739_3dfb4019bc97ea2c99cfd4fb453ab9b7

De ruimte waarin ze zitten, is veel te groot.
Het is een woon- en werkruimte.
Je kunt je nergens verschuilen.
Buiten is het nacht, ook daar dreigt alleen maar gevaar.
Het plekje aan het trapje licht op door een kaarsvlammetje.

Daar zitten ze.
Grootmoeder Anna, het wiegentouw in haar hand, de jonge moeder Maria leest, en het kind slaapt.
Waar is Josef?
Josef zit links onder de trap. Bijna onvindbaar.

Verloren in de wereld. Er moeten nog veel trapjes worden beklommen.
De schaduw van de lezende moeder op de muur.
De grootmoeder is bijna ingedommeld.
Josef, oververmoeid, onzichtbaar geworden.

Dit doek, “heilige familie bij avond” komt uit het atelier van Rembrandt van Rijn.(1642-1648)

Op de tafel een vijzel, een fles, een paar schoenen.
Achter Anna hangt een kaart op rollen.

Als kind vroeg ik me af wat Maria zou lezen.
Is ze op zoek in het oude testament naar de voorspellingen omtrent haar baby?
Mijn grootmoeder dacht dat ze het kind een verhaaltje had voorgelezen.
En met het kind was oma Anna ook in slaap gevallen, iets wat in mijn jong leven ook wel eens gebeurde als mijn vader zich op het bed naast mij legde en ik even later beneden verscheen en verklaarde dat mijn papa sliep.

Dat donker herkende ik ook.
Het donker waarin de schaduwen van de kastanjeboom buiten een net van vangarmen was geworden.
Of het licht van de kaars als in het grote landhuis de elektriciteit uitviel en we de verdere avond bij kaarslicht doorbrachten.
Veiligheid en dreiging mengden zich tot een vreemde atmosfeer die je aantrok en bang maakte.
Soms kroop ik zelf onder de trap.
Ver weg van de wereld.

Ik wist zeker dat niets nog hetzelfde zou zijn als ik weer in het daglicht kwam.