190_ccbf46df794ca63c590c20c80fbb0a66

Beste Theodore

Op reis naar de hoop moeten we altijd langs de donkere valleien van de wanhoop. Wie deze valleien niet kent, zal ook nooit weten wat werkelijke hoop is, deze vergeten zuster van de veel besproken liefde.
Onvindbaar zijn is één van de meest afschuwelijke gevoelens die ons kunnen overvallen.
Maar in het gevonden worden is dit gevoel net zo noodzakelijk als de wanhoop op zoek naar de hoop.

Ik stuur je hierbij een mooie prent van twee jongens. De ene heeft de brandende fakkel vast, de andere de uitgedoofde. Maar ze zijn met elkaar verbonden. Licht en duisternis, geest en lijf, we hebben altijd met deze tweelingen te doen.
Al raad ik je nu aan de citaten terzijde te laten en je eigen woorden te gebruiken om je verloren zijn en je drang om gevonden te worden uit te drukken, toch wil ik nog even je Montaigne citeren:

“Zouden we het niet zo kunnen stellen, dat er tijdens deze aardse gevangenschap niets in ons is dat louter geestelijk of louter lichamelijk is, dat we er verkeerd aan doen de levende mens in stukken te scheuren.”

Het woord “heel-meester” krijgt nu ook een duidelijke betekenis, maar ik denk dat je alleen je eigen heelmeester kunt zijn, ontken dus niet wie je bent, al vraagt dat veel moed ten aanzien van al de anderen die je alleen maar naar hun beeld en inzicht willen ervaren.

Laat de nacht je verzachten, beste Theodore. Laster is als een wesp. Hoe meer je ernaar zwaait, hoe erger haar aanvallen worden. Ofwel mep je ze neer ofwel hou je je stil.
De valse tijd verdraait onze levens tot wanstaltige figuren alsof we onszelf in een spiegelpaleis op de kermis bekijken.
Maar het licht brandt en het is nacht tegelijkertijd.
Dat lijkt een verschrikkelijke gedachte, maar ze is niet te ontwijken.

Je vriend en psychiater, G. Dumortier.