dyn005_original_451_338_jpeg__18f73fed719dba9feab53afefd5159fa

Misschien wordt het tijd om dit werk, de geschiedenis van de seksualiteit, te plaatsen, om na te gaan wat de bedoeling van het werk was en hoe tijdgenoten erop reageerden.

In een nu vrijwel onvindbare toelichting wordt het werk als volgt gepresenteerd:

‘Het vertrekpunt van deze serie studies, uiteengezet in ‘de wil tot weten’ was niet het reconstrueren van de geschiedenis van seksuele gedragingen en praktijken, noch het analyseren van de wetenschappelijke, godsdienstige of filosofische ideeën aan de hand waarvan men zich een beeld van die gedragingen heeft gevormd; doel was, te begrijpen hoe zich in de moderne Westerse maatschappij zo iets had gevormd als een ‘ervaring’ van de ‘seksualiteit’, een vertrouwd begrip dat toch tot het begin van de negentiende eeuw nauwelijks bekend is.’

Didier Eribon, Michel Foucault, Van Gennep, A’dam 1990

dyn005_original_422_322_jpeg__050447ef894121738629844516b236ff

Hij gaat vanuit de moderne tijd terug via het christendom naar de oudheid en stuit dan op een zeer simpele en tegelijk zeer algemene vraag:

‘waarom is seksueel gedrag, waarom zijn de activiteiten en lusten die ermee te maken hebben het voorwerp van morele bekommernis?
Vanwaar die ethische zorg die, afhankelijk van het moment, meer of minder belangrijk lijkt dan de aandacht die uitgaat naar andere gebieden van het individuele of collectieve leven, zoals eetgedrag of het vervullen van burgerplichten?’

Deze problematisering van het bestaan leek, toegepast op de Grieks-Latijnse cultuur, op haar beurt verbonden met een geheel van praktijken die zouden kunnen beschreven worden als de “kunst van het bestaan”, of de “zelftechnieken”, belangrijk genoeg om er een studie aan te wijden.

dyn005_original_422_302_jpeg__32e91ece40ad773fd0f7565bd55a755c

Die ‘ervaringsgeschiedenis’ zal heel wat tijd in beslag nemen, twijfels in hem oproepen, en als eerste deel van het werk verschijnt kent het naast succes ook het verwijt dat hij ‘de onderdrukking van de seksualiteit’ zou ontkennen.

Eribon schrijft in Foucaults biografie (ik vond de vertaling lang geleden nog bij De Slegte) dat hij in een voorwoord bij de Duitse uitgave daarop Foucaults antwoord had gevonden.
De auteur begint met de vrees dat een boek dat slechts een eerste deel is, niet als het geheel van zijn werk moet bekeken worden.
Hij verwijst voortdurend naar delen die nog moeten komen.

‘De hypothesen die erin worden verwoord kunnen eruitzien als stellingen die worden geponeerd, de analyseschema’s kunnen misverstanden wekken en voor nieuwe theorieën worden aangezien
In Frankrijk bijvoorbeeld hebben critici die opeens bekeerd waren tot de strijd tegen de onderdrukking (zonder een al te grote ijver aan de dag te leggen) mij verweten dat ik de onderdrukking van de seksualiteit zou hebben ontkend.

Ik heb echter volstrekt niet beweerd dat er geen onderdrukking van de seksualiteit zou zijn. Ik heb mij alleen afgevraagd of de analyse als geheel per se rond het begrip onderdrukking moest worden opgebouwd om de betrekkingen tussen macht, weten en seksualiteit te kunnen ontrafelen, dan wel of we de dingen misschien begrijpelijker zouden kunnen maken door de verboden en belemmeringen, het afwijzen en verhullen onder te brengen bij een meer complexe, meer omvattende strategie waarvan het voornaamste, wezenlijke doel niet de verdringing is.’

Nu kun je je afvragen of ‘de kunst van het bestaan’ zoals hij het voor ogen had, uitgaande van de ervaring, van de wil tot weten, consequenties heeft gehad in het hedendaagse denken over seksualiteit en hoe en waarom wij opnieuw in het binaire juridische denken zijn beland waarin toegelaten en verboden het haalt op de menselijke ervaring.

Het is een vraag die ons ‘in de mate van het mogelijke’ de volgende dagen zal bezighouden.

dyn005_original_336_387_jpeg__139e96a169a71ddc3e94c1fccef4ed87