553_b1a96e9367c58c3616da8aba2b9fe234

Zijn naam is Piedro del Valle.
Zijn pa heette Pompeo en zijn moeder Giovanni Alberini, beiden van goede komaf want hun familie was een van de oudste en “illustrious” van Rome en telde onder hun kroost twee kardinalen. Ook een kerk droeg hun naam “St Andrea del Valle”.
Pietro zag het levenslicht zoals men zo mooi zegt op de 11de april 1586, hij zou eergisteren 419 jaar zijn geworden.
Van zijn jonge jaren weten we weinig tenzij hij een lid was van de humanistische kring “Umoristi” in Rome, woord dat niets met leute en plezier had te maken, maar alles met wetenschap en literatuur.
Na een diepe liefdesontgoocheling trekt hij in Napels het habijt van een pelgrim aan en noemt hij zich ook “Pellegrino”, ook al zal hij nadien wel andere dan godsvruchtige reizen maken.
Het is op raad van zijn vriend, arts en geleerde Mario Schipano dat hij in 1614 inscheept en een jaar lang in Constantinopel blijft. Daarna trekt hij naar Klein Azië en Egypte, en vandaar naar de Sinaiï berg naar het klooster van Sint Katherina en verder naar Palestina waar hij Jerusalem en de heilige plaatsen bezoekt.
Maar hij wil verder, dus vinden we hem terug in Damascus, Aleppo, en Bagdad.
Op zijn terugreis van Bagdad huwt hij de 18-jarige Maani Gioerida, een jonge Assyrische Christene.
(haar vader was een Syrische, haar moeder een Armeense)

Haar moeder was naar Bagdad getrokken nadat haar dorp door de Kurden was verwoest, en ze was in het Turks opgevoed, als aanvulling op de Arabische taal die ze van huis uit sprak.
Het huwelijk vindt plaats in 1616, en zijn vrouw zal hem op zijn verdere tochten vergezellen.
Ze trekken dan verder door Perzië. Ze bezoeken Ispahan en Hamadan en komen in kontakt met shah Abbas, die tegen de Turken wil optrekken, een visie die de Christenen op dat moment steunen gezien de voortdurende konflikten met het Ottomaanse keizerrijk.

Ze trekken met hem ten oorlog, en hij schrijft over zijn vrouw als: “een krijger die er niet voor terugdeinsde bloed te zien of schrok van het geluid van geweerschoten.”
Ze reizen terug naar Ispahan en verlaten deze stad op de 1ste oktober 1621. (dan is Michael Sweerts 5 jaar!)
Ze bezoeken de ruïnes van Persepolis en Shiraz en reizen naar de Perzische golf.
In Mina dichtbij de golf van Ormuz sterft zijn vrouw, op 30 december 1622.
Hij balsemt het lichaam en bewaart het in een kamferoplossing om het drie jaar lang mee te nemen op de terugweg naar Rome waar hij haar wil bijzetten in het familiegraf.
Voor haar dood had ze nog een Georgisch meisje geadopteerd, Maria Tinatin di Ziba, en dat zal hem blijven vergezellen op zijn reis naar India waar hij op 16 november 1624 in Goa aankomt.
Vandaar reist hij Aleppo en via Cyprus, Malta en Sicily terug naar Napels en vandaar naar Rome waar hij op 28 maart 1626 aankomt en het lichaam van zijn vrouw in de kerk van Ara Coeli bijzet in de grafkelder van de del Valla’ s.

Hij wordt kamerheer van paus Urbanus VIII en huwt met de jonge Georgische. Zij wordt de moeder van veertien zonen.
Die nakomelingen maken het zo bont ze voor een tijdje naar Urbino verbannen worden, en na een incident met een lijfwacht van de paus zelfs naar Napels moeten verhuizen.
Maar door tussenkomst van kardinaal Francesco Barberini mogen ze terugkeren naar de heilige stad waar ze tot aan de dood van Pietro in april 1652. zullen verblijven.

Hij ontving er zijn vrienden, en van de Umoristi kreeg hij de naam “Il fantastico”. Hij componeerde muziek en vond zelfs twee nieuwe instrumenten uit, de cimbalo esarmonico en de violino panormonico.

Zijn faam echter heeft hij aan zijn reizen te danken want hij bracht zelfs twee mummies mee die naar een hele omzwerving via de Chigli familie in Dresden terechtkomen en daar nog kunnen bewonderd worden.

Zijn geschriften over zijn reizen zijn als brieven aan zijn vriend Schipano uit Napels opgevat. Zijn observatietalent is onmiskenbaar. Hij sprak zelf Turks, Perzisch en Arabisch. Hij bracht de Oosterse wereld dichterbij het Westen, een beweging die zich met wisselend succes tot in de 21ste eeuw zal verder zetten.

En wat heeft nu Michael Sweerts met dit verhaal te maken?
Waarom werd hij zo’n overtuigde missionaris, wilde hij naar het verre Oosten? Kijk naar één van zijn werken van barmhartigheid, de naakten kleden. Was het alleen maar een werkelijke bekommernis voor het leed van de wereld, was het de bekeringsijver van die dagen, of speelden er nog andere verhalen mee?
In mijn volgende bijdrage probeer ik kontaktpunten te vinden, en al zijn ze hypothetisch, ze brengen een Brusselaar die in Rome werkte en met Franse missionarissen naar het verre Oosten trok om in Goya te sterven, misschien dichter bij ons, al zal hij waarschijnlijk net zoals zijn kinderportretten telkens weer naar onbekende verten wegkijken.