SEE ME

 

mueck01

Een jongen voor de spiegel.
Hij bekijkt zichzelf.

Ron Mueck, geboren in het expojaar 1958 in Melbourne Australië, is een artiest wiens werken gezien kunnen worden.

Van de mixed media naar de ‘ware’ grootte, het lijkt maar één stapje, maar je zult begrijpen dat er heel wat stappen nodig zijn om een dergelijke vergroting net zo levensecht te laten zijn als het ware model.

mueck02

Er zijn critici die hem rauw lusten, en er wordt wel eens de naam ‘Disney’ gemummeld; de critici zijn wantrouwig als het woord realisme ter sprake komt, en ze plakken met gemak er het voorvoegsel hyper voor.

mueck03

Ik denk dat de zichtbaarheid in een tijd van beelden en symbolen-zonder-al-te-veel-inhoud zeker zal meetellen.
See me.

mueck04

Maar er is ook de drang om levende materie in de vergroting op te nemen.
Hoe groot zijn werken ook zijn, ze hebben dezelfde bijna levende huid en ogen als de bezoekers.

Die kunde (ik gebruik met opzet het woord ‘kunst’ niet) staat niet op zichzelf.
Mensen kunnen met open mond naar de prachtige plooien in de gewaden van de Rennaissance-schilders kijken, en geen oog hebben voor het onderwerp.

Kunde maakt inderdaad het de kunst wel eens moeilijk, net zoals onkunde dat doet en daarvoor hoef je niet alleen naar de canvas-collectie te kijken maar mag je best ook een aantal pseudo’s in onze musea voor hedendaagse dinges tot deze soort rekenen.

Mij overvalt altijd een soort walg als ik te grote voorstellingen bekijk zoals ze bijvoorbeeld gebruikt worden in de reclame: opgeblazen coca-cola-flessen, reuze-kerstmannen, huizenhoge potloden en ga zo maar door.

Dat zit waarschijnlijk in onze oerangsten voor de reus.
De kermisreuzen bijvoorbeeld, een betere vergroting van het Vlaamse dorpsleven is er niet te vinden, en blijkbaar vooral made in Belgium.

mueck05

Ik heb met opzet de baby in een extra grote foto hiernaast gezet.
Dit voorbeeld van het kleine, het ooh-aah-en-oeh-geroep in de materniteiten zul je niet vlug horen als je Ron Muecks tentoonstelling bezoekt.

Toch willen bezoekers hem aanraken, voelen of dat oorlelletje echt is, of het misschien van een stof is gemaakt die de breekbare toonaard van zo’n babyhuidje kan weergeven.

Neen, het is en blijft kunststof.
En je kunt zijn personages, met uitzondering van enkelen, niet in je armen nemen.
De poppen zijn tot reuzen uitgegroeid, en hun miniaturen kijken letterlijk en figuurlijk naar hen op.

mueck06

Maar je kijkt neer op ‘dad’, een ontroerend beeld van een dode man, een dode vader, Oedipus heeft rust gevonden.

Je zou je kunnen afvragen waarom de kunstenaar zich zelf niet op de grond kan uitstrekken?
Afgezien van vervelende bijwerkingen als nierlijden en toevallige tekenen van onbewust leven, is het inderdaad niet to the point: de levenden moeten namelijk rondlopen om zichzelf te kunnen bekijken.

Dat ze daarna misschien iets meer aandacht hebben voor de soortgenoten van het alledaagse formaat, is een vrome wens.

Of willen we allemaal op hoge hakken verschijnen om zeker maar gezien te worden?