als in een spiegel (35)

190_ccbf46df794ca63c590c20c80fbb0a66

Beste Theodore

Op reis naar de hoop moeten we altijd langs de donkere valleien van de wanhoop. Wie deze valleien niet kent, zal ook nooit weten wat werkelijke hoop is, deze vergeten zuster van de veel besproken liefde.
Onvindbaar zijn is één van de meest afschuwelijke gevoelens die ons kunnen overvallen.
Maar in het gevonden worden is dit gevoel net zo noodzakelijk als de wanhoop op zoek naar de hoop.

Ik stuur je hierbij een mooie prent van twee jongens. De ene heeft de brandende fakkel vast, de andere de uitgedoofde. Maar ze zijn met elkaar verbonden. Licht en duisternis, geest en lijf, we hebben altijd met deze tweelingen te doen.
Al raad ik je nu aan de citaten terzijde te laten en je eigen woorden te gebruiken om je verloren zijn en je drang om gevonden te worden uit te drukken, toch wil ik nog even je Montaigne citeren:

“Zouden we het niet zo kunnen stellen, dat er tijdens deze aardse gevangenschap niets in ons is dat louter geestelijk of louter lichamelijk is, dat we er verkeerd aan doen de levende mens in stukken te scheuren.”

Het woord “heel-meester” krijgt nu ook een duidelijke betekenis, maar ik denk dat je alleen je eigen heelmeester kunt zijn, ontken dus niet wie je bent, al vraagt dat veel moed ten aanzien van al de anderen die je alleen maar naar hun beeld en inzicht willen ervaren.

Laat de nacht je verzachten, beste Theodore. Laster is als een wesp. Hoe meer je ernaar zwaait, hoe erger haar aanvallen worden. Ofwel mep je ze neer ofwel hou je je stil.
De valse tijd verdraait onze levens tot wanstaltige figuren alsof we onszelf in een spiegelpaleis op de kermis bekijken.
Maar het licht brandt en het is nacht tegelijkertijd.
Dat lijkt een verschrikkelijke gedachte, maar ze is niet te ontwijken.

Je vriend en psychiater, G. Dumortier.


onvindbaar (34)

599_a84d997be2f6b4877267546d681c64f9

Beste Psych,

Beter dan ik eigen woorden kan gebruiken, stuur ik je het wonderlijke vers van Ida Gerhardt.

FORLORN

Ik kan niet vinden waar gij zijt.
Langs uw gelaat gaat noodweer aan;
de bittere branding zie ik slaan,
met zilt dat in de ogen bijt.
Ik kan niet vinden waar gij zijt,
noch waar ik zelf ben in mijn pijn.
O onmacht van dit samenzijn,
verholen riffen, blind ravijn
en dieplood van het zelfverwijt-
Ik kan niet vinden waar gij zijt.

(uit De Hovenier, Het kengetal)

Beste Psych, laat me verder zoeken in de stilte van de januarimaand die rechtkruipt onder de last van kerstbomen en verwaaid pakjespapier.
Je woorden over het reisinktpotje vond ik erg troostend.
Ik wik en weeg ze dus, al is het niet met de superioriteit van Ida, ik doe mijn best.

Je Theodore


een mooi reis-inktpotje (33)

 

037_cf2db64cd6b6aec207084e39ee863889Waarde Theodore,

Nu en dan schenk ik aan mezelf iets dat moois of nutteloos is maar dat een bron kan zijn van nieuwe overdenkingen.
Toen ik op http://www.timelescollection.be, jouw winkel, rondkeek, vond ik het hierbij afgebeelde reisinktpotje.
Het is een miniem klein inktpotje, stevig door messing en leder omgeven, met een hechte sluiting zodat de inkt veilig bewaard bleef tijdens de reizen op de hobbelige Engelse wegen uit de 19de eeuw.

Nu klappen we onze draadloze laptop open en seinen we allerlei meestal overbodige berichten de wereld rond, bijna zonder nadenken, zo maar uit de psychische maag gebraakt, of we laten onze woede of kinderachtige vondsten verschijnen aan alle andere zielen die dezelfde apparatuur bezitten en wat graag deelgenoot worden aan onze “zieleroerselen”, zoals ik momenteel dus ook doe. (want meestal denken we dat wij wijzer zijn dan het gemeen, beter dan de rest, wat die ook moge voorstellen.)
Laat je een wind dan verschijnt dat ’s avonds op het nieuws als die wind kan gebruikt worden om de opwarming van de planeet of de verderfelijke invloed van een of ander product te duiden.
In minder dan één minuut lichten we de bevolking in van een of ander onheil, een sociale onrechtvaardigheid, of een serie smeuïge gebeurtenissen uit het verre of nabije verleden.

Ik keer terug naar je mooi reis-inktpotje.
Ik stel me de gebruiker (ster) voor in een afgelegen dorp of stadje. Als hij al een kaars vindt ’s avonds en enkele vellen papier, zie je hem of haar zitten denken hoe hij zijn gedachten en emoties zal neerschrijven. Hij wikt en weegt zijn woorden, draait in zijn gedachten nog eens andersom, laat het overbodige weg, herleest zijn kladje en schrapt voortdurend voor hij aan zijn definitieve brief of tekst begint.

When most I wink, then do mine eyes best see,
For all the day they view things unrespected;
But when I sleep, in dreams, they look on thee,
And darkly bright are bright in dark directed.

En dat is een fragment uit het 43ste sonnet van William Shakespeare dat zo maar in me opkwam en dat ik met het nodige respect aan je doorgeef.
Hij knikt. Ik weet niet of hij aan een mannelijke of vrouwelijke geliefde denkt, het doet er ook niet toe, maar ik denk dat hij tevreden was toen hij deze regels overlas en hij het inktpotje weer sloot terwijl hij traagjes de veer neerlegde en aan hem of haar ging verder denken in zijn dromen.

All days are nights to see till I see thee,
And nights bright days when dreams do show thee me.

Laat dat vertraagde denken je troost zijn.Het inktpotje laat ik aan andere kopers die het kunnen koesteren als ze te vlug woorden willen kramen, of te snel willen oordelen.
Doe nu en dan je deurtje open, waarde Silverstein, adem diep. De dagen zijn nog donker en februari ligt nog als een ijspin voor de lentepoort, maar de eksters in de tuin zijn al met hun nesten bezig.

Je liefhebbende Psychiater, Dumortier G.