071_af253c9dddc473199d4b3a2d81b0df83

Waarde Heer Dumortier,

Het stadje heet nu “Bracht-am-Niederrhein”, maar toen Hendrick Goltzius er leefde droeg het Mülbracht als naam.
Ik stuur je van zijn reeds lang vervlogen hand (hij was onder de levenden van 1558-1617) een prachtige krijttekening: “aap aan ketting”.

Als dorstige en eerder beperkte geest laaf ik mij graag aan de meesters van het doen en denken. Er is geen groter troost denkbaar dan in mijn virtueel museum rond te lopen en aandachtig te kijken of te luisteren naar de sporen die zij hebben nagelaten.
In verschillende kleuren krijt geeft de schilder hier het aapje weer. Hij maakte ze rond 1597, nadat hij in 1590-91 een reis door Italië had gemaakt.
Met zijn linkerhand peutert het aapje aan het slot: het is duidelijk dat hij liefst van die ketting verlost wil zijn.
We hebben allemaal zo’n ketting waarmee we aan onszelf vasthangen. Dat is geen benauwend idee, je zou eerder denken dat het ons mild zou stemmen tegenover onze lotgenoten. Maar niets is minder waar. Liefst zou je de anderen voortdurend nog meer willen ketenen want zij, en zij alleen zijn de schuld van jouw gevangenschap.

Deze primitieve wreedheid maakt me banger dan ik kan uitdrukken.
Ons tekort aan zelf-analyse, ons talent voor zelf-bedrog, snoert de ketting nog vaster.

Ik kijk dus aandachtig en probeer geduldig mijn eigen ketting losser te maken terwijl ik in mijn gemoed de deernis voor al de andere kettingen als voornaamste motief tot begrip en vergeving neem, zelf nederig om hetzelfde vragend.

Terwijl ik in al mijn beperktheid en kleinheid zichtbaar wordt voor mezelf, zet ik tegelijkertijd de eerste stappen naar de bevrijdende onzichtbaarheid: de ketting zal ooit lossen, en de diepe bossen zullen ons ontvangen terwijl onze kreten zich met elkaar vermengen.

Uw medegeketende, Theodore Silverstein.