792_8d7af574407160c3899ba7f54d8d6d94

Lieve Vriend Theodore,

Toen Nietzsche in een diepe depressie zat, kreeg hij van Richard Wagner de goede raad te trouwen of een opera te schrijven. Nu had de grote filosoof niet erg veel muzikaal talent want toen hij in 1872 een pianoduet had opgestuurd, zei de dirigent Hans von Bülow: dit is de meest buitensporige bizarre extravagantie, het meest ergerlijke en onmuzikaalste stel noten dat ik in lange tijd heb gezien.

“In ’s hemelsnaam trouw toch met een rijke vrouw!” riep de radeloze Wagner toen uit, en hij nam contact op met de arts van Nietzsche, Otto Eiser, en ze vroegen zich af of de slechte gezondheid van de filosoof wellicht te wijten was aan overmatig masturberen.(!)
De vrouw op wie Nietzsche echt verliefd was…ja dat was Cosima, Wagners eigen vrouw.
Dat heeft hij lange tijd kunnen verbergen onder de mantel van de vriendschap, maar toen hij ouder werd kreeg ze van hem in 1899 een prentkaart met daarop: “Ariadne, ik hou van je.” en hij ondertekende met ‘Dionysius’.
Rond die tijd schreef hij aan een vriend:” jullie hebben samen een nest (zijn vriend en zijn vrouw), ik heb hoogstens een “hol”. Het sporadisch contact met mensen is als een vakantie, een bevrijding van “mezelf”.”

Je hoort me komen, waarde Silverstein: op je paardenmolen (het is een mooi vers geef ik toe) draai je steeds maar naar het onbereikbare waar je inderdaad nooit aankomt.
Ik begrijp de regen best als de diepe droefheid waarin je ziel blijkbaar verkeert, maar om met onze vertrouwde Nietzsche te spreken: “Het is ons lot intellectuele kluizenaars te zijn en maar af en toe een gesprek met een gelijkgestemde te hebben
Kom dus te voorschijn en laat ons tot diep in de nacht praten bij een lekkere maaltijd.

Je zielsgenoot Dumortier.

(met dank aan Alain de Botton)