John Singer Sargent (7) (345)

987_2ea3927548276eff0c5ff181c4b633b9

Aan dit werk, de oesterraapsters te Carcale, ging heel wat voorstudie-arbeid vooraf.
Kijk maar naar de schets van het jongetje op het schilderij hierbij.
Op het schilderij is zijn gezicht bedekt door de korf van de vrouw.
Zo werd van elk van de personages een voorstudie gemaakt in olie.


John Singer Sargent (6) (344)

964_e916bb0612f5dc6150b005c23d7a9f43

Toch koesterde Burne-Jones een grote achting voor John Sargent.
Niet zo zeer hun tegenstellingen waren het die hem aantrokken, maar een gevoel van vriendschap dat twee gecultiveerde esthetische geesten verbond.
Burne-Jones leerde pas op zijn twintigste via Rosetti de kunst kennen na een vrij miserabele jeugd terwijl John in Florence van kindsbeen af omringd was geweest door het decor van de Renaissance en werd aangemoedigd om te schilderen, piano te spelen (hij was een uitstekend pianist!) door een moeder die zelf niet onverdienstelijk schilderde.

Johns landschappen kwamen voort uit zijn eigen onmiddellijke waarneming terwijl Burne-Jones de wereld van transcendente symbolen en geïdealiseerde vormen gebruikte.
King Cophetua and the Beggar Maid stelt vragen over de sociale en economische orde terwijl Sargent geen moment twijfelde aan de correctheid van die orde, zoals Carter Ratcliff het zo mooi uitdrukt in zijn prachtige monografie over de schilder.

In de late 1870-tiger jaren was Burne Jones betrokken bij de pro-democratie en anti imperialistische politiek van Engelands liberale partij terwijl Sargent toen hij over het uitbreken van de eerste wereldoorlog hoorde dacht dat ze vooral paspoort-moeilijkheden zouden krijgen tijdens hun reizen.
Dat inzicht veranderde snel toen bij een bombardement een nichtje omkwam en in 1918 gaf hij zich als vrijwilliger op om als oorlogsschilder getuigenissen van het menselijk leed ter plekke te gaan uitwerken.

Ook het modernisme in het werk van Manet en Monet lag hem niet dadelijk.
Hij speelde in op hun stijl, gebruikte hun techniek, maar ging zijn eigen weg.
Al was de Sargent familie niet zeer rijk als je hun fortuin vergelijkt met de grote fortuinen van de Victoriaanse plutocratie, zijn pa en ma hadden genoeg geld om telkens in deftige onderkomens de tijd door te brengen op hun reizen door Italië, Frankrijk en Zwitserland.
Boeren en arbeiders in zijn werk hoorden bij de scenery.

De werkelijkheid was de werkelijkheid zoals je kunt zien in het prachtige doek “de oesterraapsters” (1878)
Het licht, het zand, het water, de wolken en de mensen, ze zijn één geheel en al lijkt het een momenteel ogenblik, de schoonheid van dit geheel overstijgt alle tijdsnotitie.

Er blijft plaats voor de kijker, en voor de eigen betrokkenheid bij de verschillende aspecten van het werk.


John Singer Sargent (5) (343)

832_d6dc38a66ad2208ecc190db4eb059a67

Henry James neemt Sargent mee naar Londen. Het jaar 1877.
Ze bezoeken een aantal ateliers en houden natuurlijk halt bij de leider van de Pre Raphaelites Broederschap, Edward Burne -Jones.
James noemt hem: “quite the lion of the occasion, at the head of the English painters of our day.”

Nu, zeven jaar later, 1884, bekijken ze Burne-Jones “King Cophetua and the Beggar Maid”, zijn laatste doek, naar een Elizabethaanse ballade, een tekst van Tennyson: de koning heeft zijn troon aan een bedelmeisje gegeven. Ze wil er wel opzitten, maar weigert zijn kroon.
(een mezzo tint ervan is in onze winkel te koop)

Her arms across her breast she laid;
She was more fair than words can say;
Barefooted came the beggar maid
Before the king Cophetua.
In robe and crown the king stept down,
To meet and greet her on her way;
‘It is no wonder,’ said the lords,
‘She is more beautiful than day.’

As shines the moon in clouded skies,
She in her poor attire was seen;
One praised her ankles, one her eyes,
One her dark hair and lovesome mien.
So sweet a face, such angel grace,
In all that land had never been.
Cophetua sware a royal oath:
‘This beggar maid shall be my queen!’

Burne-Jones is een merkwaardig beminnelijk man, leerling en vriend van Rosetti, liefhebber van oude legenden, nerveus, tot en met betrokken bij zijn werk.
Hijzelf vond Sargents werk te weinig afgewerkt, en dat wordt duidelijk als je zijn zin voor details bekijkt op dit doek, een zin die eigen was aan al de werken van de broederschap.
John Ruskin zei daarover:
“They are rejecting nothing, selecting nothingh, and scorning nothing”

Sargent bewonderde het schilderij van Burne-Jones maar liet het zijn eigen werk niet beïnvloeden.