416_ccc0d7029686f40a9699488f3db7bfd5

Waarde Schaatser,

De uitdrukking “je op glad ijs begeven” is ons allen bekend.
Er is niet veel keus, beste Theodore. Aan de kant blijven is uitgesloten, en al bij de eerste stapjes bindt hij mee de schaatsen om. Meer nog, hij helpt je zelfs om recht te blijven.
Hij is voor sommigen een vijand, voor anderen een passionele vriend, maar voor de ware schaatser hoeft hij niet meer (en niet minder) dan een aanwezigheid te zijn die ons de smaak van het landschap niet kan ontnemen, noch minder de langzame extase van het evenwicht, en zeker onmachtig is als het over je eigen koers gaat, je elf- of honderd stedentocht.

Zelf heb ik hem nooit afschrikwekkend gevonden, deze onbestaande, die door onze eigen angsten is gecrëeerd zoals wij het eeuwige leven en de rijstpap met gouden lepeletjes hebben geschapen om alle angsten van deze schaatsbaan te bedwingen.Ook al wandelen wij zoals de vogels op dunne benen (zeker nu het buiten gladjes is) we moeten hem gewoon recht in de holle ogen kijken zodat zijn waanbeeld als in een nachtmerrie in duigen valt.
En zij die roepen dat deze schaatser tenslotte altijd bij de eindmeet staat waar wij ook naar toe schaatsen ,(Isphahaan!) zij vergeten de golvende beweging die hun aanwezigheid heeft veroorzaakt, zoals een miniem steentje grote kringen in de vijver maakt, ook lang nadat het op de bodem ligt.

Ik weet het, wij leven bij gratie van onze voorstellingen, de allegorieën zijn onze adem en maken het mogelijk ons verhaal te vertellen, maar al bindt hij zijn schaatsen aan, telkens weer zijn er kleine voetjes die hem voorbij schieten ook al denkt hij met ons zijn buit binnen te hebben.

Ik moedig je evenwichtsoefeningen verder aan, waarde Silverstein,

Je psychiater, G. Dumortier