1.jpg

Terwijl de merels kunstzinniger fluiten dan de klanken die je via Klara ter ore komen (met uitzondering van de lente-sonate, een net zo klare benadering van het merelgezang in de vroege morgen) en de oude lente zijn best doet al op een serieuze zomer te lijken, wandelde ik rond de binnenvijver.  De zijkanten met hedera overwoekerd, in zijn schoot seizoenen naalden, bloemen en bladeren, terwijl de zon in alle hevigheid zijn oppervlak raakt en de onderliggende kleuren van vergaan -zeg maar rotting- de diepte suggeren, het drie-dimensionele.

2.jpgIn de omgekeerde blauwe lucht is er geen wolkje te bespeuren, maar de schaduwen van atlasceder, de blauwe regen en de ligusterboom projecteren het landschap op deze gistende spiegel.

Je ziet een gevel van het achterliggende appartements-gebouw, de dwarse stenen van het trapje naar het water, de stippen groen van de alles innemende klimop.

Je weet niet meer wat ver en dichtbij is, wat rechtstaat en in het water gespiegeld wordt.  Vernauw je je blik -kijken met bijna dichte ogen- dan ontstaat een nieuw landschap.  De zonnenvlek is een stuk schaap dat zich weldra aan het blauw van het water te goed zal doen.

3.jpgStap ik ietsje meer naar rechts dan is het schaap een wolk geworden:  wolk-in-het-water, lava uit de vulkaan, het broeiende.

Ietsje verder weerspiegelt de kruin van de ceder.  Dit is een andere heldere diepte. Het rijk van de stilte. Met diepe onderwater-tuinen (terug in Atlantis?)

Mocht je een schilder zijn dan zou deze mélange voor technische problemen zorgen.  Je kunt de weerspiegeling perfect suggeren, maar de filtering, de verschillende lagen bovenaan je schilderij, hoe moet ik dat diffuse aanbrengen?

4.jpgNog een beetje verder gegaan tot de dikke stam en de stevig verstrengelde takken van de blauwe regen een voorgrond worden die me met beide voeten op de aarde zetten.

Het diffuse krijgt de plastiek mee waarin in het verloop van zestig jaar twijgjes, takken werden, en takken tot een stam uitgroeiden, op zoek om zich te hechten, om daarna als steunpunt voor nieuwe vertakkingen te dienen.

Daarachter is het water goudbruin van de juni-zon, aangevuld met het mooiste groen eigen aan het nieuwe, of beter het her-nieuwende.

Ik heb een trage halve cirkel rond de binnenvijver getrokken.  Gekeken, het oog in de hand gehouden en enkele kijkstukken gemaakt die me op hun beurt weer een andere werkelijkheid toonden dan wat ik met mijn alledaagse ogen had gezien.

Wat echt was en wat schijn kan ik je niet duiden. Wellicht is schijn een camouflage van de werkelijkheid, kun je met verschillende soorten ogen kijken zoals je met verschillende materialen (verf, foto, rood krijt) weer andere schijngestalten van de werkelijkheid vast probeert te leggen. De merel fluit intussen de jonge maand juni vol, hoorbaar tot op mijn werkkamer waar ik de puzzel samenleg en naar jullie ogen ga verzenden.