355_caf179b85587b09d31f1fc992ef979ad

Michelangelo Il Giovane, de grootneef van de grote Michelangelo (Michelagniolo di Lodovico Buonarotti-Simoni) begon al onmiddellijk na de dood van zijn illustere groot-oom een editie van diens poëzie te publiceren waarin alle mannelijke voornaamwoorden door vrouwelijke werden vervangen, een editie die het 250 jaar zou blijven doen.

Zo zijn brieven aan twee andere jonge vrienden, Febo en Cecchino, nog steeds uit de editie “Letters” verwijderd.
Pas in 1960 werden 50 treurgedichten voor de jong gestorven Cecchino (hij was bijna 14 toen hij in 1644 plotseling stierf) naar het Engels vertaald.

Het enige afgewerkte getekende portret van Michelangelo’ s hand is dat van zijn vriend en beminde Andrea Quaratesi, toen bijna 18. Het is in zwart krijt uitgevoerd en toont de beminde jongen in al zijn schoonheid, en maakt het genie van de meester duidelijker dan ooit.
Michelangelo leefde een tijdje bij de familie Quaratesi en op een briefkantje vinden we een uitspraak van de jonge man: “ik zou op handen en voeten kruipen om bij jou te zijn.(1532)
Op de rugzijde van een andere brief aan Andrea schrijft hij over zichzelf: ik ben door Cupido’ s pijlen geraakt.

Eén van zijn jongere modellen en vriend, Febo do Poggio, noemt hij in een brief: kleine chanteur, want al noemde Febio hem “mijn waarde vader”, constant vroeg hij geld, kleren en allerlei andere cadeautjes.
Als Michelangelo ontdekt dat zijn geliefde zoon zijn geld en tekeningen steelt is het uit met de liefde.

De grappigste schets vond ik op een stuk papier waarop een urinerend cherubijntje staat:
“Ik smeek je laat me niet tekenen deze avond nu Perino niet hier is.”
De jonge kwam vaak ’s nachts niet thuis en angstig wachtte de schilder hem op:

“Altijd heb ik gedacht dat ik het wel zou vinden met mijn liefde,
Nu lijd ik, en je ziet hoe ik brand.”

In 1999 schreef James Beck nog een boek “Three worlds of Michelangelo”, en nu mag deze Beck een uitstekend historicus zijn, als interpretant van de menselijke gevoelens is hij minder geslaagd.
Eén mooi voorbeeldje:
Zo zegt hij over de schilderingen in de Sixtijnse kapel dat de figuren wijzen op “…unprecedented concentration on family and on the interaction between mother and child reflect Michelangelo’ s nostalgia for his own lost mother, for his family and his childhood.”.

In werkelijkheid zie je erg weinig ouder/kind groepen op de zoldering.
Deze “kinderen” zijn in werkelijkheid ongeveer 48 kleine naakte jongens, vergezeld van 12 paren meestal naakte mannen, met daarbij nog eens 16 volwassen naakten die de medaillons ondersteunen en 16 bronzen naakten die de stamvaders flankeren , en daarbij nog de 20″Ingnudi”, jonge mannen in al hun naakte schoonheid en glorie.
Relgieus gezien moet je bekennen dat de meeste van deze adolescenten geen enkele rol spelen in de Christelijke verhalen, en geen bepaalde betekenis hebben in deze religieuze kapel. Ze zijn simpelweg daar omdat Michelangelo de manneliefde vereerde en niet de Familie.

Deze laatste alinea komt uit een opstel van Rictor Norton “The passions of Michelangelo”, ere aan wie ere toekomt.

Andrea’s portret bewijst nog maar eens dat alleen de liefde je kan inspireren hoe eenzaam en misverstaan de tijden daarna ook kunnen zijn.
En dat wilde ik jullie even zichtbaar maken.