dyn008_original_300_379_jpeg_20344_4e002a4da0b6fb4e05578d6c3a2f3787

Hoe kun je genieten zoals het behoort?
Op welk beginsel kun je je beroepen om deze ‘acticviteit’ te matigen, te beperken, te regelen?
Met andere woorden: welke onderwerpingswijze bevat deze morele problematisering van het seksuele gedrag?

dyn008_original_391_450_jpeg_20344_acf6588f95cd49bb5c05d5619f7f6cf8

We zagen al dat het morele denken over de aphrodisia veel minder gericht is op het vaststellen van een systematische code die de canonieke vorm van de seksuele handelingen zou vastleggen, een verbodsgrens trekken en de praktijken over beide kanten van de scheidingslijn verdelen, dan wel op de uitwerking van de voorwaarden en modaliteiten van een ‘gebruik’, de stijl van wat de Grieken de chresis aphrodision’ noemen.

1. Er is vooreerst de strategie van de behoefte.
De liefde bedrijft men best ’s nachts, want het bedrijven van de aphrodisia was niet iets wat de meest verheven kant van de mens tot eer strekte.

Diogenes trok zich daar klaarblijkelijk niets van aan.
Hij had de gewoonte alles in het openbaar te doen, dus toen hij de behoefte voelde om zijn seksuele drang te stillen, masturbeerde hij zich in ’t openbaar.

Volgens zijn redenering kon dit niet schandelijk zijn want dit bedrijven van de aphrodisia is niets meer en niets minder dan het bevredigen van een behoefte, net zoals je honger stillen.

dyn008_original_390_520_jpeg_20344_373ada2b74a12d6bebcce1180437ec1e

Hij betreurde zelfs dat het onmogelijk was honger en dorst op een even eenvoudige wijze te bevredigen
‘De hemel geve dat het voldoende was over je buik te wrijven om je honger te stillen.’

Vergelijken we deze redenering met de uitspraak van Anisthenes in het Symposion van Xenofon.

‘Word ik door een liefdesverlangen in verleiding gebracht, dan neem ik met de eerste de beste genoegen en de vrouwen tot wie ik me richt, overstelpen mij met liefkozingen omdat niemand anders bereid is hen te benaderen.
En al deze genietingen lijken mij zo heftig dat als ik me aan elk ervan overgeef, ik geen heftiger zou willen opwekken, maar eerder wenste dat ze minder heftig waren, zover overschrijden sommigen de grenzen van het nuttige.’

Dit door de behoefte geregelde gebruik van de aphrodisia beoogt echter niet de lust ongedaan te maken, het gaat er juist om hem in stand te houden en wel door de behoefte die de begeerte opwekt.

Het is vaak wachten met de bevrediging tot deze zo aangenaam mogelijk is. (hos eni hedista).

‘In deze strategie moet de behoefte als sturend beginsel dienst doen en het is duidelijk dat ze nooit de vorm van een nauwkeurige codificatie of van een voor ieder in alle omstandigheden op dezelfde wijze toepasbare wet kan aannemen.
In de dynamica van lust en verlangen maakt ze evenwicht mogelijk: ze belet deze ‘op hol te slaan’ en tot buitensporigheid te vervallen door haar als inwendige grens de bevrediging van een behoefte te stellen.
Ze voorkomt dat deze natuurkracht in opstand komt en een plaats usurpeert die niet de hare is: ze staat immers toe wat noodzakelijk is voor het lichaam en gewild door de natuur, en niets meer.’

De onmatigheid kan twee vormen aannnemen waartegen de morele leefregel van de lusten moet strijden.
Er is een onmatigheid die ‘overvloedig’ of ‘opvullend’ zou kunnen worden genoemd, ze staat het lichaam alle mogelijke lusten toe, zelfs voordat het er behoefte aan heeft en smoort juist daardoor elk lustgevoel.
En er is een onmatigheid die ‘kunstmatig’ zou kunnen genoemd worden en die het gevolg van de eerste is.
Ze gaat op zoek naar wellusten in de bevrediging van onnatuurlijke begeerten:

‘…om met genoegen te eten zoekt ze koks, om met genoegen te drinken schaft ze kostbare wijnen aan en ’s zomers gaat ze op zoek naar sneeuw.’

De hedendaagse consumerende en shoppende mens kan inderdaad nog grote ogen opentrekken als hij de klassieken leest.