2vrienden

 

‘Jongelui die aan zaadverlies lijden dragen in al hun lichamelijke gewoonten het stempel van verval en afgeleefdheid met zich mee.
Ze worden laf, krachteloos, loom, stompzinnig en verzwakt, ze krijgen een kromme rug en zijn tot niets in staat.
Ze hebben een bleke en verwijfde kleur, ze tonen eetlust noch enthousiasme, ze hebben logge ledematen en stijve benen, ze zijn uiterst zwak, kortom nagenoeg helemaal verloren.
Bij menigeen leidt deze ziekte zelfs tot verlamming; hoe zou het zenuwvermogen immers niet worden aangetast als het natuurlijke regeneratieprincipe en de bron van het leven zelf worden verzwakt?
Deze op zichzelf beschamende ziekte is gevaarlijk in zoverre ze de voortplanting van de soort in de weg staat, en omdat ze in alle opzichten de bron van ontelbare kwalen is, vereist ze snelle hulp.’

dyn006_original_340_515_jpeg_20344_c1b6c842cab493a0b3faa76065fbf1db

Je zou kunnen denken dat een dergelijke tekst recht uit de 18de of de 19de eeuw zou komen, waarin de obsessies rond ‘de zuivere seksuele besteding’ door pedagogie of geneeskunst in stand werden gehouden.
Iemand immers die zonder vruchtbaarheid misbruik van zijn seks zou maken (vaak dan nog zonder partner!) werd aan de hand van dergelijke uitvoerige literatuur in het vooruitzicht gesteld dat hij door de geleidelijke uitputting van zijn organisme, de dood van het individu, de ondergang van zijn ras en tenslotte aan heel de mensheid schade zou berokkenen.

dyn006_original_510_510_jpeg_20344_e0114d81665658035dbd30ab1a8f1270

Maar in werkelijkheid is deze tekst een vrije vertaling in de stijl van de tijd, uit de eerste eeuw van onze jaartelling, geschreven door een Griekse arts, Aretaeus. (Oorzaken en symptonen van acute en chronische kwalen)

Wij hebben nog altijd de overtuiging dat de Oude Grieken het niet zo nauw namen met deze praktijken, zeker niet als -nog altijd in datzelfde fout idee- wij hen de zorgeloze jongensliefde toeschrijven en graag daarnaar verwijzen als we hier ten lande zelfs anno 2008 nog hel en verdoemenis over het juridische lijf krijgen uitgegoten als het ‘van dattum’ is.

Ik verlaat even mijn goede gids Foucault die hiermee de ‘problematiseringsvormen’ wil duidelijk maken bij deze verre voorvaderen die wij blijkbaar meer vrijheid toedichten omgekeerd evenredig met het schuld- en boetebesef dat wij via de Christelijke moraal op de schouders nemen of leggen.

Het ‘eenzaam’ verlies van zaad was ten zeerste tegen de krijgsprincipes waarin de jongensliefde diende als ‘edele verbintenis’ tussen de geliefde stellen, die in plaats van epo hun liefde als krachtvoer tegen de vijand gebruikten.
En in de eerste eeuw na Christus zijn we toch al zo’n vijfhonderd jaar van de vierde voor de jaartelling verwijderd, tijdperk waarin de jongensliefde bloeide en bezongen en…verketterd werd.

Als je dit op de 19de eeuw toepast dan weet je dat ook deze eeuw voor een groot gedeelte in kazernes werd doorgebracht (althans door het mannelijk gedeelte van de bevolking).
En bloeide daar vaak (stiekem) de lijfelijke vriendschap bij gebrek aan vrouwelijk gezelschap, het eenzaam bevlekken sloeg niet alleen op de militaire onderkleding maar ook op het blazoen.

dyn006_original_422_273_jpeg_20344_cc6191f41726b0385a3e65dc2b5d9282

Ook was het verwisselen van seksrollen zowel in het klassieke drama als in de ranzige soldateske activciteiten uit de 18de en 19de eeuw volop aanwezig.
De goegemeente van beide tijdperken sprak in afkeurende woorden over deze ‘degeneratie’.
Je vindt ook in de Grieks-Romeinse literatuur van de keizertijd deze spot terug, zoals in het portret van Effeminatus’ dat een anonieme auteur in de vierde eeuw schetst.
En voor wie Apuleius las, denk aan ‘De gedaanteveranderingen’ waarin de vervrouwelijkte jongemannen wordt gevraagd of ze nu man of vrouw zijn.

(ik wil het dan nog niet hebben over de grote voorliefde van de Engelse acteur die zich vaak in deze gedaanteverwisseling kenbaar en zeer genietbaar maakt)

Ook de soberheidsthema’s (je te beperken in je seksuele gedragingen) zijn zowel bij de Klassieken, bij het Christendom als in de 18de-19de eeuw terug te vinden.
Ze vallen dus niet samen met de scheidslijnen die de belangrijke maatschappelijke, burgerlijke of godsdienstige verboden mogelijk trokken.
En vooral…we hebben meestal met een ‘mannenmoraal’ te doen, en die is bijzonder streng voor…de vrouwen.
We zullen U morgen verder onderhouden.