16824

 

Het anonieme, intussen lang voorbije kind bij zijn gehavend studiopaard, en net zo anoniem een ongewoon beeld van Tokio.

Meisjes met hun poppen, jongens bij het paard, en eeuwig stroomt het water.
Het zou een hedendaagse haiku kunnen zijn.

Dit ontsnappen aan een voorbestemde rol is misschien wel het hoofddoel van het korte bestaan.
Niet-zijn, non esse.
De krijtlijnen zijn inderdaad dik want met de afhankelijkheid krijg je ze met de moedermelk ingelepeld.
Voedsel en warmte verdoven meer dan één mens voor een lange tijd, de krijtlijnen zijn tenslotte nog zo mis niet, en wat zouden we beginnen zonder…enz. enz.

Terwijl het jongetje in de grote camera kijkt (1890-1900) moet de Russische-Japanse oorlog nog uitbreken (1904-05).
De Russische nederlaag zal mee de eerste grote schokgolf van 1905 in het tsarenrijk veroorzaken, en het westerse groeiende nationalisme verdeelt Europa in twee machtscentra die van augustus 1914 zullen blijven vechten, tot een flits aan de augusthemel in 1945 een einde maakt aan de 20-eeuwse dertigjarige oorlog.

dyn009_original_246_500_jpeg_20344_9b4045e906e3db23648a456bb6dc97b4

Maar het jongetje kijkt.
Weldra verliest het paard zijn strategische betekenis en jaren later ook zijn voor-trekkers rol in de land- en bosbouw.
En het water stroomt.
Onder Tokio door.
Ook na de grote aardbeving van 1923 zal het blijven stromen.

De anonimiteit van de druppels die het water het aanschijn van beekje, rivier, stroom en zee zullen geven, is haar kracht en haar onmacht.

Ik weet niet of het jongetje de grote oorlog overleefd heeft.
Hij zal in 1914 ongeveer 18 zijn.
Ik weet ook niet aan welke kant hij stond. Of lag.

De foto’ s van onszelf als anoniemen hebben me steeds aangetrokken.
Het massale en onbuigzame van de geschiedenis is telkens weer door diezelfde anoniemen in gang gezet, gestopt of van richting veranderd.
Het jongetje met zijn paard.
En de kleine rivier die onder Tokio stroomt.

We willen maar niet ophouden.
Vaak zetten we onze neus in de richting van de voorvaderen, want het ontbreekt ons aan moed of zelfvertrouwen om een eigen leven te leiden.

Toch hertekenen hier en daar enkelen de richting.
Althans dat proberen ze.
Druppels tegen de stroming in, tenslotte is een druppel geen zalm, maar wel de bedding waarin die moedige vissen weer terugkeren naar hun vertrekpunt.

Of is dat nu net de oerdrang waar we van moeten verlost worden?
De eeuw begint als beekje, zal een rivier van bloed worden en uitmonden in de bange stilte van het heden.

Het paard is weg, het jongetje dood, maar het riviertje stroomt nog altijd onder Tokio.