964_e916bb0612f5dc6150b005c23d7a9f43

Toch koesterde Burne-Jones een grote achting voor John Sargent.
Niet zo zeer hun tegenstellingen waren het die hem aantrokken, maar een gevoel van vriendschap dat twee gecultiveerde esthetische geesten verbond.
Burne-Jones leerde pas op zijn twintigste via Rosetti de kunst kennen na een vrij miserabele jeugd terwijl John in Florence van kindsbeen af omringd was geweest door het decor van de Renaissance en werd aangemoedigd om te schilderen, piano te spelen (hij was een uitstekend pianist!) door een moeder die zelf niet onverdienstelijk schilderde.

Johns landschappen kwamen voort uit zijn eigen onmiddellijke waarneming terwijl Burne-Jones de wereld van transcendente symbolen en geïdealiseerde vormen gebruikte.
King Cophetua and the Beggar Maid stelt vragen over de sociale en economische orde terwijl Sargent geen moment twijfelde aan de correctheid van die orde, zoals Carter Ratcliff het zo mooi uitdrukt in zijn prachtige monografie over de schilder.

In de late 1870-tiger jaren was Burne Jones betrokken bij de pro-democratie en anti imperialistische politiek van Engelands liberale partij terwijl Sargent toen hij over het uitbreken van de eerste wereldoorlog hoorde dacht dat ze vooral paspoort-moeilijkheden zouden krijgen tijdens hun reizen.
Dat inzicht veranderde snel toen bij een bombardement een nichtje omkwam en in 1918 gaf hij zich als vrijwilliger op om als oorlogsschilder getuigenissen van het menselijk leed ter plekke te gaan uitwerken.

Ook het modernisme in het werk van Manet en Monet lag hem niet dadelijk.
Hij speelde in op hun stijl, gebruikte hun techniek, maar ging zijn eigen weg.
Al was de Sargent familie niet zeer rijk als je hun fortuin vergelijkt met de grote fortuinen van de Victoriaanse plutocratie, zijn pa en ma hadden genoeg geld om telkens in deftige onderkomens de tijd door te brengen op hun reizen door Italië, Frankrijk en Zwitserland.
Boeren en arbeiders in zijn werk hoorden bij de scenery.

De werkelijkheid was de werkelijkheid zoals je kunt zien in het prachtige doek “de oesterraapsters” (1878)
Het licht, het zand, het water, de wolken en de mensen, ze zijn één geheel en al lijkt het een momenteel ogenblik, de schoonheid van dit geheel overstijgt alle tijdsnotitie.

Er blijft plaats voor de kijker, en voor de eigen betrokkenheid bij de verschillende aspecten van het werk.