771_50a598f90e2b8a9f619293254ba2f1dc

‘De morgen en avondstonden geven ons zoo zoete en wonderlijke schitteringen, zoo vele en verscheyde gedaanten, zo sierlijke, lieflijke en kragtige verwen; dat de Zon haar gouden hooft opbeurt, of in ’t peekel van de zee sinken laat, ’t menschelijk geslagt wonderlijk werd getrokken, om zig in de beschouwinge van haare sieraaden en vreemdigheden te verlustigen.’

Willem Beurs, in 17de eeuws traktaat over schildertechniek

En daarmee sluit ik weer aan bij de schilders van “het donker”, een traditie waarin onderandere de Nederlanders uitblonken, al is dat een slecht gekozen woord bij zoveel duisternis.

Reis de wereldmusea rond en zijn doeken zul je zowel in Rusland als in de States ontmoeten.
Ik bedoel het werk van de 17de eeuwse Aert van der Neer (1603-1677)

We weten dat hij een soort steward (hofmeester, majoor) was in Gorcum. Daar zou hij bij de heren van Arkel gewerkt hebben.
De twee broers van zijn vrouw waren schilders, en Aert begon aldus op latere leeftijd ook te penselen, vooral dan naar het voorbeeld van de schoonbroers.
Dat waren wintertaferelen, ijspret, kortom wat Hollands voor de hand lag.
Maar al vlug zocht hij zijn eigen onderwerpen, en dat werden de avond- en nachtscènes met erg atmosferische wolkenhemels.
Ik zei je al dat je bijna in alle grote musea deze nachten van van der Neer zult tegenkomen, maar blijkbaar brachten ze indertijd niet al te veel geld op want de schilder opent in Amsterdam in de Kalverstraat een taveerne “De Graeff van Hollant”.
Deze onderneming eindigde op een faillissement en zowel zijn schilderijen als de inboedel kwamen onder de hamer, maar waren blijkbaar niet voldoende om al de schulden te delgen.
Zo is hij terug aan ‘t schilderen gegaan en sterft hij berooid in zijn Amsterdamse woning in de Kerkstraat.

Hij kon dus meepraten over de nacht. De donkerte kroop tot in de uithoeken van zijn eigen bestaan, en het “verlustigen in de beschouwinge van ‘s mensen sieraaden en vreemdigheden” was hem niet gegeven.