HET GEGIJZELDE GEZIN

dyn010_original_336_497_jpeg_20344_dffbe958e18b453ccf50a1a28766b53d

Een wat vreemde maar begrijpelijke stelling poneert Foucault als hij het heeft over het gezin als ‘broedplaats’ bij uitnemendheid van de seksualiteit, en dat het daarom vanaf zijn wordingsstonde ‘incestueus’ is.

‘Het is heel goed mogelijk dat in de maatschappijen waarin de aanverwantschapsdispositieven overheersen het incestverbod een functioneel onontbeerlijke regel is.
Maar in een maatschappij als de onze, waarin het gezin het actiefste brandpunt van de seksualiteit is en de geboden van de seksualiteit het gezin in stand houden en doen voortbestaan, neemt de incest om heel andere redenen en op een heel andere wijze een centrale plaats in.
Hier wordt de incest voortdurend opgewekt en afgeweerd, hij is een voorwerp van obsessie en aantrekking, een vervaarlijk geheim en een onontbeerlijk verbindingselement.

dyn010_original_466_337_jpeg_20344_a7dd30bec33dae9d4e712a20c427b375

Wanneer het Westen meer dan een eeuw lang zo’n hevige belangstelling voor het incestverbod aan de dag heeft gelegd en daarin nagenoeg eenstemmig een universeel maatschappelijk gegeven en een van de noodzakelijke doorgangspunt naar de cultuur heeft gezien, dan komt dat misschien omdat men er een middel in zag, niet om zich tegen het incestverlangen maar tegen de uitbreiding en de consequenties van het seksualiteitsdispositief dat men had opgesteld, te verdedigen.
Want naast de vele voordelen had dit dispositief het nadeel dat het de wetten en rechtsvormen van de aanverwantschap negeerde.’

dyn010_original_307_465_jpeg_20344_4b59e2cdc466a1487bf7a9b5265281b9

Een boeiende gedachte.
Door de grondregel naar voren te schuiven kon men ook de ‘zonderlinge’ effecten van het seksualiteitsdispositief (bijvoorbeeld de affectieve intensivering van de ruimte van het gezin) terug naar het aanverwantschapsdispositief trekken, waarmee dan ook het recht voor de nieuwe machtsmechanica zou zijn gered.

dyn010_original_484_333_jpeg_20344_5ac479b1ced2a840e9a5e67822a39889

‘Immers, de paradox van deze maatschappij, die sinds de achttiende eeuw zoveel aan het recht vreemde machtstechnologie├źn heeft bedacht, is dat zij de effecten en uitzaaiingen ervan ducht en deze in rechtsvormen poogt te hercoderen.
Als men aanneemt dat het incestverbod de drempel van iedere cultuur is, dan staat de seksualiteit sinds het begin der tijden in het teken van het recht.
De etnologie, die al zo lang ijverig aan de transculturele theorie van het incestverbod werkt, heeft het moderne seksualiteitsdispositief als geheel en de theoretische vertogen die het produceert, een grote dienst bewezen.’

Je zou het op deze manier kunnen ontcijferen als we de historiek sinds de achttiende eeuw onder de loep nemen.
Oorspronkelijk bevond het seksualiteitsdispositief zich in de marges van de gezinsinstellingen (zielzorg, pedagogie), maar gaat zich meer en meer op het gezin zelf concentreren.
Mogelijke gevaren van dit dispositief voor het aanverwantschapsdispositief worden door het gezin geabsorbeerd en er ontstaat een gereorganiseerd gezin, zeker als men op de functies let die het voorheen in het aanverwantschapsdispositief had.

De ouders, echtgenoten worden in het gezin de voornaamste actoren van het seksualiteitsdispositief dat buiten het gezin steunt op artsen, pedagogen en later psychiaters.
Nieuwe personages treden voor het voetlicht: de nerveuze vrouw, de frigide echtgenote, de onverschillige of door moordlustige obsessies gekwelde moeder, de impotente, sadistische of perverse echtgenoot, de hysterische of neurasthenische dochter, het vroegrijpe en al opgebrande kind, de jonge homoseksueel die niet wil trouwen of zijn vrouw verwaarloost.

Het zijn de mengfiguren van een ontspoorde aanverwantschap en abnormale seksualiteit.
Een dankbaar motief om het aanverwantschapsdispositief zijn aanspraken en rechten in de orde van de seksualiteit te doen gelden.

Zal vervolgen inderdaad.