John Singer Sargent (11) (349)

085_697da522bd2425633b2822fbb448c832

In januari 1880 reist John Sargent naar Marokko, Tunesië en Algerije en hij schrijft van uit het hotel Central in Tangier aan zijn vriend Ben Castillo:

“Unchanging friend and dauntless correspondent it is very creditable of you to have written to me after such a long hiatus. But instead of cursing so malignantly why don’t you guess that I have been doing so much jog trotting on atrocious horses and mules that I can’t sit down to write, and that the temperature in these tropical regions is such that one’s fingers refuse to hold the pen. This is an exaggeration.”

Ik heb wel geen ezels en wilde paarden moeten berijden, maar een rit in de overvolle 2de klaswagen van de zo geroemde luxetrein Thallis naar Parijs is voor een langbenige niet dadelijk relaxerend.
Temidden van uit papieren zakken etende medepassagiers, broodjes verorberende studenten, gsm-mende luid pratende donkere medemensen en onrustig heen en weer lopende juffrouwen met breed zicht op navelland, is het niet makkelijk om je op het landschap te concentreren.
Er ontbraken alleen nog manden met kippen en Georgische gezangen en ik had me in een ver land gewaand waar het publieke leven zich gewoon in een treinwagon verder zet.

Parijs zelf is een bezette stad geworden.
Overal gewapende rijkswachters en militairen, om de haverklap een alarm in stations en metro’ s en naar ik verneem zijn er vandaag 7 Algerijnen opgepakt in de lichtstad en ook in Milaan, mensen die vermeende banden met Al Quaida zouden hebben.
Is het nu die angst waarin Europa zich moet wentelen die de bezoekers van de internationale beurs in de cercle du Louvre heeft weggehouden, en die mensen niet meer in kunst maar in petroleum doet investeren?

Temidden van de negentig beroemdste Europese kunsthuizen die er tentoonstelden, hoorden we vaak dat het “slechte” tijden zouden zijn.
Natuurlijk, “goede” tijden worden pas achteraf goed genoemd, en meestal beleven we het heden als een onzekerheid die we projecteren op de raadsels die pas door het tijdsverloop een oplossing kunnen krijgen.

Daarom dit schilderij van Sargent: A street in Algiers.
Het steegje is leeg.
Alleen het licht heerst er.
Waarschijnlijk is de straat 125 jaar later vrijwel onveranderd gebleven, maar de mensen die er nu wonen zijn verbonden met de wereld, en die wereld kreunt onder de bijna onverdraaglijke tegenstellingen.

Op de beurs was er inderdaad prachtige Oosterse kunst uit die landen en we zagen hoeveel het Westen te danken heeft aan dat verre en nabije Oosten.
Ik las een oproep in de Nouvelle Observateur van deze week:

“Quand finira-t-on par entendre la voix des démocrates et des laïques du monde musulman?
Quand réalisera-t-on la cruauté de leur condition, prise en tenaille entre la répression des gouvernements tyranniques de leur pays et les fatwas qui arment les assassins du facisme?
Pourquoi les chercheurs de liberté du monde musulman ne trouvent-ils pas sur leur chemin les intellectuels européens et americains qui avaient prodigué, il y a peu de temps encore, leur soutien aux dissidents de l’ Est?
Pourquoi oublie-t-on que l’ islam n ‘est pas seulement le nom d’ une réligion, mais d’ une civilisation, dont l’ oeuvre a contribué d’une manière marquante à la sécularisation de la raison?
Comment faire entendre qu’il existe dans ce monde des laïques et des démocrates qui ne sont ni des répliques d’ “Occidentaux”, ni les chantres d’une contre-utopie en miroir de l’ utopie totalitaire islamiste, mais des chercheurs de liberté, qu’ils croisent avec la révolution du citoyen?
C ‘est pour faire connaitre cette alternative qu’ avec le manifeste des Libertés (www.manifeste.org) nous appelons à une résistance intellectuelle et politique commune.
Je vous écris, non pour solliciter votre compassion, mais pour rappeler cette évidence quotidienne: de même que l’ Europe n’ est pas la seule affaire des Européens, l’ Islam n’ est pas la chose exclusive des musulmans.”

Fethi BENSLAMA
Vient de publier: Declaration d’ insoumission à l’ usage des musulmans et de ceux qui ne le sont pas”, editons Flammarion.

En met die oproep wacht ik ongeduldig op je verdere reisavonturen nu je weer langs Italië op weg bent, op zoek naar verloren tekeningen van Columbus’ zoon, zoals wij allen op zoek zijn naar die weerschijn van dat beetje verloren paradijs, onze utopie