in de donkerte (3) (297)

915_d45cc6b1e95dc4d32a7c8b7b6e51cc46

Het technische aspect van zoveel “donkerte” is niet zo eenvoudig als het lijkt.
Waarschijnlijk werkte Van der Neer zoals veel 17de eeuwse schilders met een dubbele grondlaag: eerst een roodbruine bestaande uit rode aarde in olie, en deze werd dan met een grijze laag bedekt meestal loodwit en wat zwart met mogelijk wat omber.
Nachtelijke effecten kon je verkrijgen door met lagen zwart, blauw en wit op een onderlaag oker te werken en die dan met de achterkant van het penseel of paletmes weg te halen zodat daardoor een zekere doorzichtigheid ontstond.

Waterpartijen zorgden dan voor de nodige weerkaatsing van het maanlicht zoals in dit doek zichtbaar werd.

Lieve zoon en psychiater, hoe lang is het geleden dat jullie een heus nachtelijk landschap hebben gezien?
De schoonheid van de maan, de schaduwen die deze koude moeder maakt, zijn van een onnavolgbare broosheid.
De fotograaf Abraham Rosenbaum, een neef van mijn goede vriend Baumgarten trok met mij door een nachtelijk bos, ver weg van de beschaving en toch dicht genoeg om bij morgenstond een goed onderkomen met stevig ontbijt te vinden.
Rosenbaum werkt aan een serie kleurenfoto’s waarin de vroege zomermorgen op een plat dak een variatie aan kleuren zichtbaar maakt.
Zijn eerste foto’s heb ik jullie al eens doorgestuurd, maar weldra is de serie volledig.
Ook hij is bezield door de schakeringen tussen het volledige donker en het felste zonnelicht. De miljoenen kleuren worden nu nog alleen waargenomen in wat een computerscherm zou duidelijk maken terwijl op geen twee meter van ons verwijderd ze aanwezig zijn in de steeds wisselende lichtinval tussen de vroege morgen en de late schemering.

Kijk naar de luchten op dit doek, en verlaat dan even je dagelijks doen.
Steek je hoofd even buiten, richting wolken of open hemel en geniet van de schakeringen.

Verlustig u vandaag in de “beschouwingen van de sieraaden en vreemdigheden” die in het licht verscholen zijn.


in de donkerte (2) (296)

771_50a598f90e2b8a9f619293254ba2f1dc

‘De morgen en avondstonden geven ons zoo zoete en wonderlijke schitteringen, zoo vele en verscheyde gedaanten, zo sierlijke, lieflijke en kragtige verwen; dat de Zon haar gouden hooft opbeurt, of in ’t peekel van de zee sinken laat, ’t menschelijk geslagt wonderlijk werd getrokken, om zig in de beschouwinge van haare sieraaden en vreemdigheden te verlustigen.’

Willem Beurs, in 17de eeuws traktaat over schildertechniek

En daarmee sluit ik weer aan bij de schilders van “het donker”, een traditie waarin onderandere de Nederlanders uitblonken, al is dat een slecht gekozen woord bij zoveel duisternis.

Reis de wereldmusea rond en zijn doeken zul je zowel in Rusland als in de States ontmoeten.
Ik bedoel het werk van de 17de eeuwse Aert van der Neer (1603-1677)

We weten dat hij een soort steward (hofmeester, majoor) was in Gorcum. Daar zou hij bij de heren van Arkel gewerkt hebben.
De twee broers van zijn vrouw waren schilders, en Aert begon aldus op latere leeftijd ook te penselen, vooral dan naar het voorbeeld van de schoonbroers.
Dat waren wintertaferelen, ijspret, kortom wat Hollands voor de hand lag.
Maar al vlug zocht hij zijn eigen onderwerpen, en dat werden de avond- en nachtscènes met erg atmosferische wolkenhemels.
Ik zei je al dat je bijna in alle grote musea deze nachten van van der Neer zult tegenkomen, maar blijkbaar brachten ze indertijd niet al te veel geld op want de schilder opent in Amsterdam in de Kalverstraat een taveerne “De Graeff van Hollant”.
Deze onderneming eindigde op een faillissement en zowel zijn schilderijen als de inboedel kwamen onder de hamer, maar waren blijkbaar niet voldoende om al de schulden te delgen.
Zo is hij terug aan ‘t schilderen gegaan en sterft hij berooid in zijn Amsterdamse woning in de Kerkstraat.

Hij kon dus meepraten over de nacht. De donkerte kroop tot in de uithoeken van zijn eigen bestaan, en het “verlustigen in de beschouwinge van ‘s mensen sieraaden en vreemdigheden” was hem niet gegeven.