturbatie die zo’n twee eeuwen heeft geduurd, zorgde einde negentiende eeuw voor regelmatige opstoten en hysterische golven in de media, te vergelijken met de zedenangst die het einde van de 20ste eeuw en het begin van de 21ste kenmerkte en kenmerkt.

De pureté dangereuse blijkt een niet uit te roeien objectief, en haar te verbinden met bepaalde categoriën van ‘gedegenereerden’ zorgt voor een wetten-kakkerij waarmee blijkbaar de publieke opinie moet gesust worden en kreten als ‘de veiligheid van onze kinderen’ en andere nobele doelen dienen steeds weer opnieuw om de analytische zin die ons toch als mensen eigen is het zwijgen op te leggen.

Maar laat ik niet vooruitlopen en nog even stilstaan bij de negentiende eeuw, deze kweekvijver van ons hedendaags gedachtengoed.

De vraagt blijft of de stelligheid waarmee Foucault de drang naar waarheid omschrijft zo wezenlijk is in de vertogen als hij dat poneert.

‘Miskenningen, terugtrekkende bewegingen en ontwijkingsmanoeuvres waren slechts mogelijk en hadden slechts effect tegen de achtergrond van deze opmerkelijke onderneming: de waarheid van de seks te zeggen.
Deze onderneming dateert niet van de negentiende eeuw, ook al heeft het project van een ‘wetenschap’ haar een specifieke vorm gegeven.
Zij is de sokkel van alle -naïeve of listige- ronddolende vertogen waarin het weten omtrent seks zo lang verdwaald schijnt te zijn geweest.’

Of zijn we opnieuw in het labirint terechtgekomen?
Sokkels immers hebben al wel eens meer gediend om onbestaande heiligen of zogenaamde heilige principes te vereren.


De prent is van de Amerikaanse kunstenaar Anthony Goicolea, “Mama’s boy”


VRAGEN BIJ EEN APPARAAT

101581cTP

In zijn enthousiasme de negentiende eeuw te bekronen met een serie juichende stellingen waarmee zij de seksualiteit in een scientia sexualis in beeld zou gebracht hebben, vergeet Foucault een heel belangrijke vraag te beantwoorden.

Beweert hij dat de macht niet van bovenaan komt, dat er geen sprake is van een dualiteit verdrukkers en verdrukten, en plaatst hij die macht dus als komend van onderaan, dan blijft de vraag open waarom hij die machtsmechanismen een beetje camoufleert in de veelheid waarin ze kunnen voorkomen.

Immers in het aanleggen van dat ‘onbegrensde register van de westerse lusten’, in het vertoog dat van onderaan kwam, dat onze duistere kanten zou blootleggen, klonk in alle geval de nodige weerzin in deze opkomende betekeniswetenschap.

‘Het was ook een methodische en theoretische paradox: de lange discussies over de mogelijkheid een wetenschap van het subject in leven te roepen, de geldigheid van de introspectie, het evidentie-karakter van het geleefde of de zelftegenwoordigheid van het bewustzijn waren ongetwijfeld antwoorden op dit probleem dat inherent was aan het functioneren van de waarheidsvertogen in onze maatschappij.’

Ik bedoel maar dat met het verschijnen van dit archief, dat met het uitoefenen van dit vertoog de macht hoofdzakelijk berustte bij hen die er naast hun wetenschappelijke arbeid ook macht aan ontleenden, dokters, psychiaters, juristen; kortom hoe je ’t ook draait of keert, eens de archivering in gang was gezet beperkte de macht van het subject zich tot in het beste geval behandeld te worden, of erger, opgesloten te worden in de hokjes van het archief, herleid tot worden tot de classificiëring.

‘Het valt niet te loochenen: het geleerde vertoog over de seks in de negentiende eeuw was zowel doortrokken van een niet aan de tijd gebonden lichtgelovigheid als ook geslagen met systematische blindheid: onwil om te zien en te horen, maar – en dit is ongetwijfeld beslissend- deze onwil betrof juist dat wat men aan het licht bracht of waarvan men de formulering gebood.
Immers, een miskenning kan zich slechts voordoen op grond van een onderliggende verhouding tot de waarheid.’

Het is een beetje gemakkelijk om het niet willen erkennen ‘een wending te noemen van een wil tot waarheid’.

Foucault geeft dan inderdaad het sprekende beeld van De Salpêtrière van Charcot, het reusachtige observatie-apparaat, ‘…met zijn onderzoeken, ondervragingen, experimenten, maar ook was het een prikkelingsmachine, met zijn openbare vertoningen, zijn theater van zorgvuldig met ether of amylnitraat voorbereide rituele crises, zijn spel van dialogen, betastingen, handopleggingen,lichaamshoudingen die de artsen met een gebaar of een woord tevoorschijn riepen of deden verdwijnen, met een hiërarchie van het personeel dat begluurde, organiseerde, provoceerde, noteerde, rapporteerde, en een geweldige berg aan observaties en dossiers aanlegde.’

dyn010_original_266_400_jpeg_20344_7e9902204094976b9fb5965d8e13f466

In dat theater wordt er inderdaad ingegrepen als het over ‘dat’ begint te gaan.
In dossiers werd ijverig geschrapt wat de patiënten op aandrang van de artsen zelf over seks hadden gezegd, maar ook wat artsen zelf hadden gezien en benoemd.
Als je dan dit uitlegt met :

‘Waar het in deze geschiedenis om gaat, is niet dat men zich de oren of ogen heeft dicht gestopt of zich vergist heeft; integendeel juist, het gaat erom dat men rond en naar aanleiding van de seks een ontzaggelijk apparaat heeft geconstrueerd om de waarheid te voorschijn te brengen, ook al wordt die op het laatste moment weer verhuld.’

..dan lijkt mij dat eerder op een soort absolutisme waarin zelfs het tegendeel het bewijs moet vormen van de eerdere stelling.

dyn010_original_480_320_jpeg_20344_fc5d3600558301ed622b8da51b9bf18a

De kritiek op de behandeling van de veel voorkomende 19de eeuwse hysterie bij vrouwen heeft zich wel terdege bezig gehouden met het vreemde verschijnsel dat na Charcots overlijden, ook de ziekte verdween, en de bedenkelijke rol van de suggestie toch enigzins een betere kijk verdient dan de uitleg dat ook deze techniek bij het apparaat ging horen, op zoek naar de waarheid omtrent seks.
Welke waarheid?

Ook het apparaat kan voor diverse doeleinden worden gebruikt.


IK BEKEN, OF DE WESTERSE SCIENTIA SEXUALIS

SSF-benevento-m

De productie van de waarheid.
Een van de bekendste rituelen daarvoor werd ‘de bekentenis’.
Op het vijfde concilie van Lateranen was het ene Paus Innocentius (!) die de reglementen voor de biechtpraktijk instelde.
Ook in de burgerlijke rechtspraak kwam ‘de bekentenis’ meer en meer op de voorgrond en verdwenen ‘de proeven’ om schuld of onschuld vast te stellen.

Eerst was ‘de bekentenis’ een waarborg van status, identiteit en waarde die men iemand anders toekende, en later werd ‘bekentenis’ een erkenning van zijn of haar gedachten of handelingen.

De bekentenis van de waarheid is de kern gaan vormen van de procedures waarmee de macht de individualisering bewerkstelligt.’

Foucault zegt dat in het Westen de bekentenis een van de voornaamste technieken is geworden om de waarheid te produceren.
Wij zijn inderdaad een bekennende maatschappij geworden.
De uitwerkingen van de bekentenis zijn wijdverbreid: in de rechtspraak, in de medische wetenschap, in de pedagogie, in de gezins- en liefdesverhoudingen, in de meest banale dagedlijkse orde, alsook in de meest verheven riten.

Je moet maar eens het woord ‘confession’ intikken bij Google en je zult een stroom van boeken, filmen, traktaten enz. ontmoeten waarin wij als Westerling over onszelf proberen ‘de waarheid’ te produceren.

We bekennen -of we zijn gedwongen te bekennen- wanneer de bekentenis niet spontaan of onder innerlijke aandrang geschiedt, dan wordt ze afgeperst; men jaagt haar na tot in de ziel of ontrukt haar aan het lichaam.{…}
De westerse mens is een bekentenis dier geworden.

Hij verwijst naar de literatuur waar de ‘bekentenis-verhalen’ de helden- en wonderverhalen hebben vervangen.
In de flosofie heeft het zelfonderzoek de bovenhand gehaald, en wij zien dat onderzoek niet meer als een macht die ons dwingt, integendeel: ‘…het lijkt ons alsof de waarheid in het diepste geheim van onszelf niets anders ‘vraagt’ dan in het daglicht te treden.’

Terug naar de seks.
De christelijke biecht vormde tot op de dag van vandaag de seks als HET onderwerp tot belijden.

dyn004_original_600_445_jpeg_20344_11e00d85ec0cdb42a5e04bd21ed145f9

En dat het belijden ervan de nodige hindernissen moet overwinnen om te worden verwoord kan best zijn, maar he resultaat ervan is vergeving, is heil en genezing.
Een vreemde vorm van bekennen.
Het heil lag dus niet in ondericht (het lachtertje seksuele opvoeding is de ouderen onder ons ten zeerste bekend), evenmin een vorm van initiatie (een woordeloze praktijk waarin ontmaagding alleen maar belachelijk of gewelddadig wordt).

Het gaat dus duidelijk om een vorm die zeer ver afstaat wat men ‘de kunst van de erotiek’ kan noemen.
Het vertoog komt niet zoals in de ars erotica van boven (de meester) maar duidelijk van onder, als een opgeëist gedwee spreken dat onder een of andere gebiedende dwang de terughoudenheid en het zwijgen doorbreekt.

De waarheid van het vertoog ligt niet meer bij degene die spreekt, maar bij degene die luistert. Bij hem die ondervraagt en geacht wordt niet te weten.

Natuurlijk heeft de biecht niet meer het gewicht dat ze ooit had. De contra reformatie, het protestantisme, de opkomende medische wetenschap in de 19de eeuw, daardoor heeft ze haar uitsluitende en rituele lokalisatie verloren.
Maar ze heeft zich intussen uitgezaaid in een reeks van onderlinge verhoudingen: tussen ouders en kinderen, tussen leerlingen en opvoeders, tussen patiënten en psychiaters, delinkwenten en deskundigen.
En ze is gevarieerder geworden tot in de programma’s van de televisie waar ze avond na avond het leven ‘bekent’ zoals dat was, is of zou moeten geweest zijn.

Morgen meer.


ZUINIG OP ZATERDAG

252202979_gmBJp-M

In een van zijn gastcolleges vroeg een vriend voorbeelden bij elkaar te brengen rondom het thema ‘ars erotica’.
Ik wil U de bijdragen onthouden, want het grootste gedeelte van deze collectie had eerder iets met ars pornografica te maken, of was aan de andere kant een samenraapsel van goed bedoelde onder- of overbelichte afbeeldingen waarin het samenvloeien der lichamen al dan niet geïdealiseerd of gebrutaliseerd door een over esthetisering machteloos was gemaakt en ze daardoor eerder als kalenderplaatjes dienstbaar waren.

Hij kocht dus een mengeling fruit en groenten en toog met deze verzameling naar zijn toehoorders.
De opdracht was: maak vormen en kleuren zichtbaar die je graag met je ogen of met je lichaam zou aanraken.

Wie zich deze zaterdag zou vervelen kan aan het werk.

161597421_yw6kf-M-1

Het ontbreekt ons in het Westen aan de ars erotica, ze -of wat ervoor moet doorgaan- is ingepalmd door de commerciële lijf- en lustencentra en nauwelijks de naam ‘ars’ waard.

We keren terug naar Michel Foucault die in zijn geschiedenis van de seksualiteit deze ars erotica toewijst (als procedure om de waarheid van de seks te produceren) aan tal van landen en streken zoals Griekenland, China, Japan, India, Rome, de Arabisch-Islamitische maatschappijen.

‘In de kunst van de erotiek wordt de waarheid ontleend aan de lust zelf, welke wordt opgevat als praktijk en vergaard in de vorm van ervaring; de lust wordt niet gezien in relatie tot een absolute wet die bepaalt wat toegestaan en verboden is, en ook niet naar de verwijzing naar een nuttigheidscriterium; maar de lust wordt allereerst en vooral in relatie met zichzelf gezien, hij is als lust te kennen, met andere woorden in zijn intensiteit, zijn specifieke hoedanigheid, zijn duur, en zijn uitstraling in lichaam en ziel.
Beter nog: dit weten moet succesievelijk weer terugvloeien in de seksuele praktijk zelf om haar als het ware van binnen uit te bewerken en haar uitwerkingen te vergroten.’

Het weten dat daaruit voortvloeit moet geheim blijven, niet omdat op die wijsheid de verdenking van schandelijkheid zou berusten maar vanwege de noodzaak daar tegenover een zo groot mogelijke terughoudendheid te betrachten, omdat het naar de traditie, zijn werkzaamheid en kracht zou verliezen als het algemenee verbreid zou raken. (zoals dat gebeurt in de technische standjes-publicaties en dito programma’ s.)

‘Fundamenteel is dus de verhouding tot de meester als degene die de geheimen bezit; alleen hij kan dat weten langs esoterische overdragen, na verloop van een initiatie waarin hij, uitgerust met een onfeilbaar weten en met een onverbiddelijke gestrengheid, de schreden van de leerling leidt.
De uitwerkingen van dit meesterschap, die heel wat weldadiger zijn dan de dorheid van zijn voorschriften doet vermoeden, moeten in degene die door hem werd verkozen, tot een verandering leiden: absolute beheersing van het lichaam, een ongeëvenaard genot, vergeten van tijd en grenzen, levenselixir, uitbanning van de dood en zijn dreiging.’ ‘p59-60)

In het Westen kennen wij zo’n ars erotica niet, maar wel een scientia sexualis , geuit via de bekentenis.

Laten we die scientia behandelen in de prozaïsche sfeer van de maandag.


HET OOGVERBLINDEND SCHITTEREN VAN DE PERVERSIES

kiss

Het meest gangbare idee over de negentiende eeuw is de stelling dat ze getracht heeft de seksualiteit tot het echtpaar te reduceren, ‘…tot het heteroseksuele paar dat zo mogelijk ook nog wettig is.’
…aldus Michel Foucault in zijn eerste deel van de geschiedenis van de seksualiteit.

Hij bestrijdt echter dat gangbare idee met verve:

‘Men zou evengoed kunnen zeggen dat zij de groepen met velerlei elementen en een circulerende seksualiteit zo niet bedacht, dan toch minstens heeft ingedeeld en heeft laten voortwoekeren: een verdeling van gehiërarchiseerde of tegengestelde machtspunten, “nagejaagde” genietingen – dat wil zeggen zowel begeerd als vervolgd; geparcelleerde seksualiteiten die werden geduld of aangemoedigd; een nabijheid die zich uitgeeft voor bewakingsmethode en als intensiveringsmechanisme werkt; inducerende contacten.’ (p48)

Zijn vraag of het 19de eeuwse gezin eigenlijk wel een monogame echtelijke cel zou zijn kan hij voor een deel positief beantwoorden, maar tegelijkertijd is het ‘een netwerk van lusten en machten die onderling in talrijke punten met elkaar verbonden zijn en veranderbare relaties onderhouden.’

dyn004_original_400_183_jpeg_20344_4240a1dbebee6a36187ad4dd6c3179c8

En daarbij denkt hij aan de scheiding tussen volwassenen en kinderen, uitgedrukt in de kamer van de ouders en de kinderkamer (in de loop van de eeuw canoniek geworden toen men begon met de bouw van arbeiderswoningen), de strenge instructies omtrent zuigelingenzorg, de aandacht voor de kinderlijke seksualiteit, de vermeende gevaren van masturbatie, het belang van de puberteit, de gewaardeerde en tevens geduchte aanwezigheid van bedienden, dat alles maakt het gezin tot een complex netwerk dat verzadigd is met velerlei fragmentarische als beweeglijke seksualiteiten.

dyn004_original_408_258_jpeg_20344_d5967f48e151a6643502c00363d50c10

‘Reduceert men deze tot de echtelijke relatie, met het risico haar in de vorm van een verboden begeerte op de kinderen te projecteren, dan gaat men voorbij aan dit dispositief, dat zich tegenover deze seksualiteiten minder als een verbodsprincipe opstelt dan als een mechanisme van prikkeling en vermeerdering.
De onderwijsinstellingen of de psychiatrische inrichtingen met hun talrijke bevolking, hun hiërarchie, hun ruimtelijke indelingen en hun systeem van toezicht, vormen naast het gezin een andere manier om het spel van de machten en lusten te regelen; maar ook zij vertonen regionen met een hoge seksuele verzadiging, met bevoorechte ruimten of riten zoals het klaslokaal, de slaapzaal, de visite of het spreekuur.
Hier worden de vormen van niet echtelijke, niet-heteroseksuele en niet-monogame seksualiteit aangetrokken en geïnstalleerd.’

En dan die intrigerende conclusie dat de 19de en wellicht ook de 21ste eeuw een maatschappij is waarin de perversies ‘oogverblindend schitteren’.
En niet bij wijze van hypocrisie, want ‘…niets was duidelijker en breedsprakeriger, niets werd openlijker door vertogen en instellingen voor hun rekening genomen.’

Ook niet omdat de maatschappij de seksualiteit streng wilde indammen en tegen wil en dank de perversies als een soort reactie zouden ‘uitbotten’, neen, deze macht heeft geen verbodskenmerken schrijft Foucault.

‘Ze stelt geen grenzen aan de seksualiteit, maar verlengt haar uiteeenlopende vormen door die langs eindeloze penetratielinies te achtervolgen. Ze sluit de seks niet uit, docht sluit haar op in het lichaam als een manier om de individuen te classificeren. {…} De moderne maatschappij is pervers, niet in weerwil van haar puritanisme of als weerslag van haar hypocrisie, maar ze is werkelijk en rechtstreeks pervers.’

0005

Foucault somt dan een aantal seksualiteiten op die het correlaat van scherp omlijnde machtsprocedures vormen:
-zij die optreden in de verschillende levensstadia
-zij die hun beslag krijgen in neigingen of praktijken
-zij die vanuit relaties voortkomen (pedagoog-pupil, enz.)
-zij die in allerlei ruimten ronddwalen (gevangenis, thuis, school)

En nogmaals benadrukt de auteur dat het niet gaat om een regulerende rol om slechts één type van seksualiteit te reproduceren, dienstig aan arbeidskracht en gezinsvorm), ‘maar dit polymorfe gedrag is werkelijk uit het lichaam van de mensen en zijn genietingen opgediept, of beter, men heeft ze erin laten stollen; zij zijn door talrijke machtsdispositieven opgeroepen, aan het licht gebracht, geïsoleerd, geïntensiveerd en geïncorporeerd.'<p>Misschien komt hij dan bijna zonder enige nadruk overigens tot een stelling die hij voorzichtig met een ‘misschien’ inleidt:

‘Het is mogelijk dat het Westen niet in staat is geweest om nieuwe genietingen te bedenken, en het staat vast dat het geen onbekende, oorspronkelijke ondeugden heeft ontdekt. Maar het heeft nieuwe regels vastgesteld voor het spel van de machten en de lusten: daarin heeft zich het verstarde gelaat van de perversies afgetekend.’

Geen nieuwe genietingen, en…het verstarde gelaat.
Je zou kunnen denken dat het machts- en lustspelletje tot verstarring leidt eigen aan een over classifiëring, maar even later klinkt het toch anders:

‘De inplanting van perversies is een middel-effect: door afzondering, intensivering en versterking van de perifere seksualiteiten vertakken en vermenigvuldigen de relaties tussen macht en seks, tussen macht en lust zich, brengen het lichaam in kaart en dringen door tot in de gedragingen.
En met het oprukken van de machten nemen de verstrooide seksulaiteiten vaste vorm aan en hechten zij zich aan een leeftijd, een plek, een neiging of aan een bepaald type praktijk.

dyn004_original_400_310_jpeg_20344_e4616d27384310541ba50d3bcd13fc5b

Een woekering van de seksualiteit door uitbreiding van de macht; een opvoering van de macht waarvoor elk van deze regionale seksualiteiten een oppervlak voor ingrijpen levert; vooral sedert de 19de eeuw wordt deze aaneenschakeling door talloze ecomomische voordelen gegarandeerd en versterkt, die dank zij de tussenkomst van de geneeskunde, de psychiatrie, de prostitutie en de pornografie zich zowel hebben aangesloten op deze analytische vermenigvuldiging van de lust als op de opvoering van de macht die hier toezicht op houdt.
Lust en macht heffen elkaar niet op, ze keren zich niet tegen elkaar, ze jagen elkaar na, overlappen en versterken elkaar.

Dat moderne industriële maatschapijen in toenemende mate een seksuele ondrukking zouden hebben ingeluid is dus een mythe.

‘We zijn niet alleen getuige van een zichtbare uitbarsting van de ketterse seksualiteiten, maar vooral – en dat is het punt waar het om gaat- van een dispositief dat sterk verschilt van de wet, ook al steunt het hier en daar op verbodsprocedures.’

We plaatsen dus de nodige vraagtekens bij die zogenaamde Victoriaanse preutsheid.
Nimmer immers bestonden er meer machtscentra, nimmer werd er openlijker en breedvoeriger belangstelling getoond, en nimmer waren er meer brandpunten waar de intensiteit van de lusten en de hardnekkigheid van de machten oplaaiden om zich verder te verspreiden.

De konsekwenties van deze wederzijdse beïnvloeding zadelen ons op met de allerlei vragen die heden ten dage nog steeds werkzaam zijn.

Het is vanuit die vragen en achtergronden dat we stapje voor stapje proberen hedendaagse opvattingen van macht en lust te onderzoeken.

De vragen zijn vaak belangrijker dan de
vermeende vlugge oplossingen.


MACHT EN MACHTELOOSHEID

dyn010_original_448_310_jpeg_20344_e5185dbe788423673db8fa6fdcc6a47b.2

In 1922 schrijft Gide in zijn Journal dat hij nooit gestemd heeft, en dat hij zich daar heel goed bij voelt.

‘Tous ces partis me font horreur, non plus à droite qu’ à gauche, je ne sens place pour ce que j’ ai de plus réel, de plus irréfutable en moi.’

Het zal inderdaad nog een hele tijd duren vooraleer een Franse politieke partij rekening houdt met het doen en laten van homoseksuelen.
Begrijpelijk ook omdat een politieke partij steeds haar macht vanuit een meerderheid moet halen, vanuit de grootste gemene deler, de vox populi, de publieke opinie, en zich dus zal indekken tegen alles wat haar “stemmen kan kosten”.
In die zin is een partij steeds bezig met “de mensen” en nooit met “de mens”.
Ik denk dat die gewaarwording ook voor de wortels van de anarchie als beweging blijft zorgen, een anarchie die zich in de kunst als in de politiek bijzonder weinig aantrok van seksuele minderheden.

Het “ons” gevoel moet voortdurend offers brengen aan de particularité die ieder van ons van “ons” onderscheidt.

Toch waarschuwt Michel Foucault ons voor het verkeerde denkbeeld alsof de 19de eeuw de afwijkende seksualiteiten zou onderdrukken.
In zijn geschiedenis van de seksualiteit vertrekt hij vanuit dat aanvaarde standpunt maar zijn conclusies gaan de andere kant op.

‘Deze nieuwe drijfjacht op de perifere vormen van seksualiteit brengt een ‘incorperatie van de perversies’ en een nieuwe ‘specificatie van de individuen’ met zich mee.
De sodomie van het oude burgerlijke of canonieke recht behoorde tot het type verboden handelingen; de bedrijver was slechts het rechtssubject ervan.
De homoseksueel van de negentiende eeuw is een persoon geworden, iemand met een verleden, een persoonlijke geschiedenis en kinderjaren, met een karakter en een levenswijze; tegelijk is hij iemand met een morfologie, een lichaamsbouw die de aandacht trekt, en wellicht met een geheimzinnige fysiologie. Niets van alles wat hij is, ontsnapt aan zijn seksualiteit. Zij is overal in hem aanwezig, ze ligt ten grondslag aan al zijn gedragingen, waarvan ze het arglistige en oneindig actieve beginsel is; ze staat schaamteloos op zijn gezicht en lichaam geschreven, want zij is een geheim dat zich altijd verraadt.’

Dat is een mooie mondvol die er vanuit gaat dat de eindeloze indelingen die de 19de eeuwse psychiatrie maakt hen uit ‘het typetje’ verlost en hen verheft tot “een soort”, aldus Foucault.

e8fd8-dyn003_original_599_709_jpeg_20344_98ff2dbcc6fc7b526db45429c0ed2a2f

Ik wil u de mooie opsomming niet onthouden:

‘De exhibitionisten van Lasègue, de fetisjisten van Binet, de zoöfielen en zooërasten van Krafft Ebing of de automonoseksualisten van Rohleder, en later de mixoscopofielen, gynecomasten, presbyofielen, sekso-esthetische homofielen en dysparaneutische vrouwen.

Al deze prachtige ketterse namen verwijzen naar een natuur die zich voldoende te buiten gaan om zich aan de wet te onttrekken maar die zich toch genoeg in acht nam om nog allerlei soorten te blijven produceren, zelfs daar waar geen indeling meer is.

Het gaat dus niet om een uitsluiting, zegt Foucault maar ‘om de specificering en regionale stolling van elk van hen. De bedoeling van hun uitzaaing is dat het werkelijke met hen bezaaid raakt en zij in het individu worden geïncorpereerd.’

Ja, dat klinkt mooi, en het wordt nog fraaier als hij aan die incorperatie ook de lust verbindt, het genot.
Want meer dan het oude verbod verlangt deze machtsuitoefening en aandachtige en vooral ‘nieuwsgierige’ aanwezigheid.

Ze gaat te werk volgens indringende onderzoeken en waarnemingen, middels vragen die bekentenissen afdwingen en vertrouwelijke mededelingen die het kader van een verhoor te buiten gaan.

De macht die de seksualiteit aldus voor haar rekening neemt, maakt aanstalten de lichamen lichtjes aan te raken: ze streelt met haar ogen; intensiveert er bepaalde regionen van; zij elektriseert hun oppervlak en dramatiseert de ogenblikken van verwarring. De macht pakt het seksuele lichaam om het middel beet.

Dat betekent enerzijds de vergroting van het onder toezicht staande domein maar…tevens een sensualisering van de macht en een winst aan genot.

Dit levert een tweeledig effect op: aan haar uitoefening ontleent de macht een prikkel; het toezicht wordt beloond met een aandoening die het bereik ervan vergroot.
De heftigheid van de bekentenis rakelt de nieuwsgierigheid van de vragensteller op; het aangeboorde genot vloeit terug naar dde macht die het omsingelt.

En zo komen lust en macht samen om de hoek kijken.

Macht die zich laat overweldigen door het genot waar ze jacht op maakt. En daar tegenover de macht die het genot vindt om zich te tonen, aanstoot te geven of weerstand te bieden.

Dat is een dieptezicht dat niet dadelijk doordringt, maar het legt de belangstelling voor de seksuele periferen uit, de lust van het ondervragen en de lust van het lezen in kranten en tijdschriften waaraan sommigen zich zouden hebben overgegeven.

De afstand tussen de ketters en recht-geaarden is minder groot dan we vermoedden.


VERZWIJGEN EN RAASKALLEN

7588056Cgx

Laten we terug bij Monique Nemer en haar boek Corydon Citoyen beginnen.
Haar laatste hoofdstuk heeft een sprekende titel:
Debout, les damnés de la terre’

‘André Gide n’ a cessé de le dire et redire, l’ importance qu’il donne à la “question sexuelle” ne signale ni une obsession, ni un dilemme dont seuls un dogme ou une théorie lui permettraient de sortir.’

Het gaat Gide eerder om de erkenning dat hij niet alleen met die geaardheid ‘gezegend’ is.
Daarom helpen persoonlijk gebonden oplossingen niet.

‘Il est absurde de prétendre que ces problèmes n’ importent qu’ à moi. {…} Ils meritent d’ inquiéter tous ceux qui s’ interessent à l’ avenir.’
(Journal p328 30 novembre 1931)

En die interesse is net ‘le contrat social’ van Rousseau: ‘la volonté générale doit partir de tous pour s’ appliquer à tous.

Donc pas de contrat social et pas de démocratie , sans cette égalité en citoyenneté – qui n’ empêche toutefois pas que “chaque individu puisse, comme homme, avoir une volonté particulière contraire ou dissemblable à la volonté générale qu’ il a comme citoyen.’

Rousseau dringt zelfs aan: er zijn geen twee klassen van mensen, het gaat om ALLE mensen, en dat is niet alleen une exigence de justice maar ook een garantie van een “administration juste et sûre.

En de kern van dat pact is ‘la claire expression des volontés particulières, aldus Rousseau en Monique Nemer, en ikzelf.

Nu was er bij het begin van de 20ste eeuw in Frankrijk al een soort ‘pact social’ wat de homosexuelen betreft, maar het was gesteund op een ‘non-dit’.
Vriendelijk verzoek uw “particularité’ te verzwijgen en te maskeren.

Er ontstaat dan een soort doen alsof we geen moeite hebben met hun bestaan.

‘Mais passer du pacte au contrat implique d’ abord, de sortir de l’ implicité, de faire circuler des mots, de la parole vriae, ICI ET MANTENANT, dans la Cité.
D’ investir par le verbe le champ indûment clôturé de la citoyenneté.’
, alsus Monique Nemer (p 252-253)

Een reactie van François Mauriac in het sterfjaar van Gide, 1951:

Il y a un Spartacus dans Gide. Il a été le chef des esclaves révoltés au centre même de l’ ordre romain.
Mais l’ heroïque Spartacus a été abattu, n’ ayant résisté que deux années; André Gide, lui {…} jette Corydon à la figure des bourgois, des pasteurs et des pr^tres, se glorifie dans son Journal de plus exploits qu’ il n’ en a fallu à Oscar Wilde pour connaître la sombre gloire du hard labour – et en échange de tant de provocations, obtient le prix Nobel.’

Maar Mauriac weet ook hoe dit parcours een voortdurend gewetens-gevecht is:

‘Voilà où Gide m’ apparaît grand: ce n’ est pas un penchant à l’ exhibitionisme sénile qui lui dicte, dans ses derniers “journaux”, d’ humilliants aveux; mais il tenait à témoigner devant le monde qu’ il avait commis ces mêmes actes pour lesquels d’ autres hommes sont encore condamnés et déshonorés.
(François Mauriac, La Victoire de Spartacus, La Table ronde, avril 1951.)

En schrijft Gide zelf, het is niet alleen een sociale kwestie, de sociale kwestie, dus een politieke, en eerder nog een moreel vraagstuk.

‘L’ homme est plus intéressant que les hommes; c ‘ est lui, et non pas eux, que dieu a fait à son image.’8802187PWG

Voor de kunstenaar de morele kwestie se pense au singulier, et dans un rapport vertical à une transcendance, elle s’ exonère du temps historique, et du contigent.

Je zou eenvoudig kunnen samenvatten dat de morele vraag aan het individu gebonden is en de historische tijd en localiteit overstijgt.

‘Tout ce qui n’ était que relatif (au temps, aux lieux, aux circonstances) nous paraissait indigne de l’ attention d’ un artiste.’

In feite, zegt Nemer, Gide n’ a pas vraiment la fibre politique, mais plutôt civique.

En wat daar de consequenties van zijn vertellen we volgende keer.
Het is een lange aanloop, maar er komt een tijd dat je te oud bent geworden om alleen maar kreten te slaken, en aldus…


EEN DEUR SLUITEN IS ALTIJD AL DE VOLGENDE OPENEN

 

dyn003_original_476_324_jpeg_20344_ce22778024a6189082eea42226767180.2

Woorden
geklemd tussen
een stenen engel
en het gefilterde licht
wonderlijke foto’s
van Henri Meunier.

Woorden hebben het koud
bij zoveel beeld.

dyn003_original_476_333_jpeg_20344_05553c0b3d050f891da14a6b82a7a145.2

Vandaag verlaten we dus Gide, Marc
La petite dame, Beth
Cathérine, en al diegenen
die zo dichtbij waren-hoop ik
en die je kunt terugvinden
in de talrijke geciteerde werken.

Ook de doden zijn nog bij ons,al lijkt het huis verlaten,de tijd van jong zijn lang voorbij.

Er is het panta rei
en het in de tijd zijn zoals Theilard de Chardin dat zegt.

We zijn niet tijdelijk, maar in de tijd.

Het duurt een tijdje eer je daar achter bent,en ik kan me voorstellen dat het tijdelijk zijn voor de nodige angsten en vluchtwegen zorgt.

dyn003_original_476_677_jpeg_20344_2d24b2972c98ebb61e98f777f5b2a832.2

Hoe je schrijver, vader, minnaar en sociale beweger kunt zijn.(wij zijn nu immers aan de vooravond van zijn Congo-reis waarna hij luid en duidelijk de misstanden daar zal aanklagen)

Hoe hij in Koksijde naar de kleine Catherine kijkt, en hij bewonderdend haar durf tegenover zoveel water zal verwoorden.

Hij doet dat met dezelfde blik die generaties na hem hebben gebruikt om naar kind of kleinkind te kijken, de zomers aan zee.

En Marc gaat zijn weg.
Hij zal inderdaad de weg van de film ingaan, en grote sterren ontdekken en prachtige filmen maken.
Hij sterft in 1973.
Gide krijgt de Nobelprijs in 1947 en zal in 1951 overlijden.

De decors lijken versleten nu de acteurs afwezig blijken te zijn, maar dat is slechts schijn.
De schoonheid huist tot in het verval, en je hebt telkens weer de herfst nodig wil je de volgende lente vol bloeikracht zien.

Er zijn natuurlijk de boeken, de prenten, de filmen, de foto’s.
Ik heb ze met ons leven trachten te verbinden.

Maar laten we nu terugkeren naar het boek van Nemer: Corydon citoyen.
En de vraag: zou Corydon in onze tijd al een burger mogen zijn, moet ik met een luid ‘NEEN’ beantwoorden.
Integendeel.
Maar hoe komt dat dan, wat is er gebeurd sinds Gide?
Het is een vraag met een een lang en complex antwoord.
Als mij de tijd wordt gegund probeer ik ze de volgende dagen beetje bij beetje te beantwoorden.


GROOTVADER, VADER EN DOCHTER

 

dyn005_original_476_294_jpeg_20344_d50d44c4e7d14d9161cdfe411a6a2086.2

Waarschijnlijk zoeken mannen la beauté op een verkeerde plaats, want ik denk dat de schoonheid van meisjes en vrouwen juist ligt in het hanteren van hun lichaam tegenover de buitenwereld.

dyn005_original_476_309_jpeg_20344_1582b68c3af44ae5bafaa38e8e9e9ca5.2

De statische schoonheid is de poupée de cire, maar de bewegende, de manier waarop ze schoenen aantrekken en ermee lopen, de innige relatie tussen hun kledij en hun lichaam, ik denk dat het meer in die richting te zoeken is, en dat mannen eerder sukkelachtig omgaan met die geheime relatie die het vrouwelijke met de aarde en het aardse heeft.

dyn005_original_476_336_jpeg_20344_0114088f52e2dd603e5de2ba138d2dc3.2

Panta rei, dat alles in beweging zetten en bewogen worden verbindt bijvoorbeeld de jongen met het vrouwelijke.
Stoerheid is statisch en daarom ook vaak lachwekkend.
Stoere bewegingen echter kunnen heel teder overkomen.

In de prachtige foto’s van Henri Meunier bewonder ik juist die relatie tussen innerlijkheid en de beweging van het meestal vrouwelijke wezen.

En met beweging bedoel ik niet alleen de lijfelijke, maar het zichtbaar maken van de innerlijkheid, ideeën en emoties in het portret.
Zonder die beweging zou je wel ‘vertederende’ beelden kunnen maken, maar dan missen ze net die diepgang, het ware geheim van het vrouwelijke, het bijna speels omgaan met eros, leven en tanatos.

En vanuit die beschouwingen denk ik ook dat André Gide in de kleine Catherine dat vrouwelijke dat hem zo eigen is ontdekt.

Toch weet hij vaak geen raad met zoveel raadsels die in het kleine wezen beetje bij beetje worden geopenbaard.

Maar goed dat jullie er zijn, zegt hij tegen Maria en Elisabeth, want ik zou met het jochie allerlei experimenten uithalen, bijvoorbeeld door haar phytine te geven om te kijken of ze niet plotsklaps zou beginnen spreken.
En bezorgd als hij is zegt hij als Catherine in haar kinderwagen op het terras slaapt:
‘Vous n’avez pas peur qu’on la vole? unse si gentille!’

En misschien hebben sommigen onder U al gevraagd, en Theo? Theo Van Rysselberghe, echtgenoot van La Petite Dame.

Misschien ook de tijd om even te wijzen op het gemeenschappelijke van het schilderwerk van Theo en de foto’s van Henri Meunier.

Staat Theo bovenaan het lijstje van mijn lievelingsschilders, dan is het vooral omdat in al zijn doeken het licht zo’n voorname plaats inneemt, zuiders licht dat je terugvindt in de foto’s van Meunier.

dyn005_original_304_458_jpeg_20344_3e029330c726c7ea7b256428784aadda.2

Als je naar het mooie schilderij van het zich wassende meisje kijkt, of je vergelijkt de foto’s van Henri’s vrouwelijke huisgenoten, dan is er meteen dat licht, de beweging van het innerlijke die samenvalt met de beweging van het licht.
Vitaliteit.

dyn005_original_419_278_jpeg_20344_7144e0dad58b28ecbf7be4d53151b7f8.2

‘Amelie se coiffe’ heet de foto hier boven, en ook hier die overvloed aan licht die bij het badende meisje interieur nog eens door het beeld in de spiegel wordt benadrukt.

Sinds de geboorte van Catherine heeft Theo Elisabeth niet teruggezien.
Tijdens het verblijf van La petite Dame in Parijs ontmoet hij haar in La Bastide in gezelschap van Suzanne Schlumberger.
Catherine is dan zes maanden.

Naar aanleiding van dat bezoek schrijft hij aan La Petite Dame:

‘C’est n’est pas la peine de dissimuler une paternité, qui se lit si clairement dans tous les traits de ce petit visage. Je n’avais que des soupçons, maintenant j’ai une certitude.’

Maria kan hem alleen maar bevestigend antwoorden.
Schilders hebben vaak diepe ogen.


VADER EN DOCHTER

 

dyn007_original_448_346_jpeg_20344_9a3a26f93cf89500901be31ac2793823.2

Tussen de mooie foto’s van prof, kunstenaar, fotograaf Henri MEUNIER citeer ik toch nog even La Petite Dame.

In de Folio-uitgave 4425: Maria Van Rysselberghe, Je ne sais si nous avons dit d’impérissables choses’, Une anthologie des Cahier de la Petite Dame, Editions Gallimard 2006, vind je niet het fragment dat ik gisteren aanhaalde, maar wel een mooi verslag van Gides eerste ontmoeting met baby Catherine.

Het verslag is wel een ‘weder-samenstelling’ want de cahiers van 1922-23 waren verloren gegaan en zijn later door Maria terug samengesteld.

dyn007_original_491_493_jpeg_20344_01ca2697e548c0c736d6616739776be0.2

‘Over de gelijkenis met Gide’

‘J’ avais noté qu’au moment de sa naissance, vagissante et mal défripée encore, elle ressemblait à son père d’une manière éclatante.
Ça avait quelque chose de pathétique, ce tout petit visage qui était comme la caricature du sien: même masque allongé, même nez long, charnu du bout, mêmes poches sous les yeux, et jusqu’aux mêmes rides, produites par la grimace des pleurs, sur une figure exceptionellement pâle.

Op het ogenblik van de geboorte was Gide in Marocco, en natuurlijk waren er dadelijk telegrammen heen en weer, vooral met Loup. (hartsvriendin van La petite Dame)

Het is Loup trouwens die aan Maria Gides reacties heeft beschreven.
Voor een jongen zou hij een goede opvoeder zijn geweest, maar hoe moest hij zich zijn houding tegenover een meisje voorstellen, vroeg hij zich af.

Maar, zegt Maria, il doit bien constater que, presque toujours, les événements dont il attendait le moins sont ceux dont, par la suite, il a eu le plus de satisfaction.
Que l’enfant soit si bien portante est une grande joie, une compensation.

dyn007_original_390_278_jpeg_20344_e97554d8ec3dd1e38263e5b1f26220d9.2

Als hij Catherine voor de eerste keer ziet, beschrijft Maria zijn reacties, zijn onmiddellijke verbondenheid met haar.

‘Tout ce qui passe autour de l’enfant l’intéresse: il assiste au bain, à la pesée, à l’emmaillotement;
il fait des remarques sur ses vêtements, essaye de petites expériences, agite une bougie devant ses yeux pour voir si elle peut la suivre.

Il croit déjà remarquer qu’elle est capable d’une certaine fixité d’attention, ce qui le ravit et à quoi il attache une grande importance.
Il promène doucement la main sur son crâne en disant:”Je voudrais tellement qu’elle soit inteliigente, et on est déjà si heureux qu’elle ait cinq doigts à chaque main!”

Un matin, penché sur Elisabeth qui donnait le sein à la petite, il fondait d’attendrissement en murmurant:
“J’ai souvent pensé qu’il importait beaucoup plus pour un garçon d’être original, peut-être que je me trompe?’

Het zal inderdaad een levenslange diepe vriendschap blijven.


VADER ONBEKEND

femme_enceinte

 

Beth is zwanger.
Alles ok bij de Gidiennes.

Niet alleen brengt het ene probleem het andere mee, maar ook succes is de stiefmoeder van een al dan niet gezegende kroost hindernissen.

Gide wil best zijn vaderschap erkennen: affronter la réaction publique ne lui fait pas peur.

Maar er is ook Madeleine, en hij weet dat hij haar diep zal kwetsen.
Nicolas -want het zal een jongen zijn- krijgt dus de naam van zijn moeder en zal als ‘né de père inconnu’ geregistreerd worden.

Wel zou Gide het kind erkennen mocht Madeleine sterven, iets wat in 1938 na Madeleines overlijden ook prompt zal gebeuren.

Nu mag de staat best tevreden zijn met ‘père inconnu’, de vrienden, de omgeving, de families zullen vragen stellen.
Het kind zal dus als een geadopteerd kind doorgaan, maar dan moet je nu de zwangerschap van de moeder zoveel mogelijk geheim houden.

dyn005_original_362_371_jpeg_20344_c4cb56ee555b9c55ecce77014496aba3.2

Whity zal dus voor La Bastide zorgen samen met haar vriendin Eunice Mc Leod.
Billard stelt de vraag of Madeleine ooit op de hoogte is geweest van dit kind.
Gide dacht van wel, maar het geheim blijft toch erg goed bewaard.

Dan is er het geld.
Vanaf de eerste zwangerschapverschijnselen bij Beth heeft hij haar belangrijke sommen ter beschikking gesteld.
Hij wil alles voorzien, ook de mogelijkheid dat hij plotseling zou overlijden.

Gelukkig is er een aparte rekening bij de NRF waarop een deel van zijn auteursrechten wordt gestort.

Zo zijn er de inkomsten van zijn roman Les Faux-Monnayeurs die een matig succes kent in Frankrijk maar verschillende uitgaves in het buitenland beleeft.

dyn005_original_347_486_jpeg_20344_57af9b2ce36938df79c9ce0f49bf80f8.2

Beth verblijft vier maanden in Rapallo aan de Italiaanse Riviera, meestal in gezelschap van haar moeder, of van Gide.
Daarna installeert ze zich in Annecy waar op 18 april 1923 …een dochter wordt geboren.

Gides teleurstelling is vlug verwerkt, want het kind lijkt sprekend op hem.
Dacht hij veilig te zijn omdat hij als homoseksueel niet voor dit vaderschap zou verantwoordelijk worden gesteld, nu is de gelijkenis zo treffend dat elke bezoeker toch met enig vraagteken omtrent de ‘père inconnu’ het pand zal verlaten.

dyn005_original_276_435_jpeg_20344_220caa0d7652f155ffc953e897761634.2

Zij zal ‘Catherine Van Rysselberghe’ heten, later Cathérine Gide, en door huwelijken zal ze weer andere namen toebedeeld krijgen.

Om van de emoties te bekomen installeren Elisabeth, haar dochtertje en moeder zich in Talloires aan het meer van Annecy.

Zo zien ze op 17 mei de boot aankomen waarop twee silhouettes dadelijk herkenbaar zijn: Gide en Marc.
Het is een mooi gebaar dat ze samen komen, maar Billard stelt zich toch nog de netelige vragen bij deze ontmoeting:

Mais comment oublier que, dans cette affaire, Catherine incarne pour Gide une sorte de triomphe et pour Marc un échec?

Maar rond de wieg van Catherine ontstaat er le constat d’une solidarité inébranlable.

In haar Cahiers schrijft La Petite Dame over dit verblijf.
De valiezen van Gide zitten vol cadeautjes en boeken.
Op een dag hebben Marc en Beth zich op het bed geïnstalleerd, rug tegen de muur, gewikkeld in een grote sjaal.
De avonden zijn koud, het hotel is niet verwarmd.
Gide in een zetel tegenover hen, zijn voeten tegen die van La Petite Dame.
Met luide stem leest hij stukken voor uit Theatre de Clara Gazul’ een door hem geliefkoosd werk van Merimée.

‘Contemplons un instant l’édifiant tableau de cette famille sereine, unie, qui, contre toutes les règles de la société, de la morale et du bon sens, édifie, selon les lois qu’elle s’est données son bonheur.’

Ik ga er even bijzitten, en luister en kijk…en zwijg.


DE PIJNLIJKE KANTJES VAN EEN DRIEHOEK

 

dyn003_original_586_389_jpeg_20344_cd6c05db92f5741703a50013e5bc49e7.2

Aankomen.
Tussen gisteren en vandaag.

dyn003_original_390_295_jpeg_20344_b861e030043ae3ce9517afae9bc017a3.2

Ik hou van deze pelgrimstochten die het verleden met nu weer verbinden, en misschien was ik er ook al toen Beth en Gide de cars Gaby namen om naar Toulon te reizen, zoals ik er in gedachten met de hedendaagse trein aankwam, niet om de roze flamingo’s te zien, maar om in de voetsporen te treden van zoveel mysterieus’ moois.

dyn003_original_448_350_jpeg_20344_09be8941d45e3d64278d2995305abca5.2

Er is blijkbaar ook geld te verdienen met herinneringen.
Vorige herfst werden de arcieven van Marc Allegret bij Drouot geveild.

Onderandere zevenhonderd brieven van André Gide waarvan 500 alleen aan Marc waren gericht.
Iets wat de hedendaagse auteur niet meer zo vlug zal overkomen tenzij hij zijn harde schijf met mails ter beschikking stelt.

Keren we dus maar terug naar de brief van Marc, brief die meldt dat de ‘eigenlijke’ brief toch nog een tijdje in Marcs bezit zal blijven.

Het is ook niet niets.
In Pontigny te horen krijgen, in aanwezigheid van de intimi, dat zijn beminde zwanger is van zijn beste vriend.
Terecht merkt Billard op dat een dergelijk gegeven inderdaad voor een drama van Bernstein of een vaudeville van Feydeau zou kunnen dienen.

Dat twee wezens die in zijn leven zoveel voor hem betekenen, achter zijn rug dit hebben ‘bekokstoofd’ om het oneerbiedig uit te drukken, dat komt toch wel als verraad op hem over.

Gide en Beth weten dat.
De karige briefwisseling tussen Marc en Gide bewijst dit standpunt.
‘Rien n’aurait troublé le climat, avant la fin juillet. Par contre, la disparition du courier, pendant les six mois qui précèdent l’événement, indique que c’est bien cette période qui a troubles et débats, période pendant laquelle a pu être évoquée, discutée, négociée, l’hypothèse d’une solution Gide, et obetenu l’accord, ou, au moins, la tolérance de Marc’
(Billard, p165)

dyn003_original_448_539_jpeg_20344_768991f68b7ee5da8a596f9ded3703da.2

Ik weet niet of die verdwenen brieven nu bij Drouot te koop worden aangeboden, ik vermoed dat ze ‘ten gepaste tijd’ naar minder publiekelijke plaatsen zijn overgebracht.

Maar keren we met Billard terug naar de toenmalige werkelijkheid.
Billard probeert in de huid van Beth te kruipen om die keuze(?) voor Gide als vader van haar kind te begrijpen.

Elisabeth is gehaast.
Ze is al 32.
Er is La Bastide, de plaats waar ze haar leven wil doorbrengen.
Ideaal gezien met Marc, maar de gewenste baby laat op zich wachten.
Ze kijkt dus uit naar een andere partner, maar ze wil Marc behouden.
Omdat Marc geen rivaal is voor Gide, integendeel, is zijn vaderschap niet onlogisch in Beths verlangens, want een liaison amoureuse tussen Beth en Gide slaat nergens op.

‘Mais le lein affectueux paternel ou fraternel, existe.
Ces trois personnens sont sufiisamment liées entre elles et suffissament affranchies des tabous pour se parler clairement.
Tous trois sont assez familiers avec le groupe Bloomsburry pour en apprécier la permissivité.
On ne peut comprendre, et on doit admettre, que Marc, fût-ce à contrecœur, ait renoncé à tout veto.’

En op de vraag of beide partners Marc en Beth wel kinderen konden krijgen, wijst Billard op het feit dat beiden twee kinderen hebben gehad, maar niet samen.

Wel ontwikkelt Billard een hypothese waarin hij de speciale affectie van Beth voor Gide mee verantwoordelijk maakt voor zijn vaderschap.

‘Gide comme Beth savent bien que la réussite de leur projet dépendra beaucoup de l’approche psychologique, du climat de leur rencontre, du nature de leur contact.’

En al zijn er nog enkele wrijvingen tussen Marc en Gide tijdens de laatste maanden van 1922, weldra herstelt hun relatie zich.
Was het niet een cliché, ik zou zeggen: ze komen er sterker uit.

‘Nulle ambiguïté dans les rapports entre les deux complices: Gide retourne à ses petits garçons; et Elisabeth, non pas escapade pardonnée, mais mission remplie, reprendra avec Marc une liaison, peut-être confortée par la capacité de celui-ci à surmonter l’épreuve, ou peut-être aussi écornée par cet incident de parcours.’

Billard houdt van de mensen, zoveel is zeker.


DROOM EN WERKELIJKHEID

 

dyn001_original_476_357_jpeg_20344_42ca0ba6a6b2cab5aa53e78b66593cd5.2

Billard stelt voor terug aan te knopen met de draad van de gebeurtenissen.
Een goed voorstel.

Het jaar 1922: ‘…l’évolution de la galaxie gidienne est plus tumultueuse que jamais.’

Gide trekt volgens oude gewoonte van hier naar daar.
De van Rysselberghe hebben “Le Lorrain” verkocht en La Petite Dame ‘sautille’ tussen de Villa, Saint Clair, Colpach en Brussel.
Elisabeth houdt zich met ‘La Bastide’ bezig, met uitstapjes naar Parijs, naar de Villa waar ook haar moeder huist en soms Marc die door zijn militair leven heel Europa moet doorkruisen en een post op het Ministerie voor Oorlog zal krijgen waar hij een meer sédentair leven kan leiden.

dyn001_original_476_634_jpeg_20344_a7782b4144e814e3305ddb760203e32b.2

Feit is dat Beth en Gide vaak onder hetzelfde dak verblijven, of in de Villa of in de Bastide, al dan niet in aanwezigheid van Marc.

In juni echter is Marc een ‘une semaine heureuse’ alleen met Beth in La Bastide.

In juli verblijft Gide in Poquerolles met de Martin du Gard’s.
Beth overtuigt haar moeder om hen te vergezellen, en als ze Poquerolles verlaten toont Beth haar het mooie kleine dorpje Pesquier dichtbij bij het strand van Huyères, ontdekt het jaar daarvoor samen met Gide die ze bij verrassing is komen bezoeken.

La Petite Dame keert terug naar La Bastide, en Beth maakt een mysterieuze omweg langs Saint-Clair en zal enkele dagen daarna opnieuw Gide ‘verrassen’.
Hij is in het Maritima hotel gelogeerd, langs het strand van Hyères “prend un ou deux bains par jour et vit tout nu sur la plage ou sur une petite terasse particulière.”

En Billard ziet voor zijn geestesoog dat bij dageraad van de 16de augustus 1922 Gide “retrouve avec Elisabeth la liberté qui favorise les dispositions amoureuses” et engendre, à sa grande surprise, “l’enfant d’Elisabeth” dont on a longtemps cru qu’il serait enfant de Marc.

dyn001_original_419_314_jpeg_20344_8fc0bf3ba76420362f8476f850298459.2

Dat zijn ongeveer alle gegevens die bekend zijn bij ‘l’annonciation’ faite à Pontigny, en daarmee kunnen we ook al dadelijk vermoeden wat niet geweten was.

Zo blijven er vragen bij wat er de zes eerste maanden van dat jaar 1922 is gebeurd.
In de Cahiers van La Petite Dame blijkt alles op toeval te berusten, une affectueuse complicité, quelques excercises érotiques qui ont produit par miracle l’enfant si longtemps rebelle aux appels répétés d’un couple cherchant à l’engendrer dans le plaisir et l’amour.

Terecht vraagt Billard zich of we in deze fabel moeten geloven.
Zo is de correspondentie tussen Marc en Gide vanaf 1917 erg constant gebleven, en met zorg gearchiveerd.
Natuurlijk zijn er brieven verdwenen, andere ‘mises en réserve’, maar je merkt een zekere continuïteit.

En plotseling van 2 december 1921 tot 11 juli 1922 geen enkele brief meer, noch van de ene noch van de andere kant.
Natuurlijk ze waren beiden veel in Parijs samen, maar Billard vermoedt hier toch een soort van ‘epuratie’ …destinée à occulter la période où les “esperances” ont changé du camp.

En ook de brieven van kort nadien zorgen voor enige ‘perplexité’.
Gide schrijft Marc dat hij gelukkig is op het strand van Hyères, maar alleen. Hij maakt zich ongerust omdat hij al twee weken geen nieuws van Marc heeft gekregen, en hij besluit:

‘…Si tu ne m’écris pas, c’est que tu as déjà trop de choses à me dire.’

Het antwoord van Marc is nog meer ‘troublante’:

‘Mon cher, J’ai reçu la carte d’Elisabeth au moment où ma main se dirigeait vers la fissure d’une boîte aux lettres pour y livrer une lettre adressée à Huyères. Cette lettre est restée en ma possession, et telle restera encore pendant un certain temps.’

Het leven schrijft zijn scenario’s beter dan de beste scenarist.


MES IN HET HART

 

dyn005_original_491_358_jpeg_20344_c677a65ca0da7fcb43905824fee77d57.2

Onnavolgbaar schetst Billard een vragende sfeer waarin hij waarschijnlijk op de gevoelens van de lezer wil vooruitlopen, maar ik wil U zijn vraagstelling niet onthouden:

‘Et l’opinion publique?
Vont-ils vivrent ensemble, ces deux parents dont l’un ne cesse de rebondir de ville en ville, de pays en pays, de livre en livre, de son épouse vièrge, cloîtrée dans son chateau normand, aux centaines de petits garçons, caressés dans des coins sombres, tandis que l’autre s’épanouit dans toutes les tâches de sa ferme, depuis l’élevagedes moutons jusqu’à la culture du vigne, sans oublier le crissement des vers à soie dans la magnanerie?’

dyn005_original_405_315_jpeg_20344_fdda549bf9a8b321e79ced7ae8eba8d8.2

Billard voorziet de publieke opinie van een kleurrijk decor, en blijkbaar gaan zijn gedachten eerder naar een buccolische satire dan de botheid van die publieke opinie onder ogen te zien.

‘Ce n’est là qu’une première salve d’interrogations que la nouvelle situation impose. Sauf que, parmi tous les amis et témoins,personne ne s’inquiète ni s’interroge! Personne ou presque…’

dyn005_original_297_173_jpeg_20344_5ee25e1a118516c7854797aa97461fe9.2

En die presque slaat op de vrouw op het kleine fotootje hierboven, Dorothy Bussy.
Gide was zich bewust dat Beths zwangeschap al de barricades uit de weg ruimde die hij tegen de verliefdheid van Dorothy had opgeworpen.

Zij zal deze ‘boodschap’ als een ware agressie ervaren, zegt Billard.
Gides strategie om haar hevige reactie te ontlopen bestaat erin dat hij haar ontmoet, even voor de deelnemers aan de Decade hun gemeenschappelijke maaltijd gebruiken.
Hij neemt haar mee naar de hall waar ieder nog even babbelt vooraleer aan tafel te gaan, en brengt haar dan het nieuws terwijl ze de trappen afdalen om zich bij het gezelschap te voegen.

Zij had altijd Gides terughoudendheid verdragen omdat ze wist dat hij de liefde niet wilde of kon bedrijven met vrouwen.
Ik schakel terug naar Billard:

‘Soudain, l’argument s’écroule: il peut le faire.’

Een mes in het hart was dat, zegt de auteur.
Zij is ontdaan, stelt vragen als: en ga je nu Marc vaarwel zeggen, denk je een toekomst met Elisabeth?

Ze stelt de vragen, maar krijgt geen antwoord.

Natuurlijk zegt Gide Marc geen vaarwel.
Natuurlijk gaat hij niet met Elisabeth samenleven.

‘Le scénario a dérapé mais sa philosophie demeure inchangée.’


CALYPSO EN ODYSSEUS

 

dyn010_original_319_499_jpeg_20344_de6a03480cfe397378c9f5c3004f29fa.2

We lopen een beetje vooruit op het Christelijke kerstfeest, maar de gelijkenis is te treffend om ze niet even te vermelden, al zal de boodschap hier gebracht worden na ‘de ontvangenis’ en gebruikt Billard liever het beeld van Calypso die de zwerver Odysseus in haar liefde gevangen houdt.

Acht maanden na ons laatste verhaal vinden we een deel van de Gidiennes terug in de abdij van Pontigny (Yonne): Marc, Beth, la Petite Dame, Loup, Dorothy, Bussy, Martin du Gard, Jean Schlumberger en Gide zelf.

In die abdij (dak ervan weg geblazen in een storm, verkocht in 1999 en sindsdien?) gaan elk jaar de ‘Décades de Pontigny’ door, een tiendaagse ontmoeting van intellectuelen en kunstenaars die rondom bepaalde onderwerpen debatteren.

dyn010_original_319_487_jpeg_20344_7d6d4ceb732a0348694fed2a18be2eeb.2

Op 22 augustus ’s morgens de dag voor de sluiting van de Décade verzamelt Elisabeth rondom zich: Gide, Marc, de petite dame, haar moeder dus, en haar meter Aline Mayerisch.
Twee ‘boodschappen’:

De eerste: zij is zwanger.
De tweede: de verwekker is André Gide.

Vijftig jaar na de gebeurtenis lezen we in les Cahiers de la Petite Dame

‘Ce qui arrive aujourd’hui est un désir d’autrefois..qu’il {Gide} avait cru sage d’abandonner, parce qu’il le croyait irréalisable, dont il s’était même complètement détourné au profit d’un autre espoir, auquel depuis il s’abandonne sans regret.{…}

Il commençait à s’inquiéter de devoir attendre si longtemps la venue de cet enfant, et m’ en parlait parfois.
Il trouvait que, pour la première fois, le sort semblait le narguer.
Détourné pour lui-même, il retrouva avec Elisabeth la liberté qui favorise les dispositions amoureuses, et c’est ainsi qu’un dimanche de juillet, au bord de la mer, dans la solitude matinal d’un beau jour, fut conçu l’enfant que nous attendions.’

Als tekst van een droog officieel communiqué kan dat tellen.
En inderdaad de vergelijking met de geboorte van het Jezuskind is niet ver te zoeken, of beter nog in deze agnostische kringen het beeld van Calypso..font, sur la plage d’Hyères, la nique à Poseidon! zoals Billard vermeldt.

En de reacties?
Madeleine Gide?
De familie?

Wordt wel degelijk vervolgd.