Reactie van een goede vriendin op mijn brief van eergisteren en gisteren:

Bij de baders, de man die in het bad gaat stappen ( zo kwetsbaar zoals je zegt, en da’s waar – maar ook ontroerend mooi beeld – op een of andere manier zeer herkenbaar )

Dat kleine afbeeldinkje. Wie is de schilder ?
Ik vind het ongelooflijk mooi.
En ook de Picasso van vandaag is niet alleen prachtig maar van Picasso (voor mij) compleet verrassend.

Water dat zuivert….inderdaad.
Ik herinner me een theatervoorstelling van Jan Fabre waarin de akteurs deganse tijd onder de douche gingen, zich zuiverden onder het stromend water,achter een douchegordijn , kunstvol verlicht , en weer paraat voor het bloeden, vuil.En wéér onder het water…. Ik weet niet meer hoe het stuk heette.Een onvergetelijk beeld nochtans !
Zo ook Aars ! het theaterstuk van Luk Perceval een bewerking van de Oresteia, gereduceerd tot een familiedrama, speelde zich toen (paar jaar geleden al) de volledige duur van het stuk in het water af.
Pregnantste enscenering die ik ooit van ‘onze’ Luk mocht zien en meemaken.

2046eb6e4692933f221aa238e1ed5ea5

De man in de badkamer.
Voor degenen die het zich niet herinneren, kijk hierboven.

Het is een schilderij uit 1884.
Vreemd schilderij, helemaal geen onderwerp voor de geldende impressionisten van die tijd.

Een mooi detail: het werd in 1888 in Brussel tentoontgesteld, en men sprak er schande over.
Het werk werd in een aparte zaal tentoon gesteld, kinderen niet toegelaten.

Kun je werkelijk vergeten geraken, ook al ben je een groot schilder?
Ja, dat kan.
Als je werk niet in de kunsthandel terechtkomt, dan verschijnt het ook niet in monografieën of boeken over een bepaalde tijd.

dyn004_original_409_512_jpeg__ca6855f1be5be328e31264ac20143ca5

Het lijkt of hij niet bestaan heeft, want hij ‘zondigde’ tegen een aantal principes van het schildersleven.

1. Hij was rijk.
Dat klinkt al een beetje verdacht.
2. Hij studeerde rechten.
Zullen we nog verder spreken?
3. Tijdens de Frans-Duitse oorlog werkte hij als een soort “navale architect”, iets dat Da Vinci hem al had voorgedaan, aldus?
4. Hij had een voorliefde voor Degas.
Not done.
5. Hij schilderde eigentijdse onderwerpen als straatzichten, ijzeren bruggen, treinstations, zodat hij best als ‘urban painter’ in de hedendaagse boeken kon, maar de impressionisten hadden het niet voor al die “moderniteiten”.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

In les Notes Parisiennes schrijft Emile Zola over hem in 1877:

“Enfin, je nommerai M. XX, un jeune peintre du plus beau courage et qui ne recule pas devant les sujets modernes grandeur nature.
Sa Rue de Paris par un temps de pluie montre des passants, surtout un monsieur et une dame au premier plan qui sont d’une belle vérité.
Lorsque son talent se sera un peu assoupli encore, M. XX sera certainement un des plus hardis du groupe”.

Le plus hardi is hij niet geworden.
Wel verzamelde hij alle grote collega’ s en schonk nog voor zijn voortijdige dood in 1894 (hij was toen 46) de hele collectie aan de Franse staat.
Zijn eigen werk hielden zijn broers achter, op eigen verzoek.
Schaars was het niet, we spreken van zo’n 450-500 doeken.
Het kwam dus niet in de geschiedenisboeken terecht, en hij werd al vlug de maecenas, de milde schenker, maar niemand scheen zich zijn eigen prachtig werk te herinneren.

Het mooie doek hierboven is één van zijn meesterwerken: Parijs (het nieuwe Parijs van Hausmann!) in de regen.

Pas in de jaren 1950-1970 kwam zijn werk beetje bij beetje op de markt.
Als in 1970 een grote overzichttentoonstelling van de Impressionisten wordt gehouden is hij er zeer aanwezig.
Zijn doeken vertienvoudigen in enkele jaren van waarde.

“Je donne à l’Etat les tableaux que je possède ; seulement, comme je veux que ce don soit accepté et le soit de telle façon que les tableaux n’aillent ni dans un grenier ni dans un musée de province, mais bien au Luxembourg et plus tard au Louvre, il est nécessaire que s’écoule un certain temps avant l’exécution de cette clause jusqu’à ce que le public, je ne dis pas comprenne, mais admette cette peinture. Ce temps peut-être de vingt ans au plus. En attendant mon frère Martial, et à son défaut un autre de mes héritiers, les conservera. Je prie Renoir d’être mon exécuteur testamentaire

Denk nu niet dat de Franse Staat dankbaar was!

Les académistes, conduits par Gérôme, tenteront d’empêcher l’entrée d’oeuvres impressionnistes constamment refusées au Salon dans le patrimoine artistique de la France.

Le Conseil d’Etat autorisera les Musées Nationaux, en 1896, à sélectionner les toiles dignes de figurer au musée du Luxembourg.
Vingt sept tableaux seront refusés. Sept pastels de Degas, huit Monet, six Renoir, sept Pissarro, cinq Sisley, deux Cézanne et deux XXX – joints au legs par Martial XXX après la mort de son frère – seront présentés dans une annexe du musée du Luxembourg en 1897.
L’exposition suscitera de violents remous et provoquera un scandale politique à l’instigation de Gérôme et dix-sept de ses collègues, membres de l’Institut. Le Sénat sera ainsi saisi de l’affaire.

Dus…verdween zijn werk weer uit het museum, en Frankrijk haalde opgelucht adem.

Laten we nu eindelijk zijn naam maar noemen GUSTAVE CAILLEBOTTE.
In het revolutiejaar 1848 geboren, erfde een fortuin op zijn 25ste, ging toch schilderen, was met alle toenmalige grote kunstenaars bekend en bevriend, kocht hun werk, verzamelde het beste van het beste en schonk in 1876 alles aan de Staat.
Van 1870 tot 1970 verdween hij.

En nu?
Bekijk zijn prachtig werk.

Toevallig liep ik langs de ijzeren Europabrug toen ik in september in Parijs was, en we logeerden vlakbij (ongeweten) zijn woning, 77, rue de Miromesnil.

Het lot kan mensen dicht bij elkaar brengen.
Datzelfde lot laat je ook weer verdwijnen.

Maar zijn werk begint nu volop te leven.
Wandel het nieuwe Parijs maar binnen op zijn prachtig doek hierboven, en kijk, kijk, en kijk.

Je bent thuis.