met andere woorden

 

259_68770124114833dd6dc533363406642d

PASSED THE TATTOOED NIGHT WIDE AWAKE

I passed the tattooed night wide awake
looking at myself in the mirror this morning I saw
my face was a piece of ice
a feeling of coldness ran through me

As if I awoke all of a sudden
from a dream that writhed in pain
wanting to write something
I could not find my right hand
my hand on which mushrooms grew

I have not found the words
words I have been hearing night and day
in fire under water from palm leaves
on eternity’s darkling roads
wearing a necklace of seven strings
amber-coloured low sounds of barren love
now hang from your neck
all over the bodies of
those who are gone who are coming who are ready to go

Hesitantly I look into your eyes
I go on till turning into a western star
I burn in the air to ash
turning into ash I come down on your face

I have to be wide awake tonight as well
perhaps for this night
I have been waiting all these days
carrying my heart in a sacred copper vessel

In your presence I try to hide my face
in the midst of rain stones trees children
I am now getting submerged
in the mossy nights’ deep water

Looking at my face in the mirror tomorrow morning
perhaps I shall see
from the riverbank an old man
is angling all alone
looking at the evening torn into strips

The fish jumping on the water seem to be
jumping onto the bank
a kingfisher would swoop down
on the edge of the water

NILMANI PHOOKAN

Translated by Dibya R. S. Khataniar
(zie ook link om meer te lezen van deze dichter)
foto: Bernard Faucon

Klik om toegang te krijgen tot 09_chapter%204.pdf

220px-nilmoni_phukan_sr_1981_stamp_of_india


Icarus (112)

119_3761f052ae910deae6d1702ebbae51f8

Beste Simon,

Uit een briefje van enkele jaren terug schreef je vader:

'Wat is er mis met Icarus?
Alles.
Het is zo wat de eerste pers-roddel uit de geschiedenis.
Zijn vader, Daidalos, nochtans een eminent geleerde, zorgde voor de vleugels.
Dit bood hem de kans om zijn vervelend (en slimmer) kind te dumpen, maar het mes snijdt langs twee kanten. Want je kunt het ook op de ongehoorzaamheid van het jochie steken. Hij had maar moeten luisteren. Zie je nu wat er gebeurt met ongehoorzame kinderen?
Er is ook een nobele kant aan het verhaal: de drang om te ontsnappen, om te vliegen, om je boven je eigen dagelijks leven te kunnen verheffen. En weer het 'tweesnijdige': Doe het vooral niet, want kijk eens wat ervan komt!'Wat is er mis met Icarus?
Alles.
Het is zo wat de eerste pers-roddel uit de geschiedenis.
Zijn vader, Daidalos, nochtans een eminent geleerde, zorgde voor de vleugels.
Dit bood hem de kans om zijn vervelend (en slimmer) kind te dumpen, maar het mes snijdt langs twee kanten. Want je kunt het ook op de ongehoorzaamheid van het jochie steken. Hij had maar moeten luisteren. Zie je nu wat er gebeurt met ongehoorzame kinderen?
Er is ook een nobele kant aan het verhaal: de drang om te ontsnappen, om te vliegen, om je boven je eigen dagelijks leven te kunnen verheffen. En weer het 'tweesnijdige': 'Doe het vooral niet, want kijk eens wat ervan komt!'

Het is een artikel om van te smullen: je kunt de vader de schuld geven, je kunt het kind veroordelen, je kunt met de goden spotten of ze eren, kortom: welke mening je ook hebt, de pers geeft je hier altijd gelijk en bevestigt je vooroordelen. Toch subliem!
O ja, naar het schijnt smolten zijn vleugels omdat hij te dicht bij de zon kwam.
De waarheid zou beter in de richting van dit bericht kunnen liggen: JONGE DELTA-VLIEGER STORT BEVROREN NEER.
Had hij maar niet in zijn halve of hele blootje moeten vliegen, de pervert.

Ik wens je een behouden thuiskomst toe, Simon, ik denk dat KLM je voor dit onheil zal behoeden.

Misschien botst de lezer wel eens op Icarus wel als hij of zij in de innerlijke spiegel kijkt, of als zijn of haar vleugels te warm of te koud worden en een val onvermijdelijk schijnt.

Zijn schaduw is lang en koel, maar je hoort de kettingzaag iets te veel op de achtergrond.


Je G. Dumortier


zet mij maar in de kelder (111)

092_a7a112b3ce2eb6126aa1c92e2dbbbb06

Beste Meneer Dumortier G.

Er is nog een extra uitvoering waarin we de mooie Kantate BWV 159 uitvoeren: Sehet, wir gehn hinauf gen Jerusalem.
Daarin is er een prachtige aria voor alt en sopraan: Ich folge dir nach.
Ich folge dir nach
Ich will hier bei dir stehen,
Verachte mich doch nicht!i
Durch Speichel und Schmach;
Von dir wil ich nicht gehen

Twee melodieën wentelen zich door elkaar, de koraal-aria en daarover de verhalende stem van de alto. Telkens we aan deze passage komen, keer ik terug naar mijn kindertijd en hoor ik hem zeggen:
“Niet terug spuwen, jochie. Kijk ze aan.”
We stonden in de begijnhofkerk waar ik niet weg te slaan was van een ecce homo die daar met open mond zat pijn te lijden, een geluidloze kreet zo welsprekend dat er een verhaal rond ontstaan was. Toen een van de oorlogen de kerk dreigde te verwoesten zou het beeld gezegd hebben: “Zet mij maar in de kelder”. En dat hebben ze gedaan en zo bleef het gespaard.
Het was een verhaal dat hij telkens weer vertellen moest als we langs de kerk liepen en ik op het orgel mocht spelen, ik de klavieren, hij het voetklavier.

Dat niet terug spuwen was een raadsel. Sprak hij mij aan, had hij het tegen het beeld, sprak hij tegen zichzelf?
Toen we de kantate instudeerden en we aan de mooie passage kwamen, begreep ik het plotseling. Want dit is het vervolg:

Und wenn du endlich scheiden musst,
Alsdenn wil ich dich fassen,
Sollst du dein Grab in mir erlangen,
In meinen Arm und Schoss.

Zoals wij uit elkaar geboren worden, zo zijn we ook elkanders graf. Ich folge dir nach.
Ik wilde dat ik hem in mijn armen kon nemen.
Na de laatste uitvoering vertrek ik dadelijk naar de luchthaven. We zullen hem vinden.

Uw Simon Silverstein


een gedicht dat hij bewonderde (110)

255_93465b2e7f6456998c077af57f2de600

SER, SERENA, SERENITAS

I’m not talking about miracles,
nor of mysticism or gnosis, no.
I’m talking about the full and even fuller life
that bursts at the seams, honey-ripening.
About the direct touch between peel and fruit, about the joy
of fitting sensually into your skin.
I’m talking about the plenty of life that goes
through the pores, that bursts and sets off a new fullness
which floods the bloodless
so they put their heads and the scaffold together.

It’s the juice with a distinct taste I’m talking about.
About the momentary and the infinite pleasure of the everyday,
about happy children’s hands squashing their first strawberry
so it drips down to the elbow as they lift it to their mouths.
About the fortune of being alive, resisting the creeping of clichés.

I’m not afraid of conflicts, confrontations,
anger, tears, of ruptures, despair, no,
but of the suffocating breath –
inaudibly and invisibly invading space,
limiting and delimiting it,
poisoning life and what it lives in –
coming out of the topsy-turvy mouth
of those whose heads are stuck in the sand, their feet
still on the delusional floors of the ephemeral
sediments of the atmosphere.

TAJA KRAMBERGER (Slovenië)

Taja Kramberger page:
https://www.tajakramberger.com/

Foto door M Venter op Pexels.com

bericht van een psychiater aan Simon Silverstein

241_2c0827f1aefad351b21dc46e577b9090

Lieve Simon,

Je zult zelf de onzichtbaarheid die je vader nastreefde leren begrijpen naarmate je ouder wordt.
Als je 23 bent, moet alles nog beginnen, en de brieven die ik van je vader heb zullen je zeker op weg zetten mocht je hem willen vinden.
Er is een boek van hem achtergebleven waarin jij blijkbaar de hoofdrol speelt. Ik bezorg jou het manuscript.
Wandel langs de beelden die hij gebruikt heeft, ze geven meer prijs dan hij wilde toegeven.
Abram Baumgarten heeft zijn antiekzaak overgenomen, je kunt bij hem terecht want hij heeft een doos met enkele mooie zaken voor jou achtergelaten.
Heb een voorspoedige reis vanuit Sint-Petersburg, ik haal je in Schiphol op.

G. Dumortier, psychiater en vriend van Theodore


afscheid (108)

033_bbbc2e67421fa1c8d557e92b7331bd54

Lieve G. Dumortier

Je zult mijn brief pas over enkele dagen in Geneve ontvangen want je congres laat je niet veel ruimte om ook nog mijn mails te lezen, dus schreef ik je per persoonlijke post.

De laatse foto komt uit een collectie van “kerkhofstukken”. Buiten het feit dat er rustig is en de mensen er hun strijd hebben gestreden, is het plaats als een ander.
Ik vond het een mooi beeld om te eindigen want mijn woorden worden als stukken rauw vlees door jan, janette en alleman uit elkaar gereten.
Daar zijn ze te onbelangrijk voor.Ik heb mijn antiekzaak overgelaten aan een collega zodat ik met een rustig gemoed mij aan m’n beperkte theatraliteit kan overgeven. En is er iets theatralers dan de beelden op een kerkhof?
Degenen die mijn teksten willen herlezen kunnen dat nog wel een weekje en dan heb ik gevraagd ze te verwijderen want er zijn al woorden genoeg.

Ik had gedacht met iets wijs van mezelf te eindigen, maar onwijs als ik ben, gebruik ik de woorden van een ware wijze uit de Mahabharata, XII, 149

“De ziel is zonder begin en zonder eind. Gaat men in op iemands ziel dan moet men handelen en zich gedragen zonder wraak, zonder vreugde, en altijd vrij van jaloezie.
Als men de knopen van het hart wil ontwarren, moet men leven zonder verdriet de ruimte te geven en zijn twijfels verjagen.”

Een laatste wuifje uit hetzelfde boek der wijzen:

Als een vijand naar uw huis komt, moet hij zelfs een passend welkom krijgen.
Een boom onthoudt zijn schaduw niet aan degene die komt om hem om te hakken.

Mijn schaduw is lang en koel.



een roos is een roos (107)

065_f9e9b87e5b0b822c020d39566de69c9c

Beste G, psychiater,

De mooie foto van de Duitse fotograaf Jan Lipowski is voor een groot gedeelte te danken aan het onderwerp zelf: de roos.
Natuurlijk kun je lelijke foto’ s maken van mooie rozen, maar je moet al aardig je best doen om deze bloem te verraden.
Deze vorm van dienstbaarheid, het dienen van haar schoonheid door je zelf zoveel mogelijk terug te trekken, is een hoge vorm van door mij gewaardeerde onzichtbaarheid. Je hebt het toppunt van je kunnen nodig om haar tot bij de kijker te brengen, want al lijkt het eenvoudig, er is heel wat vakkennis voor nodig en laten we ’t ook nog maar eens liefde noemen om haar op onze schermen bijna ruikbaar aanwezig te maken.

Kijk ik nu met de blik van de parfumeur dan zie ik haar als een nietig onderdeeltje van het rozenwater, want er zijn er kilo’s nodig om tot een beetje extract te komen. Mijn blik wordt bezitterig, ik verlies mijn onzichtbaarheid.
Kijk ik als de wetenschapper dan deel ik haar in bij een bepaalde klasse, groep, soort, beoordeel ik haar toestand, kortom ik ontdoe haar van elke emotie en verlies daardoor ook weer mijn onzichtbaarheid door haar voor mijn werk op te eisen.
Natuurlijk is de onthechtende blik je niet zo maar gegeven, het schone doet je bijna altijd naar “bezitten” verlangen, en vaak is daar moreel niets tegen, maar hoe vreemd het ook klinkt, door haar te bezitten, verlies je haar. Het is het drama van elke vriendschap of liefde: de afstand, de vrijheid die je elkaar (probeert) geeft (te geven) maakt hem of haar zo kostbaar.

En…vergeet de doornen niet!
Schoon kan ook verraderlijk zijn. De mooie voorgevel kan een krocht verbergen.
Lieve psychiater, zij die mij langer dan één dag hebben gekend kennen mijn liefde voor deze vrijheid al ben ik natuurlijk ook maar een falend mens en was bezit mij soms liever dan de afstand. Dat zal waarschijnlijk in elke relatie gebeuren.

De ontroering echter van je geliefde die verder gaat, (Robert Long zingt daarover een mooi liedje) waar jij soms een haventje was of een vertrekpunt, die ontroering zal je gelukkiger maken dan de armen vol rozen die je door je bezitsdrang tot verdorren hebt veroordeeld.

En al is al eens een blaadje verdord, de kostbare rozenolie is nog niet verloren. Want het verdorren is ons bij de geboorte meegegeven, en eeuwig willen bloeien klinkt eerder neurotisch.
We leven echter in een tijd waarin de adolescentie zich na het werk blijft uitstrekken. Al zijn we lijfelijk steeds vroeger “rijp”, mentaal blijven we vaak in de puberteit verkeren, of vroeger nog: we willen niet meer uit de moederschoot.

Maar al zal haar reëele bloeitijd voorbij zijn, ze blijft dank zij het kostbare graf van de fotografie in alle huizen die deze tekst nu herbergen, de roos die zij was en altijd zal blijven.

Je patiënt, Theodore Silverstein


vooruit dan maar (105)

222_ccf7b5fbd3f777ff4b34e35f5d32e80e

Beste G.

Ik heb de meeste boeken van mijn hand of computer zelf al verbrand, bij gebrek aan zips of aanmaakhoutjes.
Het zou toch wel een mooi idee zijn zo’n boek speciaal voor boekverbrandingen: je leest een pagina, je scheurt ze uit het boek (of ze vallen er vanzelf uit) en je kiepert ze in het vuur terwijl je de volgende pagina begint te lezen.
Naarmate het boek vordert, krijg je het warmer, en dan kun je jezelf nog wijsmaken dat de inhoud van het boek daarvoor verantwoordelijk is.

Of je kunt er propjes of vliegtuigjes van maken en ze in de haard mikken, ook dat is een culturele bezigheid, en elk boek kan maar één keer gebruikt worden, dus geen leenvergoedingen en al die onzin.
Je zou ook boeken op de markt kunnen brengen die na een tijd zelf ontvlammen als je bij een gewaagde passage komt zodat je daarna nog maar alleen de heilige Augustinus gaat lezen, al zou die ook best wel eens verkolen voor je aan hoofdstuk 3 bent, er zijn nu eenmaal kwade machten aan het werk.

Ik heb binnenkort veel tijd schijnt het, en in een beperkte ruimte is al veel moois geschreven, van mein Kampf, tot de gezangen van Johannes van het Kruis om maar te zwijgen van de Ballade van Reading Goll. Als ik nog niet in elkaar ben geslagen of mijn vingers geplet zijn, denk ik er zeker aan.

Misschien kunnen ze deze woorden printen en dan verbranden, ook een mooi gebaar om niet dadelijk je beeldscherm om te smelten tot hedendaags plastiek.

Uw behulpzame maar wat machteloze, Theodore S.

gekkenhuis(103)

617_933e68afe8373bcaf0b82593b6ecd76d

Beste G. Dumortier,

Als iemand begint te schelden, bekent hj zijn ongelijk, zijn diepe frustraties, zijn leugens, zijn verkeerd gespeelde verdrietjes, hijst hij zijn witte vlag.

Het is een gezegde van een Oosterse psycho-analyst en ik probeer het op mezelf toe te passen, want waardigheid is het enige wat ons rest.

Ik stuur je hierbij een mooie reproductie van een Hogarth, Het Gekkenhuis. Het is een stripverhaal avant la lettre.

Twee vrouwelijke bezoekers amuseren zich met het bonte spektakel.

Je schreef me ooit dat je overtuigd was dat scheldpartijen en woede-uitbarstingen een mooie camouflage zijn van je eigen gekheid, en dat je tekort aan zelf-analyse ervoor moet zorgen dat je de anderen onder je goorheid bedelft.
Ik acht mijn lot niet zo belangrijk, en het martelaarschap laat ik liever aan degenen die bij gebrek aan persoonlijkheid zich in deze mantel willen hullen.

Als we nu eens doorhadden dat we in hetzelfde gekkenhuis zitten, wij de rechtvaardige rechters zonder oren en hart, wij de eeuwige gelijkhebbers, de pijnlijk gekwetsten.
Of is dat te veel gevraagd, en is die liefde die we moeten opbrengen voor de naasten alleen bedoeld voor degenen die ons prijzen en loven?

Ik buig mijn hoofd, neem mijn toeter, zet de zotskap op en hoop op gezelschap.

Je patiënt, Theodore Silverstein


wat verborgen is (102)

239_1c97904abd984dcf0a8ab31bdab42480

Beste Theodore,

Het is april 1908 als dit geschrift ontstaat:

Uit alles wat ik heb gedaan en heb gezegd
moeten ze niet proberen uit te vinden wie ik was.
Er was een hindernis en die vervormde
mijn handelingen en mijn levenswijze.
Er was een hindernis en die weerhield me
heel dikwijls, als ik mij uit ging spreken.
Mijn meest onopgemerkte handelingen
en de geschriften van me, die het meest verhuld zijn-
daaruit alleen zal ik begrepen worden.
Maar misschien heeft het ook geen zin om er
zoveel zorg en zoveel moeite aan te besteden
om mij te kennen. Later – in een volmaakter maatschappij-
zal ongetwijfeld eens een ander, ingesteld als ik,
te voorschijn komen en handelen in vrijheid.

Je weet zeker wie dit geschreven heeft, de tekst is vertaald door G.H. Blanken, en uitgegeven bij Athenaeum-Polak & Van Gennep, A’dam 1978

Durft er nog iemand iets kopen in je winkel of moet hij of zij daarvoor eerst toelating vragen aan De Morgen?

Je Psychiater G. Dumortier


al zijn de ruiten ingeslagen, de winkel blijft open (101)

796_324e55b646b5a788dab10a54653f3e8a

Beste G. Dumortier,

Je kunt een virutuele winkel ook zijn ruiten inslagen natuurlijk.

En de kreet “koop niet bij Joden” hebben we ook al meer gehoord maar we denken dat het publiek verstandig genoeg is om zich de voorbije tijden te herinneren.

Lees op tijd boeken, lees minder kranten en kijk niet te veel televisie, maar blijf je met schoonheid omringen.
En vooral, blijf zelf nadenken en analyseren.
En tot mijn vrienden: laat niet toe dat ze je “slachtoffer” noemen, je bent en blijft onze vrienden, en een arm om iemand leggen mag dan in dit land al strafbaar zijn, de tederheid is de enige oplossing voor het geweld en de domheid die ons nog te wachten staan.

En tot de leugenaars: voel je nog niet te euforisch, want dergelijke dronkenschap laat schrijnende hoofdpijn na.
En tot mezelf: wie ik ook zou pijn gedaan hebben, één stapje in mijn richting en ik had (en zal) alles gedaan (doen) om het goed te maken, wees daarvan overtuigd.

En tot de wetenschappers: ik weet het, studies over ons maken je niet bemind, maar een beetje wetenschappelijk onderzoek kan brandstapels vermijden.

Beste Psychiater, ik moet eerst nog puin ruimen na mijn Kristalnacht, maar mijn winkel blijft nog even open. En nu weer naar de kern van het leven: spreek en uw mond gaat open.

Lieve klanten, blijf welkom.
Vanuit de diepte kijk ik naar de muzikanten.
Uw puin ruimende Theodore Silverstein