Met deze twee museumbeelden sluiten we weer aan bij de enkrateia, want elke strijd met de tegenstanders is uiteraard ook een strijdverhouding met zichzelf.

En of het motief het verzoenen is van tegenstellingen, of het voldoen aan de verwachtingen, de tegenstanders zijn meestal een deel van onszelf.

Lichaam en ziel die als twee werkelijkheden worden begrepen, van verschillende oorsprong, en waarvan het ene moet streven naar de bevrijding van het andere.
Is dat een doel?

Om de meer algemene stijl van deze ‘ascetiek’ te beschrijven moeten we ervan uitgaan dat de tegenstrever geen andere ontlogische vreemde macht voorstelt.

‘De principiële samenhang tussen de beweging van de vleselijke begeerte, in haar meest verraderlijke en verborgen vormen en de aanwezigheid van de Ander met zijn listen en bedriegelijke macht, zal een der wezentrekken van de christelijke ethiek van het vlees zijn.

dyn008_original_402_617_jpeg_20344_a5d28348f8c019747bdbf81857510406

In de ethiek van de aphrodisia spruiten de noodzaak en de moeilijkheid van de strijd juist voort uit het feit dat hij als steekspel met zichzelf verloopt: strijden tegen de begeerten en lusten is zich meten met zichzelf.’

dyn008_original_500_500_jpeg_20344_e0e73fa2e8941ef38de61ed5c6e5680c

Je moet je ‘gegeven rol’ (of wat je denkt je rol te zijn) inderdaad overstijgen, omdat zoals Plato in De Staat’ onderstreept dat je sterker of zwakker bent dan jezelf. (kreitton, hetton, heautou)

Want wie sterker dan zichzelf kan zijn kan alleen daarom al ook zwakker dan zichzelf zijn.
En in het begin van de wetten wordt duidelijk gesteld dat deze tegenstelling in onszelf de ethische houding van het individu ten opzichte van zijn begeerten en lusten moet structureren.
Als reden waarom er in elke staat leiding en wetten zijn, wordt gegeven dat zelfs in vredestijd alle staten met elkaar in oorlog zijn, en zegt Foucault, op dezelfde wijze moeten we begrijpen dat als ‘in het openbare leven iedereen de vijand is van iedereen’, in het private leven ‘iedereen de vijand van zichzelf’ is.
Zo is dan ook de overwinnig op zichzelf de grootste terwijl de ergste nederlaag erin bestaat door zichzelf verslagen te worden.

Het wil dus niet zeggen dat je GEEN gebruik zou mogen maken van je lusten en begeerten, het kom erop neer dat je dat niet meer dan nodig is doet, en als het onnodig is, niet.

Van hieruit wil ik dan vertrekken naar de benadering van deze praktijken in de Griekse knapenliefde, een onderwerp dat Foucault met de nodige veelkkantigheid benadert.