DE LIEFDE DIE HAAR NAAM NIET DURFT ZEGGEN (3)

En dat het vaak allemaal treurigheid was, mag ons dus ook nu niet verbazen, daarom om te beginnen dit mooie filmpje.

Vidrar Vel Til Loftarasa music video by Sigur Ros, IJsland.

dyn006_original_500_430_jpeg_20344_5c6558428d5fe29e7d2ede3d86f1b123.2

En daarmee verbind ik de publicaties in de vroege jaren negentienhonderd van bijvoorbeeld Luc (1902) geschreven door Achille Essebac (in feite een nom de plume voor de Belgische auteur Achille Becasse), van Louis Daudet die in 1908 Lorenzaccio publiceerde en in 1923 Un amour hors la loi van Henry-Marx, met als treffende aankondiging:
“De la douleur avant toute chose…’

Blijkbaar was er ook een markt voor want in Frankrijk verschenen tussen 1880 en 1935 zo’n 300 titels met als thema ‘l’homosexualité’.

Sommigen maakter ervan gebruik om hun thema te duiden zoals Pierre Sabatier deed in zijn voorwoord van Vices

‘Au sein d’ une société indifferente, blasée et lasse, comme au temps de la décadence greque, les réprouvés se sont multipliés, constituant un véritable danger social.
C ‘est ce danger que je me suis éfforcé de signaler dans ce livre, comme je me suis efforcé de flétrir, en les montrant sous leur véritable jour, ces vices injustement tolérés et qui portent en eux un germe de mort.’

Het klassieke hypocriete truukje, laten we ons wentelen in de ondeugd om ons bewust te worden van haar verwerpelijkheid, een these gehanteerd door talloze boulevardblaadjes die altijd als eerste de (blote) vinger in aanslag houden om hem met dat oergevoel op te steken en de aandachtige lezer te waarschuwen.

En nu staan ze weer bij elkaar, Wilde en Gide, 1897 in Berneval-sur-Mer près de Dieppe.
Ik citeer Monique Nemer uit Corydon Citoyen:

‘Un Wilde “affaibli, défait”, traqué par les créanciers, n’ ayant plus rien à voir avec l’homme à l’ aisance souveraine, au rire “non tant joyeux que triomphant” qui, seulement deux ans auparavant, avait été l’ entremetteur de sa première nuit de plaisir avec un jeune garçon- une expérience qui lui fait écrire dans Si le grain ne meurt: “Depuis, chaque fois que j’ ai cherché le plaisir, ce fut courir après le souvenir de cette nuit”.

Lors de cette rencontre normande, Wilde avait décrit à Gide la terrible épreuve qu’ avait été la prison, et voulu le mettre en garde:
“Ecoutez, dear, il faut maintenant que vous me fassiez une promesse. Les Nourritures terrestres, c’ est bien… C’ est très bien… Mais, dear, promettez-moi: maintenant n’ écrivez plus jamais Je.”

dyn006_original_424_693_jpeg_20344_80a0504bc81965052172bb4c93c58fb7.2

Niettegenstaande hij van Proust dezelfde raad kreeg, schrijft hij in zijn Journal:

J’ apelle pederaste celui qui, comme le mot l’ indique, s ‘ éprend des jeunes garçons. J’ apelle sodomite (…) celui dont le désir s’ adresse aux hommes faits. J’ apelle inverti celui qui, dans la comédie de l’ amour, assume le rôle d’ une femme et désire éetre possédé. (…)
Les pédérastes, dont je suis (pourquoi ne puis-je dire cela tout simplement, sans aussitôt vous pretendiez voir dans mon aveu forfanterie?), sont beucoup plus rares, les sodomites beaucoup plus nombreux, que je ne pouvais croire d’ abord.

dyn006_original_600_403_jpeg_20344_769e21bb7d2bb974383ae841115e6e3b.2

Feuillets 1918, dans Journal, Gide.

Ook al staat deze uitspraak nog maar in zijn Journal, het betekent een definitieve breuk met de wijze waarop homoseksuelen over zichzelf het woord namen (of zwegen)

‘Ce “les pédérastes, dont je suis” est un formidable coup de boutoir dans des conventions langagières dont, on l’ a vuà propos du proces Wilde, les enjeux vont bien plus loin qu’ une réserve de bon ton.

Dans son article “Discretion” du Dictionnaire de l’ homophobie, Philippe Mangeot analyse très justement l’ effet de ce “Je”, cette “nécessité de produire un discours en première personne dont la seule tenue contribue d’ une part à interoroger la norme den tant que telle, et entame d’ autre part le privilège des experts habitlités à s’ exprimer- et à trancher- sur les cas des minorités: les medicins, les psychiatres, les psychanalystes, etc.”

..aldus Monique Nemer.

We zullen hen blijven volgen.


DE LIEFDE DIE HAAR NAAM NIET DURFT ZEGGEN (2)

bb89c5607c

 

Ja, de veelheid van betogen, de overdaad aan betogen over dit ‘soort’ liefde kan niet ontkend worden, maar dan wel betogen waarin ze nooit bij naam wordt genoemd, un déluge de mots cernant, plus encore qu’ un silence, un creux om Monique Nemer te citeren. (p17)

Ook Oscar Wilde zelf droeg bij tot die stilte.
Er is een groot verschil tussen homoseksueel zijn en zich ook zo noemen.

Ook na zijn gevangenistraf had hij het veeleer over een ‘nous’ en nooit over ‘je’.

‘Je n’ ai aucun doute que nous gagnerons, mais la route est longue et rouge d’un monstrueux martyr.’

Ofwel een opinie weergeven:

‘Avoir changé de vie aurait été admettre que l’ amour uranien est ignoble. Je le pense noble- plus noble que d’ autres formes d’ amour.’(Franse vertaling van de auteur)

dyn007_original_374_300_jpeg_20344_8db56218a048f1847696143795672052.2

Merkwaardig is een passage uit de ondervraging op het proces door Eduard Carson, de verdediger van lord Queensberry.

CARSON: Heeft U nooit praktijken uitgeoefend die indruisten tegen de goede zeden.

WILDE: Oh neen!

CARSON: Uw handen op zijn persoon gelegd?

WILDE: Nooit.

CARSON: Heeft U nooit uw persoon tussen zijn benen geplaatst?

dyn007_original_376_540_jpeg_20344_c08dc08c1971ada2971ba8eb90c0c46f.2

Perplexité, roept Monique Nemer uit, en inderdaad, je moet op een noot bij de vertaling te weten komen dat ‘person’ hier staat als eufemisme voor ‘penis’.

Een vreemde omgekeerde metoniem, niet pars pro toto maar totum pro parte, het geheel dat een deel moet aanduiden.

Maar daarmee wordt ook duidelijk dat Tota mulier in utero blijkbaar niet alleen voor vrouwen was voorbehouden en dat ‘ik ben een homoseksueel’ zeggen ‘…serait dès lors, plus encore que consentir à sa propre négation, la provoquer. Un suicide, en quelque sorte.’

Sebastien Chauvin legt de vinger op de wonde in zijn opstel over “l’homophobie intériorisée’.
(Sebastien Chauvin, “Honte” in Dictionnaire de l’ homophobie, sous la direction de Louis-Georges Tin, Presse Universitaires de France, 2003, p222-226)

‘Sébastien Chauvin distingue la honte, qui concernait les actes seuls, du stigmate, qui marquerait l’ être même des individus, la définition de leur essence.
Le regard social ne confond pas “la transgression solitaire de l’individu “normal et universel” qui se contente de jouer avec la limite social ou sexuelle, et “l’ abjection” de l’individu stigmatisé par delà les actes mêmes qu’il a ou ne pas commis, et qui ne peut refuser l ‘ identité “infâme” qui lui est imposée”: pour l’ homosexuel, la honte “ne se reduit jamais à une culpabilité qui démeurait locale tout en laissant indemme la définition des personnes.

L’ acte honteux déteint toujours sur l’ essence de son auteur”.

dyn007_original_376_590_jpeg_20344_291b108ef992daca6ff7d8b23e583b60.2

Geconcentreerder gezegd: ‘La vision homophobe condamme les homosexuels à n’ être plus que leur sexualité’, redoublant ainsi l’ inconvenance de l’ anormalité par l’ indécence de l’ exhibitionisme.

De schaamte is het resultaat van dit idee te interioriseren en zichzelf tot een lichaam dat zich exhibitoneert te herleiden.

De reeds geciteerde prof Ambroise tardieu die de verdienste had op te komen voor de misbruikte jonge hoertjes midden 19de eeuw, kon echter in zijn geleerd werk aardig uit de hoek komen als hij het over de pédéraste, de jongensminnaar had:

‘Monstre dans la nouvelle galerie des monstres, le pédéraste a partie lieé avec l’ animal; dans ses coïts, il evoque le chien. Sa nature l’ associe à l’ excrément.’

Met dit idee in het achter- en voorhoofd kun je niets anders doen dan weglopen van het ‘je’ en begrijp je dat Wilde hevig en eerlijk No uitriep op de gestelde vragen.

Komt daarbij dat je zijn verdediging begrijpt tegen de aanvallen op Het portret van Dorian Gray dat immoreel zou zijn net zoals de auteur, tegen de veroordeling van een verhaal ‘De priester en zijn akoliet’ dat in het tijdschrift waarin hij zijn citaten voor de jeugd (!) publiceerde werd geplaatst, niet omdat het een goed verhaal was, het was afschuwelijk geschreven, maar een auteur hoeft zich niet moreel in zijn schepping te gedragen was zijn standpunt, de kunst heeft zich met de schoonheid, de intelligentie en de emotie bezig te houden.

En in 1851 schrijft Proudhon nog:

‘Tout meurtre commis par un citoyen quelconque sur le péderaste dans le cas de délit flagrant est excusable.

Het werd als een soort wettelijke zelfverdediging gezien, want niets minder dan de beschaving was in gevaar.

De heer Zola deed er nog een schepje bovenop:

‘Un inverti est un désorganisateur de la famillie, de la nation, de l’humanité. L’homme et la femme ne sont certainement pas ici-bas que pour faire des enfants mais ils tuent la vie le jour où ils ne font plus ce qu’ il faut pour en faire.
(…)” L’homme et la femme”, car l’ invertie n’ est pas moins redoutable que son homologue masculin, et comme lui passible d’une mort qui justifie pleinement sa monstruosité.

“‘C’ est l’ ogresse fatale, l’ ange du mal, l’ incarnation du péché, la parfaite damnée. (…) Elle va jusqu’ au crime pour garder sa proi. Sa fin est violente: les narcotiques l’ achèvent, quand la cellule d’ une prison, le cabanon de l’ asile, le poignard d’ un mari ou d’ un frère outragé, justiciers improvisés d’ un crime impuni par la loi, n’ en débarassant la société, ainsi qu’ une bête venimeuse.’

dyn007_original_376_470_jpeg_20344_7402887b76ffc206d45d2504ad3733d4.2

Dat iemand met deze geaardheid zich niet zou haasten om ‘je’ te zeggen, wordt al een beetje begrijpelijker.
Ook nu word iemand die van jongens houdt, herleid tot dezelfde perverse mens waarover men het had einde 19de, begin 20ste eeuw.
Vooruitgang, zei u?


DE LIEFDE DIE HAAR NAAM NIET DURFT ZEGGEN (1)

 

dyn010_original_419_277_jpeg_20344_b775c0a4e7388911177dd0a62ee710d8.2

Als confrontatie met de teksten uit de vorige eeuwen, koos ik beelden van hedendaagse kunstenaars, fotografen, video-animatiekunstenaars en schilders, naast foto’s uit het begin van de 20ste eeuw zodat deze mix ook zijn eigen wereld gaat vormen waarin de teksten omtrent Wilde en Gide afstanden en nabijheid verhelderen zonder ze te moeten verklaren.

dyn010_original_448_310_jpeg_20344_e5185dbe788423673db8fa6fdcc6a47b.2

Ik sprak gisteren over het boek van die dokter Taupe, en uit dat boek met die lange naam wil ik graag een fragment laten horen, fragment dat Monique Nemer citeert in haar Citoyen Corydon.

Het fragment gaat over het dragen van een anjer als aanduiding van een ‘bepaalde’ seksuele voorkeur

dyn010_original_317_450_jpeg_20344_7dcdae4f65b915dc0b035685e642f049.2

‘Oscar Wilde adopta cette “fleur des poètes”, et ses disciples, dont beaucoup étaient fardés ou en avaient l’ air (il y a un façon de se coiffer et de se dandiner qui va avec le bistre artificiel, le rose des lèvres, etc), se crurent obligés de l’ imiter.

Les journaux publièrent des articles d’ une violence inouïe: on accusait les chevaliers de l’ oeillet vert de faire partie d’ une bande des péderastes.
C’ était le signe de ralliement. Après des menaces de procès contre des journalistes, on cessa de porter des oeillets verts et d’en parler jusqu’ a l’ année dernière (en 1894) quand un roman L’ OEillet vert parodia Oscar Wilde et Alfred Douglas.’

Het boek verscheen in 1894 anoniem met als titel ‘The Green Carnation’bij Walter Heinneman, London en de aandachtige lezer zal zijn/haar geachte wenkbrauwen fronsen want dat was inderdaad de uitgever bij wie later James zijn The Turn of the Screw zou publiceren.
(Het boek zou in 1949 en in 2006 opnieuw verschijnen met de naam van de auteur, Robert Hichens)

In datzelfde jaar spreekt de auteur Mark André Raffalovich, schrijver van L’ Affaire Oscar Wilde (1895) over ‘ imprudences’, onvoorzichtigheden.

Tonen wel, ermee uitpakken ook, maar spreken, dat niet.
“L’ Amour qui n’ ose dire son nom.” om Wilde te citeren.

Met Monique Nemer vragen we ons af wat de oorzaken van die ‘stilte’ waren.

Als je in de minuten van Wilde’ s proces merkt dat de termen ‘péderaste’ of ‘sodomite’ vermeden worden en de advocaat van de aanklager zelfs weigert al de stukken te lezen, ‘uit respect’ voor de justitie dan wordt je als iets duidelijk van het heersend klimaat dat toelaat dat The Lancet deze tekst publiceert:

‘Il est particulierement important que de tels sujets ne soient pas discutés par l’ homme de la rue, encore moins par le jeune garçon ou la jeune fille.’

dyn010_original_304_411_jpeg_20344_6d0dcb2727fb294b4eec5a81078d6503.2

Deze angst voor ‘besmetting’ zie je zeker ook in het verbod op het publiceren van verslagen van processen met homoseksualiteit als onderwerp.
( Publication of Indecent Evidence Bill 1896)

Uit Corydon Citoyen:

Silence: l’ homosexualité c’ est ce crime “inter christianos non nominandum” – le crime que “les chrétiens ne sauraient nommer”.
Banni d’ expression au point qu’ il faut user d ‘un masque, le latin, pour évoquer jusqu’ à cette interdiction.

Et en 1926, lorsque la revue Les marges lance son enquête sur l’ homosexualité en littérature, la reponse d’ Ambroise Vollard au rédacteur de chef tient en une phrase:
“Monsieur, j’ ai l’ honneur de vous répondre que j ‘ ai été élevé dans la religion catholique, apostolique et romaine, et que Saint Paul a dit: “Que ce mot ne soit jamais prononcé parmi vous” ‘

dyn010_original_300_379_jpeg_20344_df320ec1d0282d1bcd4273c793fb5fb1.2

In 1862 gebruikt prof. Ambroise Tardieu, titulaire de la chaire de médicine légale, latijn en Frans door elkaar om “le tableau repoussant de la péderastie” te borstelen: (latijn als voorzorgsmaatregel tegen “besmetting”

Qui manusturpo dediti sunt, casse-poitrine appelantur. Cognomine pompeurs de dard sive de noeud (id est turpissima penis significatio) designantur qui labia et oscula fellatricibus blanditiis praebent”.

En Monique Nemer voegt daar aan toe:

‘Curieuse méthode pour qui veut purger l ‘ ensemble de la société de cette “triste et honteuse folie”, que de parler en sorte de ne pas être compris, ou l ‘ être du plus petit nombre possible…’

Haar verbazing is de onze, dus volgen we haar graag de volgende dagen in dit boeiende labyrint.

dyn010_original_456_300_jpeg_20344_c9ebc22fcb7e74983baec5a6e5d76902.2


CORYDON CITOYEN, DE ARCHEOLOGIE VAN EEN COMING OUT

IN DEZE VAKANTIETIJD PUBLICEER IK GRAAG MIJN SERIE OVER ANDRE GIDE OPNIEUW.
WAAR MOGELIJK ZAL IK ZE AANVULLEN MET NIEUWE ELEMENTEN.


dyn003_original_555_397_jpeg_20344_1619da831ae2af9fc585a572d2a5f57e.2

Whatever happened to André Gide?’ interroge Paul de Man dès 1965 dans la New York Review of Books.

En met deze vraag opent het boek van Monique Nemer, prof literatuur aan de unif van Caen, boek uitgegeven bij Gallimard en verschenen in oktober 2006:

CORYDON CITOYEN, Essai sur André Gide et l’homosexualité.

Naar aanleiding van mijn serie over The Turn of the Screw en naar andere aanleidingen die uit het leven van alledag zijn gegrepen, kreeg ik het toegestuurd van een vriend, zoals ‘The Master’ mij werd toegestuurd door een lieve vriendin die nu in India deze woorden leest, en ik mag zeker een Berlijns-Belgische vriendin niet vergeten die me tussendoor signalen uit de literatuur en toneelwereld geeft.

dyn003_original_362_362_jpeg_20344_c769abe37a9c47de290ddaa7562a3d88.2

Ware vrienden tonen je de wereld, en dat zal André Gide geweten hebben die als vrijwel enige de arme Oscar Wilde bezocht in 1897 in Berneval-sur-Mère nabij Dieppe na zijn verschrikkelijke twee jaar in de gevangenis.

dyn003_original_500_501_jpeg_20344_4d0faa4651a699f45696cf3884e61f0a.2

Ik vroeg me af of Henri James niet alleen de Engelse invloeden van zijn tijd had ondergaan, maar gezien zijn goede kontakten in Frankrijk, weet had van wat er daar gebeurde en op gebied van literatuur en geesteleven verscheen.

En dat was het spoor dat Wilde en Gide verbond, dat me bij het boek van Monique Nemer bracht.
De inhoud van het boek?
Voilà:

Bien que centré sur André Gide, cet essai n’est pas un essai littéraire – il n’étudie pas les textes – ni même d’histoire littéraire. Plutôt l’histoire des mentalités. Il part d’un constat – oublié : Gide est le premier écrivain européen, surtout de sa stature, à faire ce qu’on n’appelle pas encore un ‘coming-out’ avec la publication en 1924 de ‘Corydon’, des ‘dialogues’ sur la pédérastie, et ‘Si le grain ne meurt’, ses mémoires – y compris sexuelles. Ce que n’ont fait ni Wilde, Proust, Cocoteau ou Montherlant.

Le livre suit deux lignes principales. La première interroge ce qu’est, dans les années 1920, se dire homosexuel, écrire sur l’homosexualité en disant je. Il en ressort un panorama de ce qui s’écrit alors sur le sujet, des risques encourus, du quotidien homosexuel. Ce contexte définit les conditions de la prise de parole de Gide. La deuxième ligne s’intéresse à celui qu’on appelle alors le ‘contemporain capital’ et qui décide de mettre cette notoriété au service d’une cause : le ‘droit de cité’ pour l’homosexualité et de citoyenneté pour l’homosexuel.

Het kost je 21 euro, en zoals het wel eens meer stil blijft in de media over het verschijnen van bepaalde boeken, kun je met het boek zelf op tocht gaan door de woestijnen van lafheid en schrik, op zoek naar een iets meer beloofd land waar we ‘samen’ burgers mogen zijn.

Maar nu terug naar de Franse kant van de zaak.
Want terwijl Symonds zijn bevindingen mee publiceerde verscheen er ook in Frankrijk een boek daaromtrent.

Ene dokter Laupts schreef Tares et poisons, Perversion et perversité sexuelles, une enquête médicale sur l’ inversion, notes et documents, le roman d’un onverti-né, le proces Wilde, la guérison et la prophylaxie de l’ inversion, préface Emile Zola, Paris, G. Carré, 1896

Je leert er Zola kennen als homo-hater, en je merkt al dadelijk de medicalisering van het onderwerp, of wat daarvoor moet doorgaan.

Stof genoeg dus, want dit is nog maar een begin, want de poëzie van de Fransen neigt wel eens meer naar de scheldende kant, iets wat hun volkstribuun Sarkozy nog maar eens bewees met zijn dwaze uitspraken over chemische castratie.

Weldra meer.


 


INTERMEZZO

moonlightHet maanlicht.

Nu de kleine prinses uit de bergen terug is, wijd ik me enkele dagen aan haar verblijf in ons huis.

Ik ben haar leerling.
Ik ben haar broertje.
Ik ben haar speelkameraad.

Ik ben haar opi.

Laten we dus naar Narnia gaan kijken, eten in de Mc Donnalds, in de trein naar de triestige zomer kijken en verhalen vertellen.

Ik laat William even terzijde, lees in de geschriften om zijn beeld te verfijnen, en hoor hoe ze terwijl liedjes zingt, naar Puk van de Petteflet kijkt en vier het leven zoals het is.

Als ze met haar vader naar zee vertrekt, kom ik terug.
In de maanlichte nacht van dit vreemde bestaan.


EEN TREIN ALS VOORBODE VAN EEN NIEUWE TIJD

Rain_Steam_Speed

De treingekte uit de veertiger jaren in Engeland,
de duivel losgelaten,in de regen
de damp van de machine
terwijl het bootje
de voorbije rust
de voorbije tijd symboliseert.

vergis je niet,
het is de zomerregen
geen hinder voor de trein
maar de baders
zullen opkijken
en de boeren schudden het hoofd
dat is niet meer op mensenmaat, zeggen zij.

Noch de regen, noch het water
houden hem tegen
de heerser
de rails
lopen voor hem uit
en de kinderen uit de dorpen
roepen:
hij komt, hij komt!

zoveel mensen
in de regen
achter het dampende ros
over de brug
en de rust van de rivier
weet je hoe vlug ik bij jou zal zijn?

De Maidenhead railway brug
overspant de Theems tussen Taplov en Maidenhead.

dyn006_original_478_656_jpeg_20344_f94073f5371ea2fd37a688bf5ce54c02

Isambard Kingdom Brunel
een naam als een veroveraar, inderdaad
tekende haar
en in 1839
dansen haar twee grote stenen bogen
over het water.

We kijken naar het oosten,
achter de trein ligt Londen.

Links zitten mensen in een bootje,
en rechts ploegt de boer zijn veld.

Maar de trein
komt naar ons.

Hij is de voorbode
van een nieuw tijdperk.

Turner and Ruskin
onmoetten elkaar in 1840
en in dat jaar huwde Victoria met Albert.

En net een jaartje voor dit doek werd gemaakt
had Ruskin zijn ‘Modern Painters’ gepubliceerd,
een verdediging van Turners lichtliefde.

Een jaartje na dit doek
zou Ierland
sterven door mislukte aardappel-oogsten,
Amerika wenkt,
neem de muziek
en de heiligen mee
naar de smeltkroes van de wereld.

En Turner ontvlucht de wereld,
hij begint met Misses Booth
een verborgen leven in Chelsea
en verschuilt zich achter de naam
‘Admiral Booth’

Charlotte Bronté schrijft Jane Eyre
en Emily Wuthering Heights
en Karl Marx en Friedrich Engels
The Communist manifesto.

De Pre-Raphaelites Broterhood
zal haar heimwee niet langer verbergen.

Nog een jaartje later
sterft William Wordsworth
en terwijl de wereldtentoonstelling
in the Crystal Palace schittert
verlaat William Turner de lijfelijke wereld,
al is zijn dood een lachertje
want al zijn kleuren ademenen
diep in en uit
tot op de dag van vandaag,
zo lang er ogen ziin op aarde,
verbonden met een open hart.


LICHT ALS PASSIE (2)

procession‘His short figure had become corpulent – his face . was unusually red, and a little inclined to blotches, . He generally wore what is called a black dress-coat, which would have been the better for brushing – the sleeves were mostly too long, coming down over his fat and not over-clean hands.’

Aldus de heer Richard Redgrave in de dertiger jaren van de 19de eeuw.

Geen man van de wereld dus, althans zoals wij dat begrijpen, want misschien zijn mannen van de wereld juist niet zo uitzonderlijk clean en afgeborsteld.
Dit maar om aan te duiden dat ondanks het commercieel succes William Turner niet bij iedereen een geliefde en gekoesterde volksheld was.

‘A Typhoon bursting in a simoon over the Whirlpool of the Maelstrom, Norway, with a Ship on fire, an Eclipse, and the Effect of a Lunar Rainbow,”
aldus het satirische tijdschrift Punch in de beschrijving van één van Turners werken.

In een populaire Londense theaterpantomime uit 1841 laat een bakkersjongen jamtaartjes vallen in een gallerie waar Turner zogezegd tentoonstelde.
The galeriehouder veegde de brokstukken taart samen, deed er een kader rond en bood ze dan voor duizend pond aan als een werk van de meester.

Een grapje trouwens dat in de 20ste eeuw in allerlei toonaarden opnieuw werd gezongen over de ‘moderne kunst’, waarmee we niet alleen het niets nieuws onder de zon willen vereren maar ook het tekort aan onderscheid voor het luie oog van de massa nog maar eens beklemtonen.

sun-settingMaar vergis je niet, hier is iemand die het licht bemint aan het werk.
Niet het vluchtige licht van de latere impressionisten, niet de abstraherende tonen van alle mogelijke abstraherende richtingen, maar het romantische, het bijna pijnlijke licht dat in zijn witte en gele toonaarden voor de dag naar groene en lichtgele schaduwen verschuift voor de avond en de nacht.

Turner werkte meestal op witte achtergronden en niet op zwarte zoals de meeste schilders gewend waren.
Hij laat het wit wit zijn, want het kan vaak niet wit genoeg zijn alsof hij naar het wezen van het licht, de sfumato die het licht veroorzaakt, op zoek is.

In zijn vroege werken vind je topografische gelijkenis en architectonische nauwkeurigheid als opperste goed, maar naarmate hij ouder wordt verschuift de belangstelling van de dingen naar het licht.

Kijk naar ‘de processie’, het bovenste werk.
Ik herinner me uit mijn jongenstijd ‘de kruisdagen’, de dagen voor Hemelvaart waarop wij langs de velden gingen, ’s morgens vroeg, en er een litanie van alle heiligen werd gezongen.
Een heerlijk heidens vruchtbaarheidsritueel.

De mensen zijn opgegaan in het licht.
Wie goed kijkt merkt nog enkele menselijke sporen, maar het overweldigende van de lichtkleuren heeft hun nietigheid uitgeveegd.

In het onderste werk komt de avond aangedreven.
Ook hier is elke menselijke aanwezigheid overbodig.
Het dak van een huisje als enige concrete verwijzing.
Dat doet hij vaak. Met de punt van de achterkant van zijn penseel, duidt hij een detail aan met plakkaatverf, of met een schabloontje.

Maar de voorbije dag sterft in alle schoonheid, en al zal zelden sterven mooi zijn, William Turner weet dat de nacht ook niet de kleurloze is, want het nachtelijke licht vervult hem met dezelfde passie.Kijk dus, want nooit zal zijn zon ondergaan.


LICHT ALS PASSIE (1)

turner-venice-wc

In de verte ligt de stad op het water, je ziet de dogana, de vage omtrekken van de gebouwen die samen Venetië vormen.
Maar het is het licht dat telt, die vreemde schemer vanuit het water naar de lucht.

We zijn in 1829, en een zekere Thomas Uwin schrijft op 3 februari:

I have fortunately met with a good-tempered, funny, little, elderly gentleman, who will probably be my traveling companion throughout the journey. He is continually popping his head out of the window to sketch whatever strikes his fancy, and became quite angry because the conductor would not wait for him whilst he took a sunrise view of Macerata. ‘Dawn the fellow!’ says he. ‘He has no feeling.’. . . He speaks but a few words of Italian, about as much French, which two languages he jumbles together most amusingly. His good temper, however, carries him though all his troubles. I am sure you would love him for his indefatigability in his favorite pursuit. From his conversations he is evidently near kin to, if not absolutely, an artist. Probably you may know something of him. The name on his truck is, J.M.W. Turner!

Thomas Uwin ontmoet zonder het zelf te beseffen de befaamde J.M.W. Turner, die dan 54 is, en Venetië bezoekt.
Om te drinken met zijn ogen, om schetsboeken vol te tekenen die hij later zal uitwerken (in het Tate alleen al zijn er zo’n 300 verzameld!)

William Mallord Turner is een van mijn vroegste liefdes zonder te beseffen wie of wat hij was.
Turner was herkenning, was dezelfde intense liefde voor het licht delen, was raadsel en techniek, en vooral romantiek, want wat ook hedendaagse critici mogen beweren, Turner was op de eerste plaats een kind van zijn tijd, over twee belangrijke eeuwen gelegen.
Zijn aards bestaan ligt tussen 1775 en 1851, van het complete landschappelijke naar de industriële tijd, van het oude regime naar pogingen tot Verlichting.
Zijn geboortejaar is het begin van de Amerikaanse burgeroorlog, en op zijn eerste vieren de Amerikanen hun eerste 4the of july, de declaratie van de onafhandkelijkheid..en het geboortejaar van John Constable.

dyn002_original_443_450_jpeg_20344_74488a09c9725628a622f632b120ff31

Hij schuwt het effect niet zoals in zijn bekende ‘Burial at Sea’ waarin hevige contrasten het brandende schip weergeven, en sfeer mee bepaald wordt door de zwarte zeilen die tot diep in hun waterweerspiegeling doorklinken terwijl een overwitte hemel daarmee fel contrasteert.

Zee, vuur en rook, het onmogelijke laten samengaan en daarvan het drama aanvoelen n elk detail.

Hij wordt in Covent Garden geboren, zoon van een barbier en pruikenmaker, een vaderskind, want de moeder verdwijnt vlug van het toneel als ze waarschijnlijk door het sterven van Williams zusje in 1786 mentaal ziek wordt, in een asylum wordt opgenomen en in 1804 daar sterft.
Ze kan verschrikkelijke woede-aanvallen krijgen, en waarschijnlijk daardoor zal hij bij een oom worden opgevoed, in het kustplaatsje Brentford zodat de zee, het oneindige van het water al in zijn vroege kinderjaren in hand- en oogbereik kwam.

Zijn tekentalent is al op erg jonge leeftijd merkbaar.
Zijn vader hangt het werk op in de barbershop en verkoopt het aan zijn klanten.
En terwijl in 1789 de Franse revolutie losbreekt, wordt Turner toegelaten als student in the Royal Academy Schools. (nauwelijks veertien jaar)

In feite wil hij architect worden, maar Thomas Hardwick Junior (architectenfamilie) zet hem tot schilderen aan.

En in 1790 na slechts 1 jaar studie hangt er al een aquarel op de Zomertentoonstelling terwijl zijn eerste olieverfwerk in 1796 het licht ziet, al is dat voor Fishermen at Sea in allerlei tonen en tinten op te vatten.

Hij zal later zelf leraar perspectief worden, en zijn lessen of voordrachten zijn moeilijk te volgen.
Hij is schuw, heeft moeite om beschaafd Engels te praten, en mummelt er dus op los, maar veel uitleg hebben zijn werken niet nodig, met één oogopslag zie je waar hij de nadruk op wil leggen en er zijn intussentijd dikke essays over zijn werkwijze verschenen.

In 1816 schrijft New Monthly Magazine:

”Excellent as are Mr Turner’s lectures, in other respects there is an embarrassment in his manner approaching almost to unintelligibility, and a vulgarity of pronunciation astonishing in an artist of his rank and respectability.’

Maar zijn werk slaat aan.
Hij opent zijn eigen gallerij en in een brief van Lady Trevelyan schrijft ze aan Dr. Brown op 7 oktober 1852:

”I have seen Turner several times – and have been in that wonderful old house – where the old woman with her head wrapped up in dirty flannel used to open the door, .and where on faded walls hardly weather tight – and among bits of old furniture thick with dust like a place that has been forsaken for years, were those brilliant pictures all glowing with sunshine and colour…’

We kijken morgen verder.


SCHIETGEBED TOT DE BIJNA HEILIGE DAMIAAN

 

dyn004_original_284_284_jpeg_20344_2d0bb10237242fc1d9e2dd7d651b1da7

Voor honden moest ik geen schrik hebben, zei hij, maar mensen die kunnen gevaarlijk zijn.

Langs de korenvelden ga ik met hem, mijn verminkte grootvader, op weg naar het stadspark.

dyn004_original_480_320_jpeg_20344_58ecd111167e6d9e04158d0c15a34299

Ik hoorde zijn woorden heel duidelijk in mijn hoofd toen ik ‘Rwanda hotel’ zag, een indringende film over de genocide aldaar.
De massahysterie, opgezweept door het gruwelijke Hutu-radiostation.

Verhef iemand, een familie, een dorp, een land tot de boosdoener.
Blijf vaag over de ware redenen van je haatwoorden.
Sluit je aan bij de heersende cliché’ s.

Niet bij ons mogelijk?
Enkele blogs van dit verwijderd word je verrot gescholden, je kinderen bedreigd, zal je huis in brand worden gestoken, moeten je ballen eraf, en dan verzwijg ik de ergste uitdrukkingen.

Enkele krantenberichten volstaan.
Dezelfde vage termen, maar straffe taal.

We reppen ons naar de bijna heilige Damiaan.
Wij, melaatsen, zoals Steven Debroey zijn biografie terecht betitelde


HET RITME VAN HET VOORBIJE

heller-5

 

Edward Wadsworth droomde van een nieuw ritme.
“Rhytms of Modern Life’, zoals de houtsnede hiernaast uit 1918 wil bewijzen.

Op de andere prent zijn we een oorlog verder.
1942 dus, gemaakt in Frankrijk bij het geluid van het geschut bij de terugtocht van de Engelsen uit Duinkerken.

De vormelijkheid van het moderne vindt zijn exponent in de machine, het gestroomlijnde, de mens voorbij.

De reusachtige schroeven hebben naast hun utilitair uitzicht de schoonheid van een kunstwerk.
Op het droge wordt dat zichtbaar, maar tegelijkertijd ontneem je daardoor hun werkelijk doel: een weg banen door de oceanen.

Een vreemd idee, in het gekristaliseerde verleden, uitgeloogd en vaak verdroogd, merk je de schoonheid.

Toen je vanuit Zwitserland belde, zag ik je weer door de velden dansen in de onbereikbare zomer die voorbij heet.
Maar de prenten in mijn hoofd, de schroeven op het droge, herkennen de zee.

dyn009_original_512_424_jpeg_20344_591272a075ff9de69b949da57ebc1bc9


DE OMGEVING ALS INSPIRATIE: LOUISE BOURGEOIS

23835491

De gouden hangende figuur zonder hoofd en deze hangende spiraal in het Guggenheim museum zijn beiden van de hand van de 96-jarige Louise Bourgeois wiens werk eerder in Parijs en Londen en nu dus in New York te zien is.

345

Hier te lande heb je alvast werk van haar gezien, denk aan de reusachtige spin (maman) in de omgeving van De Panne bij de kust-kunstevenementen van de voorbije jaren.

Over haar werk zegt ze zelf:

‘De relatie van een persoon met zijn omgeving is die van een voortdurende zorg. Ze kan terloops of nauwer zijn; eenvoudig of betrokken; subtiel of bot. Ze kan pijnlijk of aangenaam zijn. Dit is de voedingsbodem waarop al mijn werk groeit. De problemen van de verwezenlijking (technische en zelfs formele en esthetische) zijn van secundair belang; ze volgen pas later en kunnen opgelost worden.’

Maar, is er nog een omgeving?
Of lijken we op de hangende spiraal hiernaast (2004) waarover ze zelf zegt:

‘She says they make her think of control and freedom, and of strangling someone. ‘ (New York Times,27/06)

De tegenstellingen tussen controle, vrijheid en…strangling someone.
En of ze het nu heeft over de lang vervlogen maitresse van haar vader of niet, de kracht waarmee ze op haar 96ste nog elke dag werkt duidt aan dat ook onaffe en boze dingen een blijvende bron van betovering en inspiratie kunnen zijn.

‘From that history we know of her childhood in France, and how she learned to draw and sew while restoring antique tapestries in her family’s business. We’ve learned of the psychic damage inflicted by her father’s marital infidelities (the person she wants to strangle is his mistress); of her marriage to the American art historian Robert Goldwater; of motherhood (they had three sons); of making her way as an artist in an all-male game; and of her struggles with depression, anger, insomnia, agoraphobia, guilt and other lacerating but paradoxically stimulating disabilities.’

Ik denk inderdaad dat ‘het leven zoals het is’ waarschijnlijk de direkte bron is van haar beelden.

dyn007_original_600_400_jpeg_20344_289a3ae75174f3ba06a7e3ed4b46a865

Het koppel spinnen (2003) uit de retrospectieve wekt niet dadelijk vertedering, maar de archetypes van onze angsten omtrent spinnen en meerpotigen hebben zeker te doen met de diepe overweldigingsangst, overal webben waar te nemen, of gifangels te voelen die we vaak zelf hebben verzonnen om onze tekorten te maskeren en de schuld op het monsterlijke af te schuiven.

‘She has said that she works in response to emotions: fury at the past and fear of the present among them. But on the evidence of the survey, she is equally impelled by formal options — what she can do with her hands. That includes drawing, etching, molding, carving in stone, casting in metal, constructing with wood, sewing, embroidering, and turning antique shop and Dumpster salvage into walk-in assemblages.’

Nu zijn we terug bij ‘de omgeving.’
Vorm geven aan die emoties door ze verwerken met en in materialen, de binnenwereld zichtbaar te maken in haar creaties.

csm_Louis_Bourgeois_Robert_Storr_4dfaa94d2c

Dat dadelijke contact met haar leven zal vreemd overkomen bij de passiviteit waarin wij vooral ‘kijkende’ wezens zijn geworden, de uren televisie per week vormen een aardig getal.

In het onderwijs zijn we dan vooral weer lezende en schrijvende en luisterende reproducenten, er is bijna geen plaats voor handenarbeid, werken met kleur en vorm.
Door deze activiteiten voor te behouden aan het ‘artistieke’ zet je ze al buitenspel, je klasseert ze bij de weke delen, de niet aangepasten, de depressieven, enz.

Alsof we daar niet allemaal zouden bij horen.