de kleine scheurtjes doen het meeste pijn (259)

692_760b1f9ca240287cd0e4d2affa9233b7

En we zijn terug bij David Hockney.

Zijn mooi werk, “man taking shower in beverly hills” lijkt op het eerste gezicht niets met de werken van Goltzius te maken te hebben.
Hier geen mooie meiden en jongens, geen mythologische figuren.
Hier ben je getuige van een bijna alledaagse gebeurtenis.
Het mannenlichaam is gereduceerd tot een ruggelings bekeken gebogen gestalte waarop het water neerplenst.
De koude tegeltjes van de badkamer, het interieur rechts, de bijna medisch gekleurde douchegordijn, de rozige vloerbekleding, al deze elementen vertellen van een koele rijkdom, een gesetteld zijn, een dagelijkse routine bijna.(in 1960 verhuisde Hockney naar Beverly Hills, Californië)

Maar er is toch iets aan de hand.
De zwarte contrejour plant in het centrum van het beeld is beslist geen decoratie.
Hij contrasteert fel met de naaktheid van de man.
Het is een kamerplant, een vetplant, hij overleeft, maar veel teken van leven zenden deze planten niet uit.
Het lijkt wel alsof de man uit de plant komt of erin gaat verdwijnen.

Het enige levende product is het water.
We hebben het al vaak over de rituele reiniging gehad, en de manier waarop de man zich grondig laat overstromen wijst erop dat het geen kattenwasje is.
Hij wil het fris hebben.
Vragen naar het waarom van deze “reiniging”, de verbanden tussen doopsel, onderdompeling en initiatie laat ik aan de kijker over.

Mij intrigeerde het gescheurde tegeltje helemaal links onderaan in het beeld.
Tussen zoveel koelte en kilte toch nog een menselijk spoor.
Wat je ook doet om het chtonische te camoufleren, het breekt altijd weer door je decor, het stelt je voortdurend voor de vraag of camouflage wel helpt.

Tussen kamerplant en design-interieur proberen we ons telkens weer te ontdoen van het gevoel dat we de scheuren in onze ziel wel de baas kunnen.

Hen onder ogen zien, glimlachen en de scheuren van de andere zielen beter begrijpen is ook al iets.


Dit werk moet je in de Tate Gallery in Londen gaan bekijken. Het is 1,67m x1.67m groot.
Weten jullie meteen waar ik nu eventjes verblijf.


de voor- en achterkant (258)

905_f1034f229dd7153ae307bffbbb65f2bd

En natuurlijk hoef je niet altijd ver van huis t gaan om schoonheid te bekijken.
Deze versie van Venus tussen Ceres en Bacchus hoort bij de collectie van Het Paleis voor Schone Kunsten in Brussel.

Goltzius leerde zijn graveertechnieken bij de drukker, filosoof, graveur Dirk Volckertsz Coornhert van wie hij trouwens een magistraal portret graveerde.
Deze prent ontstond net na zijn reis naar Italië.
Toen hij daarvan terugkwam schroefde hij zijn maniëristische stijl terug en werd hij een duidelijke voorloper van het classicisme.

Op deze prent omarmt Venus Bacchus terwijl Cerus zich wat afzijdig houdt en het tafereeltje bekijkt zonder zich helemaal om te draaien.
Dit was een meesterlijke truc om het vrouwelijk schoon zowel van de voor- als van de achterkant te kunnen tekenen of schilderen.

Je merkt ook dat de figuren heel menselijk zijn ingevuld, niet meer zo geïdealiseerd.
Dat kwam omdat Goltzius met levende modellen begon te werken.

Ook hier is de compositie weer een samenvoeging van verschillende tekentechnieken.
De naakte lichamen van de godenfiguren zijn met sterke bruine inkt borstelstroken en scherpe zwarte krijtlijnen uitgevoerd, die dan zijn ingekleurd met inkt en lichaamskleuren in grijze, witte, bruine, en rozige tinten, naast vlekken van stomp bruin en rood krijt.
Zo krijgt de tekening een bijna transparante levendige expressie.
De lage resolutie doet de tekening oneer aan.

Centraal staat Venus letterlijk te blinken.
Ik tikte “ventraal”, en als je ventris als buik vertaalt dan was die tikfout nog niet zo mis.

Ook deze tekening verheerlijkt het lijfelijke, probeert aan het chtonische te ontsnappen door ons momenten van verrukking voor te spiegelen.
Als de kunstenaar in 1617 in Haarlem sterft, blijven zijn dromen tot op de dag van vandaag zichtbaar.
En het zijn de ogen van de kijkers die ook het onzichtbare erin begrijpen, als ze dat kunnen of willen.


het tekort aan menselijk (257)

107_5acb8f9d7dd363e12b04c70823e35d98

 

Hij was de zoon van een glasschilder, Hendrick Goltzius, en ik heb jullie vroeger al zijn aap aan een ketting en de dochters van Lot doorgestuurd.
Nog mooier dan zijn Peterburgse prent vind ik zijn zelfde thema in het Museum of Art in Philadelphia.
Het werk krijgt de naam “without Ceres and Bacchus, Venus would freeze”, of bij de liefde hoort een hapje en een drankje, of nog beter: zonder aardse genoegens is Venus eerder een koude madam.

Deze prachtige tekening is echter op canvas aangebracht, al noemde Goltzius haar een “penwerk”.
Zijn pennenlijnen suggereren inderdaad een gravure, een vak waarin hij schitterde tot hij last kreeg van die verlammingen aan zijn rechterhand.

Venus ligt hier in volle glorie, omringd door een oudere sater die op Hugo Matthijssen lijkt en een jonger prachtig exemplaar die met liefdevolle ogen naar de mooie Venus kijkt.
Hun handen zijn met druiven en en fruit gevuld, en symboliseren Ceres (godin van de landbouw) en Bacchus.(god van de wijn).

De al net zo mooie Cupido verlicht het tafereel met zijn toorts en houdt zijn boog achter zijn rug verborgen terwijl hij ons guitig aankijkt.

De ondergrond op het canvas is ingevuld met grijsblauwe olie die het nachtelijke effect oproept.
Heel mooi en zeldzaam zijn toevoegingen van vleestonen met borstel en olie zodat hun rode oranje en gele tonen zich vanuit de toorts naar de aanwezigen verspreiden. Die tonen zijn ook in olie aangebracht.

Het wordt dus moeilijk om dit werk te klasseren.
Is het een schilderij, een tekening?
Het is een ode aan de liefde die niet zonder Ceres en Bacchus kan.
Venus kijkt de jongen aan en de kleine Cupido verbindt hen allen met de buitenstaanders. Wij, de kijkers.
Als je terugkijkt, hoor je bij hen.
Ik draai de mooie filmmuziek uit de gelijknamige prent “Philadelphia”.

Het tekort aan menselijke trekjes bevriest de liefde, ondanks het menselijk tekort.