608_3deae68e84caa70d64d7b0a15c1d948a

Athanasius Kircher was goed bevriend met Bernini, de prins van de Romeinse kunstenaars. Nog een raakpunt met Michael Sweerts die door de pauselijke neef Camillio tot ridder van de heilige stoel werd bevorderd, een titel die je niet zo maar kreeg als Brussels schildertje in Rome temidden van de Bent en andere buitelandse kunstenaars.

Met Bernini werkte Kircher aan de restauratie en opstelling van de grote obelisk en de vier-stromenfontein op de piazza Navona.
En dat hij niet alleen een kamergeleerde was zien we als in 1656 de pest uitbreekt en Kircher dagenlang bij de verpleging van de doodzieke slachtoffers is te vinden en later “scrutinium pestis physico-medicum(1658)” publiceert waar hij vermoedt dat de ziekte door een bacterie wordt verspreid.
Hij componeert muziek, schrijft zijn “musurgia universalis”, heeft het over magnetisme in “magnes sive de arte magnetica” en het al eerde geciteerde “Oedipus Aegypticus”

Hij ontwerpt apparatuur, legt een eigen verzameling aan in zijn museo Kircheriano, een voorloper van een natuurkundig museum van deze tijd, en krijgt van verschillende vorsten en andere invloedrijke mensen toelages naast de inkomsten van een steeds maar stijgende boekenverkoop (in Amsterdam gedrukt).

Wie is deze vreemde man op de breuklijn tussen Renaissance en Verlichting?
Waarom wordt hij bijna onmiddellijk vergeten na zijn dood in 1680?
Waarom is der de laatste vijf, zes jaar zo’n hernieuwde belangstelling voor deze figuur en deze tijd?

Wordt nog even vervolgd dus.