dyn009_original_362_414_jpeg_20344_e881ba292ce98004d22301e4f1fee3b4.2

Beschrijven we voorbije levens dan lijkt het wel of hun emoties en liefdes in enkele lijnen zijn te klasseren, erger nog: te verklaren.
Dat zijn ze dus niet, en het feit dat wij hun emoties en passies vergeten te vergelijken met de onze, al dan niet in de verleden tijd, maakt van een biografie een geschrift met veel ‘grafie’ maar weinig ‘bio’.

iverhae001p1

Billard heeft daar oog voor.
We citeerden al de liefde van Marie voor Loup (Aline Mayrisch) en de veronderstelling dat zij juist voor Aline haar notities omtrent Gide in haar Cahiers is begonnen, klinkt heel geloofwaardig.

‘Je prends la résolution de noter pour toi, selon la promesse que je te fis, tout ce qui éclairela figure de notre ami et dont je suis témoin.’

Dat zijn de eerste lijnen in haar Cahier. En Billard:

‘Parmi les liens -dont nous identifions imparfaitement la nature- qui réunissaient Loup en la Petite Dame, André Gide ne compte pas pour rien.’

Als la Petite dame bij het schrijven van een brief naar Loup (waaruit we gisteren citeerden) haar liefde voor Aline aan Gide bekend heeft, vraagt deze zachtjes:

‘Et que pense Verhaeren de tout cela?’

Inderdaad een vreemde vraag want je zou eerder gedacht hebben dat hij naar de gevoelens van Theo had gepeild.

Gide kende echter de amoureuze verhouding die Maria met Emile had gekend.
Beide families, de Verhaerens en de Ryselberghes waren nauw met elkaar verbonden.
Verhaeren was de peter van dochter Elisabeth.

dyn009_original_400_331_jpeg_20344_91a8f49b2147c5f938ca29faaced8553.2

In 1895 wilde Verhaeren alleen zijn om te kunnen werken.
Er werd een huis aan zee gehuurd waarvan Maria de intendante was en waar zij haar eigen bezigheden kon uitoefenen terwijl Verhaeren schreef.

‘Dans cette solitude à deux, affrontée sans arrièrre-pensée, en toute innoncence, ils découvrent que leurs sentiments, qu’ils savaient chalereux, deviennent, attisés par le désir, encombrants et périlleux.
Ils sauront, avec une sorte d’héroïsme modeste et cruel, rester fidèles aux absents.’

dyn009_original_418_348_jpeg_20344_4c9e1b9634fedfbf4ba5a4ccf2fc4de7.2

Kijk, die mensenkennis verbinden met de liefde voor taal, je zou voor minder francofoon worden.
Maar dit terzijde. (want op een dag als vandaag…)

Ik kocht enkele weken geleden een antiquarische uitgave van ‘Il y a quarante ans’, (1935)waar la petite dame onder het pseudoniem van Saint-Clair (de naam van het kustdorpje waar hun landgoed lag overigens) dit verhaal met eigen woorden overdoet.
En dat al deze dubbel-zinnelijkheid (het woord is van mij) de nodige vragen oproept, laat me overigens vrij koud.
De mens in hokjes plaatsen is niet mijn sterkte, noch mijn taak.

Kom Billard, als je de vraag stelt of er nu werkelijk ‘niets’ gebeurd is op de plage en je je verwondert dat zelfs de vraag niet is gesteld, en je afrondt met:

‘Dans ce milieu dont le don d’investigation est brillentissime, les pannes de curiosité intriguent…’

… dan zou je toch moeten weten dat die curiosité er weinig of niets toe doet.
Het mysterie mens heeft wel andere vragen te stellen, dacht ik.
Laten we dat dan morgen samen doen als we het over Elisbeth zullen hebben.