INLEIDING TOT DE APHRODISIA (3)

gezicht

Mugje, breng als een snelle gezant een boodschap over aan Zenophila,
Neem plaats op haar oorschelp en zoem haar het volgende toe:
‘Slapeloos wacht hij op jou, maar jij vergeet je minnaar, en slaapt
‘Vooruit, vlieg op, muzenvriend, vlieg op.’
Zeg het haar zachtjes, maak haar bedgenoot niet wakker,
want anders wek je pijnlijke gevoelens van afgunst tegen mij.
Breng het meisje mee terug, hang ik jou een leeuwenhuid om,
mugje, en geef ik je een knots in je hand.

Meleager verzamelde in zijn krans (stefanos) 47 dichters, samengesteld rond 60 voor Christus.
Dit grappige epigram, het mugje, is een leuk voorbeeld hoe onder de versteende visie die wij meestal op de Oude Griekse cultuur hebben, er een heus mensengezicht verschijnt.

Dit beeld van een mugje met de uitrusting van Heracles duidt op het ‘grote werk’ dat het moet verrichten zoals Heracles zijn werken volbracht.
Bespottelijk, maar best te smaken.

dyn008_original_486_581_jpeg_20344_d8a9fbad5072ed622100add08a76ccd6

Maar anders dan wij gewoon zijn wordt bij de Grieken niet zo zeer gelet op zijn voorkeur voor een bepaalde vorm van seksueel genot, maar willen ze iemand karakteriseren dan is het van belang in zijn omgang met vrouwen en knapen, of hij van maat weet blijk te geven.

Het gaat niet om welke kant van de dubbelfluit iemand speelt om een wat oneerbiedige beeldspraak te gebruiken, maar hoe mooi en in de Griekse maat der dingen zijn muziek klinkt.

Zo dreef Agesilaus zijn ‘matigheid’ zo ver dat hij de jongeman van wie hij hield weigerde te kussen terwijl aan de andere kant van het spectrum Alcibiades of Arcesilas zich aan het genot overgaven dat bij beide seksen te vinden was.

In ‘de wetten’ echter stelt Plato heel duidelijk ‘de met de natuur overeenstemmende’ verhouding van die man en vrouw met het oog op de voortplanting verenigt tegenover ‘de tegennatuurlijke’ relatie van man met man en vrouw met vrouw.
Maar hoe uitgesproken deze tegenstelling ook is, Plato betrekt haar op het meer fundamentele onderscheid tussen zelfbeheersing en het gebrek daaraan.

Praktijken die tegen de natuur en het voorplantingsbeginsel ingaan worden niet verklaard als uitvloeisel van een abnormale natuur of een buitengewone vorm van begeerte, ze zijn enkel het gevolg van de mateloosheid, de ‘mateloze lust’ (akrateia hedones)

‘En als Plato in de Timaeus uiteenzet dat de ontucht niet als gevolg van een slechte wil van de ziel moet worden beschouwd, maar als een ziekte van het lichaam wordt deze kwaal als een grote buitensporigheid beschreven: in plaats van in het merg van het beendergestel opgesloten te blijven, zou het sperma daarbuiten zijn getreden en door heel het lichaam zijn gaan stromen.
Zo zou het individu het grootste gedeelte van zijn leven in krankzinnigheid doorbrengen wegens de hevigheid van zijn gevoelens en smarten.

Zo vinden we in het derde boek van de Nicomacheïsche Ethiek de opvatting terug dat de immoraliteit van de seksuele lusten steeds samenhangt met de overdrijving, overschot en overmaat.

Zo zegt Aristoteles dat misstappen wat de natuurlijke begeerte betreft steeds bij het ‘meer’ (to pleion) te zoeken zijn, terwijl de natuurlijke begeerte enkel bestaat uit het bevredigen van een behoefte.

Sommigen scheppen dus geen genot waar het zou moeten, zij gedragen zich ‘als de menigte’.
Zij scheppen genot in buitensporigheden. (huperballousi) en dat ‘te veel’ is laakbaar.

Het heeft er veel van weg dat de eerste scheidslijn die de morele waardering op het gebied van het seksuele gedrag markeert, niet vanuit de aard van de daad met haar mogelijke varianten wordt getrokken, maar vanuit de activiteit en haar kwantitatieve gradaties.

Intussen wel een weekend gewenst waarin de akrateia hedones mag onderdoen voor de talrijke mogelijkheden van de harmonische aphrodisia.