1965_1

Natuurlijk zal de Amerikaanse kunstenaar Jim Dine zijn jas met kleurvlakken niet als een ‘moreel’ jasje bedoeld hebben, maar het beeld komt mooi te pas bij onze overdenkingen of die zogenaamde moraal massief en uniform is of naar gelang omstandigheden en invulling, een gepersonifieerd karakter kan krijgen.

Met een mooie uitdrukking noemt Foucault een van die invalshoeken bepaling van de ethische substantie
Het is de wijze waarop het individu (als kind zag ik bij dat woord altijd iemand in een regenjas in dienst van de staatsveiligheid) dit of dat deel van zichzelf tot belangrijkste materie van zijn moreel gedrag moet verheffen.

Zo kun je de kern van praktijk van huwelijkstrouw betrekking laten hebben op de stipte naleving van verboden en verplichtingen in de handelingen zelf die je uitvoert.
Maar ht is ook mogelijk de trouw vooral te laten bestaan uit de beheersing van de verlangens, de hardnekkige strijd die je tegen hen voert, de kracht waarmee je de bekoringen tracht te weerstaan.
Deze ‘waakzaamheid’ en strijd vormen dan de inhoud van de trouw.

Je kunt haar ook laten bestaan uit de intensiteit, bestendigheid en wederkerigheid van de gevoelens die je voor je wederhelft ondervindt, en de kwaliteit van de relatie die beide echtlieden duurzaam verbindt.

Een ander verschil kan betrekking hebben op de onderwerpingswijze’, de wijze waarop het individu zijn verhouding tot deze regel bepaalt en erkent dat het verplicht is deze uit te voeren.

Zo kun je de huwelijkstrouw in praktijk brengen en je aan het gebod dat haar voorschrijft je onderwerpen, omdat je erkent tot de maatschappelijke groep te behoren die haar accepteert, er zich luidkeels op beroept en haar stilzwijgend als gewoonte in stand houdt, maar je kunt haar ook in praktijk brengen om je je als wettige erfgenaam van een geestelijke traditie beschouwt, een traditie die je moet handhaven of laten herleven, of deze trouw te beoefenen door jezelf tot voorbeeld te stellen of door te proberen aan je persoonlijk leven een vorm te geven die aan criteria van luister, schoonheid, verhevenheid of volmaaktheid beantwoordt.

Als derde verschil citeert Foucault de vormen van de uitwerking, de ethische arbeid die men aan zichzelf verricht, en niet alleen om zijn gedrag in overeenstemming met de regel te brengen, maar ook om te proberen zichzelf tot moreel subject van zijn gedrag om te vormen.

Je kunt de regels en praktijken van de seksuele soberheid bijvoorbeeld van buiten leren en strikt proberen na te volgen, of je kunt plotseling verzaken aan de lusten en er onherroepelijk afstand van doen, of je kunt haar in praktijk brengen in de vorm van een doorlopende strijd waarvan de wederwaardigheden en zelfs de korstondige nederlagen, zin en waarde kunnen hebben.

‘…ook kan ze worden beoefend door middel van een zo zorgvuldig, duurzaam en uitvoerig mogelijke ontcijfering van de bewegingen van het verlangen in alle, zelfs de meest duistere vormen waarin het zich verschuilt.

dyn002_original_400_638_jpeg_20344_c803fec394f8992828b2c19ea3e98221

Doelbetrokkenheid, tenslotte.
Of de teleologie van het morele subject: je moet een morele handeling niet tot een daad of een reeks daden reduceren die met een waarde, regel of wet in overeenstemming zijn.
Elke morele handeling heeft een relatie met de werkelijkheid waarin ze wordt uitgevoerd, en een relatie met de code waarnaar ze verwijst, maar ook een verhouding tot het zelf: niet gewoon een ‘zelfbewustzijn’ maar de constituering van zichzelf als ‘moreel subject’

Je bepaalt je eigen houding tegenover een moreel voorschrift, en vandaaruit probeer je jezelf te kennen, je te beheersen, je op de proef te stellen, je te vervolmaken en te veranderen.

Moreel handelen is onlosmakelijk verbonden met die vormen van zelfwerkzaamheid die tussen de ene en de andere moraal evenzeer verschillen als het systeem van waarden, regels en verboden.

dyn002_original_600_434_jpeg_20344_816534e43bd4f67627bf405705e9f1be

Wil je dus in een historische analyse de geschiedenis van een moraal beschrijven dan moet je rekening houden met de verschillende werkelijkheden die het woord omvat.
Zo is er dus de geschiedenis van de moraliteiten, de geschiedenis de codes en de geschiedenis van de wijze waarop individuen worden geroepen zich tot subjecten van moreel gedrag te constitueren. (dat is de geschiedenis van de modellen of een geschiedenis van de ethiek en de ascetiek)

De draad van onze morele persoonlijkheid heeft dus nogal wat trek- en duwkrachten (we komen weldra daarop terug als we Martha Nussbaum aan het woord laten) en de kleuren op de Venus van Milo zijn net zo bont als het lappendeken waarin mensen hun houding tot de schoonheid bepalen en daar dan iets aan willen doen of…laten.

Een beetje droge stuf voor een maandag.
Maar het verhaal is te printen en onder een mooie oktoberhemel te lezen.