433_9c782b6513582398e1f6e92145552e9d

P. C. Boutens

Liefdesuur

Hoe laat is ’t aan de tijd?
Het is de blanke dageraad.
De diepe wei waarin geen maaier gaat
staat van bedauwde bloemen wit en geel.
De zilvren stroom leidt als een zuivre straat
weg in het nevellicht azuur;
en morgens zingend hart, de leeuwrik, slaat
uit zijn verdwaasde keel
wijsheid die geen betracht en elk verstaat,
vreugd zonder maat,
vreugd zonder duur…
Hoe laat is ’t aan de tijd?
’t Is liefdesuur.

Hoe laat is ’t aan de tijd?
De zon genaakt de middagstee:
In diepte van doorgloede luchtezee
smoort de akker onder ’t bare goud;
de vonken sikkel snerpt door ’t droge graan;
de schaduw krimpt terug in ’t hout;
in hemel en in waterbaan
geen wolken gaan,
alleen de wit door-zichte maan
blijft louter in het blauwe hemelvuur…
Hoe laat is ’t aan de tijd?
’t Is liefdesuur.

Hoe laat is ’t aan de tijd?
’t Is de avond: in zijn rosse goud
wordt schoon en oud
der wereld dagehel gezicht;
snel aan de hemel valt het water van het licht;
en al de windestemmen komen vrij;
de laatste wagen wankelt naar de schuur;
de doden wenken aan de duistre oostermuur;
en boven glansbelopen
westerse schans in groene hemelwei
straalt Venus’ gouden aster open
zo plotseling en puur…
Hoe laat is ’t aan de tijd?
’t Is liefdesuur.