mixen maar (310)

789_ef5eaa61d3ce0c229ef6264d57fd29e1

Beste Abraham

Het blijft een moeilijke oefening: de kijkkast van de natuur zonder dat de kijker, de beschouwer er een plaats in vindt, terwijl hij van hetzelfde materiaal gemaakt is als de dingen die hij aanschouwt.

De meeste Roussiaanse kreten met “terug naar de natuur” maken diezelfde denkfout.
Wij denken dat de natuur BUITEN ons te bekijken of te bewonderen is, terwijl hij IN ons in hevige mate aanwezig is.

Je zou kunnen zeggen dat ons bewustzijn, of de mogelijkheid dit bewustzijn te hanteren ons in zekere zin onderscheidt van de andere natuurelementen, maar dan vertrekken we weer vanuit de mens als maatstaf terwijl we over menselijke emoties en ideeën handelen en weinig besef hebben van de werkelijke levensvormen waarin planten en dieren de tijd en hun omgeving beleven.

Zo zijn sommige ”beschermers” van de natuur “natuurder” dan de natuur, een eigenschap die over hetzelfde onbegrip spreekt als zij die het landschap aantasten of verwaarlozen.

Als bewoners van de planeet hebben wij blijkbaar onze gangen te gaan en het is een goede zaak dat die gangen zich op onze natuurlijke omgeving afstemmen zonder echter dat ze ons verstarren of terug naar de middeleeuwen projecteren.

Ik kan me heel goed jouw gevoel van “overbodigheid” voorstellen als je langs velden en bossen zwerft en je de tijd neemt om je van hun ware aanwezigheid te doordringen.
Zo lees ik met enige glimlach dat er ook een vreemdelingenprobleem bij bomen bestaat: niet streek gebonden bomen worden door zeloten uit het landschap verbannen, omgehakt of op de zwarte lijst gezet alsof de natuur een soort statische plaats is die naar “eeuwige” wetten luistert.
De sparren bijvoorbeeld werden in de 18de eeuw in de Ardennen geplant om de arme bevolking aan inkomsten te helpen. Dat is ook gelukt.
Nu zijn de sparren op de ware veengrond personae non grata, ze horen er niet.

De natuur is hier in de grote Amerikaanse steden net zo aanwezig als in de Europese grootsteden: vossen, merels, ja zelfs spechten hebben zich in de voorsteden genesteld, en aangepast, een eigenschap die ze met hun menselijke soortgenoten gemeen hebben.

Dat wij onze bewustzijnsvormen niet ten volle ontwikkelen en met verwoestende voeten door de natuur (en onszelf dus) stappen, is duidelijk.
Het is een moeilijk evenwicht: betaalbaar vlees op tafel (kijk naar de prachtige koeien) betaalbare vezels rond het lijf (kijk naar de schapen en bewonder de zijderupsen), klei voor bakstenen, hout uit de bossen, ertsen uit de mijnen, en eens we gezellig bij de dure haard zitten ontwikkelen we met gemak onze theorieën.

Ik heb ook wel eens zin om de aarde zonder de eigen soortgenoten te bedenken, wie niet?
Maar door een speling van het lot zeggen sommigen, door goddelijke bestemming beweren anderen, lopen wij nu eenmaal op dit minieme onderdeeltje van het heelal rond.
We laten krabbels en kleuren, muzieknoten en letters achter. Als verklaring?
Als poging tot rechtvaardiging, als wanhoopskreet, als pathologie, als opperste verbazing, als woede, als passie voor het levende?

Mixen maar.