613_1111763302f162a9a9ab9817c06d655f

Landschappen, licht en de dozen -ook huizen genoemd- van waaruit wij ons leven leiden.
De NMBS (Nationale Maatschappij der Belgische Spoorwegen) voert U tegen luttel geld door tal van Belgische landschappen terwijl U niet aan een belachelijk stuurwiel moet draaien, noch zorg voor Uw te dure blikken doos op vier wielen moet ten toon spreiden door het uiten van schimpwoorden en andere primitieve uitdrukkingen, bedoeld voor de andere weggebruiker.

In feite is de NMBS een rijdende kunstacademie.
Ik heb het dan niet over de veetreinen die ‘s morgens de burger naar, en ‘s avonds weer van het werk vervoeren, maar over de rustige momenten, tussen 10 en 15.30u en na 19.30u tijdens zomerse dagen.
Zet U gemakkelijk bij het raam in een van de rijtuigen (erg aanbevolen zijn die met twee verdiepingen, enige hoogte scheelt een slok op de borrel) en strek uw benen, leg uw handen op de voldane buik (het ontbijt is al even achter de rug) en laat U vervoeren in beide betekenissen van het woord.

De NMBS is een “vervoer”-maatschappij, een idee dat nog in geen enkele publiciteit is gebruikt en waarvoor ik momenteel stappen zal ondernemen om het te beschermen tegen de roofzuchtige breintjes van de reklamemakelaars.

Vraag Uw medeburgers dat GSM-gesprek te beëindigen -nu roken niet meer is toegestaan zouden er bijvoorbeeld GSM-vrije rijtuigen kunnen voorzien worden- zeg dat U het lot van de man of vrouw aan de andere kant van de lijn niet dadelijk hoeft te delen, dat U er van overtuigd bent dat “de meeting” interessant was, het zakencijfer bloeiend en de maîtresse nakend, maar probeer het mensenrecht op privacy zonder al te veel woordengeweld te verdedigen.

Eens de trein zich in beweging heeft gezet, de door de gangen hollende mensen een plek voor de zenuwachtige kont hebben gevonden, de medepassagier in boek of achter krant tot ongevaarlijke buurtbewoner is gereduceerd, het koffiewagentje voorbij is gedenderd en de dreinende baby borst of fles heeft gevonden, laat U de landschappen voorbijrollen.

Er zijn natuurlijk lijnen die landschapgevoeliger zijn.
Eén van de voorbeelden is het treinstel dat zich om het uur van Mechelen naar Etterbeek begeeft en ‘s morgens een verzameling biedt van bedienden en kantoorlieden die Nato en andere dure instellingen bevolken, en iets later ook het artistieke personeel voor de Nationale Zender naar het Meyserplein voert vanwaar het nog een stevige wandeling is eer men het volk van klank en beeld kan voorzien.

Deze lijn brengt U tussen Muizen en Vilvoorde in contact met het landschap zoals de 19de eeuwse schilders het droomden.
Maar helaas, eens men Vilvoorde nadert en daarna de hoofdstad binnendringt, versnelt de verwording van het landschap in enkele minuten tot hoogst actuele proporties.

Kikt de reiziger op achterkanten en tuinstroken dan is de lijn Antwerpen-Brussel een aanrader.
Een heuse encyclopedie van verbouwingstechnieken, tuinhuisjes en veranda’s snelt voorbij.
De Belgische doe-het-zelver heeft wat in zijn marge, dat is duidelijk.
Ramen en kozijnen, uitgestulpte kamertjes en heraangelegde platte daken, kaal geschoren gazons en achtergelaten tuinmeubelen, piepkleine verandaatjes of imitaties van het ter ziele gegane Crystal Palace, walgelijke speeltuigen en keurige doorzonkamertjes, hondenhokken en groententuintjes van een voorschoot groot, verroeste mazouttanks, stroken bouwafval, opslagplaatsen en een keure aan garages van eenvoudig dak boven het blik tot tempel ter ere van de heilige koe, het snelt uw oog voorbij.
Om nog te zwijgen van afrasteringen, ommuringen, hagen en hekken en ander fraais om het eigen territorium af te bakenen.

Duizenden prenten en schilderijen uit de meest actuele collecties zijn in dat rijtuigraam gekaderd en worden elke minuut moeiteloos vervangen.
De reiziger moet alleen maar kijken.
En zuchten.
En in zijn hoofd de meest absurde combinaties laten bezinken en ze bewaren voor een avondvertelling aan zijn kinderen of stamtafelvrienden.

En de mist boven de velden, het late namiddaglicht over de pas gemaaide akkers of de dansende lijn van de weg die, naarmate de snelheid, een vreemde paringsdans met de hollende trein probeert uit te voeren, dichterbij komt en weer wegloopt, rakelings naast uw raam gelijke tred houdt, en daarna weer in een slaperig dorpje verdwijnt, terwijl het dobbler-effect van de bel bij de onbewaakte overweg de volgende pastorale vergezichten aankondigt?

Jaja, ook dat bestaat, maar dat is voor de gevoelige NMBS-er, de man of vrouw die de raamvulling met eigen gedachtensprongen en gevoelstrillingen aanvult, die zich niet in slaap laat wiegen door het zachte schommelen van de rijtuigen, die massale bedstedes voor lieden die te lang televisie hebben gekeken of te vroeg nog “hoefden”.
Op het moment dat hij of zij zich de betere reiziger gaat voelen, valt de trein stil op een god verlaten plek, blijft hij zonder enige commentaar of uitleg een kwartier of langer staan ten gevolge van een stroompanne of te grote drukte in het station van Antwerpen, of noem maar op, je moet het zelf verzinnen want explicatie is nu eenmaal niet de sterke kant van deze vervoersmaatschappij, en men kijkt naar de met een schok wakker geworden medepassagiers die vanuit hun privé-dromen tot de bittere realiteit zijn teruggebracht.
Hier zou je solidariteit verwachten, het aanheffen van een lied, het delen van de resten in de brooddoos, het samen scanderen van “uitleg”, of “geld terug”, maar niets daarvan.

Er wordt massaal naar de gsm gegrepen en het thuisfront krijgt te horen dat “we” stil staan tussen Kontich en Oude God en dat het dus wat later kan worden.
Waarop de thuisblijvers over hun voorbije dag beginnen te vertellen, over de nieuwe auto van de buren of de roddels in de boekjes.

Een ver heimwee naar de postkoets komt dan opzetten.
Kent u het nog: “Hoog op de gele wagen, rij ik door berg en dal-dal-dal-dal.”


de foto is van Lamoth André-Pierre, Nederland