poging tot nuance (313)

180_82799855f607a727ad5063beff39dec9

Beste Theodore

Hierbij stuur ik je een foto van Thomas Couture’s graf op Père Lachaise.
Bezoek het, en leg er in mijn naam een bloemetje bij.

Ik denk niet dat de heer Couture zo’n ondergeschoven kereltje was.
Hij kreeg al in 1837, 22 jaar oud, de prix de Rome, werd bedolven onder de opdrachten en wat ik in Manet’ s geschriften lees duidt ook niet onmiddellijk op een ruime geest, al is dat dan weer een interpretatie van een mogelijke (nodige) vadermoord.

Van de opdrachten die hij kreeg maakte hij er slechts ééntje af (in de Saint Eustache kerk) en die kreeg nogal wat kritiek.
Hij schreef een boek met zijn opvattingen over de schilderkunst, vertrok uit het drukke Parijs waar hij als elfjarig jongetje was aangekomen, en keerde terug naar zijn geboortestadje Senlis waar hij les gaf aan (later beroemde) jonge schilders.

Toen een uitgever hem vroeg om een autobiografie te schrijven antwoordde hij dat een biografie de verheerlijking van een persoonlijkheid was, en “persoonlijkheid is de gesel van deze tijd”.
Een schilder moest “onpersoonlijk” zijn, ten dienste van zijn onderwerp.
Hij had het waarschijnlijk ook over de nogal woelige levens van de heren artiesten die meer in de kroeg dan achter de schildersezel zaten.

In zijn Parijse jaren studeerden ook vele Amerikaanse schilders in Parijs, zoals de beroemde Sargent, en Peter Alexander Healy.
Deze laatste bleef Couture’ s trouwe vriend tot aan Thomas’ dood in 1879.

Yewell, een andere Amerikaan, leerling van Couture schrijft over hem:

“… “a small fat man in a brown woolen jacket,” sometimes getting “a blowing up” when a drawing didn’t please the master. “So I took a fresh canvas and began another.” The next day, “Couture said my new head of the trooper is better,” and a later entry: “Finished my study, which is my best head. Painted sky in my Trooper 5 or 6 times and scraped it out.”

In een Engelse kunststudie lees ik over Manet:

Thomas Couture taught Manet to love technique for its own sake. From Couture, Manet learned how to use outline expressively, how to obtain a lively effect with broken brushstrokes, and how to achieve strong lighting with a minimum of tones.

En dat hij niet wereldvreemd was, blijkt uit zijn beschrijving van de toen opkomende stoomlocomotief. (Ik heb alleen maar een Duitse vertaling van het fragment uit zijn boek “Methode et Entretien d’ Atelier (1867) )

“[…] diese seltsame, geheimnisvolle Kraft, die einen Vulkan in ihren Flanken birgt, dieses Monster mit bronzenem Panzer, mit feurigem Maul, das den Raum verschlingt, oder vielmehr diese Maschine gewordene Zivilisation, die alles zermalmt, was sich ihr entgegenstellt… Ich finde, um sie angemessenen wiederzugeben, braucht man größere Leinwände und stärkere Talente. Glauben Sie mir, die Lokomotive ist noch nicht dargestellt worden.”

En het zou dan ook niet lang meer duren of zijn leerling Manet zou in zijn Chemin de Fer (1871/72) de trein laten binnenrijden.

Of er trouwens enige ironie zit in deze uitspraak in een brief aan M. de Villemesse, weet ik niet:

J’ai l’amour-propre de me croire le seul artiste véritablement sérieux de notre époque (vous voyez que j’ai le courage de mes opinions).
lettre à M. de Villemessant, Figaro du 28 janvier 1857.

Ik hoop dat ik Thomas uit het één dimensionele hokje heb gehaald, al hebben we niet eens de tijd besproken waarin hij leefde.

In de winkel is het nog stil.
De schooltijd komt aangehijgd.
En de zon.

In de tuin gaat de wingerd verkleuren.