nyt01

23460391

Votiefkandelaars, en plaasteren armen en harten, we zijn in New York City 1929-30, inderdaad de jaren van de depressie.
De foto is van Walker Evans.

Aan de andere kant kijken we in de rue de Constantine, en dat circa 1865, een prachtige foto van Charles Marville.

Walker Evans (1903-1975) is beroemd geworden om zijn indringende foto’s die de gevolgen van de grote depressie weergeven.
Over zijn werk zei hij: My goal as a photographer was to make pictures that are “literate, authoritative, transcendent.”

 

Zijn beroemde portret van Allie Mae Burroughs hierbij spreekt voor zichzelf.

dyn001_original_300_390_jpeg_20344_d375190ebc10d25c270ad7dfa97a25c4

Net zoals de foto van de twee mannen voor een plaatselijk ‘restaurant’.

dyn001_original_400_497_jpeg_20344_2c65822c34a84c6eb7d7df6f67e9515c
Evans kreeg van de regering de opdracht om de toestand van de mijnwerkersgezinnen in West-Virginia in beeld te brengen, gezinnen die onder impuls van de sociaal bewogen Eleanor Roosevelt hun kost zouden verdienen in zef bedruipende boerderijtjes die daarna tot coöperatieven konden worden omgeturnd en op hun beurt weer andere bedrijven zouden aantrekken.

Evans was iemand die het niet hoog op had met de politiek.
‘No politics whatever’ was zijn spreuk.
Hij legde al vlug zijn opdracht naast zich neer en fotografeerde wat hem trof, met een zekere ‘tedere wreedheid’.

Andere fotografen schrokken niet terug om de werkelijkheid te regisseren, om zelf hun onderwerp naar eigen inzicht te plaatsen en te verplaatsen.
Evans zei ‘Ik raak niets aan.’.
Hij componeerde zijn beelden vanuit die wrede werkelijkheid.
Armoede was immers geen decor, maar een bittere werkelijkheid.

Charles Marville was opgeleid als schilder, etser en illustrator.
Hij werd vooral bekend als landschap en architectuurfotograaf.
Hij reisde door Italië, Duitsland en Algerië en gebruikte zowel papier als glasnegatieven.

In de late jaren 1850 probeerde hij de oude wijken van Parijs vast te leggen voor ze zouden weg gesaneerd worden door de grote urbanisatie, de zogenaamde Haussmannization.
Hij werkte ook bij het Louvre om reproducties van de verzameling te maken, en in 1862 werd hij officicieel tot fotograaf van Parijs benoemd.

Mensen van alledag in hun brute miserie en de aandacht voor de stedelijke omgeving, twee grote onderwerpen die op de dag van vandaag de fotografie zijn blijven boeien.

Hun foto’s zijn ontsnapt aan de tijdelijkheid.
Ze vertellen nog altijd iets van onze gschiedenis, brutaal literair, verhalend en transcendent.

Ik koester ze graag en dwaal vaak met de mensen uit Virginia rond in de lege rue de Constantine.