EEN OUD HEIMWEE

barbara probst

Beste Psych,

Mijn geloof in het oproepen van geesten is vrijwel onbestaande.
Ik kan me voorstellen dat Cees Noteboom aan de aflijvige Hugo Claus vraagt om te komen spoken, maar dat bij het publiceren van mijn tekst ‘de psychiater’ jij weer aanhaakt, is hoogst merkwaardig.

Ik trap niet in je val om over mijn tekst met jou in de clinch te gaan.
Er staat wat er staat, en al is hij in het jaar 1975 geschreven, ik denk dat hij nog steeds uitdrukt wat hij moet uitdrukken.

Ik weet dat Jeff Cohen zijn werken goed op het internet verkoopt en dat de som van de onderdelen een andere waarde heeft dan het totaal is mij ook niet onbekend.

Laat me dus ook maar een beeld gebruiken van eenhedendaagse kunstenares en kijk naar de compositie van Barbara Probst waar ze dezelfde foto tegelijkertijd langs alle mogelijke kanten toont zodat in plaats van de kijker, het beeld beweegt en wij eerder in ‘the mind’ ronddraaien dan lijfelijk.

Het is al een oud heimwee en naar ik meen probeerde het kubisme de werkelijkheid te ‘verblokken’, te onttrekken aan haar eigen cliché zodat de essentie daardoor zichtbaar zou worden.

Natuurlijk ken ik in de barok grafiek de truk waarmee het verhaal in één plaat wordt doorleefd.
In verschillende hoek van de afbeelding zie je wat tevoren en wat nadien staat te gebeuren.
het heimwee naar zogenaamde essenties is zo oud als degene die het heimwee heeft.

dyn004_original_599_500_jpeg_20344_2f8b838f925fa51e5854baef141db69e

Een werk van Dominic Mc Gill maakt een andere werkwijze duidelijk.
Uit onderdelen van verschillende werkelijkheden maak je een nieuwe montage, een collage.
De vroegere werkelijkheden reduceerde ze tot kleur en ritme, en je zult het dadelijk uitroepen, maar ja, goede antiquair, wat is de essentie anders dan kleur ritme en volume?

Al bij de eerste grottekeningen merk je immers dat de afbeelding aplomb nodig heeft, ze moet bewegen, of ze is duidelijk een rest van een ritueel waadoor de herhaling (copiëren) de indruk, het imponeren moet versterken.

We hebben het vroeger al eens over de valstrikken gehad.
Het effect.
We leven in een tijd van effecten: vuurwerk, licht en donker, sfeer en decoratie.
De mogelijkheden zijn legio.
Maar de tirannie van het effect staat nog altijd het affect in de weg.
Het effect als camouflage, als leegte, als decoratie-zonder-meer.

Anderzijds zijn we schatplichtig aan ‘de vondst’, en daar reken ik Jeff Cohen graag bij.
Eens de kunstenaar(es) een vondst heeft gedaan, blijft hij eindeloos herhalen, sluiut hij zich af voor andere mogelijkheden, en onder het mom van ‘trouw blijven aan jezelf’ wordt nogal wat armoede en onkunde goed gepraat.

Anderzijds ben ik dan weer de eerste om de kunstmatige grens tussen decoratie, ambacht en kunst-met grote K, zoveel mogelijk te laten vervagen.
Ik bewonder dus de kundigheid zowel van een van Eyck als van Cohen, en ik heb een grondige afkeer van mensen die denken dat anatomie-studie iets voor academici is en zij de lijfelijkheid ook wel zonder deze kennis kunnen verbeelden.

Er is het métier en de inspiratie, de reflectie van wat je je op je weg tegenkomt, en die blik kan kamerbreed zijn of mondialer naarmate je noden en mogelijkheden.

En tussen haakjes, zag ik jou niet in de Bourla-schouwburg bij de innige uitvaartplechtigheid van Hugo C.?


EEN OUDE VRIEND LAAT WEER VAN ZICH HOREN

trein

Waarde Theodore Silverstein,

Mijn aanhef is een beetje plechtig voor een oude bekende, maar laten we de afstand die er zou kunnen gegroeid zijn als voorzichtige maatstaf nemen, en ons eerst weer aan elkaar bekend maken.

Het was de maand juni van 2004 toen we elkaar voor het eerst schreven.
De vlijtige lezer kan onze correspondentie op dit blog nog altijd navlooien overigens.
Ik ben sinds enige tijd weer terug van mijn zwerftochten, beladen met indrukken en schetsboeken, ik was spreker op diverse congressen en graag gehoord in internationale kringen, en nu ik weer in Europa ben (ik verzwijg nog een tijdje het land) dacht ik weer eens even Uw blog te bezoeken.

Ja, groot was mijn verbazing toen ik je ‘gedicht’ las: ‘de psychiater’.
Van een warm welkom gesproken!

Je zult me dadelijk repliceren dat het gedicht of tekst of hoe je ’t ook wil noemen, een persoonlijk doorleefde ervaring was, maar dan nog doet het mij eerder denken aan de opeenstapeling van cliché’s die omtrent ons beroep in omloop zijn.

3 knikkers

Omdat beelden meer vertellen dan woorden, zegt men (en inderdaad, men zegt zoveel, maar kom…) bracht ik deze mooie werken mee van een jonge Amerikaanse kunstenaar Jeff Cohen.

Hij verdeelt zijn werk in vierkante tegeltjes zodat je je gaat afvragen of hij het op die manier heeft samengesteld dan wel of hij het na voltooing verdeeld heeft.

Als nieuwsgierig mens trok ik dus naar de kunstenaar en ik ontdekte twee dingen omtrent deze werken:
1. Hij werkt met olie op hout.
2. De vierkantjes zijn niet gelijk, ze verschillen van elkaar!

Ik wil daarmee duidelijk maken dat wat het oog ‘denkt’ te zien (een mooi beeld, zo’n denkend oog) er in werkelijkheid NIET is.
Wij zien wat we graag zien, en aldus denken wij vaak ook wat we graag denken, en we nemen dan deze gedachten nogal vlug voor waarheid en werkelijk aan.

Misschien denk je dat Jeff vanuit de fotografie werkt, maar hij is een heuse schilder die met olieverf bezig is.
Wel komt hij uit de grafische sector en de computergrafiek is hem niet vreemd, integendeel, maar toen kwam het jaar 2000, en..
Ik laat hem zelf aan het woord:

In the winter of 2000, Atlanta was hit by a major ice storm. Here in the South, we’re not really equipped to deal with major winter weather. When it hits, we’re not prepared. Schools close, cars crash into each other, anarchy ensues. And I’m not talking about major snow storms here, I mean an inch or two of snow! But the ice storm of 2000 was worse than that. We had freezing rain, then regular rain, then a hard freeze. The power lines became covered with ice, and the weight of the ice pulled the lines down all over the Atlanta area. Power crews were busy for over a week trying to restore order. Meanwhile, my family had a predicament. We couldn’t use our computers! We went through our board games and played all the card games we could think of, and then we just sat around staring at each other. I finally decided it was a great time to get out the old paints and see what I could do. The flood gates opened! I haven’t stopped painting since. Over the years I have sold my work online and through many galleries throughout the U.S. I now have over 600 paintings in collections on five continents.

dyn003_original_400_457_jpeg_20344_bae832bf4e78a526ede8b3cc67e956f6

Wat ik wil aantonen?

1. De som van het geheel is meer dan het geheel, door de som te maken, het optellen van al tegeltjes krijg je onvermoede aspecten van het geheel te zien.

‘When I look at a painting and say “wow!” it’s not because of something I can explain. It has something to do with context; with what the painting reminds me of. It has something to do with novelty; with how the painting shows me something I haven’t seen before.’

2. Wat een ramp schijnt te zijn, kan een weg naar nieuwe werkelijkheden worden.

3. De werkelijkheid is nooit belangrijk, maar het is de liefde voor iets of iemand die ze interessant maakt.

I believe that you should buy a painting because you love it, not because it may be worth something someday, or because it was painted by someone who is supposedly “important.”

Denk daar maar eens overna, en…ik hoor volgende week wel wat je erover denkt.

Uw teruggekeerde G. Dumortier, psychiater.

 


DE PSYCHIATER

James_Hollingsworth_My_office_Chair_1126_103

DE PSYCHIATER

Die boom moet u niet tekenen,
Uw broek wel naar beneden.
Bon, wat daar hangt, hangt goed.
Geen krankzinnigheid in de familie?
Ik weet het, ’t is moeilijk hier te leven.
Neem mij nu. Zal ik u vertellen?

Mijn god de tijd is lang voorbij.
Teken toch maar een boom.
Voor de rest: slik elke dag uw pillen.
Ze verdoven het bewustzijn.
Kop op, na regen komt zonneschijn.

Of ik een echte dokter ben? jaja.
Maar als wij praten zijn wij mensen
met de mensen, zeg maar gerust
gevallene met de gevallenen.
Nu is mijn tijd voorbij.
Die boom is voor een andere keer.


LICHAAM MIJN SPEELBROEDER

 

dyn006_original_600_393_jpeg_20344_64f6fff3c8db5fb62c2e1e1517a98ab8

 

Lichaam,
mijn speelbroeder
jou naderbij

Bijdehand
en bij de lippen waarmee zwijgend
alles wordt gezegd.

Ik heb me bij jou neergelegd,
ogen-blikken,
stippen van de letterknecht
schuilplaats
voor de bangeriken
die uit de dag
zijn opgedregd.

Lichaam,
mijn speelbroeder
jou naderbij

Ons hart
loopt op de tippen
langs de afgrond
der vergetelheid.

Ravenzwart
de stijle klippen
zeemansgraf
voor een vagebond,
gestorven
in zijn kleine kindertijd.

Lichaam,
mijn speelbroeder
jou naderbij

Waar zijn we jou vergeten
op welk verbrand perron
tussen valiezen hartekreten
en wat pudeur in ’t eindstation?

Lichaam,
mijn speelbroeder
jou naderbij

Briefomslag
waarin de vlinder
tot perkamenten letters
traag verdroogde.

De oude dag,
de uitgeloogde huiden
op het vroegere gezinder
de takken voor de ketters,
de schoonheid als verslinder.

Lichaam,
mijn speelbroeder
jou naderbij

dyn006_original_600_399_jpeg_20344_f5fd8761eb8c5feee31942f3e6d5e0f7


DAT BEETJE DOOD

22123033

Dat beetje dood,
waaruit ik kom gekropen
als ik ’s morgens wakker word
zal ik weer sterven
in de roerloze klokkenkamer
van de nieuwe nacht.

Dat beetje dood
dat op mijn lichaam plakt
als ik zonder jou de liefde teken
zal ik weer sterven
als de pijnboom in de wind zingt
zonder jouw heldere stem.

Dat beetje dood
van de herinnering aan roekeloze dagen
toen jij in mijn armen woonde
zal ik weer sterven
als de schepen terugkeren
zonder mijn lenige lichtmatroos.

Die korven vol met beetjes dood,
de steendruk van ons lachwekkend leven
waarin we jarenlang begraven zijn,
zal ik niet meer sterven
als jij op een koude paasmorgen
de steen van het vergeten eindelijk wegrolt

en wij in eenzame hoofden
een kus verkopen voor een vlinder

Het leven
eindelijk begrijpen
als lucht waarin het licht
niets en alles is, tegelijkertijd


DAVID EN GOLIATH, JONATHANS VERSIE

IO46$YR3EPM3XYAM6

Natuurlijk was je nog een jongen
stoer uit noodzaak maar bang
toen je naam werd afgeroepen.

Iemand wilde je lange haren samenbinden,
maar je schudde je hoofd
de praatjesmaker zou wel voor je schoonheid zwichten.

In je tas van luipaardhuid
hoorde je de keien tikken
zoals de tijd je naar het brute dwong.

De schittering van angst
in je jongensogen, maar ook je overmoed
die later aan de here God werd toegeschreven.

Met mij dronk de krijger
van het vreemd bedrog
waarmee je zelfs de honden zwijgen liet:
kijk naar je vijand
als naar je beminde, was je hartekreet.

De wind uit de woestijn
speelde in je haren,
bijna bevallig zocht je hand
naar de gladde kei
en voor de reus bekwam
van die melancholische mengeling
waarmee je vrouwelijk en toch mannelijk was
trof hem de steen.


Het mooie schilderij is van Jacob Van Oost, de Oudere, een Brugs schilder die in 1601 geboren werd.
Het hangt in de Hermitage in Sint-Petersburg en geeft een andere kijk op de moed van David, een kijk die je terugvindt in het beeld van Verochio terwijl Rubens en Michelangelo hem als Bijbels Jerommeke hebben afgebeeld.


COURBET SPREEKT

22123015

Voor jullie vuurpeloton
van vleugellamme woorden,
het rookgordijn van spraakgebreken,
de hoogtezon
voor die verbleekte lappendeken,
ben ik de spiegel der gestoorden.

Met aan de hals
de negen molenstenen,
de krokodillen van het zondagskind,
de keizerssnee
waaruit de draak die ’t kwaad verslindt
hun hielen likt en ook hun veel te lange tenen.

Ik ben de saboteur
van al die overhitte koelsystemen,
de dwarsdoorsnede van de prullenmand,
een passe-partout
voor leugens in gerafeld noodverband,
waarmee zij dan hun vuile ramen zemen.

De kauwers op ’t papier-mâché
verwijten mij hun zielig kunstgebit,
en spreiden zich in ’t bed der martelaren,
een wassen neus
boven de lakens van hun voorbije jaren,
schuldeloos en toen nog hagelwit.


LOFZANG OP DE SUIKERTANG

16kimm.03

Lofzang op de suikertang

De kunst als suikertang:
het zoete voor de bittere koffie,
voor de lauwe thee
uit moreel gekneusde blaadjes getrokken
met uit het paradijs verdreven geuren.

De kunst
raakt het leven zelf niet aan.

De kunst als suikertang.16kimm.06

Zondagskinderen
uit de bananenrepubliek,
triptiek
van lammeren gods
in hetzelfde bedje ziek.

16kimm.09

Shellshock:
alleen de pitten nog
van de kersenbonbon
mon cheri.

Het overschot
van doorgerotte wondermooie vogelkooien
Je weet wel,
dat nachtegalengezang voor gegoede genieters,
rozenwater
uit gespekte banktegoeden geperst.

Maar sinds schoonheid
met de duimstok wordt toegemeten
is ook jouw hart
alleen nog met de suikertang
te vatten.

Priemgetallen
(slechts deelbaar door zichzelf)
maken ons stekeblind
in deze veel te lange fakkelloze nacht.

Lofzang
op de suikertang,
het gezoete opgeblazen ego
kraait het uit.


Italië barst van de mooie musea voor hedendaagse kunst.
Meestal zijn het persoonlijke initiatieven, en zo hoort het ook.
De foto’s zijn werken uit deze Italiaanse musea.


OUDE DWAAS

 

dyn001_original_375_500_jpeg_20344_9c7b1e36485a63de362871fb3ba16c31

Elke stempel
roemde
mijn tekenkunst.

Jouw onstuimigheid
het briesen,
en je heimwee
naar de verte,
tekende ik
tot mijn lijnen
het op een lopen
zetten.

Sindsdien
ben ik je verloren.

Je hebt je
uit het leven
losgerukt.

Het uitspansel
werd je stal.

’s Nachts
hoor ik nog wel
hoefgetrappel

De kaars flakkert
als ik mijn penseel
ophef

Oude dwaas,
ik denk je adem te voelen,
maar het is de mist boven het meer,
het verdampen van de voorbije dag.

dyn001_original_600_318_jpeg_20344_c1b5049e41ae63fc528b33d85cdc9447


De tekening van de ganzen-kijker is van de 13de eeuwse schilder Qian Xuan (1295)
Degene die op de uitkijk staat is Wang Xizhi, de vader van de klassieke caligrafie.
De tekening van het paard komt uit de 9de eeuw en is tijdens de Tang dynastie gemaakt door Han Gan.

Tekeningen uit de prachtige tentoonstelling in de Metropolitan in NY


WACHTEN OP DE GANZEN

wachten op de krranv

Wachten op de ganzen;
met hun gesnater
brengen ze de lente mee.

Daarna
komt ook de nachtegaal.

totaal

Bloesems
vertragen de tijd
zoals verlangens
je lippen zuiveren.

Het water
zwijgt.

Wie de maan
uit de nachtelijke vijver
wil vissen
zal met druppels
thuiskomen.

Je glimlacht
omdat ik met de maan
de avondthee
wil zetten.


KLEIN REQUIEM VOOR DE ERFPRINSEN

22215425

1.

Met diploma’s
zalft men de erfprinsen
tot waardige opvolgers
van de troon.

Achter grijze collegemuren
hoort men dagelijks fussillades
als wijze raad in inspraakkleren
niet baten mocht.

2.

Zijn hielen op hoge hakken
van eigenwaan,
zijn schouders geschaafd
door verantwoordelijkheid,
heerst hij nors en zwijgend
over de zijnen. De vader.

Elk bevel verkleedt zijn onmacht.
Elk slaan onthult zijn eigen wonden.
Elk roepen verraadt zijn doofheid.

Jouw geboorte krijt de aarde open
waarin hij weldra zal verdwijnen.

De lippen van zijn jonge prinsen zijn
de lippen van de naderende dood.

Zijn enige erfenis is het vaderschap.


Het schilderij is een werk van de Amerikaanse kunstenares Helen Frankenthaler (1967)


HERINNERINGEN AAN EEN VERDWENEN GEZEL (2)

16333

2.

Wij sliepen in schoven gebonden
schrijlings op ons stokpaard gezeten,
met meel bestrooid, verdiepten wij
gebakken kinderdromen.

De wortels droegen stemmen,
besmet met ketterij,
maar met sinaasappelbloesem besprenkeld.

Een bruiloftsgedichtje
en een vallende ster
spraken wij als woorden.

Parijse straatjongens
oefenden een gavotte
onder rode regenschermen.

Maar de eksternesten
borstelden als aambeien
de novemberlucht.

Rechters zwaaiden
met kousenophouders.

In groentenwagens
overvielen ze ons,
nog zonneblind
waren wij


3.

De benen lichtjes open
wind in zijn witte haren.

De handen los,
dan in zijn heupen,
is hij het middelpunt.

Eén ogenblik
wordt de zon
ster onder de sterren,
tot hij plotseling als een veulen wegloopt,
en de aarde
opnieuw haar baan begint.


HERINNERINGEN AAN EEN VERDWENEN GEZEL

dyn002_original_447_450_jpeg_20344_7b1442572ef8f7797ae34fd829cf5417

 

1.

Maar hoe was je in de ronding
van mijn Venetiaanse vingers thuis.

Glasblazers hebben de waterman
in reispenningen gesponnen.

Schapen aten meelbessen
tussen je voeten.

De wijnoogst
werd aan wondwater besteed.

Kromzwaarden
temden wilde buffelsoorten.

’s Nachts
schreeuwden wij als vruchtgebruikers
gaten in de nachtelijke hellingen.

Keerkringen
waren een bed voor ons.
Bazuinblazers
stelden de morgenden uit
tot de witte klaver
ons overwoekerd had.

Secondenlang.


Tussenschrift:

Janua cœli, Stella matutina, oftewel: Deur van de hemel, morgenster.

Je glimlachte, en je zei:
‘Maar niemand blijft bij de deur wonen,
niemand denkt overdag nog aan de morgenster.

En ik dacht:
Maar zonder deur kom je nooit de hemel binnen,
wie de morgenster niet bemind heeft
blijft met de schrik van de diepe nacht zitten.

Dus zei ik:
‘Maak mij tot de portier van je hart, allermooiste.
En laat het licht van de morgenster de hele dag
een herinnering aan de glans van je ogen zijn’.

We zwegen.
We keken naar de hemel waar de morgenster
in al haar eenzaamheid straalde.

dyn002_original_461_752_jpeg_20344_b918b1b10d7c67dd2ff6a6cb0fa64e5c


de zwart-wit-foto is van een anonieme Russische fotograaf, de andere van Bernard Faucon uit Chambres d’ Amour


HET VERTREK VAN DE KERMIS

 

dyn010_original_476_388_jpeg_20344_d585d9aaac575e75ce8612e56909b2e0

Vingerafdrukken van de lindenbloesems
in de late lucht .

De kermis vertrekt.

Het dansorgel
opent de droeve stoet.

Jandoedel met zijn zus en hond
poedersuiker tussen de vingers nog
achter het stalletje in pierrot verkleed
worden wees.

Het alfabet van lange zomerdagen
stamelt zijn eerste letter
waarin het woord afscheid wakker wordt.

Magda op de pony
‘adieu paniers, vendanges sont faites’
Magda in satijn, hemelbruidje van het circus.

Meisjessmaak, het pepermuntje
en een sinaasappel, de hopeloze gooi
om een valkuil van woorden te dempen.

Op de caroussel bereik je elkander nooit.

Eens de stoet de hoek om is
vervallen wij weer tot dwergvolk.

Druppels soldeersel verankeren
de kermistijd
in het moederbord van mijn geheugen.

Ouder dan zeven is zij nooit geworden,
en ik bleef negen
tot zij ooit wederkomt,
na de trompetstoot van de laatste dag.

dyn010_original_525_816_jpeg_20344_83e63eca4b0416e67a55254ee50d6a58


de foto’s van gisteren en vandaag zijn persoonlijke eigendom


DE THUISBLIJVERS

130464Uit het kreupelhout
van het dicht beboste verleden,
weet ik je dichtbij,
mijn moederschip.

Plukkorf
waarin matrozen druivengrote tranen
verzamelen.

Vergieten
en vergeten.

Je kleine koekoeksbloem
de scheepsjongen
op wilde vaart langs het traankanaal.

Eens de leeuw gestorven
huppelen de hazen over hem heen.

Of wie ten hemel voer, du Papa Löwe,
hoeft de terugreis niet te plannen.

Zijn dubbbelganger was ik niet,
mijn ogen wel de brandnetels
die de jouwe schroeiden.

Langs de hemelas
draaien de verdronken matrozen
tot ze achter de vloedlijn
thuiskomen.

Nooit ben je genoeg gestorven
om als zilvervisje
de morgen open te kussen.

Alle tranen
verdiepten de zee
waarin jij begraven lag.

Dorstig naar jou, zal ik het zout trotseren,
een fontein zijn om al dat zware water
weg te drinken.