465_7eebb63b71c9e796977069e8316fe8bf

Edward Darley Boit (1840-1915) was een collega Amerikaans schilder-in-het buitenland. Hij en zijn vrouw Mary Louise Bloit waren vrienden van Sargent.
Ze leefden afwisselend in Boston, Rome en Parijs.
In Parijs werd het portret van hun kinderen geschilderd.

Net zoals Sargent waren ze leden van de Amerikaanse artistieke gemeenschap en alleen al daardoor zochten ze wel eens elkaar op.

Dit prachtige doek werd in Boit’s appartement geschilderd, boulevard Friedland, 32.
Hier kun je zeker nog Velasquez invloeden waarnemen.
Kijk naar het idee van donkere diepe tonaliteiten en schaduwen met een lichtbron op verre afstand.
Ook het veranderen van focus van mensen op verschillende afstand, technieken die hij in zijn Venetiaans werk al had uitgeprobeerd.

De reusachtige vazen bestonden echt.
Ze werden gemaakt door de Japanse kunstenaar Hirabayashi of zijn atelier in Arita.
Ze hebben zestien keer de transatlantische overtocht meegemaakt en moesten herhaaldelijk gerestaureerd worden.

De vier dochters van Edward Darley Boit zijn, van links naar rechts, Mary Louisa (1874-1945), ze was toen acht jaar, Flourence (1868-1919) toen veertien, Jane (1870-1955) ongeveer 12 jaar, en Julia (1878-1969) vier jaar oud.
Niemand van de meisjes is gehuwd, en de twee achterste meisjes op het doek kregen mentale, emotionele problemen.
Mary Louisa en Julia, de meisjes vooraan, bleven een hecht koppel, en Julia, de jongste werd een bedreven aquarrelliste.

Sargent kon op het moment van het ontstaan van dit schilderij (1882) niets van deze psychologische achtergronden weten.
Dat ze in deze vreemde opstelling verschenen was of toeval of een aanvoelen van John Sargent.

Nu staan de vier kinderen daar, geïsoleerd van elkaar. Het meisje tegen de vaas nauwelijks aanwezig.
De grote vazen maken hen bijna ondergeschikt aan het decor, ze worden dwergen.
Het schilderij is een vierkant, toen erg in de mode.
Het is 78” x 78”, oftewel: 190cm x190cm zodat de kinderen bijna in levende lijve aanwezig zijn.
Het kreeg erg lovende kritieken.

Vernon Lee, zijn jeugdvriendinnetje en daarna vriendin voor het leven schreef later:

I remember once asking whether he was aware of the character of the people he painted; and his denial of all knowledge of interest in their psychology is surely confirmed by the very fact that . . . this most reserved and delicately unmercenary of artists did make certain portraits of certain sitters, and pocket the price, evidently without a suspicion of what he had told about those who paid it.
That quite unverbal, intuitive imagination of his had fastened on a the facial forms, the pose and gesture, sometimes even the accessories, which revealed the man or woman’s character and life. To this kind of imagination I would apply Ruskin’s adjective penetrative, for Sargent’s art does penetrate to the innermost suggestion of everything he painted, [and he] does so by following its merely visible elements. (J.S.S. In Memoriam, By Vernon Lee, P.253-254)

De dochters van Boit zijn ieders kinderen geworden