politiek flexibel (369)

236_e2b5ed246e6753d9db415440827c4284

Van Bologna reis ik door naar Rome.
Hier werd de Franse schilder Francois Gerard geboren als zoon van de steward van de Franse ambassadeur bij de Heilige Stoel
Hij zou er ook zijn jonge jaren doorbrengen.

Een Fransman in de heilige stad, op de vooravond van de Franse revolutie.
Op zijn twaalfde mag hij in het “pension du Roi” in Parijs en daarna vinden we hem terug als leerling van de beeldhouwer Pajou.
Hij studeert schilderkunst in Parijs bij Jacques Louis David en wordt zijn favoriete leerling.
Om aan de legerdienst te ontkomen zorgt David dat Gerard een postje als rechter krijgt bij het revolutionaire tribunaal.
Maar Gerard was zo vaak ziek dat hij nooit deelnam aan de ter dood veroordelingen van de zogenaamde vijanden van de revolutie.

Om voor zijn eigen kostje te kunnen zorgen illustreert hij literaire uitgaven, en het is vooral zijn vriend Jean Baptiste Isabay die hem aan portretopdrachten helpt.
Als dank zal hij van hem en zijn klein dochtertje later een mooi portret maken.

Jean-Baptiste Isabey (1767-1855) en zijn dochter, Alexandrine (1791-1871), 1795

 

Je zou hem “politiek flexibel” kunnen noemen want hij wordt de graag geziene schilder bij Napoleon en later bij Lodewijk XVIII en krijgt alle mogelijke eerbewijzen die er maar te krijgen zijn.

Zijn werk steunt op de techniek van Davids neoclassicisme maar hij zorgt voor een dromerige atmosfeer al verzinkt hij in het opdrachtenwerk zodat hij niet toekomt aan eigen werk.

In 1796 maakt hij vijf tekeningen bij Jean de la Fontaines werk “Les amours de Psycho et Cupidon”.
Eén van die tekeningen, in de vorm van een gravure, stuur ik je vanuit Rome door.
Het eigenlijke schilderij dat in 1798 zou volgen is intussen zo bekend dat je geen posterwinkel kunt voorbijlopen zonder het te zien in alle maten en formaten. Een fragmentje hierbij, de rest kun je raden.

De tekening, later de gravure, gaan deze intense ontmoeting vooraf. Ongeduldig zijn moeder en dochter Psyche bij het orakel binnengekomen om zijn boodschap te horen: het meisje zal een harteloos monster huwen.
Dochter zijgt neer op de moederlijke schouder en kijk goed wie er aan de andere kant van de ingang staat te wachten.

Les Parents de Psyché consultant l’oracle d’ Apollon, vers 1796 François, baron Gérard

Ik moet altijd aan de haast denken waarmee de Franse revolutie een keizer en daarna weer koningen baarde.
En Cupido maar wachten tot het donker wordt om zijn bruid te kussen.
De dames uit de keizerlijke kringen waren “geschokt” toen ze het doek te zien kregen.
De burgerij ontpopte zich.

Later vond ik nog een mooie gravure met de broers van de schilder als onderwerp. Want van welke kant de winden ook waaien, familiezaken bepalen vaak de zgn. ‘juiste richting’. Flexibel dus.


En een glimp hoe de broertjes er op doek uitzagen als besluit.

het aards paradijs (367)

900_eaeba7ef2eb444f5d48e3b3ed0772e63

Je hebt gisteren nog Carraci genoemd, wel één van zijn medewerkers was de schilder Domenico Zampieri (ook Domenichino genoemd, Dominiekje, vanwege zijn kleine gestalte).
Ze werkten samen in Bologna, de stad waar ik momenteel enkele dagen archiefwerk doe, dus voel ik me ten zeerste met jullie in het verre (zonnige) vaderland verbonden.
Er waren twee Caracci’s. In Bologna heb ik het over Ludovico en later in Rome (1602) zal hij met de neef van Ludovico, Anibale Carraci werken.

Als Annibale in 1610 sterft, wordt Zampieri de voornaamste vertegenwoordiger van de Bolognese landschapschilderkunst.
Zijn landschappen worden beheerst door een groengrijs koloriet.
Kijk je naar zijn panelen of doeken dan merk je de mooie maar vaak gecompliceerde compositie, met veel heftig drama.

Als hij in Napels werkt, krijgt hij veel tegenwind.
Hij wordt een gedesillusioneerd man en sterft in 1641 in die stad terwijl zijn werk in de dom aldaar onvoltooid blijft.

In zijn werk, Adam en Eva ervaar ik diezelfde glimlach die je gisteren bij Vouet aantoonde.
Kijk hier naar Adam, hoe hij bijna radeloos naar Eva wijst: ja, wat moet ik met haar, of: je weet toch dat hier vodden van gaan komen.
De Schepper zelf steekt zijn vermanende vinger op terwijl een wat wanhopig engeltje naar hem kijkt, en bovenaan wijst een engel naar het paar terwijl zijn compagnon zijn vinger voor zijn mond houdt, zoiets van “ssst, Hij zal wel weten wat hij doet.”

De leeuw slaapt met het lam, het zijn dus nog vredige tijden, maar je begint als kijker te voorvoelen dat het maar tijdelijk is.
Je zou ook kunnen denken dat de zondeval al heeft plaats gehad, want de eerste mensen bedekken hun geslacht, en dan interpreteer je de Schepper als een boze God die hen beiden uit het Paradijs verjaagt.
Adam, als man steekt dus de schuld op Eva, een gebaar dat op de dag van vandaag in de Kerk nazindert.

Een heus dramatisch verhaal dus maar waarbij een glimlach niet verboden is.
Het enige wat de mens trouwens van het dier onderscheidt als we La Vache Qui Rit niet meetellen.
Onderaan maakt de slang zich uit de voeten.


La Richesse (366)

452_1fa5a4ec9f08f8cae773537dcfa06e8f

Hij was negen toen zijn vader werd vermoord.
Dus nam zijn ma, Maria de Medicis de taak van de toekomstige Lodewijk XIIIde over, en van zijn zestiende zat hijzelf op de troon.
Dat klinkt mooi, maar als ik daarbij de naam van kardinaal Richelieu noem, weet je dat hij vanaf 1621 het grootste deel van de job uitvoerde.

Een van de favorieten van mama, monsieur Concini werd in 1617 uit de weg geruimd zodat de weg voor de absolute monarchie openlag.

Louis was een vreemd kind.
We weten veel van zijn dagelijks doen en laten uit de kronieken uit zijn nabije omgeving. (Jean Herouard)
We weten dat hij problemen had met de spraak omdat zijn tongriem in zijn vroege kinderjaren te kort was en dus losgesneden werd, iets wat blijkbaar niet met de hedendaagse precisie gebeurde.
Met weinig liefde groot gebracht werd hij een angstig en stiekem kind, erg op zichzelf betrokken, gek op de valkenjacht, maar overgevoelig voor elk pijntje.
Ook al had hij de Oostenrijkse lip van mama, met zijn lange zwarte haren was hij een knappe jongeman.
Hij hield van handenarbeid en men zegt dat hij beter dan een bekwame schoenmaker een paar schoenen kon maken.
Op zijn vijftiende werd hij aan Anne van Oostenrijk gekoppeld, maar het huwelijk was niet dadelijk een warm nestje.
Ze leefden een eigen leven en men zegt dat de “geliefden” eerder toevallig, tijdens een onweer op een jachtpartij, een nachtje samenliepen en dat uit die ene bijslaap Lodewijk XIV werd geboren.

Het was de tijd van de godsdienstoorlogen, het uitdrijven van het protestantisme (Hugenoten) was een van Richelieu’s opdrachten.
En al kreeg Lodewijk XIII de bijnaam “le juste” de dichter en toneelauteur Pierre Corneille dacht er anders over.

“L’ambition, l’orgueil, l’audace, l’avarice,
Saisis de son pouvoir, nous donnèrent des lois ;
Et bien qu’il fût en soi le plus juste des rois,
Son règne fut pourtant celui de l’injustice.

Gelukkig was de koning een groot kunstliefhebber.
Zijn collectie mooie dingen, vooral schilderijen, vult dan ook een hele zaal in het Louvre.
En hier komt Simon VOUET mijn verhaal binnengestapt.
Geboren in de Franse hoofdstad in 1590 en op zijn veertiende door zijn vader aan het schilderen gezet, reisde hij in 1611 met de Franse ambassadeur naar Constantinopel en leefde daarna in Italië tot 1627.
Hij was in Rome te vinden, maar bezocht Venetië, Napels, Genua en Bologna.
Hij was geïnspireerd door Caraveggio maar toch was het Titiaan die hem het meest fascineerde al had hij zeker oog voor Veronese, Carracci, Guercino, en Guido Reni.
Lodewijk XIII roept hem terug naar Parijs en daar wordt hij de eerste hofschilder, decorateur van menig adelijk optrekje en voorbeeld en rivaal van Le Sueur en Le Brun.

Zijn schilderij “La Richesse” heeft het niet alleen over de pracht en praal die het hof omgeeft, maar verwijst ook naar de geestelijke rijkdom (het kind dat naar de hemel wijst), rijkdom die boven alle aardse bezittingen te verkiezen is. (vazen, juwelen, zilverwerk) zelfs boven het denken (boeken…het is de tijd van Descartes!)

Een grote gedraaide en gevleugelde gedrapeerde figuur is voor een machtige architecturale achtergrond gezeten.
Ze heeft een kind op haar schoot dat een beetje wazig met een vingertje de lucht inwijst en de vrouw zelf kijkt naar het andere kind, de aardse rijkdom.
Voor haar voeten ligt een boek en een collectie zilveren schalen en vazen waarvan er eentje is versierd met het verhaal van Apollo en Dafne.
Vouet was gespecialiseerd in het schilderen van gedrapeerde stoffen, en dat laat hij hier duidelijk zien.
Deze allegorie heeft de schilder uit de Iconologie van Cesare Ripa gehaald.
Dit werk werd op het einde van de 16de eeuw gepubliceerd en bevatte al de codes en nauwkeurige attributen van alle allegorische figuren.

Ik vind het nog altijd een erg mooi doek waarin het meesterschap van Simon Vouet ook grappige accenten heeft waarop bijna niemand wijst.
Kijk naar het kind op de schoot van de Richesse.
Het weet al dat zijn vingertje naar het hogere levensdoel niet veel zal uithalen, en dat is dan ook aan zijn wazige blik te zien.
De spitse neus van mevrouw Sagesse en haar slanke vingers zijn kenmerken die je op de meeste van Vouets doeken terugvindt.

In feite wordt de boodschap van “het hogere” gebruikt om de schoonheid van het aardse, vooral in de gedrapeerde middenmoot, te beklemtonen.
We doen dat nog altijd graag: het oergevoel in de wijsvinger die bestraffend wordt uitgestoken ontslaat ons van onze eigen zwakheden.
We zijn altijd blij dat iemand slechter is dan wijzelf, dat geeft ons de zekerheid dat de Richesse eerder in onszelf dan bij de anderen is te zoeken.

Lodewijk XIII zal maar 42 worden. Vijf maanden daarvoor was Richelieu gestorven.
En de Richesse van Lodewijk XIV heeft ook iets met het hogere te maken.
Niets minder dan de zon zal in zijn persoon la douce France gaan verlichten.


zomer en herfst (365)

432_efe1667c9428a15cdf6203ba71e85302

Herinner je nog iets van de vrede van Utrecht in 1713?
De Zuidelijke voormalige Spaanse Nederlanden werden toegewezen aan de Oostenrijkse Karel VI terwijl een achttal vestigingen tegen de Franse grens in 1715 onder het gezag van de Republiek kwamen. (het zgn. barrièrretractaat)

Deze Oostenrijkse “bezetting” zou duren tot aan de Franse bezetting in 1794.
Was er voordien weinig belangstelling van Spaanse kant geweest voor deze gewesten, Wenen had wel de nodige aandacht en er werd een heuse “ministre plénipotentiaire” benoemd naast de landvoogd, een extra keizerlijk toezicht dus in het kader van de toenemende centralisatie.

Waren we onder Spanje het slagveld van Europa nu kwam er een periode van vrede. (met uitzondering van de Oostenrijkse successieoorlog 1740-48).Er kwam een heropleving van de economie en vanuit Oostende probeerde men zelfs een handelscompagnie voor Oost-Azië op te zetten, maar dat vonden de Engelsen en de Fransen maar niets, en de keizer zag af van die plannen in ruil voor de belofte dat zijn dochter Maria Theresia hem mocht opvolgen.

De wegen werden vernieuwd, Leuven werd de draaischijf in de verbinding van Antwerpen met het zuidelijke en oostelijke binnenland, en zo met de overige gebieden van de keizer.

Toen Maria Theresia hier regeerde (de kleine Mozart zou nog op haar schoot kruipen en haar overladen met kussen) was de erg geliefde Karel van Lorreinen landvoogd, en haar opvolger Josef II was de enige Oostenrijkse keizer die persoonlijk zijn Nederlandse gewesten bezocht.
Door zijn bemoeienissen van deze keizer-koster (maar overigens verlichte despoot) werd zelfs de Leuvense universiteit een tijdje naar Brussel overgebracht (1788) en brak de Brabantse omwenteling uit.

Voor de bouwkunst denk ik aan het kasteel van Beloeil, het Pauscollege en de muziek roept de naam van André-Modeste Grétry op die vanuit het onafhankelijke Luikse prinsbisdom na zijn studie in Rome carrière maakte in Parijs als grootmeester van de komische opera.

De grootste rococo beeldhouwer van de Zuidelijke Nederlanden is ongetwijfeld Laurent Delvaux.
Geboren in Nijvel werd hij in Antwerpen gevormd in de traditie van de Vlaamse beeldhouwkunst met duidelijke Rubensiaanse invloeden, daarna vinden we hem in Londen en in Rome waar hij studeert.
Terug in Brussel wordt hij hofbeeldhouwer en voor de geliefde Karel van Lorreinen versiert hij de tuin van het koninklijk paleis in Tervuren met beelden (helaas niet meer ter plekke!) van de elementen en de seizoenen.

Toen ik onlangs in het Louvre was zag ik bij de nieuwe aanwinsten het prachtige beeldje van “L’ Eté et l’ Automne” dat ik je hierbij meestuur.
In feite was dit beeldje een kopie van één van de marmeren beelden in Karels tuin.
Het gevecht of gestoei van twee kinderen stellen de wisselende seizoenen voor.
Bacchus, die de herfst voorstelt probeert de plaats in te nemen van het kind met de korenschoof, de zomer.

Zou je nu vragen wie de grootste beeldhouwer uit de 18de eeuw in onze gewesten was, dan denk ik niet dat er iemand de naam van Laurent Delvaux zou noemen.
Ook zo wisselen de seizoenen: wat gisteren op handen werd gedragen is nu verketterd of vergeten.

Maar niemand zal de prachtige zon van deze oktoberdag kunnen stelen!


Vanuit de zetel gezien (364)

053_8ad6cb93f1721124e7beadf36c508822

Ik stuur je een foto op van Charles Baudelaire au fauteuil, gemaakt in 1855 door de grote portrettist Felix Nadar.

Nadar heeft verschillende foto’ s van zijn vriend gemaakt tussen 1855 en 1858.
Van deze proef is het negatief vernietigd en is ons alleen een afdruk op papier gebleven.
Het is de enige afdruk van de eerste sessie die waarschijnlijk in het begin van het jaar 1855 plaats vond.

De dichter en Nadar hadden elkaar al ontmoet in het begin van de jaren 1840, en ondanks hun karakteriële tegenstellingen bleef een hechte vriendschap hen beiden verbinden.
Die vriendschap bleef tot aan de dood van Baudelaire duren. (1867) en zelfs daarna bleef hij aan zijn vriend denken.
Getuige daarvan een portret dat hij in 1911 publiceerde: “Charles Baudelaire intime: le poète vierge.

In 1862 poseerde Baudelaire een laatste keer voor de lens van Felix Nadar.
Van één van die proeven zou Manet een gravure maken.

Uit zijn dagboek, “mon coeur mis a nu”, wil ik je toch (op veilige afstand in Florence) deze zinnen citeren:

La croyance au progrès est une doctrine de paresseux, une doctrine de Belges.
C’est l’individu qui compte sur ses voisins pour faire sa besogne.
Il ne peut y avoir de progrès (vrai, c’est-à-dire moral) que dans l’individu et par l’individu lui-même.
Mais le monde est fait de gens qui ne peuvent penser qu’en commun, en bandes. Ainsi les Sociétés belges.
Il y a aussi des gens qui ne peuvent s’amuser qu’en troupe. Le vrai héros s’amuse tout seul.

Hij had natuurlijk in België de gelegenheid gehad om zich “alleen” te amuseren, waardoor deze reactie enigszins begrijpelijk is, al herken ik wel een beetje dat “penser qu’en commun” als ik over mijn verlaten vaderland schrijf.

Om het goed te maken stuur ik je toch nog het eerste deel van zijn “Chant d’ Automne” uit de tweede editie van zijn Fleurs du Mal (1861)
Je wordt er niet vrolijker van, maar het hart heeft zijn raisons die de ziel makkelijk herkent.
Hier is het zacht zoals oktober alleen zacht kan zijn: de brutaliteit van de zomer geneest onder dit kortstondige licht.
John Sargent zou zijn geboortestad herkennen.

Bientôt nous plongerons dans les froides ténèbres ;
Adieu, vive clarté de nos étés trop courts !
J’entends déjà tomber avec des chocs funèbres
Le bois retentissant sur le pavé des cours.

Tout l’hiver va rentrer dans mon être : colère,
Haine, frissons, horreur, labeur dur et forcé,
Et, comme le soleil dans son enfer polaire,
Mon cœur ne sera plus qu’un bloc rouge et glacé.

J’écoute en frémissant chaque bûche qui tombe ;
L’échafaud qu’on bâtit n’a pas d’écho plus sourd.
Mon esprit est pareil à la tour qui succombe
Sous les coups du bélier infatigable et lourd.

Il me semble, bercé par ce choc monotone,
Qu’on cloue en grande hâte un cercueil quelque part.
Pour qui ? – c’était hier l’été ; voici l’automne !
Ce bruit mystérieux sonne comme un départ.


John Singer Sargent (slot) (363)

839_88032c4e833b50b9b3b8bfb2898865af

Eens hij in Amerika is, wordt het drummen om door hem te worden geschilderd.
Hij wordt de grote portretschilder van de States en later ook erkend in Engeland en zelfs in Frankrijk.

Men spreekt zelfs van “Sargentolatry”, maar na zijn dood in 1925 wordt hij in Europa toch te vlug vergeten, of in de 19de eeuw geduwd, niet bij de impressionisten, niet bij wat dan ook, en wie niet in een hokje past, komt natuurlijk of aandacht tekort of wordt erdoor vertekend.

Jij bent in Florence, de stad waar hij is geboren.
Ik kocht het prachtige boek “John Singer Sargent” Carter Ratcliff, Abbeville Press, New York, 1982, heel toevallig samen met een aantal kunstboeken uit een Amerikaanse erfenis.
Beetje bij beetje hebben zijn beelden mij veroverd en ben ik gaan lezen en rondkijken.

De toewijding, de trouw aan zichzelf en zijn nergens bijhoren hebben me zeer aangesproken, en nu nog blijf ik me nog elke dag verbazen over de banden die er zijn met het verre en voorbije verleden waarin het licht de ware eros is die de chaos telkens anders overwint of met zijn nederlagen ontstellende ontdekkingen laat smaken.

Ik eindig met een mooi portret:
“Mrs. Edward L Davis and her Son Livingston”.

Je kunt er biografische en artistieke verhalen aan vastknopen, maar de stilte waaruit zij uit het doek naar ons kijken is veel betekenend.
Bijna glimlachen ze, maar vooral: ze houden elkaar vast.
Zoals wij hen vast-houden.
En de goden behoeden ons om ook elkaar te omarmen in de groeiende duisternis waarin het zachte licht telkens weer verlossing brengt.

Groet Sandro (Botticelli).


John Singer Sargent (24) (362)

682_78804ed3a2663e7ea06dbef4427c4f46

Eén van Sargents mooiste doeken is voor mij “The gust of wind”, een windscheut letterlijk vertaald, een windvlaag in mooie Nederlands.
Het is niet zo groot, zo’n zestig op veertig centimeter, maar het dynamisme, de verrassing heb ik zelden zo mooi verbeeld gezien als op dit wonderlijke doek.

De vrouw in kwestie is Judith Gautier van wie hij zeker nog twee andere doeken schilderde, en naar verluid zou het een van Wagners geliefden geweest zijn.

Maar naam en functie doen hier niets ter zake want de figuur, verrast door de windvlaag bij nog vrij blauwe hemel, dient alleen maar om de beweging van kledij en haar reactie op de vlaag weer te geven.
Ze houdt haar hoed vast, ze kijkt een beetje verschrikt en je voelt haar halt houden op haar weg in volle natuur.
Alles beweegt rond haar, de lucht, het hoge gras, haar kledij, en toch is die plotse beweging met een minimum aan middelen weergegeven.
Het perspectief is erg laag, filmisch een kikkerperspectief zodat haar gestalte bijna uit het beeld lijkt te kantelen.

Je moet het doek op een zekere afstand bekijken, verwijder je zo ver mogelijk van het scherm en geef het schilderij zo groot mogelijk weer.
Kom dan dichterbij, maar laat ruimte tussen jou en het doek.

Ruimte, en dan bedoel ik niet de drie dimensionale kant, maar de voel- en denkruimte die hij ons telkens laat.
Er staat wat er staat, zonder nadruk of dramatiek, zonder duidelijke boodschap: hij betrapt het licht en maakt dat zichtbaar zodat de ruimte om jezelf nog te laten meespelen heel groot blijft.
Heel wat zgn. hedendaagse kunstenaars strooien hun boodschappen zo nadrukkelijk en amateuristisch uit dat je geen vin meer mag verroeren of het masker dat onkunde en magerte aan inhoud moet bedekken tuimelt naar beneden.Dat was in feite tijdens de 19de eeuw niet anders. Ook daar vulden gezwollen historische taferelen en symbolische onzin vele doeken, met dit verschil dat nog een groot aantal onder hen kon tekenen en kaas had gegeten van techniek.

John Sargent liet leraars en collegae achter zich. Ongewild. Door te zijn wie hij was.
“He painted”.

Henry James zei het treffend:

“ The gift that he possesses he possesses completely—the immediate perception of the end and of means. Putting aside the question of the subject (and to a great portrait a common sitter will doubtless not always conduce), the highest result is achieved when to this element of quick perception a certain faculty of lingering reflection is added.
I use this name for want of a better, and I mean the quality in the light of which the artist sees deep into his subject, undergoes it, absorbs it, discovers in it new things that were not on the surface, becomes patient with it, and almost reverent, and, in short, elevates and humanizes the technical problem.

Dit “humaniseren” ging niet zo vanzelfsprekend als James het hier voorstelt.
Jezelf zijn wordt meestal niet in dank afgenomen.
Zichzelf blijven was echter zijn grote kracht.


John Singer Sargent (23) (361)

241_a021d3c40ecc7141b017b626a3015ec3

“The strange case of Dr. Jekyll and Mr Hyde”, dat boek schreef Louis Stevenson in 1886.
Een jaar eerder portretteert John Sargent hem, ijsberend door de kamer, waarschijnlijk met het hierboven geciteerde boek in zijn hoofd, terwijl zijn vrouw in de zetel zit en dromerig weg kijkt.

“Often when he got animated he rose and walked about as he spoke, as if movement aided thought and expression” (Japp 1905 qu. Terry 93).

Sargent zelf schrijft naar Henry James that Stevenson “seemed to me the most intense creature I had ever met.”

Sargent was toen 29, de schrijver 34, beiden op een hoogtepunt van hun artistieke carrièrre.
De auteur had net “Treasure Island” gepubliceerd, en met “The black arrow” en “A child garden of verses” (1885) en “Kidnapped” groeide zijn populariteit.

Sargent had in Parijs met zijn neef R.A.M Stevenson gestudeerd bij Carolus Duran en daarna met Robert Louis Stevenson, en tussen de drie groeide een hechte band.

In de donkere periode van het schandaal met Madame *** krijgt Sargent heel wat steun van de Stevensons.
In opdracht van een bankier penseelde hij een vroeger portret van Louis Stevenson.
Dit portret was een gift van Sargent aan Stevenson.
Een vreemd portret dat in 2004 voor 8,8 miljoen Amerikaanse dollar verkocht werd en nu…in een casino-entrée hangt in Las Vegas..

Stevenson zelf schrijft:
“Sargent was down again and painted a portrait of me walking about in my own dining-room, in my own velveteen jacket, and twisting as I go my own moustache; at one corner a glimpse of my wife, in an Indian dress, and seated in a chair that was once my grandfather’s.
I am at one extreme corner: my wife in this wild dress, and looking like a ghost is at the extreme other end: between us an open door exhibits my palatial entrance hall and part of my respected staircase. All this is touched in lovely, with that witty touch of Sargent’s: but of course it looks damn queer as a whole’” (Charteris, 1927, p. 80).En over het resultaat:
“It is, I think, excellent, but is too eccentric to be exhibited.”

En de schoonmama van Stevenson:
“It is lovely, but has a rather insane appearance, which makes us value it all the more. Anybody may have a ‘portrait of a gentleman’ but nobody ever had one like this. It is like an open box of jewels. I am dying for you to see it” (John Singer Sargent: The Early Portraits, p. 167).

En kijken kunnen we.


John Singer Sargent (21) (359)

836_83eddb3745bc2c90ec669037c05456d3

De opdracht was niet eenvoudig.
Hoe kun je de weerschijn van het licht uit de Chinese lantaarn combineren met het licht van de laatste twee minuten voor de zon ondergaat?
In feite zie je deze dagen daar een mooi voorbeeld van.
Door de lage zonnestand krijg je naarmate de namiddag verstrijkt heel zacht strijklicht.
De helderheid van dit speciale licht krijgt zijn zachtste tonaliteit net voor zonsondergang.
meng dat met het zachte kaarslicht uit een Chinese lantaarn en je hebt de opgave waarvoor John Sargent stond toen hij aan Lily, lily, rose begon.

Edmund Gosse schrijft over de voorbereidingen:

“The progress of the picture, when once it began to advance, was a matter of excited interest to the whole of our little artist-coloney. Everything was used to be placed in readiness, the easel, the canvas, the flowers, the demure little girls in their white dresses,before we began our daily afternoon lawn tennis, in which Sargent took his share.
But at the exact moment, which of course came a minute or two earlier each evening, the game was stopped, and the painter was accompanied to the scene of his labors.
Instantly, he took up his place at a distance from the canvas, and at a certain notation of the light ran forward over the lawn with the action of a wag-tail, planting at the same time rapid dabs of paint on the picture, and then retiring again, only with equal suddenness to repeat the wag-tail action.
All this occupied but two or three minutes, the light rapidly declining, and then while he left the young ladies to remove his machinery, Sargent would join us again, so long as the twilight permitted, in a last turn at lawn tennis”
(Sir Edmund Gosse letter to Charteris , P74-75)

Als figuratie dienen de twee kinderen van de Barnards die telkens in hun witte kleren gestoken werden om die belangrijke twee minuten te poseren.
Hij begint eraan laat in augustus en hij zal blijven doorwerken tot een eind in november.
De bloemen worden door kunstbloemen vervangen en de kinderen krijgen over een witte overjas hun witte jurken voor het schilderij aan.

“The seasons went from August till the beginning of November “Sargent would dress the children in white sweaters which came down to their ankles, over which he pulled the dresses that appeared in the picture.
He himself would be muffled up like an Artic explorer. At the same time the roses gradually faded and died, and Marshall and Snelgrive had to be requisitioned for artificial substitutes, which were fixed to the withered bushes . . . .
In November, 1885, the unfinished picture was stored in the Millets’ barn. When in 1886 the Barnard children returned to Broadway the sittings were resumed.
(Charteris , P75)

Nooit heeft hij voor een werk zoveel voorbereidende schetsen gemaakt.
Wanneer de kinderen met hun spel bezig waren, kon hij plots roepen: stop, blijf staan!
En dan moesten de arme jochies roerloos blijven staan tot hij zijn schetsen van een of andere mooie houding af had.

Het wordt dan ook een erg bijzonder mooi schilderij dat hem voor altijd bij het grote publiek zou bekend maken.
De twee minuten licht kunnen vatten, de reflecties van wat je kon zien, niet meer of niet minder weergeven op canvas.
De zachtheid van het kaarslicht mengen met het laatste daglicht.
De zon zal nooit nog ondergaan als je dit doek bekijkt.
Het is een ode aan het onvatbare licht dat net zo vluchtig is als de kindertijd en de lelies in het veld.

Het onvatbare vatten, zonder al te veel spektakel of dramatiek. Zien wat er te zien is.
Hoe staat het ook weer in de psalm?
“Oculos habent et non videbunt.”
Ze hebben ogen en ze zien geen steek.
Maar wij zien nog altijd wat hij gezien heeft, en hij leert ons nog altijd kijken ook al stierf hij in 1925.


John Singer Sargent (20) (358)

577_6d156e8c33d5ea24f636e57cc05d0c5e

Tijdens een boottochtje op de Thames van Oxford naar Windsor en nog wel in Pangborne (herinner U dat daar Spencer werkzaam was, de schilder die we onlangs even belichtten) dook Sargent in het water en verwondde zich nogal ernstig aan het hoofd.
Hij kreeg de suggestie om te herstellen in Broadway, een dorpje aan de Avon rivier, twaalf mijl ten zuiden van Stratford.
En dat deed hij.
Daar verkeerde hij in goed gezelschap van een ware Amerikaanse artiestenkolonie waaronder Edwin Austin Abbey, Frank Davis Millet (had nog aan de koninklijke academie van Antwerpen gestudeerd!), Edwin Blashfield, een belangrijke figuur in de latere American Renaissance Mouvement, Alfred Parsons, en de Barnards, namelijk Frederick(een illustrator) en zijn vrouw Alice met hun twee jonge dochters.

Dichter en criticus Edmund Gosse schrijft dat Millet er een soort “ruïne” en een kleine kapel had, waar hijzelf en Henri James schreven en Abbey en Millet schilderden, later vergezeld door Pearsons en Sargent.

“…we were all within shouting distance, and not much serious work was done, for we were in towering spirits and everything was food for laughter.”

Maar dat met uitzondering van James, druk bezig met werk dat moest voltooid worden.
In dit vredige oord, zonder hoge of moderne gebouwen, kwam Sargent het dichtst bij de stijl van de Franse avant garde.

Het idee voor een van zijn bekendste werken ontstond toen hij na zijn ongelukje even in Pangborne moest blijven en daar zag hij het effect van het licht van Chinese lantaarns boven een bed van witte lelies.
Hij maakte enkele vlugge schetsen en de eerste aanzetten vinden we in een tuinstudie van de Vickers Children (niet de dochters maar wel de jonge kinderen van hun familie in Lavington Rectory).
Ergens in Augustus 1885 begon hij dan te werken aan Lily, lily, Rose, het refrein van een populaire zomerhit uit die periode.

John Singer Sargent (19) (357)

836_1c59a91d64b48351b17ab0fc416a4318

Mijn excuses voor de lelijke reproductie van dit mooie doek.
In de monografie van Ratcliff staat er een prachtige reproductie naar het origineel in Graves Art Gallery in Sheffield.

Toen het schilderij in het mei-salon van 1885 hing hoonden de critici: “pseudo-Velasquez!”, en toen hij het het jaar daarop in London tentoonstelde in de Royal Academy werd het tot “lelijkste” schilderij van jaar uitgeroepen door de Pall Mall Gazette bezoekers poll.

Nog geen jaartje later zou hij dan weer voor- en tegenstanders verbazen met Carnation, Lily, Lily, Rose.


John Singer Sargent (18) (356)

761_4a689c3bccf5c65808bb9680ff8eb463

Honderd jaar na het salon van 1884 ontdekt een kunststudent een zwart-wit foto van het bewuste schilderij zoals het op het salon heeft gehangen.

Kijk zelf.
Inderdaad, één van de schouderbandjes is weggegleden.
Na het salon heeft John Sargent het gecorrigeerd zoals wij het schilderij nu kennen.
Het is pas na 100 jaar iemand opgevallen.

In 1883 is Manet gestorven en het jaar daarop worden zijn werken verkocht in het veilinghuis Drouot.
Sargent koopt een studie van “Le Balcon” waarop een portret van Fanny Claus is geschilderd.
Het kost hem 580 francs., samen met een aquarel van irissen.

In Engeland wordt hij gecontacteerd voor een portret van de Misses Vickers, de dochters van kolonel Thomas Vickers, die hij, in een brief aan Vernon Lee, een beetje voorbarig de drie ugly young women noemt.

“Will you be in England next Summer? If so I shall see you therefor I am to paint several portraits in your country and three ugly young women at Sheffield, dingy hole. By the way one of them is in Florence so zitto [keep quiet!] It will take me probably from the 15th July to 15th September.”

O ja, door de Societé des Vingts (Les XX) wordt hij uitgenodigd om in Brussel aan een groepstentoonstelling deel te nemen samen met Rodin, Whistler, Liebermann en William Merit Chase.

En dat het met die drie young ugly women wel losliep laat ik je hierboven zien.
Hier is de mooiste maand van het jaar begonnen, oktober.
Ik denk dat ze in Florence niet zo contrasterend is als hier waarin verlies en schoonheid zo’n innige band vormen.