de nieuwe schizofrenie (17)

2565530231

Goede psych,

Ik dus de romanticus, jij de wetenschapper, het is bijna een karikatuur waar we maar niet genoeg van kunnen krijgen.

Was vroeger de wetenschap de weg om te ontsnappen uit de onredelijkheid van geloof en zeden, nu zijn we blijkbaar al een halve eeuw terug bij af: niets is immers zo kortstondig als een wetenschappelijke stelling, en met een grote boog gaan we langs het grote taboe: het onbewuste, de droom, het gevoel.
Dat is blijkbaar voor de zwakkeren, de romantici, de poëtische zielen.

Je kunt nu ook nog met Kant komen aandraven die een aantal “a-priori’s” in onze ziel legde, zoals ruimte en tijd, ervaringen die we ingebakken zouden hebben, maar tenslotte spreekt zijn werk van dezelfde frustratie als degene waarmee jij je van mij probeert af te maken: de verdeling in de twee kampen, de kunst (vrouwelijk) en…de masculine wetenschap.

Grote geesten zoals Carl Jung en zijn geestelijke pa en later zijn schopstoel (wat je als vader blijkbaar moet worden?) Sigmund Freud hebben geprobeerd de deur toch op een kier te zetten en voorzichtig te verwijzen naar onze diepere vrijwel onbekende lagen zoals aandriften en dromen, zoals verborgen werelden die rondom gevoelens draaien, die niet de ziel aanbelangen maar net zo chemisch zullen kunnen geduid worden als de opbouw van de bloedsomloop maar die een totaal andere kijk werpen op die vreselijke tweedelige wereld waarin wij na de Franse revolutie zijn terecht gekomen.

Ik verwerp de wetenschap niet, integendeel, maar ik verhef haar ook niet tot nieuwe religie, tot enige uitweg, tot enige verklaring van oorsprong en finaliteit, maar ik zou de volgende stap willen zetten al tast ik nog net zo in het duister als de eminente geesten die ons zijn voor gegaan.

Noem mij dus niet meer een poëtische ziel en verhef jezelf niet tot wetenschappelijke vorser, want noch de ene noch de andere bestaat op zichzelf, we zullen een versmelting moeten zoeken voor de 21ste eeuw, en het is de pijn van dit nieuwe mensbeeld dat ons zo bang maakt, vooral dan voor onze vrouwelijke kanten, omdat zij en de magie en de bron van het leven verenigen waar het mannelijke toch maar alleen de instandhouding en de verovering in zijn blazoen mag schrijven.

Mijn pogingen tot onzichtbaarheid hebben wellicht te maken met die vereniging van gevoel en wetenschap, en net zoals het ooit bijna onmogelijk was bijbel en wetenschap te verenigen zo staan we nu voor hetzelfde probleem de wetenschap terug bij het gevoel, bij de stromingen van ons onderbewustzijn te laten aansluiten.
Een beetje analyse, ZELF-analyse, van uw kant zou niet misplaats zijn, dokkie.

Uw hoofdschuddende Theodore Silverstein, antiquair


wie wil zweven moet sterke vleugels hebben (16)

1862507482

Goede Theodore,

Je laatste briefje maakt het nog maar eens duidelijk dat je een poëtische natuur bent.
Het klinkt allemaal heel mooi: kijken zonder bezitterige ogen, ik kan me daar etisch wel een paar dingen bij voorstellen en ook mooie mannen, vrouwen,meisjes of jongens zullen wel iets over die ogen te zeggen hebben, maar laten we, zoals je dat zelf al eerder schreef, “HELDER” blijven.

Je brengt een aantal tamelijke ZEN-achtige stellingen naar voren, maar zoals steeds, het blijft bij zweven, bij mooie woorden, poëtische ideeën die nergens een consequentie hebben. Ze staan daar, bekoren onze ogen even en verder vergeten we ze eens we pijn of verrukking voelen.
Zweefvluchten van die aard zijn gedoemd om tamelijk “Ikarisch” te eindigen om een zelf gemaakt bijvoegelijk naamwoord te gebruiken: de vleugels smelten nogal vlug door de warmte van de alledaagse banaliteit met een gekende val als gevolg.

Wie wil zweven heeft sterke vleugels nodig, en dus vraag ik je je stellingen toch iets beter te onderbouwen zodat we niet in het ijle gaan praten.
De bijgevoegde foto doet duidelijk beroep op onze beeldvorming en laat aan duidelijkheid niets te wensen over.

Uw geheel tot uw dienst zijnde
G. Dumortier, psychiater


mijn ogen bezitten geen enkel beeld (15)

1436547556

Waarde G. Dumortier

Ik ben het met u eens dat wij onszelf tot op hoog niveau kunnen bedriegen.
Maar mijn wens om beetje bij beetje onzichtbaar te worden heeft weinig of niets met angst te maken. Het zou een vorm van pretentie zijn wegens onze schamelheid onzichtbaar te willen zijn.
We zijn wie we zijn, en wie kan niet de ogenblikken herinneren dat het zichtbare een opperste vorm van genieten was: de ogen van de geliefde, of de kromming van een schouder, het welven van een landschap, de schreeuw van een kleur.

Maar onze ogen zijn nogal bezitterig, ze willen voortdurend innemen, bezitten, onthouden, bij-houden dus.
De eerste stap naar de onzichtbaarheid is de’ gulzigheid van je ogen loslaten, niet om blind te zijn, maar om te leren kijken zonder de bijbedoeling het geziene in te palmen, te vervormen, van jou te maken.

Het is kijken zoals het licht wordt. Het is liefde hebben voor het geschapene maar zonder de drang tot veroveren of vast te houden.
Het is je laten overspoelen door wat je ziet.

Ik heb hierdoor veel beter leren kijken, opener, breder.
Het zijn nog maar oefeningen maar je ogen de kost geven zoals men zegt, mag je best letterlijk opvatten: wat je ziet wordt het voedsel waardoor je nog beter mag leren kijken.
Begin niet met de blik naar binnen te richten want daar is bijzonder weinig te zien. We hebben ons daar een staketsel van zielen en persona opgebouwd die meer uit wensen, dromen en valse verlangens bestaan dan uit aanwezigheid.
Niet-zien dus en daardoor toch heel helder te kunnen kijken zoals niet-weten tot vrij essentiële kennis leidt.

Zo kijk ik naar de oude foto van een onbekende jongen.
Ik probeer er zo weinig mogelijk bedenkingen bij te maken, alleen maar te kijken tot onze blikken elkaar raken ook al moeten we daarvoor een afstand van 125 jaar overbruggen.

Uw dienstwillige Theodore Silverstein


het lot niet ontlopen, dus zichtbaar zijn (14)

121_brievenhanger

Goede Theodore Silverstein,

Wij hebben nu eenmaal ogen in ons hoofd, en ook nog een geheugen. Onze visuele waarnemingen zijn dus gewild, zijn de kern van ons denken en voelen. Zonder waarnemingen zouden wij amorfe wezens zijn, tastend naar de buitenwereld, onbewust van onze mogelijkheden.

Nog altijd vermoed ik dat uw neigingen tot onzichtbaar worden iets te maken hebben met levensmoeheid, met een zekere existentiële afkeer van jezelf. Als menselijke wezens zijn we handig in zelfbedrog, neem dat maar van mij aan.

Ik weet het, onze zichtbaarheid stelt niet veel voor. Een levensloop is een ademtocht, en het onwaardige van de ouderdom bedrukt ons al vroeg.
Zichtbaar zijn vraagt inderdaad een zekere moed, en het is juist in dagen van rampspoed dat wij het liefst onzichtbaar zouden zijn.
De sporen die wij op papier achter laten zijn alleen door hun zichtbaarheid te begrijpen.
Zo is deze brief een bewijs van de noodzakelijkheid om, ondanks het schamele van ons bestaan, moedig zichtbaar te zijn.

Uw strenge maar begripsvolle Dumortier.G.
psychiater


geen vogel vliegt met een bord voor zijn kop (13)

1221023228

Beste Psych,

Vergelijkingen worden altijd tussen dezelfde grootheden gemaakt, dacht ik.
Een familiefoto en een faraograf hebben alleen met elkaar gemeen dat ze iets aan de “gezichtsbeperking” willen doen, maar hun motieven verschillen grondig.
Me zichtbaar maken voor anderen staat niet in tegenstelling met de wens onzichtbaar te willen worden, ook dat zijn dus verschillende grootheden. Laten we trachten helder te blijven in onze discussie.
Ik stuur je hierbij de ingekleurde foto van een jongetje. Zonder dat grote woord van tweede wereldoorlog was hij er nog geweest, was hij zelfs niet eens 74 jaar geworden dit jaar.
Zijn zichtbaarheid dient om ons verbonden te blijven voelen. Wellicht ook als troost: je bent niet alleen.

Met jouw familiefoto en mijn foto wordt de “gezichtsbeperking” opgeheven die de tijd en ruimte ons oplegt. Met de beelden en grafmonumenten fixeren we ons op de figuur, op de tijd waarin hij of zij leefde, kortom een werkwijze die elke verbinding onmogelijk maakt. De angst om te verdwijnen is niet de angst om onzichtbaar te worden.
Het is een beetje eigen aan deze tijd om grootheden door elkaar te gooien om goedkoop succes te boeken in campagnes en politieke redevoeringen.

Vandaag zat er een jonge ekster in de tuin, belaagd door de katten.
Al zijn eksters vaak met dezelfde moordlust behept, ik heb het jong tot drie maal toe op het dak gezet waar zijn kwekkende ouders hem konden bijstaan.
Tot mijn verbazing liet hij zich gemakkelijk pakken. Pas als ik hem in de hoogte tilde (hij kon zelf nog niet genoeg vliegen) zette hij zijn keel luid open.
De derde keer hebben we eerst een kwartier lang naar elkaar gekeken. Hij keek door me heen alsof ik inderdaad bij de lucht hoorde.
Ik denk dat ik nu de volgende stap kan zetten.

Uw opgewekte ex-patiënt
Theodore Silverstein


eeuwig zichtbaar blijven(12)

1841349492

Waarde Theodore,

Ik stuur je hierbij een foto van een gezin uit de 19de eeuw.
Het is een foto van een welstellend Amerikaans gezin gemaakt in de fotostudio (Grand Studio!) Milwaukee.
Ik kan je ook nog verraden dat mijn grootvader in de armen van mijn overgrootmoeder ligt te staren.

Je kunt zeggen dat wij als menselijke soort er altijd alles hebben aan gedaan om zo lang mogelijk zichtbaar te blijven.
Dat begon bij de primitieve grotschilderingen waarop de wens naar buit het haalde op remember me, en dat bracht andere fraaie voorbeelden mee zoals de rijk versierde graven van edelen en koningen tot en met de portretten van de 15de tot de 19de eeuw, geschilderd om toch vooral niet onzichtbaar te worden.

Uw wens dus schijnt in te druisen tegen deze overleveningsdrift die ons gezichten en heldendaden overleverde van mensen die wat hun overblijfselen betreft al lang tot stof en as zijn vergaan.
Mochten we allemaal onzichtbaar willen worden, hoe kon dan de band tussen de generaties blijven bestaan als ze van hun voorouders alleen maar de ontastbare werkelijkheid vermoeden?
U moet toch eens goed overwegen of uw wens niet indruist tegen het meest menselijke: zien en gezien worden.

Uw nog immer welwillende psychiater Dumortier


het duurt wel even (11)

1200759329

Beste heer Dumortier,

Het duurt wel even eer wij elkaar begrijpen, en nadat ik je laatste briefje had gelezen wist ik dat er nog heel wat afstand overbrugd moest worden.
Of we nu de reïncarnatie aanhangen, of de eeuwige jachtvelden belijden of rijstpap met gouden lepeltjes willen smikkelen, het zijn voor mij uitingen van het overschatte IK.

Het is inderdaad heel kinderlijk (bijna neurotisch) om het plezier steeds maar te willen verlengen. Maar in feite wordt het net daardoor gedood.
Wij vernietigen steeds wat we willen liefhebben.
Ik besefte als kind dat het begin van de grote vakantie steeds weer het idee van de volgende eerste schooldag inhield.
Ik was dan ook woedend als de magazijnen met hun “VROLIJK WEER NAAR SCHOOL” begonnen, vaak al einde juli.
Wij hebben vaak plannen gesmeed om die winkels te gaan bekladden, om met een kindercommando er binnen te vallen en de gerant te gijzelen, maar het is bij wilde plannen gebleven.

De geliefde kussen, is hem verlaten, of althans de mogelijkheid beseffen dat dergelijke activiteit OOK kan plaatsvinden.
Omgekeerd: we hopen steeds op beterschap als de zoveelste storm de droomlandschappen heeft weggeblazen.

Het geheim van het orgasme schuilt in zijn kortstondigheid, net zoals de drugs ons doen geloven dat de andere kant van de medaille niet bestaat.
Wij moeten ons ik stutten met allerlei vergrotend gedoe (tot over het graf, meneer!) om de eindigheid ervan te verzachten of te verdoezelen.
Het vraagt dus wel een soort heldhaftigheid om ons lot te aanvaarden, inderdaad (wat u “de rug krommen” noemt), maar het is niet meer dan een harnas, die heldhaftigheid. Een noodzakelijk harnas om niet in te storten, ik geef het toe, om niet met de gruwelijke speren van de dood en vergankelijkheid te worden doorboord.

Mijn onzichtbaar-worden, waarde dokter, is dus niet wegvluchten van het slagveld, ook niet een kogelvrije vest, maar een poging om het onbelangrijke aan te hangen zodat onze daden niet alleen door de angst voor de dood maar door het in-de-tijd-zijn worden geïnspireerd.
Het is niet het ik-verloochenen, maar het aanvaarden zoals men de avondbries op zijn gezicht voelt na een drukke dag.

Mijn allerliefste zegt dat in het licht van de kosmos er geen grote of kleine daden bestaan, dat zowel het kiezelsteentje als de rots dezelfde omvang hebben.
Dit besef is de eerste stap, goede dokter.
Ik laat nu de avondbries vrij spel nog net voor de regen het donker overbrugt.

Uw geduldige Theodore Silverstein


reïncarnatie? (10)

1907183229

Beste Theodore

Uiteraard kan men bij de geboorte van een kind uitroepen horen als: de ogen van zijn vader, de mond van zijn moeder, en ander fraais.
Ik wil de genetica niet ontkennen.
Tenslotte is het om het overleven van onze genen te doen, en ik zie ook wel dat de manier waarop wij dat overleven gestalte geven vaak een onhandige camouflage is van zelf verzonnen etiek die de machthebbers kan bekoren.

We laten ons dan ook graag verleiden tot “de wederkomst” waarmee wij niet alleen smachtend uitkijken naar de uiteindelijke Verlosser, maar ook onszelf een tweede of zoveelste kans gunnen.
De poes in huis, het vliegje of de adelaar in de steenblauwe lucht, het zal je lot maar wezen na een gezapig leven als kroonpretendent of makelaar in koffie.

Onzichtbaar worden is dus een veranderen van status of van biologishe eigenschappen want de toekomst als kiezelsteen zal niet dadelijk iemand aantrekken.
Ik denk dat we moedig het lot van de kortstondige doortocht in het overleven der genen moeten dragen en als mijn vak dan troost mag bieden bij opgelopen desillussies, dan mag ik daar al zeer tevreden over zijn.

Onze zichtbaarheid is so wie so erg beperkt als we naar de sterren kijken en het licht waarnemen dat enkele duiznden jaren gelden daar vertrokken is en nu pas hier wordt waargenomen terwijl de bron al lang uit elkaar is gespat om het woord uitdrogen niet verkeerd te gebruiken.
Maak u dus wat minder zorgen om uw zichtbaarheid en krom de rug waarop de lading der dagen rust.

Uw tegemoetkomende Dumortier, psychiater.


een nachtgedachte als antwoord (9)

2564424797

Beste Psych.,

Ook psychisch zijn wij de optelsom van zovele mensen voor ons en tevens het bruggetje naar de volgende generaties.
Van kind naar ouder, en van grootouder naar voorouder.
U vergist zich degelijk als u zegt dat wij “tijdelijk” zijn.

Door onze verbindingen (we worden nu eenmaal uit mensenmateriaal gemaakt) zijn we IN DE TIJD.
Mochten we robotten zijn met een bepaalde werkingsduur dan waren we tijdelijk, maar we zijn nu eenmaal mensen.
Mijn onzichtbaar worden heeft dus niets te maken met het verder oplossen door het verdwijnen van mijn beperkte ik-aanwezigheid.
We zijn al geweest, zijn er even en zullen hoe dan ook blijven.

Wel hebben wij in het westen een enorme klemtoon gelegd op dat kortstondige ik alsof het het nergens met het verleden of de toekomst verbonden is, en dat verklaart onze angst voor het verdwijnen.

Mijn poging tot onzichtbaar worden is het verlies van dit beperkte soortgelijk gewicht alsof ik alle energie die in mij zit weer weer kan uitspreiden in de tijd, en dan bedoel ik zowel de verleden als de toekomende tijd.

De stilte van de mooie zomernacht zou zo’n doel kunnen zijn.

Uw correspondent,
Theodore Silverstein


het onzichtbare jongetje (8)

Mijn beste Theodore Silverstein,

Als ik de tedere foto van het jongetje op het paard bekijk, heb ik al het idee dat deze foto het enige overblijfsel is van het inmiddels voorbije kind.
Waarschijnlijk is er een man uit gegroeid die vervolgens een oude man werd en daarna zoals dat gaat gestorven is en ofwel begraven werd of gecremeerd is.

Je zou dus terecht van een verdwenen kind kunnen spreken, of met uw eigen woorden: een onzichtbaar geworden kind want als we de foto scheuren of uitwissen, verdwijnt ook nog die getuigenis.

Redelijkerwijze kun je natuurlijk aanhouden dat in elke man nog het jongetje schuilt zoals elke vrouw het meisje herbergt, maar dat is eerder een boutade dan een werklijkheid want -en nu kom ik tot mijn punt-, want de tijd maakt ons allen onzichtbaar, waarde Silverstein.
Onze tijdelijkheid is een waarborg voor de grote onzichtbaarheid en omdat sommigen daar moeilijk mee kunnen leven willen ze zo lang mogelijk herinnerd worden, voeren ze dus oorlogen, schrijven ze boeken of herdopen ze een stad met hun naam.
Maakt u zich dus geen zorgen.
De grote onzichtbaarheid treft ons allen, de ene al wat vlugger dan de andere, maar gezien in interstellaire verhoudingen stelt dat tijdsverschil niets voor.
Ik wens u dus een kalme nacht en een zoete slaap,

Uw dienstwillige psychiater


kind op paard(7)

2336695928

Beste Heer Dumortier,

Wie draagt er geen verdriet mee in zijn leven?
Wie heeft er geen onvervulde liefdes of trauma’ s van allerlei afmetingen?
De oververwende mens van deze tijd kan voor de eerste beste wind die hij niet kan laten een noodnummer bellen, zijn buurman aanklagen en een witte beweging op gang brengen.
Een volwassen mens bestuurt zo goed en zo kwaad mogelijk zijn eigen leven, past zich aan, verwerkt, en vooral…relativeert.

Om u dichter bij mijn bedoeling te brengen stuur ik hierbij een foto uit mijn kindertijd.
Ik ben niet dat jongetje op het paard, maar ik vond de foto tussen een collectie memorabilia van verre ooms en tantes.
De Silversteins hebben een zwervend bestaan geleid zoals mijn naam dat doet vermoeden.
Maar als kind vond ik deze foto werkelijk intrigerend omdat ik niet wist of het paard ECHT was terwijl ik naarmate ik ouder werd heel goed het canvas, het doek van het landschap kon onderscheiden en dus zeker niet met een heus vergezicht te doen had.
Maar hoe was dat paard in de studio gekomen, of was het paard een opgevuld wezen, en tenslotte: was het jongetje wel echt?

Ik kon urenlang naar de foto kijken en mij verdiepen in deze vragen.
Wie is er echt?
En zou je vanuit dat zogenaamde “echte” onecht worden, met andere woorden: zou het jongetje op een dag ook gewoon een geschilderd jongetje op een doek kunnen zijn?
Zou je dus kunnen transformeren naar wat wij levenloos noemen, maar wat waarschijnlijk een heel ander leven leidt?
Zo zou ik kunnen verdwijnen in een schilderij, niet door erin te springen zoals een aantal kinderverhalen al hebben geprobeerd, maar door een deel van haar te worden, door het leven van dat schilderij tot het mijne te maken.
Ik hoop dat ik u hiermee een stap dichter bij mijn werkelijk doel heb gebracht.

Uw genegen Theodore Silverstein


een niet zo zeldzaam verschijnsel (6)

1358987695

Beste Theodore Silverstein,

Wie verlangt er niet van deze dwaze wereld af te stappen, zich uit de overtolligheid van activiteiten terug te trekken en op te lossen in het luchtledige?
Het is een oud verlangen.
De eremieten in de woestijn, de kloosters, de eenzame wijze in zijn ivoren toren, ze getuigen allen om de dwaze wereld de rug toe te keren.
Het is vaak een vlucht, of een poging om tot diepere bestaansredenen door te dringen.
Misschien is er een onvervulde liefde in uw bestaan, een diep verdriet, een trauma?
En wie weet of de ware zuster- of broederziel zich zelfs vandaag in uw leven zal vertonen?

Uw genegen Dumortier G., psychiater.


geen vuurwerk (5)

603_bewaarengel

Geachte heer Dumortier,

Ik ben een antiquair, geen duivelskunstenaar of een bevlogen hystericus.
U, als psychiater, voelt zich steeds aangetrokken tot het onredelijke omdat u denkt met uw medische redelijkheid de waanzin te kunnen bedwingen of haar te verechtvaardigen tot kunst of mystiek.
Mijn zoeken naar het onzichtbare is geen dwangneurose, geen onontkoombare noodzakelijkheid.
Het is een poging tot opheffen van mijn eigen soortelijk gewicht zonder enige bijbedoeling.

Ik ben geen grote minnaar van volksmassa’ s, dat moet ik toegeven, noch heb ik filantropische neigingen of bevlogen ogenblikken waarop ik in één ogenblik eidetisch kan schouwen zodat ik op datzelfde moment het geschapene doorgrond.
Ik hou van dingen die ik in mijn handen kan houden, of ze nu van hout of zilver zijn, van oud leder of uit parelmoer, als ze maar tastbaar aanwezig zijn.

Ik geloof in de chemie die ons met begoochelingen omtrent het bovennatuurlijke kan vullen zoals zuurstofgebrek in de hersenen ons door lange tunnels met een lichtend uiteinde laat lopen.
Men moet een sterke believer van het zichtbare zijn om tot het onzichtbare te worden aangetrokken zoals uw eigen gekte-u vergeeft mij de toespeling- u wellicht tot het beroep van psychiater heeft geleid.
Het zal weldra schemeren, en dat verschijnsel wil ik niet missen.
Ik stop met woorden en hul mij in de twilight zone, deze schoonmoeder van de grote onzichtbaarheid.

Met hoogachting,
Theodore Silverstein


het lot(4)

476_rails

Goede Theodore,

Een van mijn vorige patienten wilde een wolk zijn.
Hij heeft een leven lang gezocht tot hij de formule vond.
Hij bereidde zelf het recept van de uiteindelijke maaltijd, at hem met smaak op en liet daarna de wind van zijn leven.
De chemische samenstelling daarvan verteerde het lijfelijke omhulsel en de wat kruidige wolk die overbleef bedwelmde de politiediensten die na twee maanden de kamer openden.
Toen ze weer bijkwamen, zongen ze zachtjes de eerste maten van Mozarts requiem en hebben ze hun leven in dienst van God gesteld door lekebroeder bij de Capucijners te worden.
Met hun zessen vieren ze nog elk jaar de dag van de wolk.
Is het dergelijke onzichtbaarheid die u nastreeft?

Uw begrijpende
Dumortier G., psychiater


na de wandeling (3)

1290851082

Waarde heer Dumortier,

Het begint met de honden.
Ze blaffen niet meer.
Ook de poezen geven geen krimp als je in hun nabijheid bent.
Ik denk dat ik vorderingen maak.

Uw toegenegen,
Silverstein Theodore