503_ffd3a7d8dc643106ed674165d51f3742

Wetenschappelijk volgde Kircher een dood spoor, menen sommigen. Zijn vertalingen van de hiërogliefen bleken na de ontdekkingen van de 19de eeuwse Egyptoloog Champollion verzinsels.
Velen gingen hem “een geniale dwaas” noemen, een fantast, een hofnar van de rijke Romeinse klassen.
Zijn museum werd een soort “theatrum mundi”, een persiflage op het “Boek der Wereld”.

Daartegenover bestudeerde hij de esoterische religieuze stromingen, de teksten van Hermes Trismegistus bijvoorbeeld.
Deze teksten zijn de voorbije tijd uit de geschiedenisboeken verdwenen, maar ze moeten in zijn tijd van onmiskenbare waarde zijn geweest. In die teksten wordt ernstig getwijfeld aan religieuze dogmata. Zij hernemen de voorchristelijke waarden.
Ze hebben zeker grote invloed gehad op het denken van die tijd, denken dat toch leidde naar een wetenschappelijke revolutie, “een omwenteling die de historicus nog altijd voor grote vragen stelt,” zegt Thijs Weststeijn in zijn helder artikel “Het boek der Wereld, verklaard door Athanasius Kircher”, naar aanleiding van de tentoonstelling in A’dam 2001.

Prof. Van den Berg sprak al in zeventiger jaren over de “synthese-rennaissance” waarin wij leven, een synthese die andere 17de eeuwse filosofen zoals Leibniz en Descartes ook voor ogen hadden.
Weststeijn spreekt van een encyclopedisch streven naar een universele wetenschap.
Van Kirchers hand is immers ook ‘Ars Magna Sciendi”, de grote kunst van het weten, het allereerste boek over symbolische logica, die wij in de 20ste eeuw in de taalfilosofie als in de informatica hebben toegepast.

Het op zoek zijn naar een verloren wetenschap, naar de oertaal die gesproken werd voor de babylonische spraakverwarring, het is uiteraard een streven dat steeds weer de kop opsteekt als een beschaving evolueert naar nieuwere vormen van kennisverwerving en kennisoverdracht. De onzekerheid waarin wij leven verklaart het wisselend succes van esoterie, de zoektochten naar de verzonken beschavingen en voorbije Atlantissen, als utopieën uit het verleden die wij steeds maar in de toekomst zullen blijven projecteren.
Carl Jung, in de wandeling nog altijd een wetenschapper, had veel aandacht voor de mythes, de alchimie, en hij zag de individuatie van een persoon als einddoel van een helend mensbeeld.

Boekdrukkunst, encyclopedie, en nu de digitale kennisverwerving (het internet zou voor Kircher een prachtwerktuig zijn geweest!)
Stond Kircher in zijn streven nog met één been in de middeleeuwen toch doorgrondde hij beter dan wie ook de mogelijkheden van een exacte wetenschap, een scio expertum (ik weet bij ervaring) meer dan het nog steeds levende geloof in de eenheid tussen Bijbelse geschriften en de wetenschap.
In zijn artikel belicht Weststeijn de meerwaarde als ik het oneerbiedig mag zeggen van het jezuiet-zijn. Ad majorem dei gloriam dat wij als latinistjes duizenden keren op de hoofding van ons huiswerk achterlieten. Tot meerdere eer en glorie van god. Vita activa, meneer. En dat met een een grensloos optimisme.

‘Dus het was noch misplaatste eerzucht, noch een zweverig soort holisme waardoor Kircher werd geïnspireerd bij zijn vertalingen van de hiërogliefen. In de eerste plaats werd hij gedreven door geloofsijver. In navolging van zijn grote voorbeeld Ignatius (stichter van de firma) verrichtte hij zijn werk tot meerdere glorie van God.” (Westeiijns)”Ignem veni mittere in terram, et quid volo nisi ut accendatur’ was de spreuk van Ignatius, ik heb het licht op aarde gebracht en ik wil niets anders dan dat overal ter wereld wordt ontstoken.
Een dergelijk licht nam ook wel eens andere vormen aan. Dat kon de monnik Bruno Giordano, één jaar voor Kirchers geboorte, in 1600, ervaren toen hij op het campo dei fiori in Rome op de brandstapel stierf.
Ook hij was op zoek naar die kosmologische eenheid, hij schreef over de oneindigheid van het heelal en wilde de bijbel niet als wetenschappelijk boek zien maar een boek dat je op zijn morele merites moet beoordelen.

In deze rumoerige tijden van verre reizen ter land te water en in de geest leefde ook de schilder Michael Sweerts.
Was het voor hem ook a.m.d.g. toen hij zich geroepen voelde om met de missions étrangères naar het verre Oosten te vertrekken en in Goa te gaan sterven. (bij de Jezuieten)
Dat is voor de voorlopig laatste bijdrage over de drie mannen die ik samenbracht: Pietro del Valle, Athansius Kircher en Michael Sweerts. Op het kruispunt van de Rennaissance en de tijd van de Verlichting, of ligt het kruispunt dichter bij ons?
De geur van brandstapels en heksenjachten, was het daarom dat Michael naar de neus wees op zijn portret man met doodskop?
Kijk maar naar Kirchers afbeeldingen van Noah’s ark. Wordt het weer tijd om in te schepen of zijn we niet meer bang van een verwoestende God en vechten we het onder elkaar uit wie er een plaats krijgt en wie niet?