454_fc3bf69d231a89cc210faf64b02446b0

Beste Psych,

Lanceer ik even een mooi beeld, niet eens van mij maar van een echte dichter (Oerlemans) en krijg ik me daar een metafysische preek op mijn dak alsof ik op het punt stond elk ogenblik van deze aardbol te verdwijnen.

Ik waardeer je beelden, je mooie zinsneden, ik heb oog voor de beeldrijke nuances en de hoopgevende ondersteuning, maar waarde G. Dumortier, de dood zit ons inderdaad al van bij de geboorte op de hielen, dus waarom denken dat ik mij meer dan andere schepselen bedreigd voel door zijn koude adem?
Hij heeft al zijn schaatsen aangebonden zegt de dichter, en dat zou nu net zo goed op een verwijdering kunnen duiden: hij schaatst er vandoor terwijl ik op land mijn evenwicht probeer te bewaren.

Natuurlijk is het een beroepsafwijking, het siert je zelfs, de labiele mens (en wie is dat niet?) te ondersteunen of minstens te troosten, maar het is een scheve schaats, waarde psych.
Ik vond de tekst vooral mooi omdat het zo’n eenvoudige verwoording van de evenwichtsoefening was die we elke dag moeten uitvoeren, willen of niet. De dunne vogelbenen, de schaatsende dood, er zit een wat glijdende beweging in hun verschijnen of verdwijnen.
Dat is een mooie manier, eigen aan de tango, de trage wals, het schaatsen, het is een ingehouden vorm van benaderen en, net op het moment dat onze werelden elkaar zouden raken, draaien we beiden de andere kant uit, geven we elkaar de kracht om ons zelfstandiger te bewegen en zwieren we weer naar elkaar.

Zo verdwijnen ook de kunstwerken, waarde psych. Ze komen eerst nog duidelijk in beeld, naderen zoals een ruimte-ontdekker de aarde om dan met een krachtige stoot het heelal te doorkruisen zonder nog enige hoop op terugkomst tenzij langs beelden via hun gesofistikeerde camera’ s.
Ik stuur je hierbij een mooi schilderij van een van mijn lievelingssschilders uit de 18de eeuw, namelijk Chardin. Hij ontdekte dat er niet alleen glanzende harnassen, draaiende engeltjes en wijdse landschappen of marines in beeld te brengen waren, maar dat de alledaagsheid haar diepe schoonheid had.
Denk nu niet dat er weldra druiven zullen verwijnen, dat de theepot in stukken zal breken. Dat kinderlijke verdwijnen behouden we aan televisieprogramma’s voor, maar ze zullen opgloeien zoals vallende sterren. De theepot uit de 18de eeuw zal nog even op de tafel van ons oog staan, en daarna…?

Dat vertel ik je later wel. Bekijk het tafereel nu het nog kan.
Het wonder dat licht van de voorbije eeuwen ons bereikt is niet alleen de verre sterren gegeven, maar ook de doeken van de kunstenaars.

Uw aarzelende patient, Theodore Silverstein.