tevreden?(99)

166_589f2938506676e852ca0332226ac324

Het doden van draken
is op de eerste plaats
de eigen draak te lijf gaan.

Draken
verschuilen zich vlugger
in de eigen ziel.

Zullen we samen onze draken uitlaten?

 


de zachtheid (98)

965_14ecca9571b3f1c16db384d3c57197a0

Goede Patiënt,

Uit mijn verzameling stuur ik je een rood krijt tekening van je Bouchardon.
Ze vat alles samen wat jij zo welsprekend in je lange brief hebt proberen duidelijk temaken.
Ik heb ook een aantal tekeningen ‘cris de Paris” waarin hij de alledaagse Parijzenaar observeert.

Blijf een minnaar van het schone.
En al is het krijt rood, de zachtheid is er niet minder om al is dat een flauwe troost.

Laten we een gezamelijke oefening van gelatenheid houden.
Niets is wat het schijnt.

Je G. Dumortier, psychiater


l’ Amour taillant son arc (3) (97)

410_264294935c26ac86168672b8e167a27f

De jongen is hoe dan ook aanwezig, en de beeldhouwer zorgt ervoor dat zijn beweging ontsnapt aan het maniërisme door alle kracht die hij nodig heeft om de stevige tak te krommen in de spanning van het lichaam te leggen.

Het is een jongen die de woeste knots van Hercules omvormt tot liefdesboog, en met zijn bevallige kracht die in niets moet onderdoen voor het brute geweld zal hij daarin slagen.

Hoe verlicht de 18de eeuwers ook waren, een blad bedekt zijn geslacht, en de meeste foto’s van het beeld worden kuis van de zijkant genomen alsof de schoonheid daar niet meer aanwezig mag zijn.
En o ja, dit is kunst. Lodewijk XV, madame de Pompadour, en andere minnaars van het schone zouden samen met de schrijfster van het boek “De Jongen”, Germaine Greer, voor het toppunt van deze androgyne substantie uitkomen.

TFC_Titian_19151116_2000_cropped
‘Vrouwen kunnen overal naakte mannen zien. Mannen bedekken hun lichaam niet op bouwwerven, wanneer ze zwemmen of sporten. Dus met mannenlijven alleen maak je geen succesvol softpornoblad. Dus schreef ik over de erotiek van `De man met de rode baret’ van Titiaan. Dat schilderij is zo verfijnd dat je lang moet kijken voor je de picturale taal kunt `lezen’. Je vraagt je af: wat is dit voor schilderij? Je ziet een naamloze jongen met ogen om in te verdrinken, die het bolle gevest van zijn zwaard, met een merkwaardige paarlen glans, van tussen de bonte revers – het lijken wel lippen – van zijn vest trekt. Pas dan besef je dat het een portret is van een fase in het leven van een man: een verlangende, sexy, melancholische jongensfase die bijna voorbij is.’’

(Germaine Greer, De jongen Interview in de Standaard van 6 november 2003 Annelies Beck)

Lang genoeg kijken, en vooral lang genoeg nadenken is inderdaad aan te raden.

Uw bijna afscheid nemende Theodore


l’ Amour taillant son arc (2) (96)

382_62c78b1d9bb91a7cfdb762fa1c472f78

Hoe werd het beeld in Versailles ontvangen? Weinige bronnen geven daarvan uitsluitsel. Toch vond ik er eentje. In een brief schrijft een hoog geplaatste ambtenaar dat het beeld van deze jongen opspraak onder de hovelingen veroorzaakte omdat het zo duidelijk naar de natuur was gemaakt, zo over-realistisch.

Onze Edme Bouchardon heeft naast de grote fontein ook een straat in Parijs, en in zijn tijd was zo wat het voorbeeld van het neo classicisme, geroemd om zijn kunde, en verketterd om zijn zo gezegde “koude” beelden.
Vergeleken met tijdgenoten was hij een sober man in zijn expressie: zijn beelden zijn zonder al te veel pathos gemaakt, en er is een boel studies van gemaakt want naast het beeldhouwen was Bouchardon een ware kunstenaar met het rode krijt waarin hij net zo goed de straatmensen uit het 18de eeuwse Parijs wist te vangen als de “edele” onderwerpen.

Het is een erg mooi beeld, de boog die hij maakt en de boog van het jongenslichaam is een uitgelezen staaltje van congruentie terwijl enige humor niet ontbreekt als je het dichtgeknepen oog in de leeuwenhuid (van Hercules) onder de knots aanwezig bekijkt.

VERVOLGT


l’ Amour taillant son arc (1) (95)

L’Amour qui se fait avec les armes de mars un arc de la massue d’Hercule Bouchardon Edme 1750

Beste Psychiater G.

Een lang verhaal dat vanuit de prent hiernaast vertrekt en dicht bij huis zal uitkomen, vermoed ik.

Om je meerdere foto’s te kunnen laten zien, verdeel ik mijn bericht in een aantal onderdelen.

Om uit een knots van de woeste Hercules een boog te maken en daarmee pijlen op geliefden af te schieten, het is alleen aan “l’ Amour” gegeven.
“L’ amour taillant son arc dans la massue d’ Hercule.”

Kom, ik neem je mee naar het Frankrijk van Lodewijk XV.
Een zekere Philibert Orly, directeur-generaal van ‘s konings gebouwen bestelt bij Edme BOUCHARDON, op dat ogenblik 42 jaar, dit boven genoemd werk. “De Liefde die uit de knots van Hercules een boog maakt.”

Bouchardon, zoon van beeldhouwer en architect, tienjarig verblijf in Rome en winnaar van de prijs van die stad, heeft het erg druk. In opdracht van de stad Parijs bouwt hij een monumentale fontein (des 4 saisons!), rue de Grenelle.

Het bestelde beeld bestond al in terracotta en werd op het salon van 1739 ten tentoongesteld. Lodewijk wil het uiteraard in marmer.

In 1743 moet Bouchardon zich nog eens uit de naad werken om voor ‘s konings eerste minister Fleury een praalgraf te ontwerpen, en hij doet dat met graf van Mazarin voor ogen.
Het duurt dus tot in 1745 voor de eerste plaasteren modellen van “L’Amour” gemaakt worden en het publiek ze op het salon van 1746 te zien krijgt.

In 1747 wordt het marmer geleverd en Bouchardon werkt aan het jongensbeeld van juli van dat jaar tot mei 1750.
Het mooie beeld komt in het kasteel van Versailles terecht en verhuist even later naar het kasteel van Choisy-le-Roi.
In 1778, de kunstenaar is dan al 16 jaar dood, komt het in het Louvre om dat ene Mouchy er moules en copies van wil maken, vooral dan voor Madame de Pompadour die de kopie in haar Trianon plaatst, in de tempel van de liefde.
In 1797, volle Franse revolutie, eist een man met de sprekende naam Pierre François Léonard Fontaine het beeld op om er het bassin van de 80 fonteinen in het St.-Cloud kasteel mee te decoreren, maar tijdens de Restauratie komt l’ Amour terug in het Louvre waar het nog altijd te bewonderen is.

Een vrolijk detail, een Belg Gilles Lambert Godecharle maakt in 1803 in Franse steen ook een kopie die momenteel ook in het Louvre staat.

VERVOLGT


inkt in graantjes (94)

661_c1d6271dee2584517b4ec21fe3f3e934

Beste Theodore Silverstein,

Ik stuur je hirebij een mooie afbeelding van een intussen voorbijgesreefde, maar toendertijd (1900) een uitvinding die zelfs de naam “eureka” als merknaam meekreeg.
Kijk naar de inkt in graantjes! Geen gedoe met zware flessen, geen kokertjes of reisinktpotjes. Je nam gewoon enkele inktgraantjes mee en wilde je ergens te velde aan het schrijven gaan dan mengde je ze met water en volgens de patentnemers was deze oplosinkt net zo goed, zelfs beter (très concentré) dan de klassieke inkt die vanuit de grote fles met zilveren tuitje in je schoolinktpotje werd gedaan.

Het was inderdaad een uitvinding die zijn tijd vooruitliep, want weldra zouden allerlei andere produkten volgen, oploskoffie, chocoladedranken, diepvreis en droogvries, kortom wat in een korrel kon of herleid werd tot een klein volume in een koud pakje, het gebeurde.
Het is weemoed en ouderdom, ik weet het, maar ik hoor nog gekraak van de bonen in de koffiemolen die met stevige hand door mijn vader werd gedraaid tot de bonen hun aroma in het onderliggende bakje vrijgaven en dan in de linnen zak belanden waar kokend water werd opgegegoten.
Mijn grootmoeder vond gemalen koffie al vrij verdacht, en toen nescafé met zijn eerste poederkoffie’s op de markt verscheen zei ze: “Ze zullen ooit nog kinderen in pakjes verkopen.”
In mijn verbeelding -ik was toen zes, zeven jaar- zag ik mijn vader zo’n pak openscheuren, er een verfrommeld ding uithalen en het in een badje lauw water leggen. Het duurde niet lang of er kraaide een gezonde baby, zijn armpjes gestrekt naar zijn toevallige ouders.

Het is een manier van denken geworden: je legt geprepareerde onbekende dingen in een vloeistof, van wafelbeslag tot krentenbrood, en ja, je bespaart je een pak werk met kneden, laten rijzen, afbakken, op tijd controleren, en ga maar door, maar de samenstelling van het condensaat blijft voor de bereider een mysterie.
Ons denken wil dezelfde geprepareerde gecondenseerde brokjes opgediend krijgen, wij nemen ze tot ons en ze zullen wel opzwellen in ons hoofd, of dat teweeg brengen wat de goegemeente van ons verwacht, wat daar ook de samenstelling van mag zijn.

Het analytische denken en onderzoeken, het samenstellen van nieuwe werkelijkheden, het kennen van de bestanddelen, het ontsnapt ons denken en voelen. Wij volgen de cliché’ s.

Ik denk niet dat mijn inkt in graantjes een lang leven beschoren was. Je moest immers met de oplossing zelf woorden maken, ideeën verduidelijken, gevoelens beschrijven.
En het gaat traag! Over de toetsen zweven haalt snelheid, je kunt beter woorden braken zoals je dat merkt in een aantal mails of via de computer ontstane geschriften.
En het zal wel veel te romantisch zijn jezelf water te zien scheppen uit een rein beekje en er in een prachtig kommetje van Timeless Collection inktgraantjes in doen terwijl je even later van een voorbijkomende gans een veer leent, ze scherp snijdt en op een groot vel ministerpapier iets over het geluid van het water, de tint van het morgenlicht zou schrijven.
Onze bevoegde instanties hadden de inktparels al lang verboden wegens het gevaar voor de kindertjes die er suikertjes in zagen en met een zwarte maag naar het ziekenhuis moesten.

Lieve Theodore, je weet dat ik van vulpennen hou en je nu en dan nog eens een echte brief schrijf, via de post bij gebrek aan postduif. Als ik hem dan in de bus doe, begin ik koffie te ruiken, de geur van gemalen bonen.

Je psychiater G. Dumortier


les visisteuses (93)

460_4f82de8069014eb24b6d0fd6f7d896fe

Beste Trooster der bedrukten,

Het wezen van de troost zal inderdaad in de schoonheid liggen. Wie ontroostbaar blijft, zal moed nodig hebben om de eigen kleine planeet te verlaten en de durf op te brengen om te geloven dat zich achter elke kromming van de weg een nieuw en helder vergezicht ontplooit.

Ik stuur je een mooie affiche mee uit de tijd dat de mensen nog een hygiënische assistente konden gebruiken om hen voor tbc te waarschuwen en hen een gezondere levenswijze aan te leren.
De ontwerper heeft zijn best gedaan om beschermster en beschermde duidelijk in beeld te brengen.
Het naakte kind met de Marjanne muts op drukt zich tegen de stoere verpleegster, met de ene arm koesterend, de andere zwaaiend, de blik duidelijk op de toekomst gericht.
We zijn in 1920 en de gevolgen van de eerste wereldoorlog laten zich ook bij “de overwinnaars” voelen.

In België wordt het persagentschap Belga opgericht, en Ernest Claes publiceert “de Witte”, een intriestig verhaal van een kind tegen de hele wereld.
Vrouwen worden aan de Leuvense universiteit toegelaten en de 7de Olympische Zomerspelen worden in Antwerpen gehouden terwijl de wet Vandervelde de openbare dronkenschap aan banden (probeert) te leggen.
Het scharnier van een samenleving die door de guitige twintiger jaren naar de moeilijke tijd van de jaren dertig stevent om dan weer in een bekende oorlogsstraat uit te komen.

En wat doen we nu?

Uw soms angstige patiënt, Theodore Silverstein

bloemen voor een landschap (92)

227_26a4a175204abfcfb9218ce576fb2b37

Beste Theodore,

Herinner je nog de schilder Balthasar Van der Ast? De man van de schelpen en de bloemen.
Ik stuur je op de koude zondagavond een bloemenbundel van zijn leermeester Ambrosius Bosschaert de Oudere (een Antwerpenaar die naar Holland verhuisde!) wiens drie zonen bij Balthasar les volgden.
De bloemen staan in een prachtige loodglazen vaas beschut door de vensternis waarachter zich een dromerig landschap bevindt.
Wat de mensen ook van je beweren, hoe zwaar de woorden je ook om de oren zullen slaan, kijk naar de bloemen, en weet dat daarachter een land ligt waar je niet meer moe moet zijn.

Wat uit liefde ontstaat, overleeft de roddel.
Wat pijn heeft gedaan, kan geheeld worden. Bij degenen die je naar het leven staan en bij jezelf.

Ik zou willen dat ik een dichter was, maar ik moet het bij de psychiatrie houden, en al kunnen we zeldzaam genezen, nu en dan iets helen, we kunnen altijd troosten, zei één van mijn leermeesters.

Ik was zeer ontroerd door de schoolfoto uit 1900.
Wees niet bang van je liefde.
Ik geef je nog een mooi citaat mee van Longfellow: “Als we de verborgen geschiedenis van onze vijanden zouden kennen, zouden we in ieders leven genoeg zorgen en verdriet vinden om alle vijandelijkheid te ontwapenen.”

Je G. Dumortier, vriend


de dodenklas (91)

708_b97c96f18a123adcea5b253ae17a9b3f

Lieve Psychiater,

Deze prachtige foto van een dorpsschooltje ergens in Frankrijk anno 1900 stuur ik jou als antwoord op onze gemeenschappelijke kreupelheid.
Er is vooreerst de mooie tekst op het schoolbord: ” Le peuple qui a les meilleures écoles est le premier peuple, s’il ne l’ est pas aujourd’hui il le sera demain.”

Wat het “premier” zijn moet betekenen weet ik niet, het is nog maar 1900 en de grote bloedige Europese verhalen moeten nog over hun hoofdjes rollen. Laten we daar niet te streng in zijn, en het eerder als een moreel premierschap duiden.
Maar neem dan de tijd om naar de gezichten te kijken. Begin bij de meester en laat je ogen geduldig dwalen over al die kleine en grotere jongens. Ze staan er op hun paasbest bij, sommigen dragen hun grote strik, ze hebben allemaal schoenen aan (toen een ongehoorde luxe!) al dan niet van henzelf, en ze proberen naar 2005 en verder te kijken met de blik hen eigen. Ik bedoel: je moet nog geen groot psycholoog zijn om er al iets van hun karakter uit te halen: het slaperige, het guitige, het gehoorzame, en ga maar door. De twee hulponderwijzers geven nog het minste van hun gevoelens prijs, ze zijn daarvoor al te volwassen geworden.

De 20ste eeuw zal over hen heen rollen, en het zou natuurlijk een dikke roman zijn om ieder van hen door die eeuw te volgen al is het best mogelijk dat de volgende winter hun groep al zal uitdunnen, om maar te zwijgen van de eerste wereldoorlog, de Spaanse Griep, de crisis van de jaren twintig, enz. Wie van deze kinderen bereikt het jaar 1940, en wie leeft er nog in 1944?
In 2005 is het een dodenklas geworden om het woord van de Poolse theatermaker te citeren.
Toch is hun beweging niet voorbij. Hun tocht gaat verder. Niet alleen in hun verwanten, maar ook hun persoonlijke drama’ s. Wist iemand toen dat ze met zijn allen via iets “internet” de wereld konden rondreizen, dat op een tijdstip in 2005 nieuwsgierige mensen hen zouden bekijken, en zich zouden afvragen wat er met hen gebeurd is waar toen nog alles te gebeuren stond?

In het licht van deze verhalen, zouden wij toch het mede-lijden moeten opbrengen om elkaar niet te verketteren, want weldra zijn onze foto’ s hetzelfde lot beschoren en kijken kinderen en andere volwassenen uit 2110 met dezelfde verbazing naar al die gezichten die nu dit verhaal lezen.

Uw dienstwillige patient Theodore Silverstein


kreupel (90)

051_1ca4b7302956cb691bdafa3fd38682f9

Beste Theodore,

Een mooi antwoord was dat, je zittende wijsheid. Het getuigt dat je, ondanks je vermoeidheid, nog een goede forhand hebt om de bal raak terug in mijn eigen veld te slaan.

Hou jij veel van Hogarth (heb je weer 4 Hogarth’s gekocht? Ik ben benieuwd!) dan ben ik nog altijd een vereerder van de Breughels. En omdat we ’t over beweging hebben of de zittende vorm stuur ik je dit fragment uit een beroemd schilderij van hem.
Het was in die eeuwen een heel gewoon gezicht, de kreupelen die door oorlog of ziekte een been kwijt waren, wiens benen vergroeid waren of door tekort aan vitamines geen steun aan het lichaam boden.
Ik voel me zeer verwant met deze mensen, want al kunnen wij het beter camoufleren, we dragen onze kreupelheid steeds met ons mee: ons onvermogen, angstgen en zenuwen, dwanggedachten en dagdromen, ze halen ons onderuit en het is zoeken naar krukken om rechtop te blijven.

Waarom we dan, als kreupelen, de andere kreupelen onderuit halen, wijst op een primitieve vorm van denken en voelen: ik niet, dus jij zeker niet.

Mede-lijden lijkt verder af dan ooit. Je zou er inderdaad moe van worden.
Toch wens ik je een mooie zondag, stevige krukken en een glimlach. Om je zittende Boedha te citeren:
“Vasthouden aan woede is als het grijpen van een gloeiende kool om die naar een ander te gooien; u bent degene die zich brandt.”

Uw psychiater, G. Dumortier


lofzang van het zitten (89)

359_27c9bc145745613585c4a48cf44bfa9b

Beste G. Dumortier,

Zit hij daar: leeg te worden van zichzelf
(men zit immers ook op een toilet)
Zit hij om zich te ontlasten van elke lust.

Wat is geweest zal zijn.

Om mijn eigen kleine woede onder ogen te zien, las ik al zittend bij Aristoteles:
“Om kwaad te zijn op de juiste persoon in de juiste mate en op het juiste moment en met de juiste bedoeling en op de juiste manier- dat valt niet mee.”

Ga daar maar eens eventjes voor zitten.

Uw veel te moeë patiënt, Theodore Silverstein


tot de levenden (88)

790_3021ad770f6663fbe10091af154765c2

Beste Patiënt,

Het ultieme wapen mikt op de geest.
Ik weet dat je de scheiding tussen het lijfelijke en geestelijke veracht, maar met “geest” bedoel ik natuurlijk ook het lichaam, onze zintuigen en dies meer, want het kunstmatige onderscheid tussen materie en dat “andere” is mij net zo vreemd.
Ik wil “geest” hier dan ook hanteren als het denk- en voelvermogen dat wij bezitten tijdens dit bestaan.

Het klinkt plechtig, maar toen ik je ‘bijna-doodservaringen’ in je vorige brief las, fronste ik toch bezorgd de wenkbrauwen, niet alleen die aan een psychiater toebehoren, maar ook die wenkbrauwen waaronder mijn ogen jou als vriend waarnemen, om mijn plechtige stijl nog even aan te houden.

Ik stuur je hierbij de foto van een dubbele schoolbank uit het begin van de 20ste eeuw, ziedaar het ultieme wapen.
Het was uitgerekend Bismarck die zei dat oorlogen niet door generaals in gang gezet worden maar door de onderwijzenden.
Het is goedkoop af te geven op degenen die dag in dag uit om een bete brood of uit gedrevenheid zich met het vak bezig houden, je zult van mij dus geen schimpje op hen horen al zijn er onder hen, net zoals onder psychiaters een aantal die meer dan een schimpje verdienen.

Het gaat mij ook niet om de autoriteit, tenslotte worden we als volwassenen onze eigen autoriteit, dus je zult me geen lans zien breken voor dat soort onderwijs waarin iedereen maar wat doet als iemand er zin in heeft.

Het gaat me gewoon om de HOUDING, niet de mentale houding, neen, heel simpel de lijfelijke houding.
Kijk naar die bank. Hierop ZATEN talloze kinderen en jongeren dagenlang in een houding waarin ze zich de rug moesten krommen en de armen gekruist houden bij wijze van bereidheid tot leren.
Is deze bank een martelwerktuig. Inderdaad, en net zo goed de hedendaagse banken, stoeltjes of weet ik welke mooie dingen die de pedagogische sector aangekocht heeft om de leerzame te laten ZITTEN.
Men zit zoals een gevangene zijn tijd uitzit.
Op zichzelf is zitten niet verkeerd, maar toen ik in Afrika rondreisde zag ik dat de mensen op de grond of op hun hurken zaten ook al waren er banken voorhanden.
Heb je al eens uitgerekend hoeveel jaren wij gezeten hebben?Terwijl ons lichaam om beweging riep, terwijl elke ontdekking beweging nodig heeft (en niet alleen van dat deel in het hoofd), terwijl de wereld en de kosmos beweegt (panta rei!) ZATEN (en zitten) wij. ZIT STIL.

Pleit ik voor een peripathetisch onderricht? Ik kom op voor BEWEGING zoals ik de kleine kinderen zie bewegen terwijl ze de eerste stapjes zetten, een liedje zingen, een rol spelen. Kinderen zitten alleen voor de televisie en aan tafel.

Lieve patiënt, zo lang je in beweging blijft (en ik zie je volop door de tijd en ruimte bewegen) leef je nog. Ik weet dat wij al zittend onze brieven schrijven, al hou ik ook van staande de pen hanteren, ik weet dat we filmen, theater, televisie al zittend (of hangend, liggend, leunend) beleven, maar zo lang je voelt dat je mee met de wereld beweegt (al ga je er regelrecht tegenin), dat je de loop van de sterren nog in je botten voelt, zal niemand je laten zitten.

Ik groet je van harte en wens je veel beweging toe.
Je psychiater, G. Dumortier


passietijd (87)

012_8fc2b6afc88ae5740358bbf242b3caa7

Beste Psychiater,

Corelli op de mandoline zou nog kunnen, mits men vlugge vingers heeft en veel geduld wat de trage gedeeltes betreft. En dat wij ons graag met attributen verduidelijken mag blijken als je de dagelijkse programma’s op de beeldbuis ondergaat: van lijfwacht tot zwangere regeringsmappen, om maar te zwijgen van de overtollige beelden waarmee wij de dagelijkse nieuwsfeiten voorzien.

Een zeer bekend attribuut is natuurlijk het kruis. Het wordt passietijd, en zijn de religieuze symbolen in deze neutrale staat verbannen naar de religie, renners en voetballers blijven ze slaan voor of na hun prestaties, en stemloze pausen wuiven ze over de mensheid, want het lot van de mens Jezus blijft zijn sporen nalaten.
Musea houden ook foto-verzamelingen bij. En zo vond ik in het Rijksmuseum in Amsterdam deze foto van Oscar van Alphen uit 1983, een fragment uit “de heiligdomsvaart” te Maastricht.

De foto spreekt voor zichzelf.
Ik heb er mij tussen gezet, bij de kruisen zonder opschrift want die staan voor het naamloze lijden dat wij ondergaan en verzoorzaken.

Dat een mens al zo onzichtbaar en dood kon zijn bij leven en wat men welzijn noemt, blijft me verbazen.
Onzichtbaar wilde ik graag worden in levende lijve, maar door de omstandigheden voel ik me werkelijk overleden.(en dat heeft niets met voedoe te maken!)

Ik zou dus een beetje verrijzenis best kunnen gebruiken. En zij die op weg zijn naar mijn graf raad ik aan, wees voorzichtig, want ik heb nooit wonderen gedaan, noch een goeroe geweest, en het zou best kunnen zijn dat je met de zussen van Lazarus moet zeggen: Hij ruikt reeds, Heer.
Maar als het een mooie paasmorgen is, de narcissen pointilleren de wintergrond met gele stippen, het ruikt naar vers gebakken brood en de kinderen zijn op zoek naar gekleurde eieren, de lammetjes versieren de weides en Hazel roept: opi, ’t is pasen tot morgenvroeg, dan zal de lijklucht verdampen en er komt een jongen van over de zestig buiten gelopen die van zijn naamloos kruis een vliegtuigje heeft gemaakt.

Uw doopkind, Theodore Silverstein


Batoni, de mandoline, Corelli en Mrs Parker Bowles (86)

311_97f10a0cda51931b0524bcaf55f34597

Beste Theodore,

Je mooie tekst over de stilte heeft me lang bezig gehouden, en het was al bladerend in mijn museum, dat ik opnieuw bij onze vriend Pompeo Batoni terechtkwam, je weet wel de Italiaanse portretschilder in Rome die vooral de ijdele sjieke Engelsen op canvas zette.
Het portret dat ik je hierbij laat zien is van ene zekere Lord Brudenell, de later marquis de Montermer die zich in 1758 laat portretteren bij Pompeo (en tegelijkertijd bij een andere schilder, namelijk Mengs!)

Hier is de adelborst net 23 geworden terwijl Mengs hem als een volleerde ouderling borstelt! Een jongeman met de kentrekjes van een jongen in zijn wezen. De man hield veel van de kunsten, inzonderheid de muziek zonder daarom een actief beoefenaar te zijn, maar een psychiater is ook een beetje een speurneus net zoals een antiquair, en kijk nu eens goed naar dit portret.
De jonge Lord, latere marquis, heeft een mandoline naast zich, een mandoline met vier dubbelsnaren zoals die in die tijd gebruikt werden, maar…de partituur is Corelli’ s sonate voor viool nr 6 (opus 5) en ik kan me moeilijk voorstellen dat je die muziek op een mandoline zou kunnen tokkelen.

Natuurlijk er was geen viool voorhande in het atelier en zijn pa in wiens opdracht beide portretten werden gemaakt zag waarschijnlijk niet eens het verschil, maar de Lord zelf moet goed geweten hebben dat die combinatie hier en daar een lichte glimlach zou opwekken.
Batoni wilde bewijzen dat hij zijn vak kende en ik las net een brief van de persoonlijke leraar van de jonge Brudenell aan de vader van zijn volwassen leerling: “Er zijn nu 2 portretten in de maak, eentje in de lengte (dit portret dus) en eentje in de breedte (Mengs) en beiden schieten goed op.”

Nu moet je even naar Corelli zoeken, zijn zesde vioolsonate heb je zeker in je verzameling want ik ken je liefde voor deze composities. Leg Klara het zwijgen op en geef de ruimte aan het opus 5.

En om helemaal met een glimlach af te sluiten: de edele Brudenell blijkt ook nog een voorzaat te zijn van…juist, Mrs. Camilla Parker Bowles.
Een auteur zou het niet kunnen bedenken, maar het werkelijk leven is absurder dan ons lot, en dat wil al wat zeggen.

Uw grinikkende psych, G. Dumortier


boeken van steen: de muziek van de stilte (85)

455_8dc61e8c501288b0807fbbe1667c9534

Where have You hidden Yourself,
And abandoned me in my groaning, O my Beloved?
You have fled like the hart,
Having wounded me.
I ran after You, crying; but You were gone.

Lieve Psychiater,

De zinnen hierboven zouden uit een popsong kunnen komen, maar ze zijn geschreven in het Spaans, in de 16de eeuw, door Johannes van het Kruis, één van de belangrijkste mystieke filosofen.

We blijven in Spanje, maar kijk naar het stenen boek dat ik je hierbij meestuur: het is een werk uit 1996, homage aan J.S.Bach van de Spaanse kunstenaar Eduardo Chillida die leefde en werkte van 1924-2002.
Hij maakte zeker een dertigtal werken rondom “de spirituele zang van de ziel” van Sint Jan. Dit werk komt uit een serie waarin hij klassieke componisten wil hoorbaar maken in de stilte van de terra cotta waaruit de sculpturen gemaakt zijn.

Chillida had het over de dialoog tussen ruimte en leegte, dat was voor hem ruimtelijk werken met materialen.
Ik werd getroffen door de onhoorbare muziek, op zoek naar de onzichtbaarheid is het onhoorbare minstens zo belangrijk.
Ik ben niet zo’n gelover in de ziel. Althans niet in de betekenis van een soort hoger wezen of abstractie tegenover het lijfelijke. Maar ik hou van de leegte. Ik zou willen dat ik de luxe bezat om een leeg appartement te hebben, waarin alleen het licht in- en uit kon. Ik zou er komen om dat doorstromend licht te bewonderen, om -als ik nederig genoeg zou kunnen zijn- iets van de weerklank te voelen tussen het moment en het momentloze.
Wellicht zijn wij daarom zo bang van de mystiek (ze hebben Jan ook een jaar in de gevangenis gezet omdat hij van de leer afweek, en daar schreef hij deze mooie teksten) omdat we op zoek zijn naar kennis en kunde en het we nog niet beseffen dat in het niet-kennen, het niet-kunnen het begin van de ontdekkingstocht ligt.

Ik bewonder het boek uit terra cotta van Chillida. Hij heeft Bach tot in de stilte kunnen benaderen, en als muziek mij iets geleerd heeft dan is het dat de stilte de betekenis geeft aan het volgende geluid en niet omgekeerd.

In search of my Love
I will go over mountains and strands;
I will gather no flowers,
I will fear no wild beasts;
And pass by the mighty and the frontiers.

Het was de verjaardag van mijn geliefde vriendin en mijn geliefde Chopin. Een wonderlijk samentreffen. Ook Chopin wist iets van stilte, net zoals zij die ik zo nabij weet.

Uw patiënt, Theodore Silverstein