benw27

Laten we Michel Foucault opnieuw zijn belangrijke vraag stellen waarmee hij zijn ‘Gebruik van de Lust’ opent:

‘Hoe, en waarom en in welke vorm werd de seksuele activiteit gefundeerd als domein van de moraal?
Waarom die zo nadrukkelijke ethische bezorgdheid, hoewel in wisselende vorm en intensiteit?
Waarom deze ‘problematisering’?
Het is tenslotte juist de taak van de geschiedenis van het denken, in tegenstelling tot de geschiedenis van de gedragingen of de voorstellingen, de voorwaarden vast te stellen waaronder het menselijk wezen ‘problematiseert’ wat het is, wat het doet en de wereld waarin het leeft.

74071a673307ca7459bcf75fbd024e09

Toen hij deze heel algemene vraag aan de Griekse en de Grieks-Latijnse cultuur stelde, werd het hem duidelijk dat deze problematisering met een geheel van praktijken was verbonden die in onze samenlevingen ongetwijfeld een enorm belang hebben gehad: dat wat men ‘de bestaanskunsten’ zou kunnen noemen.

In mijn 2008-oren klinkt het uiteraard een beetje jezuïtisch, die mogelijkheid om je eigen wezen te wijzigen en van je leven een kunstwerk te maken dat bepaalde esthetische waarden meedraagt en aan bepaalde stijlcriteria beantwoordt.

Bestaanskunsten of zelftechnieken.
De geschiedenis van deze esthetica’ s is zeker nog niet geschreven, maar ik heb ze aan den lijve ondervonden in mijn jeugdjaren: het geloof dat je inderdaad maakbaar bent, dat je je denkwijzen vooral kunt aanpassen aan wat van je door het geloof of de staat gevraagd wordt, maar vooral ook dat het in je macht ligt om met een zekere economie je leven als een waar (moreel) kunstwerk in te richten.

De teleurstellingen op dat pad liggen niet alleen op het vlak van je eigen zwakte, maar ook aan de hoge lat waar je tenslotte niet over springt, maar er ook onderdoor leert lopen.

Dat het nobele doel van Foucault niet een geschiedenis van de moraalsystemen vanuit een gebodssysteem zal zijn, maar haar tracht te vervangen door een geschiedenis van de ethische problematiseringen die vanuit de zelfpraktijken wordt geschreven zal tot de nodige paradoxen leiden.

Het woord alleen al, ‘de moraal’ is erg dubbelzinnig, en deze eigenschap kan haar in de geschiedenis tot een ploeg of een zwaard transformeren, dat is bekend.
Of zoals Foucault het zelf schrijft: ‘Een gedragsregel is immers één ding, het gedrag dat aan de hand van deze regel kan worden vastgesteld, een ander, en nog iets anders is de wijze waarop je je moet ‘gedragen’.

Volgende week begeven we ons verder op dat pad van paradoxen en dubbelzinnigheden.