plowden

Dit mooie beeld van de fotograaf Plowden kies ik met opzet om een belangrijk idee van Foucault in te leiden: de overgang van sanguiniteit (bloed-verwantschap) naar seksualiteit.

‘Het bloed is lange tijd een belangrijk element in de mechanismen, uitingsvormen en rituelen van de macht gebleven.
In een maatschappij waarin het aanverwantschapssysteem, de politieke figuur van de vorst, de indeling in rangen en standen, en de waarde van de afstamming overheersend zijn, in een maatschappij waarin hongersnood, epidemieën en gewelddadigheden de dood steeds dreigend nabij maken, is het bloed een van de wezenlijke waarden.

-Je hebt zijn instrumentele rol: bloed vergieten.
-Er is het functioneren ervan: bepaald bloed hebben.
-Bloedverwant zijn: iets met goed en bloed willen verdedigen.

Een maatschappij van het bloed, bijna zou ik zeggen van ‘sanguïniteit’ om Foucault te citeren.

De macht spreekt er door het bloed, ‘een werkelijkheid met een symbolische funtie’

Wij leven echter in een maatschappij van de ‘seks’ of liever in een ‘geseksualiseerde’ maatschappij: de machtsmechanismen richten zich op het lichaam, op het leven, op datgene waardoor het zich vermenigvuldigt, op wat de soort, haar kracht, haar vermogen om te overheersen of haar bruikbaaarheid versterkt.

De seksualiteit is geen symbool, maar een doelwit.( een object)

‘De overgang van onze maatschappijen van een ‘symboliek van het bloed’ naar een ‘analytica van de seksualiteit’ is bewerkstelligd door de nieuwe machtsprocedures die in de loop van het klassieke tijdperk zijn ontwikkeld en in de negentiende eeuw in werking zijn gesteld.
Zoals men ziet staat het bloed aan de kant van de wet, van de dood, van de gebodsovertreding, van het symbolische van de souvereiniteit; de seksualiteit daarentegen staat aan de kant van de norm, van het weten, het leven, de betekenis, de disciplines en de regulaties.’

Ze hebben elkaar niet afgewisseld of afgelost zonder elkaar te overlappen.
De obsessie door bloed en wet heeft op verschillende manieren al bijna twee eeuwen het beheer over de seksualiteit achtervolgd.

Van die interferenties is er vooral het ontstaan van het racisme belangrijk.
(het racisme in zijn moderne, zich op de biologie beroepende, statelijke vorm).

Maar ook van een hele bevolkingspolitiek dus, een politiek met betrekking tot huwelijk en opvoeding, een politiek gericht op het instellen van een sociale hiërarchie, met bertrekking op de eigendom, en een lange reeks interventies op het vlak van het lichaam.

De mythische zorg om de zuiverheid van het bloed en de triomf van het ras dat in het nationaal socialisme ongetwijfeld de meest naïeve en juist daarom de meest geslepen verbinding is geweest van de fantasmata van het bloed met de hevigste uitbarstingen van een disciplinaire macht.

‘En de geschiedenis wilde dat Hitlers politiek van de seks een belachelijke praktijk bleef, terwijl de mythe van het bloed uitliep op de grootste massaslachting die de mensheid zich to op heden kan heugen.’

Diametraal daar tegenover zien we op het einde van de negentiende eeuw de poging om de thematiek van de seksualiteit zodanig te herformuleren dat ze weer deel gaat uitmaken van het systeem van de wet, van de symbolische orde en van de souvereine macht.

dyn008_original_292_450_jpeg_20344_0b162bc80138f404e943ea55887383aa

Vanaf het moment dat de psychoanalyse brak met de neuropsychiatrie van de degeneratie stond zij wantrouwig tegenover de potentieel onstuitbare woekering van deze machtsmechanismen die zich opmaakten om de seksualiteit in haar alledaagse dimensie te beheersen en te beheren.

dyn008_original_495_360_jpeg_20344_c6cf52b88fd7462c343089d393b03225

Vandaar ook Freuds poging (hij was getuige van het opkomende racisme dat echter in zijn geboortestad al een stevige traditie had) om aan de seksualiteit als beginsel de wet ten grondslag te leggen- de wet van aanverwantschap, verbod op incest tussen kinderen van dezelfde vader, de wet van de Vader-Vorst.

Daaraan dankt de psychoanalyse dat ze theoretisch en praktisch tegenover het facisme stond.
(op enkele uitzonderingen na, om te zwijgen van Goebbels broer die lange tijd voorzitter van de Duitse Bond voor Psychoanalyse was, enz.)

Maar…deze positie van de psychoanalyse was aan een bepaalde historische conjunctuur gebonden.

‘En niets kan wegnemen dat het denken over de orde van het seksuele in het register van de wet, de dood, het bloed en de souvereine macht- hoezeer ook naar De Sade en Bataille wordt verwezen, hoezeer ook bij hen het waarmerk van ‘subversiviteit’ wordt gezocht- per saldo een historische ‘retroversie’ is.
Het seksualiteitsdispositief moet worden gedacht uitgaande van de machtstechnieken die in dezelfde tijd werkzaam zijn als dit dispositief.’

Het zou dan ook zou het een mooie studie zijn om de bloedbanden tussen de politici van deze tijd, om maar te zwijgen van de industriële families, in dit licht te bekijken.