4416424spZ

‘Hou je van jongens? laat ze toch gaan, je waan
is dwaas; hen te behouden een onvervuld verlangen.
Als ’t brengen van zeewater naar ’t strand, of
’t tellen der stofkorrels van ’t Lybiese zand;
Zo is’ t innig verlangen naar knapen – en toch wekt
hun ongrijpbare lievigheid hartstocht bij goden en mensen-
doch ziet op mij, en al mijn daden; wat gebeurde er mee?
weggespoeld, en verworpen, als wrakhout op ’t rulle strand der zee.

Deze tekst uit de vierde eeuw voor Christus komt uit de verzameling van Strato van Sardeis, en vormt een welgekomen inleiding voor onze verdere zoektocht naar de Aphrodisia, de werken van Aphrodité.

Al zegden we immers dat de ‘christelijke achterdocht’ wat de zaken van het vlees betrof niet terug te vinden was in het Oud Griekse beeld van de aphrodisia, maar toch, zoals ook uit onze entrée blijkt wordt voortdurend ‘matigheid’ aangeraden, en klanken, beelden en geuren te wantrouwen, echter niet omdat de verknochtheid die ze wordt toegedragen, enkel de gemaskeerde vorm van een in wezen seksuele begeerte zou zijn, maar omdat er muziek bestaat waarvan het ritme de ziel kan verslappen, omdat er toneelvoorstellingen zijn die de ziel als gif kunnen aantasten, en omdat bepaalde geuren en afbeeldingen van die aard zijn dat ze ‘de herinneringen aan de begeerde zaak’ oproepen.

dyn001_original_510_510_jpeg_20344_244265c9727870c1a9c2f31347b7b5dc

En natuurlijk wordt er gelachen met de filosofen die beweren dat ze slechts van de ongerepte ziel van de knaap houden maar in feite een tête-à-tête afwachten om hun hand onder de tunica van de teerbeminde te laten glijden, zoals Foucault dit citeert (in feite alludeert hij al op latere geschriften die aan Lucianus worden toegeschreven)

Gaat het over de natuurlijke historie, ‘het gedrag der dieren’, dan vinden we bij Aristoteles de beschrijving van de verschillende copulatievormen, maar wat de menselijke soort betreft, ook al is de beschrijving van de organen en hun functioneren uitvoerig, de seksuele gedragingen met hun eventuele varianten worden nauwelijks vermeld.

Dat mag ons niet laten vermoeden dat er hierrond een absolute stiltegordel zou bestaan, want elke vraag wordt beantwoord, en het zijn niet de vorm van de genotsdaden maar de activiteit waarvan ze blijk geven die het probleem zijn.

‘Veel meer hun dynamica dan hun morfologie’

Deze dynamica wordt bepaald door de beweging die de aphrodisia onderling verbindt, de lust die ermee gepaard gaat en de begeerte die ze opwekken.

‘De aantrekkingskracht die de lust uitoefent en de kracht van de begeerte die naar haar uitgaat, vormen met de daad van de aphrodisia zelf een hechte eenheid.’

En het is die ontbinding van deze eenheid die later een van de wezenlijke kentrekken van de ethiek van het vlees en de opvatting van de seksualiteit zal zijn.
Simplistisch gezegd: seks ja, maar het mag niet plezierig zijn, want juist dit plezier zal als een morele waardevermindering worden opgevat in de christelijke zielezorg.

De moeilijke plaats van de lust binnen de opvatting van de seksualiteit en de problematisering van de begeert, ziedaar twee breekpunten voor de christelijke moraal.

In de aphrodisia echter vormen daad, begeerte en lust één geheel waarvan de elementen wel worden onderscheiden maar onderling hecht verbonden zijn.
De natuur heeft gewild dat de vervulling van de daad met lust gepaard gaat en deze lust wekt de epithumia, de begeerte op, een beweging waaraan Aristoteles herinnert: de begeerte is steeds de begeerte van iets aangenaams. (hè gar epithumia tou hedos estin)

En is het uiteraard Plato die het begrip vaak aanvult met de redenering dat er zonder gemis geen begeerte kan zijn, dat er dus een zeker leed mee kan gepaard gaan, al legt hij in de Philebus’ uit dat de begeerte enkel kan worden opgewekt door de voorstelling, het beeld of de herinnering van de zaak die genot geeft.
Hij leidt daaruit af dat er enkel in de ziel begeerte kan zijn, want als het lichaam een gemis lijdt, kan de ziel en alleen de ziel door middel van herinnering de te begeren zaak aanwezig stellen en dus de epithumia opwekken.

Onze epithumia naar meer zullen we tot de volgende aflevering proberen te behouden.