2199928449

Beste Theodore,

In een economisch stelsel bestaan de mensen nooit als persoon, wel als onderdeel: een baby, een kind of vijftig plusser, een arbeider, een prof, een huisvrouw.
De persoonlijkheid immers is niet interessant voor een marktstelsel.
De aandacht van de verkoper gaat naar de behoeften of vermeende behoeften, en die zijn aan een segment van het bestaan opgehangen: wat je aan een schoolkind kwijt kunt, wat goed verkoopt aan jonge ouders, welstellende bejaarden, enz.

Daardoor herkennen wij de mens steeds minder als een persoon en steeds meer als een consument.
Deze hokjes, benadrukt door de marketing, ontkennen niet alleen de passages de vie die in elkaar overvloeien, maar herleiden elk segment tot de grootste gemene deler of het kleinste gemeen veelvoud: DE vijftigplusser, HET lagere schoolkind, DE meerwaarde-zoeker.

De verschraling die daarbij optreedt, verklaart het succes van series als “het leven zoals het is” en andere reality-programma’ s.
Maar ook daar zie je hoe cliché’ s worden versterkt, hoe de zin voor nuancering verdwijnt en de aandacht vooral naar “het merkwaardige” gaat, de buitenbeentjes, of hoe mensen hun spel beginnen te spelen bewust van de implicaties eens hun leven op het scherm verschijnt: het leven zoals het gespeeld wordt.

De complexiteit van het bestaan en de vluchtigheid van de meeste media zijn inderdaad niet compatibel.
De afwezige mens.

Het zogenaamde ik-tijdperk heeft er nog nooit zo “algemeen” uitgezien als nu, niks te ikken maar wel een aanbidden van de cliché’ s, de iconen die als te brede jassen iedereen schijnbare warmte geven maar waarin we nooit onszelf veilig voelen laat staan herkennen.
Archetypes kunnen heilzaam zijn bij het vertellen van verhalen maar als ze tot verkoopscliché’ s herleid worden veroorzaken ze alleen maar geestelijke armoede en onverdraagzaamheid tegenover degenen (en dat betreft ons allemaal) die niet in dit cliché willen of kunnen passen.

In mijn winkel is elk voorwerp van iemand of van verschillende iemanden een bezit geweest.
Zij dragen de blikken mee waarmee naar hen is gekeken, ze hebben de handen bij waarmee ze gehanteerd werden, ze ontsnapten aan de schoonheidsidealen van de tijd waarin ze ontstonden en verbinden ons met de voorgangers.
Kijk naar het mooie Boheemse kruikje, met de hand beschilderd.
Het is geen grote kunst, geen bijzonder kostbaar item, maar ondanks zijn honderd jaar blijft het de afwezigheid bevechten.
Toch is het kwetsbaar.
Het heeft niet de stoerheid van de architectuur, niet het bijna onkwetsbare van het marmer, één tik volstaat om het onherstelbaar te beschadigen.

Ook de zorg waarmee het al een eeuw lang mocht overleven wordt zichtbaar.
Deze wederzijdse kwetsbaarheid verbindt mij intens met de afwezigheid.

Zet het in het zonlicht en elke minuut verandert zijn inhoud.
Je bezit het licht niet, je mag er een tijdje zorg voor dragen.